Wil het mannetje zonder scrotum opstaan?

Gepubliceerd op 27/02/2007
PrintPrintemailemail
De geslachtsdelen op het internet zijn gevaarlijk. Die in kinderboeken noodzakelijk
Alle mannen hebben een scrotum. Alle vrouwen hebben een vulva. Daar kunnen ze zelf niets aan doen: het is de natuur die hen heeft bedeeld met die voortplantingsorganen, die godzijdank ook als genotcentra dienst doen. Nu zou je denken dat in een wereld waarin meer dan drie miljard scrotums rondlopen en waarin minstens evenveel miljard vulva's aanwezig zijn, het benoemen van die lichamelijke onderdelen, net als de onderdelen zelf, tot de gewoonste zaak van de wereld behoort.

Niet dus. In de Verenigde Staten, het land dat mijn inbox elke dag bestookt met close-ups van de meest merkwaardige genitaliën, wordt het kinderboek The Higher Power of Lucky door talrijke scholen, bibliotheken en ouders verbannen omdat de schrijfster het in haar hoofd heeft gehaald om, al op de eerste pagina, een hond door een slang in zijn "scrotum" te laten bijten! Ik hoef geen ballen te hebben om me in te beelden dat zo'n beet pijn kan doen. Ik hoef geen schrijfster te zijn om te beseffen dat het gebruik van het lemma 'scrotum' zowel de luiken van de anatomie als die van de verbeelding openzet. En ik hoef geen ouder te zijn om in te zien dat door het bannen van het boek, in naam van de bescherming van het kind, een hypocriete, anachronistische en uiterst pijnlijke vergissing wordt gemaakt.


Dat schrijvers met hun woorden grote groepen mensen kunnen bereiken, wordt door Susan Patron, de schrijfster van dit boek, nogmaals bewezen. Doordat haar boek onderscheiden werd met de prestigieuze Newbery Medal, prijs voor kinderliteratuur, werd haar scrotum in korte tijd zo vruchtbaar dat het de oceaan is overgespoeld en, onder meer via deze krant, in allerlei huiskamers kiese en onkiese gedachten heeft doen opgolven. In dat 'in beweging zetten van het brein', over de grenzen van tijd en ruimte heen, schuilt de macht van de literatuur. Woorden zijn in staat om mensen op 'verkeerde' gedachten te brengen. En die gedachten zouden wel eens tot 'verkeerde' handelingen kunnen leiden. Blijkbaar ervaren bepaalde machthebbers en gemeenschappen die macht nog als zo bedreigend dat ze menen dat alleen een openbare castratie heil kan brengen.


Ik wil niet liever dan dat boeken macht zouden hebben. Toch kan ik me, in dit tijdperk waarin véél meer gegoogeld dan gelezen wordt, niet van de indruk ontdoen dat de maatschappelijke functie van het boek hier op hilarische én gevaarlijke wijze zowel over- als onderschat wordt. De scrotums op het internet zijn gevaarlijk. Die in kinderboeken noodzakelijk.


De traditie van de vorige eeuw wil dat jongeren, eventueel via Gangreen of Turks fruit, maar vooral via de pornoblaadjes van vaderlief, de Kamasutra ontdekten. Vandaag heeft het boek (de drukpers) al lang niet meer de exclusieve, sociale functie die het eeuwenlang heeft vervuld. De realiteit van vandaag is digitaal. Met andere woorden: hij beweegt ook, maakt passende en niet-passende geluiden, en zet aan tot interactie. Kinderen en jongeren zijn, alleen en veilig tussen de muren van hun kamer, slechts met één muisklik verwijderd van de ingewikkeldste standjes, de verbazingwekkendste penetraties, de meest onrealistische seksuele (ver)houdingen.


Om de libertijnen onder ons voor te zijn: die private toegankelijkheid van de digitale porno bevat ongetwijfeld pluspunten. Geen enkel seksueel gezond mens wil nog terug naar de tijd waar alles wat met seks te maken had met het condoom der preutsheid werd verstikt. Toch houdt de ongebreidelde toegankelijkheid van digitale scrotums en vulva's een gevaar in. Het internet kent geen grenzen.


Ik ben me ervan bewust dat een kind een kinderboek volgens andere criteria zal beoordelen dan een volwassene, en ook weet ik dat een pedagoog in een boek andere normen en waarden zal zoeken dan een literair criticus. Maar los van de vraag wat een kinderboek is, en los van het feit of het nu door lezers en criticasters goed of slecht bevonden wordt, bevat een boek voor kinderen en jeugdigen altijd expliciete en/of impliciete, maar hoe dan ook noodzakelijke grenzen. Dat zijn normen en waarden die het internet niet kent.


Een boek voor kinderen blijft, in tegenstelling tot het alom toegankelijke, oncensureerbare internet, afgestemd op de leefwereld van het kind, op zijn leesvaardigheid, op zijn woordenschat, op zijn nieuwsgierigheid, en op zijn voorkeuren. Boeken voor kinderen - en ze kunnen heus niet ruim en ongeremd genoeg zijn - helpen hen zich te oriënteren in de wereld, in hun lichaam en in het lichaam van de ander. Het is precies die oriëntatie, die absoluut niet eens opvoedkundig hoeft te zijn, die maakt dat het kinderboek een uitstekende gids is bij het opgroeien.


De ridders van de moraal verslikken zich dus in hun eigen slijm als ze menen dat het gevaar schuilt in de concrete benoeming van de delen van het lichaam. Geen enkel boek voor kinderen is erop uit om uitsluitend het scrotum te prikkelen. Wél willen ze graag alle zinnen kietelen die het ontdekken waard zijn. Daarom dat een kind dat leest bijvoorbeeld zal achterhalen dat het woord 'scrotum' naar onze geschiedenis verwijst, met name naar de leren schort die Romeinse soldaten droegen ter bescherming van hun 'testes', hun zaadballen die ze, op het gevaar af dat ze afgesneden werden, angstvallig vasthielden bij het al dan niet waarheidsgetrouw afleggen van hun 'testimonium'. Daarom dat een kind dat niet alleen googelt maar ook leest, de wereld, inclusief de seksuele beleving, beter zal leren begrijpen. Daarom dat een kind dat leest beter gewapend zal zijn tegen de porno die hun kamers binnenrolt. Daarom dat een kind dat leest 'klootzak' zal durven zeggen tegen mannen zonder grenzen. Denk ik. Hoop ik.

Delen Delen

Inhoud syndiceren