27 april 2011

Gepubliceerd op 27/04/2011
PrintPrintemailemail
Welkom
Welkom
Je rijdt richting kust. De lucht is wolkeloos en warm. Het maakt niet uit waar je aanbelandt; je wil dit land in deze prille lente opsnuiven, en dus parkeer je je auto ergens, en dus huur je een fiets en op de fiets trap je verder door het jonge groen en ook door het stof, want tractoren doen de aarde opstuiven, en vrachtwagens en jeeps evenzeer. Je bent aan de Schelde in de Vlaamse Ardennen en je trapt, en je ademt de blauwe regen die in dikke trossen hangt. De magnolia heeft het gros van haar geurige bloemen verloren, maar de mimosa bloeit volop, en de weiden pronken met hun groen tapijt dat doorweven is met paardenbloemen.

Je ziet geen enkel kind pluisbollen blazen, ook al is de lucht
vergeven van het paardenbloemenzaad. Je vindt het romige geel van
boterbloemen nog altijd de mooiste variant van die kleur. De paarden,
ook Brabantse trekpaarden, hebben het naar hun zin.

Je bespeurt de wegwijzer Ename, en je proeft het roodbruin van de
Dubbel op je lippen, en ook denk je aan de abdij waar het bier gebrouwen
wordt, en dus zet je de beuk erin, want je ziet het helemaal zitten:
een kort bezoek aan de abdij, gevolgd door een lang bezoek aan een
caféterras met Ename.

Je fietst. Langs water, bossen, en weiden. Voorbij terrassen. Je
vindt geen abdij en ook geen pater; zelfs niet iemand die daarop lijkt.
Je vraagt de weg aan een vrouw die voorovergebogen in haar tuin staat:
handen in de aarde. Het zweet parelt op haar gezicht dat de zeventig
voorbij is.

De vrouw legt uit dat Ename geen abdij meer heeft alleen een ruïne.
Ze ziet je ontgoocheling. Dat verdragen haar jaren niet. Ze stelt je
vragen en knoopt een gesprek met je aan. Daarna wenkt ze dat de Ename
koel staat. Terwijl ze het poortje van haar voortuin opent, beslist ze
dat je na dat fietsen zeker minimaal één tomate crevettes lust.

Delen Delen

Inhoud syndiceren