In haar nieuwste roman ‘Het Vlindereffect’ bewijst Margot Vanderstraeten dat ze zowel een uitstekende journaliste als romanschrijfster is. Wat doet een mens met zijn ‘nagevoel’ wanneer zij een terroristische aanslag overleeft?

 

Yves Desmet / Foto’s Diego Franssens

Angela, een Amerikaanse ‘mystery guest’, die wereldwijd het kleinste foutje in luxehotels moet opsporen en rapporteren, heeft in het Taj Hotel in Mumbai met haar zoon afgesproken, die in een lokale NGO met kindslaven werkt, als dat hotel in november 2008 bestormd wordt door met kalasjnikovs bewapende terroristen. Dat is deel één, een grand reportage van wat er in zo’n situatie gebeurt en wat dat doet met mensen.

Het tweede deel speelt tien jaar later. De moeder vliegt terug uit Mumbai en wordt door een medepassagier uitgedaagd om in haar psyche en emoties te duiken. In een wonderlijk mooi gecomponeerd verhaal levert dat geografische, historische en psychologische vlindereffecten op: hoe één voorval uit onze jeugd ons leven zal bepalen, hoe één zeezieke terrorist jouw leven dooreenschudt en niet dat van een ander.

Margot Vanderstraeten: “Ik heb in 2008 aan de Canvas-reeks ‘India voor beginners’ meegewerkt. De nacht waarop ik weer van Mumbai terugvlieg naar Brussel, wordt de stad in lichterlaaie gezet door terroristen. Het was een raid met verschillende doelwitten, samen vielen minstens 170 doden.

Ik moést nadien dus terug. In het totaal heb ik meer dan drie maanden in Mumbai doorgebracht. Ik heb met vele mensen gepraat, ook met personeelsleden van het Taj.

Herinner je je, als resultaat van een van die reizen, nog het interview dat ik van zuster Jeanne Devos voor deze krant maakte? Zuster Devos, meer vrijheidsstrijdster dan non, werkt in Mumbai met kindslaven, ze heeft er de beweging de Domestic Workers opgezet. Een beweging die het spiegelbeeld vormt van elke terroristische beweging. En vergis je niet. De kinderen blijven, ook als ze bij de Domestic Workers aangesloten zijn, als huisslaaf werken. Kinderarbeid is in India niet verboden. Maar Devos’ beweging leert hen opkomen voor hun rechten, geeft hun eigenwaarde, misschien wel het belangrijkste ingrediënt om overeind te blijven. Ik denk nu aan dat kind dat tot bloedens toe over het hele lichaam gebeten werd door zijn bazen, een dokterskoppel. Ik heb dat getuigenis, vertekend, verwerkt in mijn boek. Jeanne Devos heeft me destijds de foto’s van dat slachtoffer laten zien. Terreur is niet enkel een kwestie van kalasjnikovs. Ik denk zelfs dat kalasnikovs pas aan het einde van de keten komen. Hoe sterk moet je zijn om als gebetene later niet nog harder terug te bijten?

Het hoofdstuk over de aanslag leest als een ooggetuigenverslag: ik denk niet dat je het beter had kunnen opschrijven als je er zelf bij geweest was.

“Je zoekt natuurlijk alles op wat erover is verschenen, maar veel blijft toch instinct en intuïtie. En de verhalen van de mensen die ik interviewde zijn in mijn roman verwerkt. Natuurlijk heb ik op dit alles mijn verbeelding los gelaten. Hoe moet het daar geweest te zijn? Zou je in de tuin een betere kans op overleven gemaakt hebben als je achter die struik dan wel dat standbeeld was gedoken? De vloer was van wit marmer, dan kan je je voorstellen hoe je daarop uitglijdt over het verse, romige bloed van tientallen slachtoffers.”

Hoe ken je details zoals die van de mystery guest die in dat soort hotels nagaat of de naden van de lampenkappen wel naar de muur gedraaid zijn?

“Zeer belangrijk: een gast in de hoogste hotelcategorie mag niet met de minste onvolkomenheid worden geconfronteerd, er zijn hele draaiboeken hoe alles moet, hoe de hoteletiquette moet gevolgd worden door ieder personeelslid. Die wereld is een vat vol procedures die, als het goed zit, zo professioneel worden uitgevoerd dat je ze, zoals de naden van de lampenkap, niet opmerkt.

Net daar, waar alles perfect diende te zijn, slaat dus de complete destructie toe, wordt een luxe-paradijs het inferno van Dante. Maar wat voor belang heeft het als in zo’n tophotel een telefoon vijf keer rinkelt, als een mystery guest weet dat de procedure maximaal drie keer voorschrijft? Het belang van iets is vloeibaar, het is nu eens smal, dan weer groot. Het pas zich aan de vorm van je leven aan. Dat ziet mijn hoofdpersoon ook in.

Volgens jou zijn de fundamentalistische daders niet, zoals veel mensen denken, gemotiveerd door de Islam en de Jihad, maar veel meer door de vernedering die ze hebben ondergaan en de geldsom die ze van radicale groepen kregen om die ‘opdracht’ uit te voeren.

“Dat blijkt uit alle research. Eén terrorist, Amir Kasab overleefde de aanslagen. Je hoeft de verhoren met hem er maar op na te lezen. Hij wist niets van de islam. En zijn belangrijkste motivatie om zich aan deze aanslagen op te offeren, was beroemd te worden. Zijn martelarenkop op affiches, zijn kop die aanbeden werd door de meisjes in zijn Pakistaanse bergdorp.

De bezetting van Mumbai heeft de hele wereld in de ban gehouden, men dacht dat er een staatsgreep plaatsvond. Terwijl uiteindelijk bleek dat de stad dagenlang door ‘slechts’ tien zwaar geïndoctrineerde jongens tussen de 19 en de 23 jaar werd gegijzeld. De jongens werden getraind en geherspoeld in Pakistan. Door psychopathische machtwellustelingen die hen als kanonnenvlees inzetten. Deze leiders, vaak goed geschoold, zijn het gevaar. De terroristen zijn hun marionetten. Net zoals de Belgische IS-strijders in Syrië marionetten zijn. Het gaat om kwade, vernederde en laaggeschoolde jongens die door gewiekste bonzen van de straat zijn geplukt. Als ik niets te verliezen zou hebben, zou ik ook tot alles in staat zijn. Als ik geen hoop meer zou hebben, waarom zou ik dan niet hopen om op een affiche te eindigen?

 

 

 

 

 

 

 

Screen Shot 2014-10-29 at 19.56.08

Voor hun martelaarschap zouden de families van de tien terroristen van Mumbai een, in hun ogen, grote som ontvangen. Het ging, geloof ik, over 1500 dollar per geofferde terrorist. Een bedrag dat, zo bleek achteraf, kleiner was dan het tarief voor een nacht in een suite in het Taj. Als de gasten van dat hotel, dat drie dagen bezet bleef, hadden samengelegd, hadden ze die jongens een veel beter bod kunnen doen.

Tien jaar later, in het toekomstjaar 2018, keert Angela, de moeder, terug uit Mumbai naar huis en in het vliegtuig ontmoet ze…

“…een esoterische vrouw die haar met waarzeggerskaarten confronteert met haarzelf, met de aanslag en met wat er daar met haar zoon is gebeurd. Geleidelijk aan komen er dan verbanden bloot te liggen.

De hoofdpersoon, de moeder dus, vergelijkt in Het Vlindereffect de psycholoog met de tandarts, ze noemt hem de tandarts van de ziel, de man of vrouw die flost in het verleden, boort waar het pijn doet, aangekoekte plak rond het hart probeert te verwijderen, grote en kleine gaten vult, maar uiteindelijk alleen maar meer zenuwen bloot legt. Tien jaar na de aanslagen heeft de tijd, een wezenlijke component in het verwerken van pijn, ook een bijdrage geleverd, en dat wordt in het vliegtuig, via de esoterische vrouw, langzaam duidelijk.

Het boek speelt zich af tijdens een vier uur durende vlucht. Op die paar uren krijg je een veellagig levensverhaal. Alles blijkt, op zijn Jeroen Brouwers, het andere aan te raken. Je doet dat met een heel mooi uitgewerkte constructie: de dialoog zelf, flashbacks en toekomstprojecties, interne monologen en dialogen met alle andere figuren: je schrijfkamer moet vol fiches gehangen hebben om dat aan elkaar te houden.

“Nee, geen fiches aan de muur. Je wil echt niet weten hoe deze roman tot stand is gekomen. Het was een lijdensweg. Het boek begint nu met de aanslag op het Taj, maar een jaar geleden was dat nog het slothoofdstuk. Maar die finale klopte niet, alleen merk je dat pas als je je laatste regel hebt geschreven. De aanslag is niet het hoogtepunt. Wel de metamorfose van Angela, de hoofpersoon. Dat was het voornaamste vlindereffect. Dus moest alles omgegooid worden. Maar als je van het einde het begin maakt, moet je meteen het hele boek omgooien, denk alleen al maar aan de introductie van de personages.

Serieus: ik heb dit boek soms écht gehaat.

Bovendien pleegde het een aanslag op mijn sociaal bestaan. Op een bepaald moment heb ik vrienden verplicht me nooit meer te vragen: ‘En, is het klaar?’ Het Vlindereffect is de afgelopen vier jaar minstens twee keer klaar geweest. Er zijn, dankzij deze werkwijze, wel vele flessen champagne op gekraakt. (lacht).

Waarom schrijf je aan een roman die je ondertussen ook haat?

“Er is een dunne lijn tussen liefde en haat. Ook hier. En als iets wat moeilijk is, toch lukt, geeft dat meer voldoening. Misschien houd ik vol omdat ik van inspanningen, uiteindelijk toch het gelukkigste word? Op het gevaar af zelf esoterisch te klinken: die moeizame weg is leerrijk, en daar gaat het om. Nu is het boek niet langer van mij, maar van de wereld. Nu moet ik aan iets nieuws beginnen.

Angela let op het kleinste detail dat haar luxe-omgeving ‘bezoedelt’, maar ziet de aanslag niet aankomen tot ze er middenin zit. Een metafoor voor het Westen tout court?

 

 

 

“Ja. We zijn vaak ziende blind. Op alle vlakken.

Nu gaat dit land de pensioenleeftijd optrekken. Wel, iedereen die reist, weet dat de Aziatische service de hoogste ter wereld is. Je ziet nu al dat Westerse ouderen, en ook werklozen en invaliden, naar dat continent verhuizen. Met hun bescheiden pensioen of uitkering kunnen ze er goed leven, bovendien is het eten er nog lekker ook! Wie niet ziet dat Westerlingen binnenkort in Azië hele dorpen zullen opkopen, kijkt niet of wil niet zien. Het probleem zit niet in het al dan niet langer werken. Het probleem zit in ons economisch en ideologisch systeem. We zitten in de staart van het kapitalisme, en de staart sleept over de grond.

Zolang de kloof tussen arm en rijk, tussen hoop en wanhoop, zo groot is, zal er terreur zijn. Zolang psychopaten gefrustreerde jongeren als kanonnenvlees inzet, zal er in hun naam gemoord worden. En ja, ik ben ervan overtuigd dat Brussel – symbool voor Europa – niet aan de terreur zal ontsnappen. En het verbaast me dat de Eurotunnel nog niet opgeblazen is. Het kan niet anders of er zijn ergens slimme gekken met deze doelwitten bezig. Moet dit ons bang maken? Het moet ons in de spiegel doen kijken.

Het brein van de Mumbaise aanslagen – een welgestelde, goed opgeleide kerel die ook in de USA school gelopen heeft – werd door de Verenigde Staten opgepakt. Hij heeft, in ruil voor strafvermindering, Obama geholpen met het vinden van bin Laden. En dat terwijl marionet Kasab, ongeschoold, straatarm en uit een afgelegen bergdorp geplukt, de strop kreeg. Als er eigen gewin is, valt alles te regelen. De kastenmaatschappij van India mag dan officieel niet meer bestaan. Het klassensysteem is een universeel gegeven.

Je introduceert een nieuw begrip : het ‘nagevoel’.

“Voorgevoelens zijn de bestaansreden van esoterie. Maar het nagevoel, het gevoel dat na bepaalde gebeurtenissen, goede én kwade, blijft bestaan, bepaalt veel meer je leven dan dat voorgevoel, toch?

Ik geloof niet in voorbestemming. Maar toevalligheden bepalen uiteindelijk heel erg wie je bent. Alleen denk ik dat mensen de neiging hebben om, zoals mijn hoofdpersoon, toevalligheden met betekenis te vullen. Toeval is te banaal. Dus geven we het zin. Omdat we de zinloosheid ervan niet kunnen aanvaarden.’

In Het Vlindereffect draait troosten telkens op een mislukking uit, of wordt juist het omgekeerde van troost bereikt. Kan je alleen jezelf troosten?

“Op het einde van dag en leven zijn we allemaal eenzame wezens. De hulp en warmte van anderen kan een deugddoend dekentje zijn, maar alleen als je in jezelf de kracht vindt om verder te doen, zal het lukken. En wat is lukken dan, natuurlijk? Goede bedoelingen hebben meermaals een contraproductief effect. Je wil iemand een plezier doen, en onbewust heb je het mes in de wonde nog eens omgedraaid.”

Wie zou je zijn als je geen herinneringen had aan jezelf, vraag je je ergens af.

“Ja toch? Een mens is voor een groot stuk zijn herinneringen. Die per definitie vertekend zijn. Ik geef in Het Vlindereffect het voorbeeld van een stinkdiertje dat in een tent is gekropen. Na tien jaar familiebijeenkomsten, waarin datzelfde verhaal telkens opgediept wordt, is dat beestje al zo groot als een koe geworden. Iedereen kent dit soort verhalen. Ze worden familie-erfgoed.

Mensen geloven op de duur hun eigen overdrijvingen of banaliseringen. Zeer menselijk, zeer mooi ook.

De hoofdpersoon, Angela, zou het fijn vinden als de mens het vermogen had om, zeg maar, drie dagen uit zijn geheugen te wissen. Mocht zij God geweest zijn, dan had ze dat zo geregeld. Enerzijds zou zo’n scheppingstruc ons veel therapie en ongeluk besparen, want vaak zouden de traumatische dagen met een kaart worden ingeruild. Anderzijds zou de mogelijkheid om met troefkaarten trauma’s te wissen, ons misschien ook minder mens maken. Want ook dat is een vraag die indirect door de roman fladdert: worden we niet méér door onze pijn dan door onze vreugden getekend? Of zoals Angela opmerkt: ‘Geluk heeft een houdbaarheidsdatum. Ongeluk bederft niet. ‘’

 

Margot Vanderstraeten, Het Vlindereffect. Uitgeverij Atlas/Contact, 286 pagina’s, 19,99 Euro.

 

Margot Boeken