Het lied als eenheid
,,TERVISEKS'', lachen de Esten en ze klinken hun glazen en zetten de halve liter koud bier -- zonder kraag -- aan hun mond. Ze weten het niet, maar in hun vrijwel dagelijkse gewoonte gaat een reeks Estische kenmerken en karaktertrekken schuil.
Om te beginnen is er het bier. Op de geheven glazen prijken doorgaans de letters Saku. Saku is de grootste brouwer van deze meest oostelijke en ook kleinste Baltische staat, die in oppervlakte nog altijd een stuk groter is dan België. Het biermerk is de grootste sponsor van de Saku Suurhal; het aan de rand van de stad gelegen stadion dat op 25 mei door pakweg 600 miljoen ogen bekeken zal worden. In het midden van het stadion loopt een podium als een catwalk tussen het publiek door. Het complex is nagelnieuw en zowel de kleedkamers als de geluids- en verlichtingsinstallaties, én de blauwe, uittrekbare publiekstribunes, zien er piekfijn uit. Dat Sergio en zijn zussen niets te vrezen hebben, blijkt al bij de ingang. Daar hangen de toch wel merkwaardige verbodsborden: ,,revolvers verboden''.
Terviseks. Het is vooral de laatste lettergreep die niet begrijpende buitenstaanders nieuwsgierig naar het groepje drinkende mannen -- soms ook vrouwen -- doen omkijken. Maar met seks heeft terviseks niets te maken. Wel is het de Estse variant voor 'santé'. Het Ests -- dat tot de Fins-Oegrische taalfamilie behoort en alleen in Estland gesproken wordt -- is een taal vol klinkers en met maar liefst veertien naamvallen. Met onze Indo-Europese taal heeft het Ests weinig verwantschap, al word je nu en dan wel aangenaam verrast door een Nederlands woord. Klooster bijvoorbeeld, of kelder. Die Nederlandse en ook Duitse invloed gaat terug naar het middeleeuws Hanzeverbond dat, als voorloper van de Europese Gemeenschap, verschillende handelssteden met elkaar verbond. En dus een link legde tussen Brugge, Rotterdam en Tallinn.
Wie geen Ests spreekt, hoeft geen spraakverwarring te vrezen. Met het Engels kom je in Tallinn al ver. In het oude stadscentrum zijn de straatnamen tweetalig (Ests en Engels) en je kunt geen kroeg, restaurant of museum vinden of men spreekt er de taal van e-commerce. Want ook dat valt op aan deze meest Europese en dus minst Baltische (lees: Slavische) staat: hij is vastbesloten om het e-climat niet aan zich te laten voorbijgaan. Dat merk je aan het grote aantal internetcafés, en aan de biepende alomtegenwoordigheid van Nokia. Bijna 90 procent van de Esten zou toegang hebben tot het Internet; een cijfer dat dit ex-communistisch blok meteen een tweede plaats geeft op het podium van cyberspace; na Taiwan.
AAN kroegen heeft Tallinn evenmin gebrek, tot groot jolijt van de Finse buren. Het graag drinkende Finse volk heeft al jaren geleden ontdekt waar het bier het goedkoopst vloeit en waar de Viru Valge wodka het best smaakt. De Finse hoofdstad ligt nog geen 100 kilometer verderop, aan de andere kant van de Finse Golf. Veer-, helikopterdiensten en luchtvaartmaatschappijen (o.a. Finnair) verzorgen elke dag tientallen overtochten.
Op warme lente- en zomerdagen wordt Raekoja Plats omgedoopt tot één groot openluchtcafé. Ook op 25 mei is het hier feest. Omdat een zitje in de Saku Suurhal voor de meeste Esten onbetaalbaar was, heeft de stad besloten haar steentje bij te dragen. Wie naar Raekoja Plats komt, zal het Eurovisiesongfestival via een groot scherm kunnen volgen. En er zullen allerhande bands optreden.
Over zingen hoef je de Esten trouwens niets te leren. De Esten zijn er trots op dat de Russische troepen zich in 1988 geen blijf meer wisten met die enthousiast zingende menigte die zich dankzij het lied als eenheid manifesteerde. De Singing Revolution was een feit. Al decennialang organiseert Estland grote, traditionele liedjesfestivals. En een gewaarschuwd man is er twee waard: tegen dat koor van meer dan 30.000 stemmen kan zelfs geen Sergio op.
Dit moet je zien
m (Tom-pe-ah) is de naam van de heuvel die het hooggelegen gedeelte van de stad domineert. Met een kinderwagen, rolstoel, fiets, step of auto kun je deze stadswandeling wel vergeten. De middeleeuwse straatjes (Pikk jalg en Lühike jalg, lang en kort been) die voorbij houten en stenen huizen lopen, houden geen rekening met alles wat wielen heeft. De bestrating bestaat uit kasseien; wie hoge hakken draagt of de weg te steil vindt, kan zich optrekken aan de gietijzeren leuning van de smalle, betonnen trap die naast de kasseiweg loopt. Vanop de top van de berg, bij het kasteel van Toompea, heb je een prachtig uitzicht over de stad met haar rode daken, grillige torens en verschillende bouwstijlen. De dikke stadswallen van Tallinn zijn twee kilometer lang en nog authentiek 16de-eeuws. Net zoals de zesentwintig verdedingstorens die van de stad het best bewaakte Noord-Europese bastion maakten. Toeristen wordt aangeraden niet te lang halt te houden voor het adres Lühike jalg 7. Volgens de oude inwoners van Tallinn is dit huis behekst; door een gekruisigde monnik of een zwarte hond met bloeddoorlopen ogen. Al naargelang van de verteller. Het zal wel toeval zijn dat de zetel van het jonge, Estse parlement hier vlakbij ligt.
Tijdens de maanden mei en juni blijft het in deze voormalige, welvarende Hanzestad 900 kilometer ten zuiden van de poolcirkel, trouwens licht tot na middernacht. Helder weer hier is ook echt helder weer. Met een stralende lucht en kleuren die zo mooi zijn dat je er vanzelf opgewekt van wordt.
Slenteren door de steegjes van Vanalinn, het lager gelegen stadsgedeelte, is een zalig tijdverdrijf. Het vergt wel enige verbeeldingskracht om zelfs maar tien jaar terug in de tijd te gaan. Voor de onafhankelijkheid van 1991, bezat Tallinn welgeteld een enkele supermarkt en eindeloos veel rijen wachtende mensen. Vandaag is die situatie omgekeerd. Naast grote winkelcentra tref je, vooral in Vanalinn, talloze kleinschalige projecten aan; restaurants, kunst- en curiosawinkeltjes. De meeste winkeltjes liggen rond Raekoja Plats, dat al in de Middeleeuwen het centrum van Tallinn was.
Omdat Estland meer bomen dan inwoners (1,4 miljoen) telt, kun je pas van een volledig stadsbezoek spreken als je ook urenlang onder de schaduw van een eeuwenoude eik of linde hebt gezeten. Voor een Est zijn bomen heilig. Geen wonder dus de middeleeuwse stadsomwalling van Tallinn aan de buitenzijde omgeven is met parken. Een van de leukste parken van Tallinn doet aan Bokrijk denken; al klinkt de naam een stuk aantrekkelijker en zorgt de baai van Finland voor een aangename bries en een duinenrijk zandstrand. Rocca al Mare, rots aan de zee, heet dit grote, beboste openluchtmuseum waarin eeuwenoude Estse boerderijen en windmolens gereconstrueerd of overgebracht werden. En waar hele families komen picknicken. Of een boek lezen. Tallinn heeft een rijke openbare bibliotheek waarop wij jaloers mogen zijn. In het indrukwekkende gebouw staan 4,5 miljoen boeken; dat zijn drie boeken per inwoner.
Natuurlijk moet je ook een halve dag uittrekken voor een bezoek aan de mooie jachthaven van Pirita, die ongeveer 5 kilometer buiten de stad ligt. En dat Peter de Grote een invloedrijke en cultuurminnende tsaar was, kun je vaststellen in zijn residentie Kadriorg-paleis en het bijbehorende romantische park dat, nogmaals, een ideale picknickplek is.
Eten en drinken
m, kleine kroeg onder de arcades van het stadhuis. De kelners, in middeleeuwse klederdracht, lijken weggelopen uit de cast van Lord of the Rings.
Eeslitall Jazz Club (oude stad, Dunkri 4-6). Dit jazzcafé bevindt zich in een prestigieus uitgaanspand dat onderverdeeld is in verschillende kamers. Elke kamer heeft een eigen sfeer. In the red room wordt live jazz gespeeld. In Adas Bar (hoogste verdieping) is de muziek rustiger en het licht intiemer. Je kunt hier ook lekker lunchen of dineren.
Kloostri Ait (Vene 14, in de oude stad) is de verzamelplek voor bohémiens, wars van yuppies. Je hoort hier vooral folkmuziek.
Glorai Veinikelder (Müürivahe 2, oude stad): ongetwijfeld de beste wijnkelder van de stad. Boven de gevulde kelders liggen twee restaurants met een uitstekende reputatie.
La Bonaparte (Pikk, 45, oude stad): mooi café parisien. De patisserie smaakt verrukkelijk, al moet je daarvoor dezelfde bedragen neertellen als in de lichtstad.
In Kuldse Notsu Korts (Dunkri 8), Maiasmokk (Pikk 16) en Tallinna Eesti Maja (Lauteri 1) schaft de pot typische Estse gerechten, zoals Leib of Kartulid met Kotlet, zwart brood of aardappelen met kotelet. Bloedworst, koolsalade en zuurkool behoren tot de vaste kaart. Je kunt uiteraard ook uitheemse keukens proeven. Laat je neus bepalen welk etablissement je binnentreedt.
Dit maakt de reis af
DE platenboer op de luchthaven van Helsinki etaleert vol trots de volledige collectie van Helmut Lotti. Onze Helmut blijkt in deze contreien erg geliefd. Maar om echt in de sfeer van Estland te komen, kun je best een cd van Arvo Pärt kopen, de Estse, experimentele en hedendaagse componist die tot de absolute wereldtop behoort en in wiens werk een grote fascinatie voor Vlaamse polyfonie en middeleeuwse muziek schuilgaat. Koop voor je vertrekt (op de luchthaven heb ik hem niet gevonden) enkele uitvoeringen; bijvoorbeeld van The Hilliard Ensemble of I Fiamminghi. Neem een walkman-cd-speler mee en luister naar zijn muziek. Die is even deugddoend als een sauna. Want inderdaad: met sauna's zijn Esten al even verwant als de Finnen; ze kunnen niet zonder.
