Fragment uit "Het geweten van onze strafpleiters"
'Ik zeg dit nu even off the record', besluit Zvonimir Miskovic. 'U hoeft dit niet op te schrijven. Maar u weet net zo goed als ik dat wij hier niet zouden zitten als ik niet de advocaat van Ronald Janssen was. De ene assisenzaak is duidelijk de andere niet. Omdat Janssen boeiend genoeg wordt bevonden, word ik dat blijkbaar ook. Ik neem u dat niet kwalijk, het is een vaststelling. De ochlocratie, een staatsvorm die door de massa wordt gedicteerd, wil drama.'
Onlangs daagde een groot aantal advocaten op die zich kandidaat stellen om pro Deo voor Ronald Janssen te pleiten. Keek u, toch zijn advocaat, daar vreemd van op?
Zvonimir Miskovic: Diezelfde confraters zullen zich niet pro Deo aanbieden voor minder spraakmakende zaken. Het proces van Ronald Janssen zal veel media-aandacht krijgen. Sommige ambitieuze pleiters zien die schijnwerpers als de start van een blitzcarrière. Ik ben niet jong meer. En het is niet mijn ambitie om grote, mediamieke processen binnen te halen. Meer woorden wil ik er niet aan kwijt.
Wat is uw ambitie?
Miskovic: De belangen van mijn cliënten tot het uiterste behartigen. Ik doe veel strafrecht, maar ik voel me geen strafpleiter zoals u die van assisen kent. Behalve in het strafrecht ben ik vooral gespecialiseerd in het internationaal privaat recht. Een discipline die de media niet haalt. Je zou het internationaal privaat recht als een botsing van verschillende rechtstakken en rechtsculturen kunnen omschrijven. Het omhelst onder meer aspecten van het handelsrecht, het burgerlijk recht en het familierecht. Enige tijd geleden maakte een zaak van legal kidnapping ophef. Ik trad op voor twee Italiaanse vaders. Ze woonden en wonen beiden in Italië, en hebben elk een zoon bij dezelfde Vlaamse vrouw uit Limburg. Beide vaders verkregen het hoederecht in Italië. Maar de moeder haalde de kinderen bij hun respectieve vaders vandaan, en bracht ze weer naar België. En omdat in België gerechtsdeurwaarders kinderen niet manu militari mogen meenemen, bleven de twee jongens hier, in ons land. Uiteindelijk zijn de kinderen weer bij hun vaders in Italië terechtgekomen, en België werd - door mijn bijdrage - veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens omdat het niet voldoende bijstand had geleverd in de uitvoering van vonnissen, die bepaalden dat de kinderen bij hun vader zouden wonen. Het was een intense zaak, waarin ik het beste van mezelf heb gegeven en waarin ik het belang van de kinderen geen moment uit het oog heb verloren.
Lees meer in Het geweten van onze strafpleiters.
