Christine Van Broeckhoven, voorbestemd voor de wetenschap
,,Ik ben in 1953 geboren. Een fenomenaal jaar voor de wetenschap, want Watson en Crick ontdekten de dubbele helixstructuur van DNA. Voor wetenschappers was dat een ware revolutie. Plots kreeg men inzicht in de structuur van erfelijke informatie. Ik zeg weleens lachend dat mijn geboortejaar mijn lot heeft bepaald. Christine Van Broeckhoven, voorbestemd voor de wetenschap.
Ik ben een wetenschapper in hart en nieren. Voor mij is het leven een continu leerproces, elke dag begin ik opnieuw aan een ontdekkingsreis. Dat die reis levenslang duurt, hindert me niet. Integendeel. Het maakt mijn project nog boeiender. Wetenschap, dat is altijd maar weer vertrekken vanuit een probleemstelling, kunstgrepen uitvoeren, en een oplossing vinden. Een oplossing die dan weer een nieuwe probleemstelling aandraagt, natuurlijk.
Als basisopleiding heb ik scheikunde gestudeerd. Daarna heb ik me aan de biochemie gewijd, vervolgens aan de moleculaire biologie en uiteindelijk ben ik bij mijn stokpaardje terechtgekomen: de moleculaire genetica. Ik vind het een enorme uitdaging om de erfelijke factoren op te sporen die bij een volwassene aanleiding kunnen geven tot hersenziektes. In België ben ik in de eerste plaats bekend om mijn onderzoek naar Alzheimer-dementie. In het buitenland en vooral in de Verenigde Staten (waar Van Broeckhoven de gerenommeerde Potamkin Prize kreeg) koppelen ze mijn naam en faam ook aan het onderzoek naar manisch-depressieve psychose en andere zenuwziektes bij volwassenen.
Ik vind de werking van de hersenen bijzonder fascinerend. Hersenen maken een mens een mens. Ze zijn onze ziel, dus elke aantasting ervan is een aantasting van wie we zijn. Daarom vind ik dementie het verschrikkelijkste wat een mens kan overkomen. Dementie tast je persoonlijkheid aan, eerst je geheugen, dan je gedrag. Net als je werk erop zit, als je kinderen het huis uit zijn en als je je spaarpotje wilt aanspreken om te gaan genieten, takelt je geest af en ben je niet meer wie je was. Niet voor jezelf, en niet voor je naaste omgeving. Dat is schrijnend en vernederend, voor alle betrokkenen. En nee, van een doorbraak in de medicatie tegen Alzheimer is nog geen sprake. Daarvoor is nog veel onderzoekswerk nodig. We zijn vertrokken, maar nog niet aangekomen, laat me het zo stellen.
Ik geloof heel sterk in de identiteit van een persoon. Je bent je hersenen. Want het zijn de hersenen die reageren op een gemoedstoestand. Het zijn je hersenen die prikkels naar je hart sturen als je verdriet zo groot is dat het pijn doet, daar vanbinnen. Mensen met een groot verdriet hebben soms het gevoel dat er een baksteen op hun hart ligt. Dat ze platgedrukt worden. Dat komt omdat het hart door die sterke emotie minder zuurstof krijgt en meer moeite heeft met pompen. Een puur lichamelijke reactie die als pijn aanvoelt.
In je hersenen zit je hele leven opgestapeld. Alles wat je geleerd hebt, ook op emotioneel vlak. Het zijn de bouwstenen van wie je bent. Uiteraard heeft je persoonlijkheid ook veel met erfelijke factoren te maken. Je erft je temperament. Je karakter wordt dan weer grotendeels bepaald door het sociale milieu, door de context, de maatschappij, de cultuur. Ik heb een goed gevoel voor mensen. Die kennis is niet op intuïtie gestoeld, wel op herkenbaarheid. Ik herken symptomen en patronen. Ik kan zien of iemand emoties heeft beleefd die ik ook heb beleefd.
Een ander geloof dan dat in de mens heb ik overigens niet nodig. Als agnosticus functioneer ik perfect; het is het enige gebied waarin de wetenschap-het-niet-te-weten me niet stoort.''
,,In 1983 ben ik met dit laboratorium voor moleculaire genetica begonnen. Net als mijn geboortejaar was ook 1983 een onvergetelijk jaar -- maar dan door de economische crisis. Er was geen geld en geen werk. En daar stond ik dan, doctor in de wetenschap, gewoon werkloos te zijn. Maar stilzitten kon ik niet. Ik wilde werk, werk, werk.
De Universitaire Instelling Antwerpen, waar ik afgestudeerd was, heeft me uiteindelijk als werkloze in dienst genomen. Na mijn doctoraat heb ik, in het statuut van Bijzonder Tijdelijk Kader, aan het Provinciaal Instituut voor Hygiëne gewerkt. En toen dat statuut verviel, heb ik een tijdje in het onderwijs gestaan. Maar ik wilde graag terug naar het onderzoek. En dus ben ik, als vrijgestelde werkloze, gaan aankloppen bij de universiteit. Ik heb er de basis gelegd voor de moleculaire genetica.
Nu heb ik een onderzoeksteam van een zestigtal medewerkers onder me. En natuurlijk ben ik blij met een carrièreprijs zoals de Honor Award for Women in Science van l'Oréal en Unesco. Het is een erkenning voor wat ik gedaan heb, en een stimulans voor wat ik nog zal doen. Ik vind het ook goed dat uitzonderlijke prestaties van vrouwen in de wetenschap dankzij die internationale prijzen extra gemotiveerd worden. Want als ik terugkijk op mijn loopbaan, dan schrik ik weleens. Dan weet ik niet meer hoe ik het allemaal voor elkaar heb gekregen.
Vergeet niet dat een vrouw in de wetenschap het altijd minder gemakkelijk had, en heeft, dan een man. Zeker als ze, zoals ik, een gezin wil. Een gezin waarin kinderen en partner zich prettig en zelfverzekerd voelen.
In academische kringen waren vrouwen lang taboe. Neem Marie Curie (1867 - 1934). Die werd in 1911, dat is nog geen honderd jaar geleden, nog geweigerd als lid van de Académie française. (Pas in 1979 trad de eerste vrouw tot de Académie française toe.) Ook al had ze toen al de Nobelprijs gewonnen.
Die achterstand van vrouwen in de wetenschap is historisch gegroeid. Vandaag is gelukkig een en ander veranderd. Het gelijkekansenbeleid -- ik ben overigens academisch raadgever van het gelijkekansenbeleid van de UIA -- streeft nobele doeleinden na. Maar tussen theorie en praktijk ... Het heeft geen zin om de ene sekse zonder meer voor te trekken op de andere. Maar het heeft bijvoorbeeld wel zin om, ik zeg maar wat, bestuursvergaderingen niet op woensdagmiddag of 's avonds te houden. Omdat dat gezinsonvriendelijke tijdstippen zijn. En omdat, hoe je het ook draait of keert, de vrouw de spilfiguur van het gezin is. Zij is het die voor een ziek kind zorgt. Zij is het die het huishouden bereddert. Zelfs al werkt haar partner goed mee. Zelfs al zijn er goede afspraken gemaakt.
Dat beschermende, dat verzorgende, dat wordt ook hormonaal bepaald. Alleen mag die biologische verklaring niet inhouden dat wij, als we dat willen, ons niet kunnen ontplooien. Ik ben een absolute voorstander van vrouwvriendelijke initiatieven, op voorwaarde dat ze structureel zijn. Het beleid op mijn departement, waar veel jonge vrouwen met kinderen werken, is aangepast aan het gezinsleven. Een aanpassing houdt geen toegeving in, maar heeft alles met flexibiliteit te maken. Het bedrijfsbeleid moet zo georganiseerd zijn dat vrouwen er zich niet beperkt door voelen. Dat is een bewustwordingsproces dat veel tijd en inspanningen vergt. Van beide seksen.
In heel Europa zijn vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd in de exacte wetenschap. Ik denk dat in ons land amper 1 procent van de gewoon hoogleraren in de exacte wetenschappen vrouw is. Academische bestuurs- en beleidsfuncties worden vrijwel uitsluitend door mannen uitgeoefend. Dat komt omdat die functies verbonden zijn met de graad die je in het universitaire korps bekleedt.
Ik? Ik ben gewoon hoogleraar in de exacte wetenschap. Als vrouw is het zeer uitzonderlijk om dat niveau te bereiken. Er zijn te weinig vrouwelijke gewoon hoogleraren. En zolang die ondervertegenwoordiging voortduurt, blijven de sleutelfuncties in handen van mannen, en zullen de meeste beslissingen -- over benoemingen, budgetten, kandidaturen, onderzoeksgeld -- vanuit een mannelijk denkpatroon genomen worden.
Volgens een Europese richtlijn mag een beleidsorgaan niet langer samengesteld zijn uit meer dan twee derde leden van hetzelfde geslacht. Het gevolg daarvan is dat je als vrouw in alle organen terechtkomt, en dat je overal en altijd datzelfde kleine clubje vrouwelijke collega's tegenkomt. Wat ook weer niet gezond is.
Het wordt hoog tijd dat werkgevers hun beleid op vrouwen afstemmen. Niet dat vrouwen zichzelf niet uitsluiten, dat doen ze ook. Zo valt het me op dat vrouwen vrij gemakkelijk bereid zijn in de schaduw van hun echtgenoot te leven. Ik zie dat bij mijn medewerkers. Vrouwen met een diploma dat hoger is dan dat van hun man, aarzelen niet om een stap terug te zetten. Doen ze dat niet, dan loopt hun relatie misschien op de klippen. Onze maatschappij slaagt er nog niet in over haar stereotiepe denkpatronen heen te stappen. Mannen vinden het vanzelfsprekend dat hun carrière voorgaat. Vrouwen gaan ervan uit dat ze zich over het nestje moeten buigen. Zo heel veel is er sinds Marie Curie dus nog niet veranderd.''
,,Het is jammer, maar veel vrouwen haken af na hun postdoctorale studie, of ze worden assistente. Omdat ze een gezin stichten en er door de zwangerschapsonderbreking en de kinderen geen tijd meer is voor een echte carrière.
Ik heb veel respect voor vrouwen die bewust en volledig uit zichzelf beslissen om thuis te blijven en voor hun kinderen te zorgen. Dat zijn meestal heel aangename mensen, met een hoge tevredenheidsgraad en een grote belangstelling voor wat er om hen heen gebeurt. Maar niet iedereen die in een moederrol terechtgekomen is, voelt zich er levenslang in thuis. En meer dan eens wordt het leven van een vrouw-moeder sociaal geïndoctrineerd. Dat levert frustraties op. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat ik veel kritiek heb gekregen van vrouwen.
Vorig jaar nog, toen ik een sabbatjaar heb genomen en een jaar aan de universiteit van San Diego ben gaan werken. Ik had, als wetenschapper, behoefte aan de professionele en vergevorderde wetenschappelijke kijk van de Amerikanen op mijn vakgebied. Daar, temidden van de top van de wetenschap, kon ik inzicht krijgen in de toekomst van mijn laboratorium. Die frisse kijk had ik nodig om deze KMO optimaal draaiende te houden. Maar dat ik een jaar weg was, betekende ook dat mijn dochters het een jaar zonder de fysieke aanwezigheid van hun moeder moesten stellen.
Meer dan eens heb ik verwijtende vrouwenstemmen gehoord die zeiden: 'Hoe kun je dat nu doen?', 'Hoe kun je nu moeder zijn en je gezin een jaar in de steek laten?' Ik heb niemand in de steek gelaten. Hun vader was er. En met hem en met mijn kinderen was mijn afwezigheid goed afgesproken, en al even goed georganiseerd. Bovendien konden we op een schitterende schoonmoeder rekenen. Een schoonmoeder die me nooit iets kwalijk heeft genomen, integendeel, ze heeft me in mijn onafhankelijk denken zelfs gestimuleerd.
Ik denk dat meer vrouwen zouden willen doen wat ik gedaan heb. Maar tegen de stroom ingaan vergt moeite, en doorzettingsvermogen. Van alle betrokken partijen. Liefde houdt toch in dat je elkaar de vrijheid gunt en de mogelijkheid biedt te worden wie je bent? Niet wie je denkt te moeten zijn. Mijn oudste dochter is 21, mijn jongste 17. Wel, ze hebben misschien geen gemakkelijke, maar wel een goede moeder gehad. Mijn partner en ik hebben hun respect voor anderen proberen mee te geven. Ik denk dat het gelukt is. Onze dochters zijn twee sterke en zelfstandige persoonlijkheden. Als ze me nodig hebben, weten ze me te vinden, waar ik ook ben. En als ze me nodig hebben, ben ik er ook, waar en wanneer dan ook. Kwaliteit, dat is wat telt, niet kwantiteit.''
,,Mijn ouders hebben nooit onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. Hun kinderen moesten studeren; zonen of dochters, dat maakte voor hen totaal geen verschil. We werden gestimuleerd, we gingen naar het theater, maakten culturele reizen, bezochten musea, werden nieuwsgierig gemaakt naar alles en nog wat.
Die drang om te studeren heb ik altijd heel sterk gehad. Het eerste wat mijn grootvader me vroeg als hij me zag, was altijd: 'En, hoe is het rapport?' En als iemand tegen hem zei dat ik een knappe was en daarmee mijn uiterlijk bedoelde, dan steigerde hij. De buitenkant interesseerde hem niet, knap zijn in je hoofd, dát telde.
Ik heb een olifantengeheugen. Ik herinner me niet dat ik ooit ook maar iets belangrijks vergeten ben. Ik denk aan alles waar ik aan moet denken. Sta ik 's morgens op, dan loop ik in mijn hoofd meteen een lijstje af van wat er die dag moet gebeuren. Die strikte organisatie, die is echt eigen aan mij. Dingen opschrijven ben ik pas sinds kort beginnen doen. Niet omdat mijn geheugen het opgeeft, maar wel omdat er te veel vergaderingen, comités en commissies zijn.
Ik hou mijn geheugen trouwens angstvallig in het oog. Dat kan niet anders: het ontrafelen ervan is mijn levenswerk. Tot nog toe functioneert alles nog naar behoren. Drie vierde van de bevolking wordt trouwens nog altijd oud zonder te dementeren. Dat wordt weleens vergeten. Het is niet omdat je oud wordt, dat je ook seniel wordt.
Toch wordt wetenschappelijk onderzoek naar de quality of life in dit land veel te weinig gefinancierd. Het is ongelooflijk dat ons land, dat te maken krijgt met een sterk vergrijzende populatie, geen aparte geldstroom heeft voor onderzoek naar de effecten van die vergrijzing. Op dat vlak benijd ik de wetenschappers in de Verenigde Staten. Die hoeven niet aan onderlinge competitie te doen, ze hoeven niet het ene project na het andere in te dienen om financieringen rond te krijgen. Wetenschappers zijn daar gerespecteerde professionals die via het National Institute for Health levenslang hun missie kunnen volbrengen. Ja, die houding trekt me aan. Net als het land, overigens.''
Prof. dr. Christine Van Broeckhoven won verschillende internationale prijzen, waaronder (als eerste vrouw) de Vijfjaarlijkse Prijs voor Wetenschappelijk Onderzoek en (opnieuw als eerste vrouw) de prestigieuze Amerikaanse Potamkin Prize. Op 23 januari overhandigt professor Christian De Duve, de winnaar van de Nobelprijs voor geneeskunde in 1974, haar de Belgium Honor Award for Women in Science, van l'Oréal en Unesco. Maar de allereerste prijs die Christine Van Broeckhoven won, was van een totaal andere orde. Achttien was ze toen ze, tijdens een wetenschappelijke veertiendaagse in Londen, bij een schoonheidswedstrijd tweede werd.
