Jacques Delors
Jacques Delors was en is, ook met zijn 85 jaar, Mister Europe. Hij kan
er dus volop over vertellen. Alleen over de Europese houding tegenover
de ontwikkelingen in de Arabische wereld, een delicate kwestie, wilde
hij liever geen vragen beantwoorden, zei Delors bij het begin van het
interview.
Het is onmogelijk om de rijk gevulde, nog steeds levendige
professionele carrière van de Franse sociaaldemocraat in enkele
sleutelwoorden weer te geven. Maar onder zijn invloedrijke
voorzitterschap (van 1985 tot 1995) kwam bijvoorbeeld het Verdrag van
Maastricht tot stand. In dit Verdrag (1992) werd onder meer vastgelegd
dat de toenmalige lidstaten van de Europese Gemeenschap voortaan de
Europese Unie zouden vormen. Ook was het Delors die de weg vrijmaakte
voor een Economische en Monetaire Unie (EMU), en dus voor de
gemeenschappelijke euro. Hij nam de initiatieven om de vrije Europese
markt tot leven te wekken; zonder binnengrenzen en met vrij verkeer van
personen, kapitaal, goederen en diensten.
Zijn legislaturen kenmerkten zich door tamelijk gunstige economische
en geestelijke getijden. Europa, de Europese Unie, werd tussen 1985 en
1995 met vooruitgang geassocieerd; zelfs al kwam die vooruitgang niet
altijd probleemloos tot stand. Delors en de Europese Unie konden rekenen
op steun van politiek, burgers en bedrijfsleven. Slechts een enkeling
die twijfelde aan de eensgezindheid om bijvoorbeeld, hand in hand, de
concurrentie van Japanse en Amerikaanse producten tegen te gaan.
Ook de wereldgeschiedenis stond aan de zijde van Mister Europe:
Delors eveneens veelvuldig voormalig minister van Economie en Financiën
van Frankrijk - zat de Europese Commissie voor toen de Berlijnse Muur
viel. "Natuurlijk hadden de omwentelingen van 1989 tot grote conflicten
en een zorgwekkende, misschien zelfs bloedige instabiliteit in Europa
kunnen leiden", zegt Delors. De wereldleiders van dat moment hebben
ervoor gezorgd dat dit niet gebeurde. Het is dankzij Gorbatsjov, Bush
senior, Helmut Kohl en Lothar de Mazière, de laatste leider van de
toenmalige DDR, dat Oost en West dichter bij elkaar zijn gekomen. En de
leiders van de lidstaten van de EU begrepen eveneens snel dat de
Oost-Duitsers tot Europa behoorden.
"Ik heb als voorzitter en als man met een groot
verantwoordelijkheidsgevoel uiteraard getwijfeld aan het succes van die
integratie. De economische verschillen tussen Oost en West-Duitsland ze
spraken over de Ossies en de Wessies waren enorm. West-Duitsland heeft
in 1990 minstens 4 procent van het bnp geïnvesteerd in het Oosten, dat
economisch en infrastructureel een pure verschrikking was en waar ook
vandaag nog veel werk aan de winkel is om de achterstand in te halen.
"De financiële crisis waarmee de EU vandaag kampt, doet misschien, op
erg vereenvoudigde wijze, aan de hereniging van Duitsland denken, ja.
De budgettaire instabiliteit, de grote verschillen tussen de
verschillende landen van de Unie... Toch wil ik die zaken in geen geval
met elkaar vergelijken.
"Als de term integratie wordt gebruikt, denkt men al te vaak aan
integratie van verschillende volkeren en culturen. Maar de grote en
hoogdringende opdracht van de Europese Unie bestaat erin om al haar
economieën beter op elkaar af te stemmen en te laten samenwerken. Dat is
bijzonder moeilijk, zoals de afgelopen jaren en ook nu nog gebleken is.
De crisis heeft de zwakke punten van ons beleid, of het gebrek aan
beleid, blootgelegd. Het is tijd voor actie nu. En die actie mag niet
opgedrongen worden door Frankrijk of Duitsland. Regeringsleiders vormen
niet de pijler van de EU, hoewel het daar nu vaak op lijkt. De Commissie
en het Parlement doen dat."
'It's the economy, stupid'. Met die slagzin kruidde Bill Clinton
destijds zijn presidentscampagne. Hij refereerde aan Bush senior, die
hij verantwoordelijk achtte voor de recessie die de Verenigde Staten
trof. U bent een van de grootste economen van Europa. Denkt u dat alle
bewegingen van liefde tot oorlog in de wereld vallen terug te schroeven
op economie?
"Oh, in de wereld draait veel om economie. De klimaatontwikkelingen,
het energie-en veiligheidsbeleid, de migratiebewegingen... Ik kan me
niet voorstellen dat er iemand nog een land of een regering kan leiden,
op welk niveau ook, zonder een degelijke basiskennis van de economie. En
toch zul je mij niet horen zeggen dat alles op economie valt terug te
schroeven. De wereld wordt gelukkig ook gedreven door menselijke
passies. De zucht naar vrijheid is een gegronde reden om een land te
ontvluchten. Je moet de hartstochten van de mens nooit onderschatten.
Daaruit wordt veel geboren.
"In verband met de Duitse economie wil ik toch dit nog zeggen: de
hele Duitse bevolking heeft zware inspanningen geleverd om van de
integratie van het oostelijke deel de ultieme prioriteit te maken. Wel,
Duitsland is, zelfs met die enorme investeringen en inspanningen en
ondanks de financiële crisis, tot op vandaag een van de grootste
economieën ter wereld. Dat is een buitengewone prestatie en die
verklaart voor een deel plus het electoraat dat daarmee gepaard gaat de
harde aanpak van Merkel ten aanzien van landen die hun economie laten
slabakken. Maar nogmaals: twee sterke landen, Frankrijk en Duitsland in
dit geval, kunnen nooit hun model opleggen aan de andere. Dat is niet
werkbaar. Een geslaagde samenwerking is veel ingewikkelder dan dat. Je
kunt volkeren niet aanpassen aan regels. Je moet de regels afstemmen op
de volkeren."
Vele burgers hebben de indruk dat de Europese integratie is mislukt.
Of ze willen niets van Europa weten, wat een variant van mislukking is.
"Burgers koesteren inderdaad een achterdocht ten opzichte van de
Europese integratie. Volgens mij wordt deze argwaan door drie factoren
gevoed. Ten eerste: Europa, het Europa van de instellingen, is al van
bij het begin een project dat moeilijk uit te leggen is aan burgers. Leg
maar eens uit dat er, boven de nationale en regionale organen die ze
kennen, ook nog een supranationale macht staat die beslissingen neemt en
wetten stemt, in hun naam en in naam van hun land.
"Deze afstand wordt nog versterkt door de tweede factor, die ik 'de
antipedagogische' stem noem. Bijna alle lidstaten, op België en
Luxemburg na, kloppen zich na elke Europese beslissing graag op de
borst. Als er binnen het Europees Parlement een cruciale wet wordt
gestemd, zegt elke nationale regering zodra ze thuis voor de nationale
camera's staat: 'Kijk eens wat ons land gepresteerd heeft'. Het Europees
Parlement, de hele Europese democratie, wordt in hun betoog zelden of
nooit vernoemd. Hoeveel van de 27 regeringen zouden aan hun burgers
uitleggen dat het niet hun nationale democratie is die de pluimen op de
hoed mag steken, maar de Europese? De nationale regeringsleiders en
staatslieden zijn onvoldoende trots op de Europese democratie. Ze
focussen op zichzelf, op hun eventuele herkiesbaarheid, en op het
eigenbelang. Dat is erg nefast voor de perceptie van Europa, en
bijgevolg ook voor Europa zelf.
"De derde reden of factor hangt samen met de globalisering. De
televisie en de nieuwe media brengen de hele wereld in een mum van tijd
tot vlak bij de burger. Die hoeft voor breaking news niet eens meer in
zijn huiskamer te zitten. Het nieuws komt overal naar je toe, en ook
heel rechtstreeks, zoals bij de aardbeving en tsunami in Japan. Doordat
de burger overstelpt wordt met alle gevaren, van ver en dichtbij, wordt
hij angstig. Hij ervaart die toestand als bedreigend. Het populisme weet
van deze situatie goed te profiteren. Hoe meer globalisering, hoe meer
populisme. De bedreigde burger wil namelijk weer meester worden van zijn
eigen leven. Vandaar ook zijn hang naar nationalisme. Naar een
'bescherm mij', en 'bescherm wat ik heb'. Er is, in deze globaliserende
wereld, niemand die het omgekeerde roept: 'Maak mij flexibel en
dynamisch'. Terwijl in die flexibiliteit en in dat open stellen juist de
enige oplossing ligt."
De burger is bang voor globalisering.
"Ja, en ten onrechte. De globalisering is geen vijand. Dankzij de
globalisering kent de wereld vandaag bijvoorbeeld minder armoede dan 15
jaar geleden. Dat zijn feiten, maar men hoort ze niet graag, men
verkondigt ze ook niet, men maakt van zijn land liever een burcht ter
bescherming tegen de wereld. Dat is misschien een begrijpelijke, maar
geenszins een verstandige houding. Want wie zich op zichzelf
terugplooit, heeft alleen zichzelf. In de huidige nieuwe
wereldconstellatie, waarin we economisch almaar minder voorstellen, ben
je daar niets mee."
U geeft drie factoren die voor de kloof tussen Europa en de burger
zorgen. U noemt daarbij de media niet, terwijl die toch vaak op hun
medeverantwoordelijkheid worden gewezen. Daarstraks zei uw assistente me
nog: de heer Delors wordt altijd door economische journalisten en
Europaspecialisten geïnter- viewd; nooit klopt een allround journalist
zoals u aan. Vindt u dat geen symptoom van de ziekte waaraan Europa
lijdt? U bent voer voor dossiervreters en deskundigen. De mensen die u
en Europa broodnodig hebben om te kunnen voortbestaan, blijven ver weg.
"Ik ga het proces van de media niet maken. Je hebt goede
journalisten, en je hebt er slechte, zoals in elk ander vak en in elke
andere sector. Wat niet wil zeggen dat ik me niet vaak erger. Mijn
ergernis is beslist mateloos als een journaal met een lokaal faits
divers opent, terwijl in Libië en Ivoorkust burgerslachtoffers vallen.
Ook die houding noem ik antipedagogisch, en veroordeel ik.
"De ontwikkelingen in Libië en Ivoorkust, om slechts twee voorbeelden
te noemen, hebben gigantische consequenties voor het Westen. Bovendien
is elke burger ook en vooral een wereldburger. Als er tijdens
burgeroorlogen kinderen worden doodgeschoten, als er vrouwen worden
verkracht en mannen worden gemarteld, dan maakt dat ook ons triest. Ik
wil ook dat het me triest maakt. Ik wil op dat gevoel van
wereldburgerschap aangesproken worden. Het is laakbaar als media
voorbijgaan aan deze gemeenschappelijkheid en als ze denken dat, ik zeg
maar wat, de zwangerschap van een of andere ster belangrijker is.
"Maar er zit waarheid in wat u zegt. Na de Tweede Wereldoorlog
geloofde iedereen in Europa, dat voor dynamisme, vooruitgang en
samenspel stond. Dat enthousiasme, dat ook de burgers sterkte, is
vandaag geheel en al zoek. Europa heeft zich geleidelijk aan van de
mensen verwijderd, en vice versa. De EU, weliswaar onmisbaar en
schitterend, werd een elitair en economisch project dat het contact met
de burgers verloor.
"Nogmaals; het zijn vooral de nationale regeringen die in deze
evolutie schuld treffen. Er bestaat een Europese democratie. De
nationale regeringen moeten haar alleen naar de voorgrond schuiven. Ze
moeten niet zeggen: 'Kijk, ik heb dit bereikt'. Ze moeten zeggen: 'Kijk,
dit hebben we samen bereikt.' Zonder hun gedrevenheid blijft het de EU
aan een ziel ontberen."
Denkt u dat die ziel er weer ingeblazen kan worden?
"Ja, als de Europese lidstaten weer terugkeren naar de traditionele
methode; en dat is de communautaire, die waarin ze met elkaar
verregaande dialogen voeren, en dat een bestuur heeft dat boven de
landen staat. Plooien de lidstaten nog meer op zichzelf terug dan ze nu
al doen, of handhaven ze alleen al maar hun strijd voor het eigenbelang,
dan betekent dit het einde van de Europese Unie. Zo simpel en zo
dramatisch is het. Ofwel blijft de Unie bestaan. Ofwel gaat ze ten
onder.
"Er zijn al tekenen van de ondergang, en die maken me boos en droevig
tegelijk. Want hoe zal het scenario van de Europese Unie eruitzien als
ze voortgaat op de wijze waarop ze bezig is? Het onrustwekkende debacle
van Kopenhagen zal zich herhalen. U weet wel, de klimaattop die de
machtsverschuivingen op pijnlijke wijze blootlegde en waar aan de EU, op
eigen veld nog wel, gewoonweg niet gevraagd werd om de verklaringen van
China, India en de USA te aanvaarden. De EU werd buitenspel gezet, en
kon alleen maar instemmen met overeenkomsten waarvoor ze niet eens had
onderhandeld. Kopenhagen is een even veelzeggend als schrijnend
precedent. Europa heeft alleen betekenis als het samenwerkt en samen
sterk staat. Als we onze krachten niet overtuigend bundelen, zullen we
in de marginaliteit belanden. Brazilië, China en India zijn al niet te
duchten concurrenten, en die landen zijn nog maar juist uit de
startblokken."
U bent pessimistisch.
"Ik pleit voor le pessimisme de la raison et l'optimisme de la
volonté: het pessimisme van de ratio in combinatie met het optimisme van
de wil. Dat is mijn adagium, dat zich ook expliciet verzet tegen het
optimisme als zijnde een vorm van naïviteit. Ik ben zeer rationeel en
analytisch. Daarom werk ik nog. Daarom weiger ik grijs te worden, en
blijf ik op alle mogelijke vlakken volop werken aan een meer federaal
Europa. Juist omdat ik de toestand ernstig inschat, wil ik de wereld met
mijn bijdragen iets minder slecht maken. Elke ochtend weer.
"En in die overtuiging zeg ik: de wereld zal alleen minder slecht
worden als we samen sterk staan en als elk van de 27 lidstaten ervan
overtuigd is dat 2.700 euro die in de gezamenlijke pot gaat en voor het
gezamenlijk doel wordt uitgegeven, meer en beter opbrengt dan 27 keer
100 euro, elk voor zichzelf."
Is het daarom dat u, samen met onder meer Guy Verhofstadt, zetelt in
de Shadow Council, de Schaduwraad die aanstaande dinsdag in Brussel voor
het eerst samenkomt? U geeft een tegenwicht aan de bestaande Raad die u
als onvoldoende federaal beschouwt?
"Guy Verhofstadt is vandaag fervent voorstander van een nog federaler
Europa dan ik. Binnen de Spinelli Group die Verhofstadt oprichtte en
die een onafhankelijke denktank voor Europa is, hebben we een
Schaduwraad in het leven geroepen. (De groep is genoemd naar Altiero
Spinelli, de Italiaanse socialist en federalist die samen met Robert
Schuman, Jean Monnet, Paul Henri Spaak en Alcide De Gasperi aan de wieg
stond van het moderne Europa, MVDS) Aanstaande dinsdag (22 maart, MVDS)
debatteren we voor het eerst. Onze drijfveer is groot: we hopen de
politieke impotentie van Europa een halt toe te roepen. Want als de
Europese leiders deze week niet bewijzen dat ze de onderliggende
economische problemen durven aanpakken, is het te laat. Frankrijk en
Duitsland hadden gelijk toen ze aanstuurden op een sterker en
efficiënter Europees economisch beleid. Maar het is nu aan alle
lidstaten om zich gezamenlijk achter diepgravende relanceprojecten te
scharen. Europa heeft grondige en grote economische hervormingen nodig,
veel meer dan een competitiviteitspact. De echte thema's moeten nu op
tafel worden gegooid."
Wat zijn dan volgens u de grootste problemen waarmee de Europese landen de komende tijd te kampen zullen krijgen?
"Er zijn er talrijke. De concurrentiekracht, de koopkracht, de
demografie, de pensioenen, de migratie, energie, transport,
werkloosheid, sociale zekerheid, belastingen, telecommunicatie, armoede,
onderwijs, research&development... Maar mijn grootste
bekommernis, en dat zal u misschien verbazen, gaat uit naar de jeugd die
we aan hun lot hebben overgelaten. Zij die halverwege met school
gestopt zijn en zonder opleiding, zonder werk en zonder toekomst zitten.
Dat vind ik vreselijk. Ik ken de juiste cijfers van alle Europese
landen niet. Maar wat in Frankrijk gebeurt, vindt evengoed in vele
andere lidstaten plaats. In Frankrijk verlaten elk jaar 120.000
leerlingen de school nog voor ze het diploma middelbaar onderwijs op zak
hebben. En na het eerste jaar hogere studie zijn er ook tienduizenden
die afhaken. De meeste van deze jongeren een gigantische economische
potentie hebben dus geen kennis of zelfvertrouwen om aan hun eigen leven
te bouwen, om het zowel professioneel als privé in handen te nemen en
vorm te geven. Ik verwijt de generatie van mei '68 deze droevige stand
van zaken. Vrije consumptie werd door de geest van '68 als hoogste goed
beschouwd. Alles wat naar collectieve structuur of autoriteit rook,
moest van de baan. Gezinsverbanden. Hiërarchie tussen werkgevers en
werknemers, tussen leerkrachten en studenten, enzovoort.
"In Azië, maar bijvoorbeeld ook in Brazilië, geldt het omgekeerde.
Die jongeren hebben een enorm appetijt om verderop te raken. Ze studeren
zoveel ze kunnen, en zo hard ze kunnen. Hun ambitie om hogerop in de
wereld te geraken is tomeloos. Ook hun ambitie om een bijdrage te
leveren aan een betere maatschappij. De kloof wordt dus alleen nog
groter."
U bent dinsdag in Brussel, waar u meer dan tien jaar heeft gewoond,
en waar u nog steeds vaak komt. Ook België kampt met de strijd tussen
twee economisch ongelijke landsgedeelten, en elk wil de Brusselse koek.
Wat denkt u daarvan, van de Europese hoofdstad liggend in een land dat
met verscheuring wordt bedreigd?
"Op dit moment heerst in België het populisme. Men weigert de andere
te kennen. Ik hoop met heel mijn hart dat België blijft bestaan. En
geloof me, ik ben met die liefde niet alleen, er zijn vele Europeanen
die samen met mij zouden treuren als België in twee delen uit elkaar zou
vallen. Freud sprak over le narcissisme de la petite différence,
waarbij men zich blind staart op de verschillen, en de ander tot die
verschillen reduceert.
"België is een jong land, maar met een grote reputatie. België en
Brussel verdienen waarlijk de rol van zetel van Europa. Belgen zijn een
open en hartelijk volk. Ze hebben ook die trots op hun mooie en
verzorgde huizen; daar kan ik van genieten. In al die jaren dat ik in
Brussel heb gewoond, hebben mijn vrouw en ik met dat karakter mogen
kennismaken. Voor mijn vrouw bleek België een opluchting. Want ook zij
verhuisde naar Brussel, waar ze niemand kende. Wel, dat stelde geen
enkel probleem, want ze werd snel door uw landgenoten omringd.
"Ik ben ook trots op de talrijke eminente geesten die uit België
komen. Paul Henri Spaak, bijvoorbeeld. Maar ook op Alexandre Lamfalussy
en Jean Godeaux, twee referenties binnen het monetaire beleid en de
euro. En de Belgische diplomaten behoren tot de top van de wereld. Om
nog van de restaurants te zwijgen, natuurlijk. Mijn favorieten?
'L'écailler du palais royal' en 'Le pou qui tousse'. Maar dat schrijft u
er toch niet in hé? Dat hoort toch niet in een interview dat over
Europa gaat?"
De nationale regeringsleiders en staatslieden zijn onvoldoende trots
op de Europese democratie. Ze focussen op zichzelf, op hun eventuele
herkiesbaarheid, en op het eigenbelang. Dat is funest voor de perceptie
van Europa, en daarmee ook voor Europa zelf
De bedreigde burger wil weer meester worden van zijn eigen leven.
Vandaar ook zijn hang naar nationalisme. Naar een 'bescherm wat ik heb'.
Er is niemand die het omgekeerde roept: 'Maak mij flexibel en
dynamisch'. Terwijl in die flexibiliteit en in dat openstellen juist de
enige oplossing ligt
