19 januari 2011
De vrouwen spreken zo geanimeerd over de wijze waarop ze het
orgaanvlees tot zo te zien en te horen delicieuze gerechten verwerken,
dat ik vanzelf mijn haastige pas inhoud.
Naar de nationaliteit van de dames, die zonder enige twijfel moeders
en grootmoeders zijn, heb ik het raden. Dat ze alle drie van een andere
kant van de aardbol komen, is dan weer overduidelijk. Ze zien er geheel
anders uit, en maken zich aan elkaar verstaanbaar via gebaren die
gelardeerd zijn met accentrijke flarden Engels, Frans, Duits en
Nederlands.
Het is, stel ik vast, helemaal niet moeilijk om met je handen duidelijk te maken dat je de kookpot moet opschudden.
Een ui in hun gebarentaal: maak van je ene hand een bol, voer met je
andere een snijhandeling uit, en trek vervolgens met een wijsvinger een
streep van tranen van oog over wang.
Kort aanbakken: je houdt een gefingeerde pan vast en zegt ksssst.
Lang laten pruttelen: je draait je pols zoals je die ook draait als
je de knop van het fornuis indrukt, en daarna imiteert je wijsvinger een
dolgedraaide klok.
De vrouwen, die alle drie uit een andere cultuur en traditie komen, lachen hun wangen en oren lopen rood aan.
Ondertussen taxeren ze elkaar verbaasd en nieuwsgierig. Liefdevol, bijna.
Waarschijnlijk hebben ze alle drie meer dan voldoende scherpe en bittere kanten van het leven gezien.
Waarschijnlijk weten ze alle drie dat hun keuken troost kan bieden.
Zeker. Er is afstand, aan dit slagerskraam.
Maar tegelijkertijd borrelt het hier over van de solidariteit.
