Bert beklimt de berg
Tekst en foto's Margot Vanderstraeten.
Het begint al goed. We zijn in Zermatt nog maar net uit de trein gestapt of er komt een blonde vrouw op ons af. Ze wordt gevolgd door een man in trainingspak, en een voorzichtig glimlachende dochter. Al vanop afstand zwaait ze eerst naar Bert Anciaux, en dan naar mij. En hoe dichter ze nadert, hoe enthousiaster haar lichaamstaal. ,,Dag Damienne, hoe is't?'', roept ze, ze neemt mijn hand vast, legt een andere hand op mijn schouder. Ik kan nog net mijn hoofd terugtrekken om aan haar gestifte kussen te ontkomen. Mijn verbaasde en beslist ook ongelovige blik, plus mijn bewering dat ik Damienne niet ben, negeert ze. ,,Je moet Damienne zijn. Ik ken Damienne, de vrouw van Anciaux''. Het feit dat Damienne en ik behalve ons geslacht niets gemeen hebben, stimuleert de creativiteit van de dame. ,,Je hebt je haar geverfd, Damienne. 't Staat je goed. Je blijft het zeggen, hé? Dat je Damienne niet bent? Maar we kennen elkaar toch. Echt waar? Ben je echt Damienne niet? Wel, dan ben je Damiennes zus. Bert, dit is Damiennes zus.''
Anciaux bekijkt het schouwspel zoals hij het al duizenden keren heeft bekeken: zonder verbazing of verontwaardiging. Tijdens de twee dagen die we in het zuiden van Zwitserland doorbrengen, stappen meerdere Vlamingen resoluut op hem toe. En allemaal grijpen ze meteen zijn hand. Geen van allen schijnt bij deze schending van de privacy enige gêne te ervaren. ,,Ik vind dat niet erg'', zegt Anciaux. ,,Veel mensen komen iets vriendelijks zeggen. Maar mijn kinderen vinden het verschrikkelijk. Een wandeling aan onze kust is voor hen geen plezier. Omdat ik om de minuut, en zonder overdrijven soms zelfs om de halve minuut, door iemand aangesproken wordt. Als de mensen vriendelijk zijn, vind ik het geen probleem. Helemaal niet zelfs. Maar dreigementen komen natuurlijk ook voor. Ik zal nooit vergeten hoe ons hoogzwangere Damienne op de IJzerbedevaart een stomp in haar buik kreeg. Van Blokkers, jawel. Zulke dingen kruipen in je kleren. En gaan er moeilijk weer uit.''
Hoogtevrees en vliegangst
Zermatt is het laatste en hoogst gelegen dorp van de Mattervallei, in het zuiden van het Zwitserse kanton Wallis. In dit dorp, dat op klimafstand van Italië ligt, steken de Alpentoppen met kop en schouder boven alle andere bergen uit. Nergens anders in Europa liggen zoveel 4000 meter hoge mastodonten bij elkaar. Het is alsof ze Zermatt omsingelen. De driehoekige Matterhorn tornt als een reus van 4478 meter boven de met geraniums opgefleurde chalets van het dorp uit, hij is duidelijk de heerser van het gezelschap. Dat merk je ook als je over het kerkhof in het hart van het dorp dwaalt. Daar gedijt het grafschrift 'gesneuveld tijdens de beklimming van de Matterhorn' jammer genoeg beter dan de nationale bloem, het edelweiss. ,,En heb je dat graf van die jonge gast van 18 gezien?'' vraagt Anciaux. ,,Een Amerikaan.''. De ex-minister heeft een speciale band met begraafplaatsen: op reis bezoekt hij altijd het plaatselijk kerkhof. Bert Anciaux: ,,I prefer to climb staat op het grafschrift van die jongen. Daar begrijp ik nu niets van. Dat iemand te pletter stort, en dat zijn nabestaanden het in hun hoofd halen om zo'n zin op zijn graf te plaatsen.''
Elke dag proberen tientallen bergbeklimmers de Matterhorn te overwinnen. Bepakt en bezakt, met touwen en haken, met pikkels en houwelen, met stokken en in wind- en waterdichte kledij wagen ze hun tocht; eerst naar boven, en dan hopelijk ook weer naar beneden. Ze kiezen één van de grillige routes die over en langs de smalle en vaak gladde graten van de berg leiden. De Matterhorn is alleen aan ervaren klimmers besteed, en op dagen dat het weer ijskoud, niet helder of echt winderig is, blijf je er best weg. Wie, zoals wij, een eerste gletsjerervaring wil opdoen, kiest best voor de weg naar de top van de nabijgelegen Breithorn. Alleen al in vorm ziet deze koepelvormige berg er een stuk aantrekkelijker uit. ,,Net een besneeuwde vrouwenborst'', zegt Bert Anciaux als we in de kabellift naar boven trekken, naar het startpunt, meer dan 3000 meter hoog. Anciaux trekt wit weg telkens de kabellift voorbij een pyloon komt en de cabine als alle meereizende wandelaars, skiërs, snowboarders en klimmers flink heen en weer geschud worden. Bert Anciaux heeft hoogtevrees. En vliegangst. Dat zegt hij niet alleen, dat zie je ook. Hij zweet het uit en ook en vooral zijn maag en darmen roeren zich. ,,Ik heb een spastische darm, en die wil wel eens dichtklappen. Afgelopen week bijvoorbeeld. De wetenschap dat ik Damienne en de kinderen enkele dagen moest achterlaten. Jongens, dat weegt op me. Ik heb ook regelmatig maagzweren, al jaren aan een stuk. Natuurlijk, daar slik ik medicatie voor, en die maag is ook min of meer onder controle. Het zijn mijn darmen die me te parten spelen. De dokter zegt dat ik nog even moet wachten, dat de doorbraak van de juiste medicatie heel nabij is. En neen, ik kijk niet naar beneden. Niet nu. Ik zal het straks wel zien, als ik weer met beide voeten op de grond sta. En je hebt het wellicht opgemerkt: in het vliegtuig kan ik niet eens een krant - zelfs deze niet - lezen. Het enige wat ik doorneem is het blad met de safety instructions. Tijdens het vliegen kan ik me maar opéé n ding concentreren: op overleven. Maar ik geef niet op. Ik blijf de confrontatie aangaan. Ik blijf vliegen. Ik heb benji gesprongen. Ik doe dat allemaal omdat ik erover heen wil. En ik beken: deze bergbeklimming is niet helemaal mijn keuze. Ik bedoel: ik ben maanden geleden op het aanbod ingegaan. Toen het nog niet bergaf met mij ging, en toen Spirit nog een hecht team vormde. De afgelopen weken en dagen heb ik de beklimming van de Breithorn wel honderd keer willen afzeggen, maar goed, de afspraken lagen vast, de vluchten, het klimschema, Want natuurlijk voel ik me nog niet de oude. Dat kan niet na alles wat er gebeurd is.''
,, Dit jaar gaat alles blijkbaar bergaf. Het ontbreekt me aan zelfvertrouwen. Twijfelen hé, altijd dat twijfelen. Aan jezelf, maar ook aan anderen. Ik zal opnieuw in mezelf moeten leren geloven, en ook de mensen weer moeten vertrouwen. Plus, ik moet leren om minder goedgelovig te zijn. Neem de journalisten, die durven soms nogal eens wat te schrijven. Onlangs nog heb ik via een krant vernomen dat ik, om maar een stom voorbeeld te geven, het biljart geen sport schijn te vinden. Een volledige bladzijde had die krant aan die zogenaamde uitspraak van me gewijd. Terwijl ik nooit of nooit beweerd heb dat het biljart geen sport zou zijn. Natuurlijk heb ik naar die krant gebeld. 'Te laat', zeggen ze dan, en 'de verantwoordelijke journalist is niet aanwezig'. Op politiek vlak gebeurt dit uiteraard ook. Ik heb me voorgenomen om de hele horde journalisten voorlopig nog wat op afstand te houden. Want natuurlijk krijg ik talloze interviewaanvragen. Ik wil eerst een boek schrijven. Over de inhoud die ik aan de politiek wil geven. Over mijn ideologie. En als ik ooit nog eens interviews geef, zal ik er een woordvoerder bijhalen. Precies zoals Verhofstadt en Dewael dat doen. En misschien zal ik vragen of ik het artikel kan nalezen voor het verschijnt, net zoals zij dat doen. Dat is wat ik zou moeten doen. Maar het is de aard van het beestje - nog - niet. Of ik dit stuk wil nalezen voor publicatie? Neen, laat maar. Maar je moet me één ding beloven: geen kop in de zin van 'Anciaux haalt de top niet', alstublieft.
Blindelings vertrouwen
Het uitzicht bij de kleine Matterhorn, vanwaar de klimtocht aanvangt, is overrompelend. De zon brandt op het sneeuwdek, de hemel is bijna doorzichtig blauw en de toppen van alle vierduizenders liggen te stralen onder de bewonderende blikken van iedereen die uit de lift stapt. Onder ons hangen wolken, en boven ons roept de pracht van de Liskamm (4527 m), de Castor (4228m), met vlak ernaast, de Pollux (4092m), en ook de Monte Rosa, die haar schoonheid over Italië en Zwitserland verdeelt. En daar, vlak voor ons, glinstert de besneeuwde vrouwenborst, de Breithorn. Zo van dichtbij ziet hij er een stuk minder zacht uit dan van beneden, ruim tweeduizend meter lager.
,,Geen enkele berg en geen enkele gletsjer is zacht'', zegt Jean-Pierre Hollevoet, coördinator van de Vlaamse Bergsport- en Speleologiefederatie, enéé n van de vier gidsen die ons begeleiden. ,,En de Breithorn mag dan wel de gemakkelijkste vierduizender zijn; als straks het weer omslaat en we in een storm of een dichte mist belanden, kan de situatie levensgevaarlijk worden. Op de Breithorn zijn al doden gevallen. Dichte mist kan maken dat sneeuw en horizon volkomen in elkaar opgaan. Je ziet dan niets meer. Als je dan niet aan elkaar vastgebonden bent, of geen degelijke kledij draagt, kan je het vergeten. Een tijd geleden zijn hier, in de mist en bij een harde, ijzige wind, vier Oost-Duitsers bevroren. Reddingsteams kunnen bij noodweer niet uitrukken, en ook de kabelliften blijven dan binnen. Daarom moet je elke berg en elke gletsjer au sérieux nemen. En: je klimt nooit zonder ervaren klimmers in het gezelschap.''
Ook Lus Vandenbossche, voorzitter van de federatie, heeft samen met Anciaux de stijgijzers - een soort rattenval met klauwen die in de sneeuw klieven - over de stevige wandelschoenen gebonden. Behalve door deze twee ervaren Vlaamse klimmers, wordt de ex-minister van Cultuur, Jeugd en Sport op zijn weg naar de top nog bijgestaan door een plaatselijke berggids die hem, in een mengeling van Frans, Duits en Zwitsers, probeert duidelijk maken dat het touw dat hen, met gordels, haken en knopen, aan elkaar verbindt, tijdens de klim altijd gestrekt moet zijn. En dat hij op hen moet vertrouwen. ,,Want'', zo zegt Andreas Fux, gediplomeerd berggids en skileraar, ,,als je je met een touw aan iemand verbindt, verbind je je lot. Sterker nog: je legt het in elkaars handen. Dat is echt zo. Want als jij straks van de dertig centimeter brede berggraat valt of in een gletsjerspleet tuimelt, bestaat de kans dat je me meetrekt. Maak je geen zorgen, ik ken de Breithorn als mijn handpalm. En als er iets verkeerd gaat, heb ik voldoende kennis en ervaring om snel te reageren. Het touw is dus veel meer dan een symbool. Het is een fysieke verbintenis tussen twee of meerdere personen. En die verbintenis, dat moet je beseffen, is zowel geruststellend als onrustwekkend. We kennen elkaar van haar noch pluim en gaan een gigantisch engagement aan.''' Anciaux knikt en zucht. ,,Blindelings vertrouwen, ik zal het proberen. En delegeren, dat is natuurlijk ook niet mijn sterkte kant. Ik ben een controlefreak die alles zelf wil doen. Denk je dat ik straks de ansichtkaarten die ik naar Damienne en mijn kinderen zal sturen, aan de hotelbalie zal afgeven? Neen dus. Ik zal zelf naar de post lopen en de kaarten zelf in de bus stoppen. Mijn koffers laat ik niet naar mijn kamer brengen. Ik draag ze liever zelf. Dan weet ik dat ze juist terecht komen. Ik denk dat ik die trek al van in mijn kindertijd heb. Ik heb altijd voor mezelf moeten zorgen. We hadden wel een groot gezin, maar binnen dat gezin ben ik toch een eenzaat geweest. Een echt en hecht familiegevoel heb ik vroeger nooit gekend. Op mijn tiende zat ik al op internaat. En ik had er een hekel aan, maar ik heb dat thuis nooit verteld. Ik tracht me er altijd in stilte door heen te slaan. En praten, zeggen wat er zich vanbinnen in me afspeelt, dat gaat me niet goed af. Sommigen noemen me zelfs gedeeltelijk autistisch. Ik zwijg, ik slik en ik krijg maagzweren en buikkrampen. Damienne is gelukkig een tegenpool. We zijn twee totaal verschillende mensen. Kijk naar mijn trouwring. Hij is half uit wit, en half uit geel goud gemaakt. Twee verschillende kleuren voor twee verschillende karakters. Het wit en geel loopt in elkaar over, en de cirkel duurt eeuwig.''
,,Ik geloof trouwens sterk in de duurzaamheid van een relatie. Elke intieme relatie is complex, maar wie wil winnen, moet vechten. Een huwelijk, dat is ook werken en vechten. Damienne heeft al honderden redenen gehad om met me te breken. Maar we zijn geen opgevers, we zoeken naar diepere waarden. Met iets nieuws beginnen is veel te gemakkelijk. Mijn ouders zijn gescheiden, een paar jaar voor mijn vader met pensioen ging. Mijn moeder is die scheiding nooit te boven gekomen. Voor sommige pijn bestaan geen medicijnen. Dat ervaar ik zelf ook goed; ik kan veel fysieke pijn verdragen. Mijn darmen, mijn maag: ik ben eraan gewoon. Maar snijd in mijn gevoelens en het gaat door merg en been.''
Het gespannen touw
De Zwitserse berggids, de twee monitoren van de Vlaamse bergsportfederatie en Anciaux schuifelen langzaam door de dichte sneeuw, voetje voor voetje. Ik schuifel er, vastgehaakt aan Grégoire Nicollier, een tweede lokale berggids, achter aan. In het begin wordt er aardig gepraat. De Zwitserse berggids van de groep van vier, Andreas Fux, loopt vooraan en vertelt over het gevaar van de Matterhorn. Zijn stem roept door de koude. Hij vertelt over de klimmers die denken dat ze de berg kunnen overwinnen, over de talloze mensen die menen dat ze een klimtocht zonder begeleider aankunnen, over de tientallen tragische ongevallen per jaar, over de Japanse toeristen die absoluut het rotsgesteente van de Matterhorn en de Mont Blanc moeten hebben aangevoeld voor ze hun Europese tour beëindigen. Over de wonden die in het landschap worden en werden geslagen, omdat zelfs de vierduizenders op een bepaald moment hun limiet hebben bereikt en niet meer mensen noch kabelliften aankunnen. Over het autovrije dorp Zermatt dat ruim 5000 inwoners telt, en tijdens het hoogseizoen tot dertigduizend toeristen moet slikken. Over de terugtrekking van de gletsjers, en over zijn angst dat er binnen vijftig jaar geen gletsjers meer zullen zijn omdat het bevroren waterreservoir (op sommige plaatsen in Wallis zijn de gletsjers tien kilometer lang en is het ijs tot 800 meter diep) geleidelijk aan smelt en wegtrekt. Net als op de Mount Everest.
Fux vindt dat bergen en gletjsers meer aandacht verdienen. En dat het behoud ervan belangrijker is dan de economische exploitatie. De UNO heeft zijn roep gehoord: door 2002 uit te roepen tot het Internationaal Jaar van de Bergen willen de Verenigde Naties het bergpatrimonium een welverdiende ereplaats geven. Plus de bevolking, en ook de politici, duidelijk maken dat ze zorgzaam met bergen moeten omspringen. De beklimming van de 100 Zwitserse bergtoppen (met de gletsjers als de moeilijkste categorie) is een aanvulling op dit thema. Het initiatief wil uiteraard ook de bergsport (wandelen, klimmen, skiën, bergtoppen beklimmen,) een duwtje in de rug geven.
Dat duwtje heeft Bert Anciaux ook nodig. Want naarmate de helling steiler wordt en wij, klimmers, onze regelmatige cadans hebben gevonden, maken de woorden plaats voor stilte, en voor het gekraak van sneeuw onder schuifelende voeten. Er hoeft niets gezegd te worden: het touw vertelt alles. Is het te hard aangespannen of hangt het te los tegen de heupen, dan wordt de cadans automatisch aangepast. De wind is koud, maar de zon is heet en brandt op onze gezichten die kwistig ingesmeerd zijn met zonnecrème, beschermingsfactor 60. De laatste bocht over de gletsjer en richting top is de moeilijkste. Het pad is niet meer dan dertig centimeter breed, net breed genoeg om twee voeten naast elkaar te plaatsen. Links en rechts gaapt de afgrond. De diepe afgrond. De echte afgrond. We zitten boven de wolken, boven de omliggende bergen. Anciaux (ik evenmin) durft niet meer om zich heen te kijken. Er valt geen woord meer. Er is alleen het storende en afleidende geluid van een helikopter die boven ons cirkelt. Het is de Franse televisie, ze maken een reportage van onze groep. Hun centrale figuur is Bert Anciaux, die gemakkelijkheidshalve aangekondigd wordt als Belgische minister van Sport. In een interview met de televisiejournalist hoor ik Anciaux later zeggen dat Vlamingen weten wat vechten en strijden is. Maar hier, op weg naar de top durven alleen de Zwitserse berggidsen en de twee begeleiders van de VBSF naar de helikopter zwaaien; en genieten alleen zij van het wonderlijke uitzicht dat deze hoogte biedt, bijna 4164 meter boven de zeespiegel. Ze moedigen ons aan om ons heen te kijken. Niks van: Bert Anciaux kijkt niet meer om zich heen - ik evenmin. Het enige beeld dat onze geest aankan, is dat van de voeten voor ons. Al de rest, zeker de afgronden links en rechts, doet duizelen. En dat gedurende meer dan twintig lange minuten. Twintig hoge minuten. En dan belanden we, plots, op een plateau van hooguit twintig vierkante meter groot, waarop nog mensen staan en waar iedereen elkaar zoent, naar huis belt (inderdaad!) en foto's neemt. Niet dat die laatste twee handelingen altijd lukken: door de koude temperatuur (op 29 augustus min 10 graden Celsius) kunnen de batterijen van de gsm of de camera het begeven. Eenmaal in het midden van het plateau heft Anciaux langzaam het hoofd. En dan de armen. ,,Kom hier'', zegt hij en trekt Jean-Pierre Hollevoet, de coördinator van de VBSF naar zich toe. ,,Ik moet iemand kunnen vastpakken. Wat is dit fantastisch! Schitterend! Fenomenaal! Was ons Damienne maar hier. Dit wil ik ook een keer met haar doen. Wat had ik het daarnet benauwd. Heb ik daar angsten doorstaan ! En kijk. Zie toch eens. Dat uitzicht. Fabuleus. Oh, jazeker, de Vlaamse Bergsportfederatie heeft er een nieuw lid bij. En weet je wat me nog het meest intrigeert? Daarstraks, beneden, omringd door die vierduizend meter hoge monumenten, besef je pas hoe nietig de mens is. Maar hierboven? Hier op de top? Hier heb ik dus echt het gevoel dat me niets meer kan gebeuren.''
De beklimming van de Breithorn werd georganiseerd door Zwitserland Toerisme. Meer informatie op het nummer 00 800 100 200 30 (gratis) of via info.benlswitzerland.com. Het adres van de website is: www.myswitzerland.com
De Vlaamse Bergsport- en Speleologiefederatie is bereikbaar op het nummer 03/830.35.60, of via infovbsf.be en www.vbsf.be
