Klavertjevier op -2

PrintPrintemailemail
( Parkeergarages ontwerpen en onderhouden, een vak apart ) margot vanderstraeten, foto's herman ricour
Nergens parkeerplaats in de stad? Onzin. Overal zijn parkeerplaatsen in overvloed, maar je moet er wel voor in de beugel tasten. En hoewel dat in misdaadfilms weleens anders is, zijn de parkeergarages meestal veiliger en schoner dan de straat. Alleen vindt niet iedereen zijn wagen en/of zijn vrouw terug.

Het zit de autorijdende mens in het bloed. Hij moet en zal een gratis parkeerplek vinden. Soms is dat een parkeerplaats die de keuze openlaat: betalen of niet betalen, op het gevaar af dat later een bekeuring onder de ruitenwisser zit. Ondanks de drukte in de steden kiezen blijkbaar alleen zakenmensen en dames met duur geföhnde kapsels en zonder paraplu meteen voor een overdekte betaalparking. Zij zijn de enige automobilisten die geen heil zien in het eindeloos en dikwijls zinloos toertjes maken door de omliggende straten. Voor hen is tijdwinst en minder ergernis beslist 1,75 à 2 euro (70 tot 80 frank) per uur waard.

Het is niet eenvoudig om mensen de weg naar openbare betaalparkeerplaatsen te wijzen, bevestigt Pierre Fournier. Hij is directeur exploitatie van de internationale Groep Interparking, die in België zo'n zestig publieke parkeerterreinen (35.844 plaatsen) beheert, en daarmee in dit land marktleider is. ,,In bijna elke stad vind je een parkeergeleidingssysteem. Dat gecentraliseerde systeem geeft al als je de stad binnenrijdt, aan hoeveel plaatsen er vrij zijn, en welke route je daarvoor kunt volgen. Maar lang niet iedereen laat zich automatisch door die oplichtende cijfers leiden. Heel veel mensen gaan eerst toch zelf op zoek. Om dan een halfuur later bij ons binnen te rijden, moe van het toeren en het turen, van de drukte, van het bumperrijden.

Een auto is een vervoermiddel. Je hebt een wagen om van A naar B te rijden. En dan nog het liefst van deur A naar deur B. Want dat is opmerkelijk: als de parkeerplaats niet binnen de vier- à vijfhonderd meter van de plek van bestemming ligt, dan is de kans groot dat de automobilist verder rijdt. Altijd maar op zoek naar een plekje nog dichterbij. Neem onze parkeerplaatsen in de buurt van de Brusselse Louizalaan. Op zaterdagen heb je hier uiteraard veel shoppers, kortparkeerders zoals wij die noemen. Ze blijven twee, drie, hooguit vier uur staan, in tegenstelling tot langparkeerders -- dat zijn vooral zakenmensen die tijdens de week hun wagen voor een hele dag achterlaten, omdat ze in de buurt werken en hun bedrijf met ons een contract afgesloten heeft. Wie in de Louizalaan gaat winkelen, zal -- als er op straat geen plekje meer vrij is -- altijd proberen zijn auto in onze garage aan de Louizalaan kwijt te geraken. Die raakt dus snel vol. Maar vrijwel niemand rijdt rechtstreeks naar het Poelaertplein, terwijl dat ook vlakbij ligt en er daar vaak nog honderden vrije plaatsen zijn.

Het is een van onze belangrijkste taken: de mensen doorverwijzen en de omliggende parkeerterreinen onder de aandacht te brengen. Met kortingsbonnen bijvoorbeeld, of door samen te werken met winkeliers en handelaars. Want het succes van een parkeergarage hangt voor een groot deel af van de wisselwerking met de omgeving. Of dat nu een winkel- of uitgaansbuurt is, een zaken- of een theatercentrum. Maar aan de aard van het beestje valt weinig te veranderen: van en naar hun auto willen de mensen niet wandelen, terwijl ze wel een halve dag langs de etalages slenteren.''

,,Dat klopt'', zegt Ronny Lamoen, districtmanager van de zeventien Antwerpse parkeerterreinen. ,,De mens is een lui en verwend dier. En eigenlijk kun je het hem ook niet kwalijk nemen. Weet je, toen wij een halfjaar geleden onze Parking Hopland openden, hebben we riksja's ingeschakeld om de mensen van Hopland naar de Meir te brengen. Te voet doe je hooguit vijf minuten over die wandeling. Maar vijf minuten is voor velen nét te lang. Stoppen voor de deur van de bakker, dat is wat iedereen eigenlijk wil.

Toch zie ik de laatste jaren een kleine kentering, die met het veiligheidsgevoel te maken heeft. 's Avonds kiezen mensen meer en meer voor goede, schone en veilige parkeerplaatsen. De verlichting, het videocamerasysteem en de aanwezigheid van een controleur stellen hen gerust. Het aantal autodiefstallen in goed beheerde parkings is overigens gering. Boeven weten perfect dat ze, als ze op straat een autoruit inslaan, minder kans maken om gesnapt te worden dan als ze dat op een van onze parkeerterreinen doen. Onze digitale videobeelden gaan tot drie maanden terug, en jazeker, als de politie om die beelden vraagt, dan werken wij mee. Niet dat er vaak iets gebeurt, maar dat geloven veel mensen nog altijd niet. Ze denken zoals mijn moeder: die durft nog altijd geen ondergrondse parking binnen te rijden. In sommige landen wordt overigens op die angst ingespeeld. In Duitsland heb je parkeergarages waar bepaalde verdiepingen uitsluitend aan vrouwelijke chauffeurs zijn voorbehouden. Maar ook hier valt het me altijd op: vrouwen verkiezen bovengronds parkeren boven ondergronds. Het daglicht straalt veiligheid uit. Maar dat doet de sterke verlichting op de ondergrondse verdiepingen natuurlijk ook. Sommige mensen hebben echt te veel naar tv gekeken. Ze zijn ervan overtuigd dat achter elke pilaar een verkrachter schuilt, of een maffioso met een koffer vol cocaïne die hij op -2 inruilt voor een gijzelaar. Daar is natuurlijk niets van aan. Op -2 vind je alleen maar klavertjevieren (elke verdieping heeft een icoontje dat haar onderscheidt van de andere), en die brengen geluk. Zeker als je weet dat de stad Antwerpen binnenkort veertig extra hulpagenten inzet, en dat die vooral parkeerboetes zullen uitschrijven.''

Het kantoor van parkingexploitatiedirecteur Pierre Fournier ligt op de eerste verdieping van de Brusselse Parking 58, in de Bisschopstraat, recht tegenover de Philipstoren. Parking 58 was een van de eerste bovengrondse parkeergarages van Brussel. Hij werd in 1958 gebouwd, en hij bood onderdak aan de eerste auto's die door Brussel reden, al dan niet om de wereldtentoonstelling te bezoeken.

Pierre Fournier: ,,Je kunt een parking van vijfenveertig jaar geleden niet meer vergelijken met een nieuwe. Bovengrondse torens als deze vind je nog nauwelijks. Denk ook niet dat deze toren er in 1958 net zo uitzag. Helemaal niet. Aan de basisconstructie is niet veel veranderd, maar alles daaromheen heeft met de jaren niet stilgestaan. Kijk naar de kleuren. Vroeger waren parkeergarages vaak betonnen oorden, grijs en zwart, donker en grauw. Wij hebben geleerd dat wit een positieve invloed heeft op bezoekers. Het licht dat van de witte plafonds en de witte muren afstraalt, geeft de mensen een veilig gevoel. Luister naar de muziek. Muziek werkt op het gemoed van de bezoekers, het maakt hen rustig. Zolang er geen hardcore gespeeld wordt, natuurlijk. Want veel van onze controleurs en beheerders zijn jonge gasten, en hun muzikale smaak wil weleens verschillen van die van de gemiddelde bezoeker. Daarom leggen onze districtmanagers hun oor in alle parkeergarages te luisteren, en nu en dan sturen ze bij. In de parking Deux Portes in Brussel loopt op dit moment een experiment. In de cd-speler zitten schijfjes new-agemuziek, en naar verluidt reageren de mensen daar heel gunstig op.''

Ronny Lamoen: ,,De muziek die je hier hoort, moet altijd een beetje vrolijk zijn. Opgewekt en helder, rustgevend. Helmut Lotti door de luidsprekers, dat is succes gegarandeerd. Ik herinner me nog een avond dat Lotti in de cd-speler zat, en dat er plots een luide, mooie sopraanstem vanuit -3 weerklonk. Het was een operazangeres die haar wagen kwam ophalen; haar stemgeluid reikte tot het gelijkvloers, en wellicht nog hoger.''

Boven de ingang van de gloednieuwe parkeergarage Lombardia in Antwerpen zit een gat in de muur. In Parking 58 ligt een geknakt plastic paaltje. Bij een van de betaalautomaten staan twee Nederlanders met Belgisch briefgeld te zwaaien. De automaat aanvaardt alleen munten, Proton en kredietkaarten.

De Keyser en Parking Roosevelt, allebei in Antwerpen, liggen op amper twintig meter van elkaar. Dat lijkt handig, maar het is het niet als je in de verkeerde -- identiek lijkende -- parking naar je auto op zoek bent. Hoewel parkings meer en meer aandacht en geld besteden aan goede signalisatie en eenvoudige betaalsystemen, loopt er nu en dan iets mis.

Pierre Fournier: ,,Je moet er maar eens goed op letten: in alle parkeergarages is de signalisatie de laatste jaren enorm verbeterd. En met signalisatie bedoel ik alles wat met de weg wijzen te maken heeft. Van verbodsborden voor voetgangers tot plaatsen voor gehandicapten, nooduitgangen, en natuurlijk ook de iconen die aangeven op welke verdieping je zit.

Elk icoon is in een andere kleur geschilderd. Ook dat moet de herkenbaarheid een handje helpen. Eenvoud, gemak en veiligheid, dat is wat de klant wil. En dat proberen we te bieden. Ook met de betaalautomaten. Je kunt bijna overal met alle betaalsystemen betalen. Daarmee spelen we in op de komst van de euro: overal staan extra apparaten voor kredietkaarten. Het gebruik van die kaarten neemt nu al elke maand toe, en die tendens zal zich vanaf januari nog sterker doorzetten. Maar er is meer. Neem Front Park op de luchthaven in Zaventem (10.000 plaatsen). Voor de signalisatie van dat parkeerterrein hebben wij een internationale prijs gekregen. Boven elk parkeervlak hangt een zogenaamd stoplicht. Dat staat op groen als de plaats nog vrij is, en op rood als er een auto staat. Je hoeft dus niet langer vruchteloos rijen af te schuimen. Een blik op het plafond volstaat.

De verlichting is nog zo'n onderdeel dat voortdurend verbeterd wordt. Vroeger had je heel vaak één rij neonlampen tussen twee rijen wagens. Tegenwoordig hangt er een licht boven elke wagen. Idem voor de trapkokers. De donkere, duistere traphallen zullen geleidelijk tot het verleden behoren. Het liefst van al zouden we de traphallen overal in glazen wanden willen zien. Glas biedt openheid, en dat sust de angst. Maar je moet weten dat wij niet altijd eigenaar zijn van de parkings uit onze beheerportefeuille. Van sommige doen we alleen het beheer, andere hebben we opgekocht om zelf te beheren, en nog andere beheren of bezitten we niet alleen, maar hebben we ook zelf ontworpen. Jazeker, de parkeergarages die we zelf hebben ontworpen, zijn de beste. De mooiste voorbeelden van hoe het moet. Logisch: we hebben meer dan een halve eeuw knowhow. Want niet elke bouwheer of architect vindt een parking een vak apart. Het gaat ze vaak in de eerste plaats om de bovengrond: als de kantoren erboven maar verkocht geraken. Zelfs over de functie van de parking -- privé of openbaar -- wordt soms niet van tevoren nagedacht. Zo komt het dus dat sommige nieuwe ondergrondse parkeergarages volgestouwd staan met pilaren, die het manoeuvreren er alleen maar moeilijker op maken. Of de in- en uitrit liggen niet alleen onhandig, maar ook gevaarlijk dicht bij elkaar. Of de rijbanen tussen de geparkeerde auto's zijn te smal. Gelukkig eist elke stad en gemeente een exploitatievergunning, die de nodige veiligheidsgaranties vereist.

Op ruimtelijk vlak is de laatste jaren veel veranderd. Vroeger was een parkeerruimte doorgaans 2,2 meter breed en 5 meter lang. Nu streven we naar een breedte van 2,5 meter. Mensen moeten comfortabel in en uit kunnen stappen, zonder hun jas vies te maken aan de wagen ernaast. Dat elk parkeervlak 5 meter lang is, lijkt misschien niet altijd logisch, maar het is wel praktisch. Natuurlijk heeft een Twingo minder plaats nodig dan een Jaguar. En natuurlijk zouden we ruimte kunnen winnen als we de lengte van de vlakken op een aantal verdiepingen zouden beperken tot 4 meter. Alleen is dat praktisch niet haalbaar. We kunnen niet voor de ene auto 'vol' zijn, en voor de andere niet. Met Smart hebben we wel een actie opgezet: we hebben kleine, dode ruimtes omgetoverd tot handige parkeerplaatsen.

Mensen kennen de maat van hun auto overigens niet. Nog altijd zijn er automobilisten die met het dak van hun wagen tegen de metalen stang bij de ingang rijden, en dan nog niet doorhebben wat er precies verkeerd gelopen is. Terwijl toch overal duidelijk de maximale hoogte staat aangegeven.''

Ronny Lamoen: ,,Fietsen op het dak van de wagen, dat is om problemen vragen. Want heel veel mensen vergeten die tweewielers op hun dak en ze rijden op hun dooie gemak de parkeergarage binnen. Tot ze een klap horen. Dat gat boven de ingang van Parking Lombardia is daar een recent spoor van. En je signalisatie mag dan wel bijna perfect zijn, als de bestuurder of zijn medepassagier niet uitkijkt op welke verdieping hij zijn wagen achterlaat, dan duurt het zoeken ernaar natuurlijk erg lang. Op onze parkings zijn altijd een controleur en een onderhoudsman aanwezig. Die zorgen ervoor dat de parkeerplaatsen er schoon bijliggen. Want je zou soms achterovervallen van wat mensen hier niet allemaal uitvoeren. Meer dan eens hurken vrouwen of kinderen tussen de auto's neer om te plassen. En moet het gezegd dat er nog altijd automobilisten zijn die een parking de uitverkoren plek vinden om hun auto plus hun asbakken eens leeg te gooien? Maar onze controleurs houden uiteraard een oogje in het zeil.

Weet je wat ook vaak voorkomt? Dat een controleur op zoek moet naar de echtgenotes van automobilisten. Mannen hebben er namelijk een handje van weg om hun vrouw naar de betaalautomaat te sturen, terwijl zij de boodschappen al gaan inladen. 'Ga jij maar betalen, dan haal ik vast de auto.' Het enige probleem is dat de vrouw zich pas na het betalen van het ticket realiseert dat ze niet weet waar de auto geparkeerd staat. Zodat ze dan maar de hele parking gaat afdweilen. Iets wat manlief ook doet, want zonder ticket kan die de parking niet uit. Ik geloof dat onze controleurs een bloemetje verdienen. Want ze hebben al veel echtparen weer samengebracht.''

Inhoud syndiceren