Margot Vanderstraeten, ‘Mazzel tov’

Als jonge studente was Margot Vanderstraeten op zoek naar een baantje. Via een zoekertje komt ze bij de joods-orthodoxe familie Schneider (een fictieve naam)  terecht. Ze begeleidt er zes jaar lang de kinderen van het echtpaar bij hun huistaken. Een ervaring die haar kennelijk nooit heeft losgelaten en nu jaren later resulteert in Mazzel tov.  Een roman met als ondertitel: ‘Mijn leven als werkstudente bij een orthodox-joodse familie.’ Alsof de lezer hier te maken heeft met een louter journalistiek product. Niets is minder waar.

Een vraag die zich meteen opdringt: waarom heeft Vanderstraeten zo lang gewacht om haar belevenissen neer te schrijven? Het verhaal wil dat de klik er kwam na een vliegtuigreis met Adriaan van Dis. Beiden raakten aan de praat over het jodendom, waarbij het van Dis opviel dat ze er bijzonder veel van afwist. Toen hij haar vroeg waarom ze er nog niet over had geschreven moest ze het antwoord schuldig blijven. Eenmaal thuis ging ze meteen aan de slag. Het boek zat immers klaar in haar hoofd. 

Wat Vanderstraeten dertig jaar geleden beleefde bij het echtpaar Schneider en de kinderen – Simon, Jakov, Elzira en Sara – reconstrueert ze, door middel van enkele knappe literaire technieken, in een boek dat zo veel meer is dan een story die lekker wegleest. Ze zet namelijk de deur van de gesloten orthodoxe wereld op een kier. Er is de joodse humor, er zijn de typische eetgewoonten, het Jiddisch, de manier waarop huwelijken worden geregeld, enzovoort. Of de centrale gedachte dat bij joden hun geldige paspoorten altijd klaar liggen om naar een ander land vertrekken mochten de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog zich ooit nog voordoen. 

Het zet Vanderstraeten tot kritisch nadenken aan over alle mogelijke aspecten van het jodendom.

‘Maar ik wantrouwde het gemak waarmee ze internationale huwelijken aangingen. Ze trouwden over alle geografische grenzen. Hoe zat dat dan: deed het er niet toe uit welk land en uit welke cultuur je kwam, als je maar dezelfde godsdienst beleed? Was religie de lijm die alle relaties koste wat het koste bij elkaar hield? Zoals in ons katholiek Vlaanderen?’

Wat Mazzel tov extra aantrekkelijk maakt is dat de schrijfster er moeiteloos in slaagt levensechte personages neer te zetten.

Zo is er Elzira, de oudste dochter, die aanvankelijk nergens op reageert, maar gaandeweg een hechte vriendin van de vertelster wordt. Zo kwetsbaar Elzira is, zo provocatief is Jakov, haar broer. Een karaktertrek die bijvoorbeeld in volgende dialoog wordt verwoord:

‘Iedereen  wordt min of meer met hetzelfde brein geboren. Maar wij excelleren. Dat kan niemand ontkennen.’

‘Ik schrijf jouw opstellen en maak jouw samenvattingen .’

‘Dat is al een bewijs dat ik slimmer ben dan jij’

Hierna lachen beiden hardop. Het duidt erop dat humor en intelligentie het altijd halen van verontwaardiging en onderwerping. Het is een van de talloze bedenkingen die aan bod komen, net zoals veel andere vragen. Hoe kijken we naar de anderen? Wat weten we van hun denk-en leefwereld?  Wat houdt identiteit in? Hoe gaan we met het begrip diversiteit om? Het zijn stuk voor stuk vragen die de lezer tot genuanceerd denken aansporen en hem er tegelijk van bewust maken hoe complex de mensenwereld uiteindelijk is.

 Mazzel tov is hoe dan ook, na vier romans en twee interviewboeken, een onmisbare schakel in het oeuvre van Margot Vanderstraeten.