Vrijdag 25 juni 2010

PrintPrintemailemail
Beschermingsfactor
Ik sta bij een bouwwerf die ongeveer half afgewerkt is, al weet ik dat niet zeker, de buitenkant lijkt in elk geval halverwege; op wat er binnenin en ondergronds nog moet gebeuren, heb ik geen zicht, en dat is niet erg ook. Ik sta hier vaak. En ik ben nooit de enige. Zoals bij alle bouwwerven heeft ook dit terrein een officieuze, publieke tribune vanwaar toeschouwers - veelal mannen - het hele spel met grote geboeidheid in de gaten kunnen houden.

Vooral bij mooi weer doet het deugd om naar de zwoegende medemens te kijken.


Vandaag is het mooi weer.


We kijken met een stuk of zes naar het theater van de bouwvakkers.


De ene werkt aan de bekisting, of plaatst spanten. De andere breekt steigers af. Er wordt gehamerd en geboord. Door het snerpende geluid van de cirkelzaag weerklinkt de radio. Handen gebaren naar boven, waar grote bouwkranen heen en weer zwiepen; de giek van die mastodonten is zo lang dat je hem niet in één enkele oogopslag kunt vatten. Aan de hijskabels - het is net Lego in het groot - bungelen kant-en-klare muren, ramen, trappen, wat dan ook.


Een keertje heb ik een kraanman via de eindeloze mast naar zijn stuurcabine zien klimmen. Gedurende die beklimming hield ik mijn hart vast. Ook hoopte ik dat hij goed uitgerust was. Toen ik die hoop uitsprak, zeiden de andere toeschouwers lachend dat kraanlui altijd zonder ankers en ijzers naar hun hemel klauteren.


De bouwlieden van deze werf zien er robuust uit. Mannen met handen als kolenschoppen en een lijf dat ver boven de middelmaat uit stijgt. Sommigen beschikken eveneens over een buik om u tegen te zeggen.


Ze zijn een plezier om naar te kijken.


Zeker op dagen dat de zon brandt.


Dan trekken deze enorme venten hun T-shirt uit en staan ze een tijdje over elkaar heen gebogen en wrijven ze, met hun kolenschoppenhanden, traag en zorgzaam elkanders kolossale rug met melkwitte antizonnebrandcrème in.

Inhoud syndiceren