Maandag 1 maart 2010
Het is niet zozeer de wijkagent die als vertrouwenspersoon het oog en
oor van de straat is. Wijkagenten zie en hoor je zelden of nooit, en
als dat wel het geval is, hebben ze meestal geen heugelijk nieuws te
melden. Erg bevorderlijk voor het vertrouwen is die eigenschap niet.
Het is de postbode (m/v) die alles van ons weet. En niet weet.
Natuurlijk brengt de facteur evenmin altijd goed nieuws. Maar il
postino doet zijn ronde op zijn hoogst persoonlijke, bescheiden manier.
Het blauw en rood van de facteur die elke dag het brievenwagentje
achter zich aantrekt, is een geruststelling in dit snelle bestaan.
De postbode kent niet alleen de namen op alle voordeuren, maar weet
ook wie daar achter schuilgaan.
Hij is het enige blauwe uniform dat geen vragen stelt. Terwijl de
verleiding groot moet zijn. Want van elk huisgezin neemt hij hoogst
private zaken waar. Toch oordeelt of veroordeelt hij niet. Wel slaat hij
soms - een almaar korter - praatje. Hij zegt gedag, of zwaait naar zijn
klanten. Informeert kort en bondig.
Liefdesbrieven. Verjaardagswensen. Rouwbrieven. Geboortekaarten.
Facturen. Folders. Aanmaningen. Deurwaardersappels. Partijkranten.
Abonnementen. Medische dossiers. Verkeersboetes. Uitnodigingen. De
facteur ziet ze allemaal. Houdt ze in zijn handen. Glijdt ze in onze
brievenbus, en dus in ons leven.
Hij weet ook, beter dan elke wijkagent, wie nooit post ontvangt. En
wiens leven niet met andere levens verbonden is.
Daarom is het jammer en laakbaar dat postbodes die jaren- en
decennialang dezelfde bestelrondes afleggen stilaan een uitstervende
soort worden.
Het belang van de facteur is veel groter dan de stapel brieven die
hij bezorgt.
