'Samen koffiedrinken, dat is pas intiem'

PrintPrintemailemail
Interview met Michiel Hendryckx
In het nieuwe reisprogramma Het Bourgondisch Complot vaart Michiel Hendryckx van Gent naar Dijon. Onderweg proeft hij van zijn Maria van Dam, van het landschap, de binnenwateren, de geschiedenis, zijn gasten, en de heerlijk gedekte tafels. 'Ben ik blij dat ik geen Nederlander ben.'

Ik ken Michiel Hendryckx al lang. Mijn eerste - en niet enige onvergetelijke - ontmoeting met hem zal intussen zeven jaar oud zijn: we zouden samen een reportage maken over de spoorwegtunnels onder het Kanaal en, via de reserve veiligheidstunnel, te voet van Calais naar Folkestone gaan. Voor ik in zijn auto mocht instappen, moest ik bij hem thuis een kop koffie drinken. Dat gezamenlijke koffiedrinken, zo begreep ik daarna, was het eerste onderdeel van een inwijdingsritueel waaraan 'de ziener' met genoegen meerdere mensen onderwerpt. Het scenario is bijna altijd hetzelfde. Hij streelt zijn zorgvuldig gestreken tafellaken, onderstreept het belang van esthetische details aan tafel, schenkt met zijn verzilverde koffiekan - die eigenlijk 'une chocolatière' is - de kraakwitte kopjes vol, morst niet op de schoteltjes, gaat recht tegenover je zitten, houdt het kopje aan zijn lippen, de pink omhoog, trekt de krant naar zich toe, doet alsof hij leest maar houdt zijn blik, vanachter zijn bril, meer op jou gericht dan op de gedrukte woorden voor hem. Ontsnapt er een katerachtig spingeluid uit zijn keel, dan is alles dik in orde: de waarnemer is verheugd met het beeld dat hij in zijn vizier houdt. Hoor je niets, dan hoef je je nog niet meteen zorgen te maken. Voor de belangrijke momenten des levens neemt deze meester-inwijder die ooit architect wilde worden maar uiteindelijk voor 'het beeld' gekozen heeft, graag de tijd.


Of toch niet. Want als zijn nieuwsgierigheid te groot wordt, neemt zijn ongeduld nog gigantischer proporties aan. Blijven stilstaan is het ergste wat deze persfotograaf kan overkomen. Of er enig verband bestaat tussen deze karaktertrek en zijn wieg die, 53 jaar geleden, naast het almaar stromende water van het kanaal van Adinkerke stond, is vooralsnog niet onderzocht. Hendrycks laat er niet graag gras over groeien. Zeker niet als het vlees dat hij in huis gehaald heeft, vrouwelijk is. En dus past hij de omstandigheden aan zijn behoeften en wensen aan. De trucs die hij in deel twee van zijn inwijdingsritueel hanteert, zijn van een aandoenlijke jongensachtigheid: onschuld, spel en uitdaging gaan in elkaar op.


Zo tovert hij, terwijl je met hem je eerste koffie deelt, zijn strijkplank weleens tevoorschijn, en kan het gebeuren dat hij - gehuld in zijn Damart en besprenkeld met parfum - dan traag, modern en zelfverzekerd zijn hemd begint te strijken. Om dan even later je hulp in te roepen bij het oprollen - fysiek contact, en o wat een lekker parfum - van zijn hemdsmouwen.


Bij mijn inwijding wachtte een ander scenario. Hendryckx' versnellingsmanoeuvre hield in dat ik niet alleen tegenover hem aan tafel zat, maar ook recht in de ogen - nu ja - van een tweede, wel zeer alomtegenwoordig wezen keek. Links van hem, dus rechts van mij, keek ik tegen, of beter gezegd 'in', het kronkelende lichaam van l'Origine du monde. Gustave Courbets schilderij van het opgewonden vrouwenlichaam bewoog als screensaver op het scherm van zijn computer. Om de haverklap lichtten daar, voor mij, om zeven uur 's ochtends, de gezwollen tepel, de witte dijen, de rode schaamlippen en de gapende harige driehoek van Courbets minnares op.


En Michiel Hendryckx? Die las spinnend de krant, hield stijlvol zijn pink in de lucht, stak een sigaar op, en bereidde de volgende onderdelen van de rituele inwijding voor.


In Het Bourgondisch Complot krijg je alle hierboven vermelde ingrediënten, zij het op andere wijze, gul opgediend. De vijfhonderd sluizen waar Hendryckx door moet, stemmen min of meer overeen met het aantal vrouwen dat de 'initiërende ziener' gemiddeld bezingt. De namen van de steden en dorpen waar hij, weliswaar met zijn vrachtschip, door glijdt, klinken minstens even mysterieus als die van alle vrouwen die over zijn lippen rollen. Dat hij tijdens alle afleveringen geen enkele La Paz opsteekt, heeft niets met een voorbeeldfunctie te maken. De bijsluiter heeft hem voorgoed van het roken afgeholpen: roken vermindert de potentie. En vol potentie beleeft hij zijn liefde voor tunnels, sluizen, bruggen, kanalen, kastelen: het ene hoogtepunt volgt het andere op. Om dan nog te zwijgen van de geuren en kleuren waarin Michiel H. zijn verhalen onderdompelt: Gustave Courbet (1819-1877) zou er, zelfs bij het schilderen van l'Origine du monde, beslist het penseel voor hebben neergelegd.


Je bent bijna vijf maanden onderweg geweest. Alleen op de boot, in het gezelschap van een tv-ploeg die uitsluitend uit mannen bestond. Hoe hebben jij en je libido dat overleefd?


"Hoho, maak je geen zorgen. Ik zou je verhalen kunnen vertellen. Maar maar maar toch. Als we al het materiaal dat we gefilmd hebben, ook gebruikt zouden hebben, oei oei. En als er geen vrouwen aan boord waren, dan rolden ze wel over onze lippen. Neem mijn gesprekken met musicoloog en koormeester Paul Van Nevel, die gingen natuurlijk niet alleen over polyfonie. Hmmm. Maar al die pikante momenten blijven, helaas voor jullie, het privilege van de makers. Een televisieprogramma eist nu eenmaal beknoptheid. En duidelijke keuzes.


"Het zal je misschien verbazen, maar ik heb er bewust voor gekozen om met Het Bourgondisch Complot niet de exhibitionistische weg op te gaan. In het programma ligt heel veel van mezelf. Het draait zelfs om mij en om mijn persoonlijke invalshoek, ook al kan ik niet voldoende benadrukken dat we het met een hele, schitterende ploeg gemaakt hebben. Maar dat wil niet zeggen dat ik de kijker meeneem in mijn slaapkamer, of dat hij me onder de douche ziet staan. Het is toch niet door de ander in je privé-vertrekken te lokken dat de intimiteit vergroot. Samen koffiedrinken, dat is pas intiem. Of samen naar een fenomenaal landschap kijken. Of met een solex door het Franse binnenland tuffen. In een van de afleveringen - er komt elke keer een gast op bezoek - doen Rik Torfs en ik dat. En in het begin wil hij niet van een solex weten; hij is bang van dat ding tussen zijn benen. Maar vanaf het moment dat hij toch dat gevoel van vrijheid proeft, vindt hij het fantastisch! Dat zijn toch intieme ervaringen, of niet soms. Of Midas Dekkers, de enige Nederlander die ik aan boord laat. Hij gruwt van computers. Totdat ik op mijn laptop de Encarta Encyclopedia open, hem daarin een hele passage over zichzelf laat lezen, en hij helemaal stil en geïnteresseerd wordt. Met Midas hebben we trouwens een prachtige scène opgenomen. Een scène die zo mooi is dat ze geënsceneerd lijkt. Net op het moment dat Midas aan boord is, zien we een ree in het kanaal spartelen. Het dier is in het water gesukkeld, en kan er niet meer uit. Midas ziet dat. Wil absoluut iets doen, maar weet niet wat. En precies omdat we het dier naderen, raakt het nog meer in paniek, en vindt het in zijn angst de kracht om weer uit het water te springen, recht het bos in. Wonderbaarlijk!


"Weet je, ik reis natuurlijk niet alleen van Gent naar Dijon en ik trek niet alleen sporen door de geschiedenis. Ik reis evengoed door mijn leven, en toon daar fragmenten van. Het is onmogelijk om een goed creatief product te maken zonder daarin delen van jezelf te steken. Maar ik vind wél dat elk persoonlijk ingrediënt universeel genoeg moet zijn opdat anderen er zich in zouden herkennen. Ik geef een voorbeeld. In Parijs krijg ik een ex-lief op bezoek, 'une vraie parisienne'. Sophie Vieille heet ze, ze is nu vooraan in de vijftig, nog altijd knap. Wel: toen ik begin twintig was, heb ik dankzij haar niet alleen Parijs in alle hoeken en kanten leren kennen, maar ook de vrouw. En, misschien nog belangrijker dan dat, ik maakte kennis met mezelf. Als twintiger ging ik gebukt onder een zeer negatief zelfbeeld. Dat vertel ik dan ook. En die bekentenis leg ik niet af omdat ik geen ander nieuws te verkondigen zou hebben, of omdat ik zo trots zou zijn op mijn strubbelingen van weleer. Ik vertel dat omdat ik meen dat die informatie relevant kan zijn. Misschien zitten er wel verwarde twintigers voor het scherm. En misschien zijn die opgelucht als ze zien dat 'dien ouwe vent die zo gelukkig met z'n boot naar Bourgondië sukkelt' vroeger zijn draai ook niet vond."


Je begrijpt toch dat je met die persoonsbeschrijving een prachtige kop voor dit stuk aanreikt.


"(oprecht verontwaardigd) Maar ik zeg dat als grap! Ik voel me gene ouwe vent. En als ik al een ouwe vent zou zijn, dan zeker een die gelukkig is. En hij mag misschien wel wat minder lang rechtop blijven staan dan toen ik zestien was, maar dat geeft niet. Ouder worden is een zegen. En ouder worden heeft zijn voordelen. Als ik mij vandaag goed voel, dat voel ik me 'veel meer goed' dan vroeger. Ik trek me van niemand meer iets aan. Ik hoef me geen imago meer aan te meten. Heb ik zin om straks naar Will Tura te luisteren in plaats van naar de hoger aangeschreven Bach, wel, so what.


"Maar, en dat is een feit, als je naar de tv kijkt, moet je wel vaststellen dat je er nooit oudere mensen bezig ziet. Ik heb al twintig jaar een kuisvrouw hé. Sonja heet ze. Wel, toen Sonja de eerste reeks van Big Brother zag, stond ze elke dag laaiend enthousiast te stofzuigen en te dweilen. Ze vond Big Brother geweldig. Toen begon de tweede reeks. Ik zei: 'Awel Sonja, ge zult wel heel blij zijn'. Maar niets daarvan.


"Sonja had één keer naar de nieuwe reeks gekeken, en de kous was af. Ze wilde geen Big Brother meer zien. 'Er zitten allemaal jonge mensen in. Ik zie m'n eigen niet meer', zei ze. Ik denk dat de VRT en ook andere zenders beter eens naar Sonja zouden luisteren. Al die veertig en meer-plussers willen niet de hele tijd jong volk zien. Ze zien veel liever 'ne vent van 53 die in hun plaats hun droom verwezenlijkt'. Het succes van De bende van Wim is toch ook voor een deel te verklaren door die 'al wat oudere mannen onder elkaar'. Had je drie jonge gasten op een moto gezet, dan was daar een totaal andere, en voor velen veel minder prettige bende uit voortgesproten."


Je reist door de geschiedenis, op zoek naar overblijfselen van een samenzwering. Welk geheime genootschap heb je ontdekt?


"1369: dat is het jaar waarin het allemaal begon. Eén verstandshuwelijk heeft toen onze hele geschiedenis bepaald, en is ook vandaag nog verantwoordelijk voor die mysterieuze samenzwering tussen het Noorden en het Zuiden, voor dat heerlijke feit dat wij eigenlijk Fransen zijn die toevallig Nederlands spreken. Want kijk naar de manier waarop wij eten, waarop wij vrijen. Die ontspannenheid, dat relaxte gevoel. Op de Graslei in Gent zijn ze in het huwelijk getreden; Margareta van Male, dochter van de graaf van Vlaanderen, en de hertog van Bourgondië. En vlakbij de Graslei begin ik de zoektocht naar de gevolgen van die verbintenis.


"Weet je dat het dankzij hen is dat wij zo verschillen van de Nederlanders en, bijvoorbeeld, een glas melk en een broodje kaas zelfs niet als een lunch zouden dúrven te beschouwen. Onze noorderburen denken dat ze, door drie teentjes look bij het eten te voegen, een zuiderse maaltijd maken. Wij gelukkig niet! Wij hebben zuiderse, Bourgondische, trekken. Of ken jij misschien één Vlaming die vrijwillig in Nederland met vakantie zou gaan? Zelfs het verschil tussen zuiderse gul- en noordse gierigheid kan door die ene middeleeuwse verbintenis verklaard worden.


"Toen de hertog van Bourgondië een politiek meningsverschil had met de koning van Parijs, nodigde hij die laatste bij hem uit. In plaats van messen te trekken - de gangbare manier om ruzies te beslechten - werden er spijzen en dranken boven gehaald. Samen eten werd een diplomatieke omgangsvorm. Dat is toch cultuur. Verfijning. Beschaving! Ik houd van gulheid. Niets stemt zo tevreden als het ongeremde gevoel van te willen delen. Dat heeft niets met geld te maken. Je moet je hele wezen delen: gevoelens, enthousiasme, ideeën, hartstocht, je bed. Ik weet nog dat ik, toen ik aan de Gentse Academie lesgaf, aangesproken werd door een collega die me erop wees dat ik tijdens mijn lessen mijn eigen ruiten ingooide. Ik had er geen flauw idee van wat hij bedoelde! Maar gelukkig legde hij het me uit: 'Michiel', zei hij, 'jij geeft je helemaal aan je studenten. Je geeft hen alle tips die je in al die jaren verzameld hebt. Heb je dan niet door dat je je eigen concurrenten aan het creëren bent?' Ik was geshockeerd! Welk groter plezier kent een meester dan dat zijn leerlingen dankzij hem beter worden dan hijzelf?"


Maar intussen heb je de krant wel deeltijds verlaten, en ingeruild voor televisie.


"Geloof het of niet, maar die evolutie is heel organisch verlopen. Nooit of nooit heb ik bij de VRT aan de deur gestaan met de vraag: laat mij een programma maken. Zij kwamen aan mijn deur kloppen. Eerst voor mijn rol van 'de Ziener' in De laatste show. Daarna als fotograaf-commentator voor de documentaires rond Hitler in België. Toen als lid van De bende van Wim. En nu als schipper van de Maria van Dam. Het idee van het programma komt van mij. Toen Canvas mijn uitwerking ervan op drie A4'tjes las, waren ze er meteen over te spreken.


"Maar ik zou niet zonder de krant kunnen. En ik krijg bij De Standaard alle vrijheid. Al moet ik inderdaad toegeven dat de journalistiek vandaag niet meer 'waanzinnig' genoeg is. Men durft geen risico's te nemen. Alles moet in een format gegoten worden. En het is de winst die telt. Dat geldt evenzeer voor televisie, hoor. Dat Het Bourgondisch Complot tegen die stroom ingaat, zal ik niet beweren. Maar we hebben wel heel duidelijk een programma gemaakt met een sterke eigenheid, en dus een sterke authenticiteit.


"Ik heb het gevoel dat er in het bedrijfsleven in het algemeen een soort nijd bestaat ten opzichte van creatieve mensen. Wie niet in het voorgeprogrammeerde hokje past, wordt gediscrimineerd. Terwijl de wereld, zeker ook de bedrijfswereld, een dosis gekheid nodig heeft. Pakweg tien jaar geleden heb ik de toenmalig gedelegeerd bestuurder van de VUM daarover aangesproken. 'Mijnheer Verdeyen', zei ik, 'bij de aanwervingspolitiek van een bedrijf als het uwe, moet u minstens voor 10 procent in waanzin investeren.' Hij keek me aan alsof er een koe in de gang stond.


"Ach, ik heb het nodig om mijn foto's te zien verschijnen. Ik geniet van die aandacht. Ik bén iemand die graag aandacht heeft. Nu nog spreken mensen me aan over De bende van Wim. Ik vind dat niet erg. Ik heb ervoor gekozen om, via het scherm in ieders huiskamer te komen. Wel, dan mogen die mensen ook het gevoel hebben me te kennen. Ik zie dat niet eens als de prijs die ik betaal. Voor mij is het een zoveelste prijs die ik krijg."


Voor Michiel is elke dag een feest?


"Neen, maar ik probeer wel elke dag tot een feest te maken. Ik heb daarbij het geluk dat ik niet veel nodig heb om te kunnen genieten. Ook dat heeft met de Bourgondische inslag van breed leven te maken. Ik versta de kunst om mezelf te verwennen. Vanochtend nog: ik heb mijn bed verfrist en vers gestreken overtrekken opgelegd. Wat een genot!"


Die positieve instelling zul je toch niet alleen aan Margareta van Male en de hertog van Bourgondië te danken hebben?


"Ik ben een eeuwige scout! En o ja, ik besef wel dat het in ons land, waar iemand als Jean-Luc Dehaene hoog opgeeft van zijn scoutverleden, niet zo sexy is om voor die liefde uit te komen. Maar waarom denk je dat ik nog altijd mijn mouwen oprol? Omdat ik altijd paraat sta. Klaar om in te springen. Om mensen te helpen.


"Weet je dat wij als scout opgeroepen werden om elke dag iets goeds te doen. En weet je ook dat ik dag na dag doordrongen was van dat idee om goed te doen? Op dagen dat ik geen goede daad vervuld had, kon ik 's avonds de slaap niet vatten. En maar wakker liggen, en maar woelen, en maar denken hoe ik die nalatigheid de volgende dag goed zou kunnen maken. Daarom dat ik, toen de liturgie van het Latijn naar het Nederlands overschakelde, niet langer naar de mis kon gaan. Verbolgen was ik toen ik begreep welke woorden ik daar al jaren in het Latijn had staan debiteren. 'Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld...' Ik wilde met die schuld niets te maken hebben!


"Scouts vertrekken altijd vanuit het positieve in de mens. Was je bijvoorbeeld ergens bang voor, dan werd die angst spelenderwijs weggehaald. We kregen de ene initiatie na de andere. De leiders namen ons 's nachts mee naar het 'akelige' donkere bos. We gingen in een cirkel zitten. Elk geluidje dat we hoorden, werd geduid. 'Dit is een konijntje dat op een takje trapt', 'dat is een vogel die wegvliegt', 'hoor je de wind?'. Het 'akelige' donkere bos werd een vertrouwde habitat."


Werd de Maria van Dam gaandeweg een vertrouwde habitat? Ik bedoel ook: hoe kan iemand die van beweging houdt verheugd zijn met een schip dat er drie weken over doet om van Gent naar Parijs te varen?


"Toen ik vertrok, dat moet ik bekennen, dacht ik ook: o, wat een verschrikking, nog vijfhonderd sluizen te gaan. En ook de snelheid, of zeg maar traagheid stak me aanvankelijk wat tegen: vijf kilometer per uur. Dat is wandelsnelheid. Maar al na twee dagen, als ik ook mijn hoofd niet meer aan alles en nog wat stoot, is dat gevoel helemaal weg. En als wij na drie weken Parijs binnenvaren roep ik, heel gemeend, uit: 'Zijn wij nu echt al in Parijs?' Dat gevoel had ik. Dat het, ondanks de loomheid die van dat schip uitgaat, snel was gegaan. Ik heb me aan boord geen moment verveeld. Televisie maken is, ook al zie je dat als kijker niet, sowieso hard werken. Maar daarnaast was ik ook schipper hé. Voor we afvoeren, heb ik in de Parijse vaartschool van Monsieur Le Cygne een speciale spoedcursus gevolgd om met een boot langer dan 20 meter - en de Maria van Dam is 25 meter - te leren varen. Het is me goed afgegaan. Sturen is trouwens niet moeilijk: het is het manoeuvreren dat enige vaardigheid vereist. En neen, er is niemand overboord gevallen. Al moet je niet denken dat de Maria van Dam af en toe niet flink heeft mogen puffen. In Parijs, op de Seine, stond er veel stroming. Het water is er ook gevaarlijker dan je zou denken. Maria heeft toen aardig haar best mogen doen om stroomopwaarts te komen. We bunkerden ook in Parijs. Een bunkerschip is een schip dat je van brandstof voorziet. Wel, de man die onze Maria van Dam volgoot, liet weten dat zijn ervaren collega de week voordien was verdronken. De Seine kan woelig zijn, en als je valt als niemand je ziet én als je geen zwemvest draagt, kun je het vergeten. Daarom dat je ons geregeld een zwemvest ziet dragen: de sluiswachters zijn daar ook zeer streng in. Wie geen vest draagt, laten we niet door. En neen, ik heb in die maanden ook nooit een verstekeling ontdekt. Al moet ik zeggen dat Paul Van Nevel echt niet naar huis wilde. Alle gasten wilden trouwens langer blijven."


Maar de andere twee leden van De bende van Wim, Wim Opbrouck en Jean Blaute, die nodig je niet uit?


"Neen. Heel bewust en met pijn in het hart. Maar we wilden de twee programma's heel duidelijk scheiden. Ik heb ze gemist hoor, die gasten. Af en toe komt de sfeer aan boord wel in de buurt van die van De bende van Wim. Als we met Patrick Riguelle en Chris Peeters (beiden van De laatste show band, MV) op de Seine varen en samen muziek maken. Heel mooi. En heel jammer dat Wim en Jean er niet bij waren. Maar er komt een vervolg op De bende van Wim hé. Dus ik zal ook weer met de moto vertrekken. Eerlijk gezegd heb ik toch liever 'een wiel onder mijn gat', en dan zeker als dat van een moto is. Een moto is het ultieme symbool van vrijheid. Je reist met weinig bagage, je kiest of je links of rechts afslaat, je laveert tussen auto's, parkeert haast waar je wilt, geeft plankgas als je daar zin in hebt. Met de Maria van Dam moest ik me, met veel plezier hoor, aan de kanalen houden, aan de aanlegplaatsen,... Ik had ook als het ware mijn eigen huis mee. Van mijn verzilverde koffiekan en mijn strijkplank tot mijn foto's aan de wand. De essentie van reizen is eigenlijk precies het tegenovergestelde: vertrek naar elders en laat dat thuisgevoel achter."


Is de essentie van reizen ook niet het contact met de plaatselijke mensen? Je krijgt bijna alleen Vlamingen op bezoek.


"Natuurlijk hebben we daarover nagedacht. Maar als ik alleen plaatselijke gesprekspartners aan het woord zou laten, zou de voertaal in de uitzendingen overwegend Frans zijn geweest, en dat wilden we niet. En ik weet al wat je nu gaat zeggen. Je gaat zeggen dat de voertaal nu bij momenten een onbegrijpelijk Nederlands is. Dat ik niet duidelijk genoeg articuleer. Ik weet dat ik kritiek op mijn taal en uitspraak zal krijgen. Daarom dat wij, in een van de uitzendingen, op die kritiek al een antwoord hebben ingebouwd. Ik ga het niet verklappen. Maar geestig is het zeker."


Welke herinneringen aan deze reis zullen je altijd bijblijven?


"O. Ik kan er zoveel noemen! Mijn ontmoeting met Jackie, bijvoorbeeld. Een Fransman, jawel! Hij is een zeer mooie, geblokte vent; een van de zestig beroepsvissers die de Loire nog telt. Misschien ook de gelukkigste mens die ik in mijn leven ben tegengekomen. Heerlijk, hoe hij aan de ene kant van zijn boot aan enkele lekkerbekkende 'gendarmes' zijn verse vis verkoopt, en hoe hij aan de andere kant van de boot zijn hennepplantjes teelt. Warme herinneringen houd ik aan hem over. Maar ik denk graag aan iedereen terug. Aan Kamagurka, dat ongeleide projectiel dat eigenlijk de opnames wil sturen maar dat dan toch - we kennen elkaar al minstens 25 jaar - aan mij gehoorzaamt. Zeer schoon. Of het bezoek aan het Musée d'Orsay in Parijs, waar we op dinsdag, sluitingsdag, de originele Origine van Gustave Courbet mogen filmen, maar waar we de opnames minstens veertig keer moeten overdoen omdat er altijd wel ergens een stofzuiger of drilboor weerklinkt. Of het varen zelf.


We gingen niet alleen geografisch naar het zuiden, we gleden ook de seizoenen in. Dat vond ik een echte kick. Hoe verder we trokken, hoe dichterbij de zomer kwam. Parijs binnenvaren, dat was ongelooflijk schoon. Zelfs nu, als ik erover spreek, krijg ik een krop in mijn keel. En dan de Saône, dat brede water waarop de Maria van Dam zich een weg mocht banen. We hadden de hele tijd smalle kanalen afgelegd, en nu lagen we daar in de weidsheid van dat water en kon ik zelfs eens 15 per uur varen. Ongelooflijk! En dan dat toeval: dat we net aanleggen in de buurt Saint-Loup de Varennes - waar de fotografie is uitgevonden - op het moment dat mijn idool, die grote fotograaf, de grootste 'ziener' aller tijden, Henri Cartier-Bresson sterft. Allemaal prachtige verhalen! Ja. (spinnend) De reis, de samenwerking met de ploeg, de speurtocht naar 'het complot': het was hard werken maar het heeft me allemaal zeer veel deugd gedaan. Gaandeweg het programma kun je de gevolgen van dit goede leven ook letterlijk van me aflezen: ik word dikker met de uitzending."


'Het Bourgondisch Complot', nog negen vrijdagen na elkaar om 21.00 uur op Canvas. Op de website www.canvas.be vindt u alle nuttige informatie over deze reis terug. Van routeplanning tot openingstijden van kastelen en musea. Voor 'l'Orgine du Monde' kunt u terecht op de site van het Musée d'Orsay (www.musee-orsay.fr). Minstens even interessant is een bezoek aan www.doctorhugo.org/origin/mov.htm: Internetkunstenaar Doctor Hugo verwezenlijkt hier Michiels ultieme droom.

Inhoud syndiceren