Maandag 18 januari 2010
De ene jongen was blond. De andere zwart - van haar, niet van huid.
Ik schatte ze een jaar of twintig.
Aanvankelijk staarden we naar het aquarium voor ons. Daarin zwommen
vijf kleurrijke kanjers, nu ja, zwemmen. Er ging van de vissen evenveel
beweging uit als van tijgergarnalen in hun saus.
Naast het aquarium schalde de televisie. Het was het uur van Blokken.
Zowel Crabbé als vissen geven blijk van een hoge bederfelijkheidsgraad
en schijnen dat niet door te hebben.
Om de wachttijd te doden grepen de jongens enkele tijdschriften van
het tafeltje dat tussen ons en die glazen kastjes stond. Ze lazen niet.
Ze keken naar foto's van vrouwen, en bespraken die.
Op een bepaald moment wees de blonde jongen met afschuw naar de vrouw
die in zijn schoot lag. Hij riep uit dat deze vrouw het, op haar
leeftijd, niet meer kon maken om zogoed als bloot in de boekjes te
staan.
Nieuwsgierig rekte ik mijn hals en zag het schaars geklede, goed
uitziende Vlaamse voorwerp van zijn verontwaardiging. Vervolgens gleed
mijn blik van het magazine naar de blonde knaap. En weer terug.
Ik stuitte de kloof die blond wel vaker veroorzaakt.
De jongen met de zwarte broskop protesteerde nu. Als het van hem
afhing, had de vrouw in kwestie gerust nog een stuk bloter op de foto
gemogen. Want dat vrouwen van veertig zoveel voordelen hadden, zei hij
iets te luid om geloofwaardig te zijn, en dat hij dat
proefondervindelijk had ervaren. Want vrouwen rond de veertig hadden
meer geld en minder grillen, wist hij. En ze waren rijp en rijp was
altijd lekker.
Dat hoorde ik graag.
Alleen jammer dat die twee me niet eens zagen zitten natuurlijk.
