Screen Shot 2015-01-17 at 16.41.0516 januari 2015

Door de ironie heen (8): PEN, Margot Vanderstraeten, Mark Cloostermans, prinsjes en prinsessen, het vlindereffect en gebeurende literatuur

VlindereffectToen ik gisteren het nieuwe nummer van Charlie Hebdo doorbladerde, vond ik het geheel vooral lelijk, en de artikelen die ik las, waren een mengeling van bravoure en studentikoze puntigheid. De aanslag niet waard, het krantje. Dit zou je een mening kunnen noemen, zij het een mening die erg zwaar leunt op het regressief-reactionaire gewauwel waar ik meestal jeuk van krijg. Ben ik regressief-reactionair? Misschien wel. Nou ja, het zij zo. Zelfs na herlezing en tweede bezichtiging vind ik CH een blad van niks, en dan niet eens om politeke redenen, maar om esthetische.

En ja, iedereen mag de lelijkheid die hem liefheeft uitdragen, daar gaat geen millimeter vanaf; alleen lijkt het me voor de redactie van CH geen sinecure om nu verder te moeten, met de steun van alleintellectuelen in de hele wereld, ja zelfs van PEN Nederland, een instelling die normaal gesproken nooit wakker schrikt, maar nu ineens wel: ‘PEN Nederland is geschokt en bedroefd door de brute aanval op onze collega’s, cartoonisten en journalisten, en op de vrijheid van expressie die gisteren plaatsvond in Parijs.’ In Jemen zal er na het vrijdaggebed nog stevig over worden gediscussieerd.

Eergisteren constateerde literatuurjournalist Dirk Leyman in de Morgen dat Vlaamse schrijvers opvallend stil waren na de aanslag op 7 januari. De constatering was genoeg om een paar schrijvers uit hun dommel te wekken, want het werkt altijd, schrijvers op hun tenen gaan staan, of op hun verantwoordelijk wijzen. In een column die op zijn weblog staat gaat recensent Mark Cloostermans verder in op het meningencircus, dat in Vlaanderen blijkbaar laat op gang kwam, althans, onder schrijvers en andere kunstenaars. Hij omschrijft de ontstane posities als volgt:

‘Wat hier gebeurt (…) is de clash tussen het wereldbeeld van de journalist en dat van de schrijver. De journalist meent dat het publieke debat in de kranten plaatsvindt, middels een uitwisseling van meningen. (…) De schrijver meent dat hij dat debat best met een omweg kan benaderen: door in complexe verhalen een visie te verstrekken die de mening overstijgt.’

In een ideale wereld zou dit waar zijn, al merk ik dat zelfs Cloostermans het in zijn omschrijving niet heeft over feiten, waarop die journalistenmeningen gebaseerd zouden moeten zijn. Toch is het vooral die laatste zin die me intrigeert. Ik zie namelijk bijna geen enkele hedendaagse, Nederlandstalige schrijver die voor deze weg kiest, op (heel misschien) Herman Brusselmans en A.H.J. Dautzenberg na. De meeste boeken die onder NUR 300 (literair proza) en verder verschijnen roepen vooral heel hard: ‘Spiegeltje spiegeltje, aan de wand’ et cetera. De meeste hedendaagse schrijvers hebben vooral een correctwereldbeeld, waar de tanden preventief uit zijn verwijderd, want als je ze wel nog hebt dan zou je er per ongeluk mee kunnen bijten. (Het is natuurlijk wel apart dat Michel Houellebecq, een van de weinige bijtende schrijvers, tandenloos door het leven gaat, maar dit terzijde.)

Bovendien: wat een moralistische grondhouding eigenlijk. Waarom zou een schrijver zich moeten mengen in een debat? Weg met het debat, en leve het verhaal, of leve de fictie. Een schrijver die in zijn werk reageert op ‘het debat’ is bij voorbaat verloren. Die kan net zo goed in de politiek gaan, en wie wil in hemelsnaam iets te maken hebben met politiek? Het wachten is, ondertussen, op het eerste boek vanuit het perspectief van een moslimterrorist, geschreven door een bekeerde, zeer overtuigde salafistisch-angehauchte moslim die zijn vrouw slaat en die in zijn stijl een synthese bewerkstelligt tussen Salman Rushdie en Louis-Ferdinand Céline, waarna hij wereldroem vergaart met een roman over een liefde tussen een christenhond en een moslimmeisje van zestien.

Onlangs las ik Het vlindereffect van Margot Vanderstraeten. De roman begint met een omschrijving van een bijna-doodervaring van de hoofdpersoon, Angela Gutmann. Ze stikt net niet in een stukje sinasappel. Letterlijk opgelucht kan ze een voorgenomen reis naar Mumbai ondernemen, waar ze in het Taj Mahal zal gaan logeren als mystery guest, om er later een recensie over te schrijven. Het blijkt een afspraak te zijn met het noodlot, want ze maakt de terroristische aanslag van november 2008 mee en hoewel ze die overleeft, sterft haar zoon (die in Mumbai werkt en die ze in een moeite door tijdens haar werk kan bezoeken) in de nasleep ervan. De opluchting was voorbarig.

Vanderstraetens boek is actueel, en ook weer niet. De roman ‘zegt iets’ over terrorisme, en over de nasleep ervan, maar toch ook niet. De hele roman is namelijk in wezen een rouwklacht voor de overleden zoon én een poging van de hoofdpersoon Angela om haar eigen leven na de aanslag en na het verlies van een zoon te herdefiniëren. Dat gebeurt met bijna grof geweld, door alles heen. Meer dan ooit tevoren beseft Angela Gutmann (een naam waarin het Engelse woord gut en het Duitse Gut botsen op mann) dat ze alleen staat, dat de gebeurtenissen waar ze deel aan had haar op zichzelf hebben teruggeworpen – en dat dit in zekere zin ook goed is.

Ondanks ‘het verhaal’ is Het vlindereffect dus geen verhaal, maar een biecht, of een langgerekte klaagzang. Angela Gutmann hervindt iets, gaat dwars door het verdriet heen en bevecht haar eigen positie in de wereld. Dit gebeurt met veel bravoure en zelfstandigheid, wat bij Fleur Speet (in deze recensie) voor enig onbehagen zorgde: ‘(…) Angela uit Het vlindereffect doet geen beroep op mij, die redt het wel. Zou ze soms te geëmancipeerd zijn voor mijn door hulpbehoevende mannen gevormde blik?’ 

Ik vind dat een mooie observatie van Speet, en ik denk dat het ook wel klopt. Veel literatuur wordt gewaardeerd om voorgeprogrammeerde, vaak psychologisch ingesleten zekerheden. Vanderstraeten laat Gutmann echter haar eigen boontjes doppen, emotioneel en fysiek (waartoe Gutmann overigens de erotische hulp van een donkere medewerker van de Stadswerken inroept, en ook hier geen sprake van een immer op de loer liggende moraal), en ze doet dat zonder om medelijden of empathie te vragen. Uiteindelijk is dat wat Het vlindereffect voor mij boven de middelmaat doet uitsteken. Het is een boek zonder meningen, een boek waarin wat gebeurt gewoon gebeurt – en al gebeurend wordt verteld, het is het vlinderffect, in een roman uiteengezet.

http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2015/01/door-de-ironie-heen-8-pen-margot-vanderstraeten-mark-cloostermans-prinsjes-en-prinsessen.html#more