Toch geen bompa's zeker!
Het was Jo Crepain die met de klassieke grap aankwam. Dat hij ongelooflijk blij was met de komst van zijn kleinzoon, want dat het jonge ventje veel warmte en geluk in zijn huis en in zijn hart bracht. Hij keek ernaar uit om opa, ja, jopa, te zijn. Maar die andere kant van de medaille, dat was wel even wennen. Want dat hij opa was geworden was leuk. Maar dat dat ook inhield dat zijn echtgenote tot oma, joma, was gepromoveerd, en dat hij dus voortaan met oma het bed zou delen? Hmm. Die confrontatie lag moeilijker.
Ze moeten er nog altijd om lachen. Want inderdaad, ook zij struikelden over het niet uit de lucht gegrepen cliché dat er nog altijd voor zorgt dat grootmoeders en grootvaders in de eerste plaats geassocieerd worden met 'echt' oude mensen. Met mensen die met pensioen zijn, die hun voornaamste en drukste jaren achter de rug hebben en die weer tijd hebben om traagheid in hun leven toe te laten. Grootvaders, waren dat geen oude, wijze mannen die met stramme gewrichten en met de pijp in het gat van hun ontbrekende tanden verhalen vertelden over vroeger, toen er nog niet zoveel auto's reden, toen een studie aan de universiteit nog een maatschappelijke trap was waar velen niet bij konden, toen er nog niet zoveel tv-zenders bestonden maar er altijd wel iets op televisie was? Hadden deze grootvaders niet bij voorkeur sneeuwwit haar? Hoorde hun wandelstok niet even onafscheidelijk bij hun persoon als hun hoed en hun pantoffels? Hielden zij niet zo intens van de stilte dat kleinkinderen die in hun buurt vertoefden in de onhoorbare geluiden de weemoed voelden zinderen en er dus als vanzelfsprekend ook het zwijgen toe deden?
Die grootvaders lijken grotendeels verleden tijd. En ze zijn niet eensluidend vervangen door de grote, alomtegenwoordige, actieve en rijke generatie jonggepensioneerden die in dit Westen is opgestaan. Want sommige grootvaders hebben geen tijd voor Seniorennet, de website voor de actieve vijftigplusser, laat staan dat ze hun iPod willen inruilen voor de stem van Michel Follet op de nakende seniorenradio. De drie jonge opa's die wij hier portretteren, staan symbool voor de jopa's in dit land. Ze zitten in en genieten van de bloei van hun carrière. Ze bevinden zich in het midden van de wereld. En van hun leven.
jean-pierre gabriel
freelance fotograaf lifestyle (50)
Of het interview rond Kerstmis plaats kan vinden, want in die periode is hij thuis. Ervoor niet. Dan zit hij in Cambodja om enkele hoogst originele interieurontwerpen te fotograferen. En na kerst gaat hij eerst naar Italië voor een reportage over truffels, daarna naar Japan om drie unieke tuinen vast te leggen en als alles volgens plan verloopt, vliegt hij van daaruit - dat zou handig zijn - meteen naar de westkust van de Verenigde Staten. "Daar maken ze interessante wijnen, weet u."
"Je zou kunnen denken dat ik niet veel tijd voor mijn kinderen heb. Dat klopt. En toch is het ook niet waar. Want als ik niet op reis ben, werk ik thuis en breng ik veel tijd met hen door, op een intensieve manier. En als ik op reis ben, gaat er geen minuut voorbij of ik houd ze in gedachten. Neem mijn zoon Antoine, die graag schrijnwerkerij zou gaan studeren. Ik hoef, waar ter wereld ik me ook begeef, maar een stronk hout te zien liggen of een kast of een stoel te zien staan, of die jongen vult mijn hart en mijn hoofd. Dat geldt voor hen alle vijf, en dus ook voor Matteo, mijn jongste zoontje dat nog zes jaar moet worden. Het is echt waar, soms, als ik ver weg ben, ruik in hun nabijheid.
"Ik was dan ook compleet verward toen mijn zoon Stanislas drie jaar geleden vader werd. Om niet te zeggen dat ik geshockeerd was en me met de situatie, met de werkelijkheid, totaal geen weg wist. In één keer was ik, kersverse vader, zomaar een nog kersversere grootvader geworden. Ik, die pas aan mijn nieuwe carrière begonnen ben en elke dag het gevoel heb dat ik nog bijleer en dat ik nu pas middenin het echte leven zit. U moet weten dat ik nog geen tien jaar in de fotografie zit. Voor ik besloot om van mijn passies (tuinen, gastronomie, interieurs en fotografie) mijn beroep te maken, had ik een topfunctie als adviseur bij de Parti Socialiste. Nu zit ik in het tijdschriften- en boekenvak, ik werk heel hard, je bosse, maar ik geniet. En wat een prachtige opdrachten heb ik al uitgevoerd en hoeveel interessante personen heb ik al niet ontmoet. Zoveel onvergetelijke tuinen heb ik bezocht, in alle seizoenen, tijdens alle momenten, en dus met alle lichtinvallen, van de dag.
"Heb je het nieuwe kookboek van Le Pain Quotidien trouwens al gezien? Heb ik gemaakt, samen met de stichter van de keten, Alain Caumont. Intussen maak ik elk jaar enkele gespecialiseerde boeken die telkens onder de noemer tuinen, architectuur of gastronomie vallen. Professioneel ben ik op een punt gekomen dat dicht bij mijn ambities ligt: internationaal doorbreken. Die weg heeft veel inspanningen geëist en ik ben er nog niet. Kun je je dus voorstellen dat ik de brug met mijn kleinkind niet kon slaan? Dat ik me in de verste verte geen grootvader voelde? Ook geen tijd had om dat te zijn. Zelfs geen tijd en zin wilde hebben om een 'klassieke' grootvader te zijn.
"Mijn eigen grootvader was zestig toen ik geboren werd. Hij was een typische opa. Iemand die je traag aan zijn gerimpelde hand meenam. Met een rustige stem en zonder haast of spoed in het leven. Ik ben zo niet. Ik wil zo niet zijn. Ik kan zo niet zijn. Misschien ben ik op dat vlak atypisch. Misschien ben ik ook wel een atypische vader. Ik eis niets van mijn kinderen, ik wil dat ze zoveel mogelijk zichzelf proberen te zijn en ik wil in geen geval mijn eigen wensen en verwachtingen op hen projecteren. Eigenlijk is er maar één ding dat ik niet zou toestaan: dat ze fascisten worden. Voor de rest mogen ze alles en zal ik hen begeleiden naar en door de vrijheid waarmee ze zelf zullen moeten opschieten.
"Ik heb niets met een baby. Om een emotionele band met iemand te ontwikkelen, heb ik een grote vorm van communicatie en op zijn minst een begin van ontluikende intellectualiteit nodig. Met mijn kleindochtertje Sarah schiet ik goed op. Ik zie haar graag en zij ziet mij graag; ik ben voor haar ook echt haar grootvader. Mijn kleindochter zit trouwens in hetzelfde kleuterschooltje als mijn zoon, Matteo. Geef toe dat dat niet vanzelfsprekend is. Het mag ook niet vanzelfsprekend zijn: de relatie van een vader met zijn kind verschilt compleet van die van een grootvader met zijn kleinkind. Mijn kinderen zijn het resultaat van een innige liefdesgeschiedenis met mijn vrouw. Op dat vlak heb ik trouwens het gevoel gefaald te hebben. Ik ben vier keer getrouwd geweest, drie van mijn kinderen zijn opgevoed zonder dat ik met hun moeder een min of meer eensluidend 'opvoedkundig' programma had afgesproken. Zij hadden geen gemeenschappelijk bad van normen en waarden waarin ze ondergedompeld werden of zich konden onderdompelen. Het zit me dwars dat wij, ouders, er niet in geslaagd zijn onze ideeën op elkaar af te stemmen, en dus onze kinderen een sterker houvast te geven.
"Elke geboorte was en is een wonder, dat zeker. En nog altijd kan ik er niet bij dat die vrouw die vandaag alleen de kraamkliniek binnenstapt er een paar dagen later met twee naar buiten stapt. Het is magie, dat kan niet anders. Maar die ontroering voor een geboorte houdt niet in dat ik ook een man ben die zich op de borst klopt omdat de stamboom welig tiert en de genen voortgezet worden. Misschien, maar daarover kan ik nog niet oordelen, dat dat verandert vanaf de dag dat mijn dochter van een kind bevalt, áls ze al van plan is om ooit te bevallen. Ik kan me voorstellen dat een kind van je dochter andere emoties teweegbrengt dan een kind dat gebaard is door je schoondochter, maar zeker weten doe ik dat dus niet.
"Ik ben vader. Ik ben grootvader. Ik ben Jean-Pierre Gabriel. En die man loopt over van trots over zijn kinderen. En die man voelt een andere vorm van trots over zijn kleinkinderen. Maar een ding hebben al die relaties gemeen: ik hoop dat mijn kinderen weten, ik weet dat ze dat weten, dat ik, zelfs al ben ik zoveel afwezig, mijn best doe om er te zijn als ze me nodig hebben. Ik bewonder mijn kinderen en ik houd niet op hen dat te zeggen. En natuurlijk wil ik dat mijn bestaan ook in het leven van mijn kleinkinderen een kleine glinstering teweegbrengt. Want zo banaal en zo moeilijk beschouw ik mijn opdracht. Ik zou willen dat ze me met warmte, met een zachte goedheid, met menselijkheid en hartelijkheid associëren. En ja, ook dit. Ik zou willen dat ze van mij een gevoel voor schoonheid en voor kwaliteit meekrijgen."
Mijn kleindochter zit in hetzelfde kleuterschooltje als mijn zoon. Geef toe dat dat niet vanzelfsprekend is
jo crepain
Architect en stedenbouwkundige (55)
'U komt op een cruciaal moment in mijn leven. Ik heb pas een officiële opvolger voor mijn architectenbureau aangesteld. Luc Binst, de jonge en meest talentvolle ontwerper (32 ) met wie ik ooit samen heb gewerkt, zal vanaf nu samen en volwaardig met mij het vernieuwde architectenbureau leiden: Crepain Binst Architecture is op 8 januari welgeteld acht dagen jong. Die opvolger heeft niets met mijn eerste kleinkind te maken, maar alles met de wens en de plannen die ik in 2000 vooropgesteld had: dat ik het tegen 2006 wat rustiger aan wilde gaan doen. Niet rustig in de zin van: nu ga ik het er eens van nemen, maar rustig in die zin dat ik besloten had om vanaf 2006 niet langer zestien uur per dag te werken, maar twaalf uur. Ik hoop dat het me lukt.
"Ik hoop ook dat het me lukt om mijn aandacht en ervaring weer meer op de architectuur en stedenbouw te richten en minder op het management. Ik heb dat ontwerpen nodig. Ik heb ook de moderne kunst nodig. Die inspireert me tot ontwerpen en draagt ingevingen aan. Maar creativiteit gedijt beter als ze daarvoor de geestelijke ruimte krijgt. Ik kijk er dus heel erg naar uit, naar die dagen waarop ik nog maar twaalf uur zal werken en waarop ik hopelijk prachtige zaken tot leven zal kunnen brengen.
"Ik werk graag. En ik ben ook iemand die weinig slaap nodig heeft. Vier tot vijf uur per nacht, dat is voor mij meer dan voldoende. Meestal sta ik rond zes uur, halfzeven op, dan lees ik drie kranten en daarna ga ik aan de slag, tot een uur of één 's nachts, ja.
"En toch: als de kleine Ozzi bij ons logeert, en dat is één keer per week, is het heerlijk om wat langer te blijven liggen. Ozzi is ook vroeg wakker, maar hij maakt er een spel van om, als hij wakker is, naar ons toe te komen en tussen ons in te kruipen. Dat zijn momenten waar ik intens van geniet. Hij is ook zo'n zalig en o zo lief ventje. Iedereen houdt van hem. Ik heb al eens met hem in het vliegtuig gezeten. Hij loopt dan rond, gaat alle stoelen af, en op het einde van de vlucht is hij met iedereen, maar dan ook werkelijk met iedereen bevriend. Die zuivere, onschuldige goedheid, die vind ik ontroerend en die maakt me week.
"En uiteraard is het een onmiskenbare, bijkomende troef dat Ozzi zo'n typische Crepainkop heeft. Als ik een foto van mezelf toen ik een jaar of drie was met hem vergelijk dan volstaat het zelfs niet te zeggen dat de gelijkenissen frappant zijn. Neen: die twee jongetjes met hun weelderige witte krullenbol zijn gewoonweg elkaars identieke spiegelbeeld! Wist je overigens dat Crépain volgens de Franse etymologie krullenbol zou betekenen? En dat er in Frankrijk een plaatsje is dat Crepainville heet, de stad der krullenbollen? Het is dan ook heel plezierig vast te stellen dat de kleine Ozzi, ook al draagt heeft hij jammer genoeg mijn familienaam niet, toch de krullende genen van de Crepains voortzet.
"Maar met wat een trots raak ik vervuld als ik met mijn kleinzoon aan de hand door de stad paradeer! Het liefst van alles ga ik ook alleen met hem wandelen, hij en ik, twee mannen die de straten van Antwerpen verkennen en elkaar vragen stellen. Mensen spreken me dan ook soms aan. En meer dan eens vragen ze hoe het met mijn zoontje gaat, waardoor ik nog trotser word, natuurlijk, en nog rechter ga lopen. Ik zou liegen als ik niet zou zeggen dat het mijn ego ongelooflijk streelt dat sommige mensen waarlijk menen dat dat wonderschone knaapje mijn eigen kind is. Als je 55 bent doet zo'n opmerking, eerlijk waar, meer geheime deugd dan je zou vermoeden.
"Hij is een boezemvriend voor mij, vergeet dat niet. Na mij is hij de tweede man in huis en de aanwezigheid van zo'n piepjonge sparringpartner tussen al dat vrouwengeweld kan ik wel waarderen. Hij houdt er trouwens al heel typische mannensmaken op na. Het is ongelooflijk hoe dat knaapje van nog geen drie jaar oud al in de ban is van auto's. Onvoorstelbaar hoe hij tussen alle auto's al heel duidelijk merken onderscheidt. Bij naam noemt hij ze nog niet. Hij drukt zich origineler uit. Mijn echtgenote heeft een oude Mercedes. Ziet hij een Mercedes rijden, om het even waar, dan is dat 'auto oma'. En zo gaat dat maar verder, 'auto opa', 'auto papa'... Hij kent en herkent de merktekens van auto's al van heel ver. Hij luistert naar hun geluiden. Hij weet wat een Audi, een Mercedes of een Volkswagen is. Zo merkwaardig vind ik dat dat ik me ga afvragen hoe die voorkeur te verklaren is en of het niet in de genen van de mens zit, en misschien zelfs van de man, om een uitgesproken interesse in mechaniek te hebben. Want van de familie heeft hij het niet; niemand van ons heeft een uitgesproken liefde voor auto's.
"Het zou natuurlijk heel mooi zijn als dat oog voor het detail van auto's erop zou wijzen dat hij nu al een duidelijk gevoel voor 'lijnen' en 'ontwerpen' heeft. Want ja: ik ontkom er niet aan. Ik hoop van harte dat Ozzi een clever gastje wordt, dat hij alle kansen krijgt om zich zo volledig mogelijk te ontplooien en dat ik hem daarbij een tikkeltje mag en kan helpen. Door hem zin voor schoonheid bij te brengen. En zin voor rechtvaardigheid. En respect en eerbied voor kwaliteit en creativiteit."
Het liefst van alles ga ik alleen met Ozzi wandelen, hij en ik, twee mannen die de straten van Antwerpen verkennen en elkaar vragen stellen
andre duval Reclamemaker (52)
'Oh, het was een vraagstuk in de familie hoor. Hoe laten we ons door die twee schattige kleinkinderen noemen? Toch geen bomma of bompa zeker, verschrikkelijk! Uiteindelijk is het mammie en pappie geworden. Ik ga nu een huizenhoog cliché uitspreken, maar die eerste keer dat Emma 'pappie' zei, gloeide ik van top tot teen en ik weet niet eens welke gevoelens die warmte vervatten. Veel trots natuurlijk. En liefde. Ontroering. Spijt ook, want ik besefte en besef dat ik deze intensiteit niet met mijn eigen dochters heb beleefd, omdat ik het toen te druk had, nog aan mijn carrière moest beginnen, niet de luxe en het comfort kende die me vandaag wel omringen.
"Ik ben geen goede papa geweest. Met de komst van een kleinkind ga je de familiealbums weer openslaan. Wel, mijn twee dochters staan daar veel in, mijn vrouw ook, en ik ben de totale afwezige. Dat deed ik niet om slecht te doen; ik was afwezig omdat ik aan het werk was en doordrenkt van het idee dat hard werken de voornaamste bijdrage was die ik kon leveren. Dat had ik van mijn vader geleerd, die heeft als zelfstandige een gezin van acht kinderen onderhouden. En ja, er ging in die gloed zeker ook een tikkeltje gezonde en goedbedoelde jaloezie schuil. Het gevoel dat ik, als de kaarten anders zouden liggen, misschien opnieuw zou willen beginnen. Ik heb nog zoveel energie dat ik het echt zou aankunnen!
"Mijn vrouw, met wie ik al dertig jaar getrouwd ben, en ik hebben twee dochters, Valérie en Flavie, en die hebben elk een kind. Ik ben ervan overtuigd een kleinkind voor een nieuwe tederheid in de relatie van de grootouders zorgt. Als wij die klein bij ons hebben, delen we die trotse en warme gevoelens en dat is op zich een vrij unieke beleving.
"Merkwaardig is dat mijn relatie met mijn kleinzoon Alexander hoe dan ook een 'jongensrelatie' is. Ik kan hem niet zo overdadig knuffelen als mijn kleindochter Emma. Ergens is er iets dat zegt dat ik niet zo smoorverliefd op dat gastje mag zijn, dat ik met een jongen kameraadschap moet nastreven, veel meer dan zo te knuffelen. Ik begrijp dat dit nergens op slaat en toch word ik dat verschil gewaar, of ik me er nu tegen verzet of niet. Maar wat een ongelooflijke ervaring is het om die twee te zien, hen bij me te hebben.
"Emma is nu op een leeftijd dat ze al van alles begint te vragen. Prachtig is dat, zoals ze met me meeloopt in de tuin, naar de visjes gaat kijken, haar eigen willetje nadrukkelijk toont, en overal nieuwsgierig naar is. Niets is zo plezierig als een kind wegwijs maken, het dingen leren, in contact brengen met al die nieuwe werelden die voor het rapen liggen. En toch moet ik daaraan toevoegen dat ik de leeftijd noch de rust heb om, zoals sommige grootouders dat wel kunnen, te zeggen: 'Laat maar komen, nu hebben we er tijd voor, omdat we nu eenmaal een zee van tijd hebben.' Ik heb geen zee van tijd. Ik heb te weinig tijd. Elke dag opnieuw versla ik de ene vergadering of afspraak na de andere, moet ik dit of dat nog doen, moet ik naar die meeting, of die receptie, heeft het kantoor in Brussel me nodig, of in Antwerpen, of in New York, moet ik die en die persoon nog zien. Het houdt maar niet op, en ik wil ook helemaal niet dat het ophoudt.
"Ik wil me niet aanpassen aan een zogenaamde gedragscode voor vijftigplussers. Ik rem de aftakeling van lichaam en geest bewust af, door alles wat ik heb flexibel te houden. Een mens vergeet dat wel eens, maar hij heeft een groot deel van de kwaliteit van zijn lichaam in eigen handen. Alles wat je verwaarloost, zal er na een tijd verwaarloosd gaan uitzien. Dus ik train mijn spieren en mijn hersenen. Ik sport veel, ik loop, ik speel golf, ik fiets en ik ga gemiddeld twee keer per week zwemmen. In het zwembad zie ik vaak leeftijdsgenoten zo traag baantjes trekken dat ze in mij verzet oproepen en ik mijn crawl als vanzelf nog krachtiger en sneller ga slaan. Als je iets doet, doe het dan goed, en ga ervoor!
"Ik volg bewust een gezond en streng voedingspatroon. En ik zit nog altijd midden in het reclamevak. Dat is dus: midden in een team van ongeveer tachtig mensen waarvan de kern uit 25- tot 35-jarigen bestaat. Die jonge, creatieve entourage houdt je vanzelf jong, fris, alert en eigentijds. En toch ben ik grootvader, ja. En toch wil ik als grootvader mijn rol spelen. Ik wil mijn kleinkinderen alles geven wat ik heb. En ik heb nu meer dan vroeger. Ik heb nu, dat is wat ik ervaar, eindelijk de tijd en de ruimte om niet alleen te nemen maar ook te geven. En dat bedoel ik zeker niet financieel. Ik kan mezelf mentaal geven. En ook fysiek: ze kunnen op mijn letterlijke aanwezigheid rekenen. Neen. Eigenlijk wil ik vooral dat ik hen zou kunnen helpen om zichzelf te leren, te mogen en te kunnen zijn. Dat is niet makkelijk hoor, want de omgeving dringt je vaak een andere rol op. Ik kan dat weten, ik zit niet alleen in de reclame, maar ik heb ook op een katholieke school gezeten, waar we met onze schoenen niet langs onze witte kousen mochten schuren, want dan werd het wit zwart van de schoenblink. Om maar een van de duizenden voorbeelden te geven. Ik zou willen dat onze kleinkinderen dat opgelegde gewicht niet moeten dragen.
"En dit ook: ik hoop dat ze alle mogelijkheden krijgen om het beste dat in hen zit er ook uit te halen. Misschien heb ik dat gemist. Misschien had ik vroeger meer begeleiding kunnen gebruiken. Ik verwijt niemand iets. Ik leer alleen mijn lessen. En dan denk ik: als ik niet op zoveel verschillende middelbare scholen had gezeten, als iemand me erop had gewezen dat ik dit of dat misschien zou moeten doen, als iemand maar wat vaker 'neen' tegen me had gezegd dan had ik misschien, bijvoorbeeld, een universitaire studie afgemaakt. Het beste uit iemand halen, dat is wat liefde moet doen. En als ik erin slaag mijn kleinkinderen te stimuleren en te motiveren om het allerbeste uit zichzelf te halen, oh, dan zeg ik u, wat zal de toekomst dan mooi en veelbelovend worden."
