Maandag 22 februari 2010
Toch houd ik even later een boek in mijn handen. Een gebonden
pakketje papier dat, behalve dat het beduimeld oogt en geen kaft meer
bezit, in behoorlijke staat verkeert.
In de rechterbovenhoek van het verder geheel lege schutblad knipogen
de onweerstaanbare blauwe letters: '10 april 1958, voor mijn zoon Ronald
om zijn mooie uitslag, Mama'.
Een enkele zin nog voor het boek begint, en al zoveel verhalen.
Wie is deze Ronald die, gezien de datum, onmogelijk die andere Ronald
kan zijn? Vanaf wanneer werden schoolresultaten allergisch voor de term
'uitslag', en deed het rapport zijn intrede? Wie is Mama met
hoofdletter? Is of was haar karakter even gelijkmatig als haar
handschrift? Waarom schreef haar generatie zo vreselijk netjes, alsof ze
nog op de schoolbanken zaten en bij elke overschrijding van de lijntjes
met het houten liniaal op de vingers konden worden getikt? Hou oud was
Ronald toen ze hem dit boek schonk?
Pas dan sla ik het schutblad om.
Het is de eerste Nederlandstalige druk van 'De brug over de Kwai', in
1952 geschreven door de Franse auteur Pierre Boulle.
'De onoverwinnelijke kloof tussen Oost en West, die voor sommige
mensen zo duidelijk waarneembaar is, is misschien niet meer dan
gezichtsbedrog', luidt de eerste zin. En even verderop: 'Misschien kwam
het optreden van beide vijandige partijen wel voort uit een fundamenteel
gelijke geesteshouding.'
Ik mag hopen dat Boulle gelijk heeft. Wat die brug over de Schelde
betreft dan toch. Al hoeft het drama van de Oosterweel, in tegenstelling
tot de brug over de Kwai, nu ook weer geen filmhit te worden.
