Maandag 11 januari 2010
Vraag aan hun naaste buitenwereld om deze mannen te beschrijven, en
overal valt het woord 'introvert'. Over sociale talenten beschikken deze
misdadigers zelden. Hun karakter is op het asociale af. Ze vieren hun
eenzelvigheid. Dalen het liefst van alles alleen af; niet alleen in hun
kelder, ook in de catacomben van hun geest.
Als het over teruggetrokken types gaat, voel ik me aangesproken. En
gestoken.
Want dat het adjectief teruggetrokken vandaag tot een scheldwoord is
verworden, zorgt voor jeuk.
Schrijvers maken namelijk, net als grote misdadigers, deel uit van
deze verdachte mensensoort die niet in staat is om de hele dag uitbundig
van de ene sociale interactie naar de andere te slingeren.
Want waar anders zoeken schrijvers hun woorden dan in de stilte en
afzondering die ze zichzelf opleggen? Waar anders graven ze naar hun
verhalen dan in het keiharde zwijgen van de dag? Waar anders dan aan de
onderkant van hun stilleven vinden ze de waarachtige eenzaamheid die
nodig is om te scheppen?
Is het ons asociaal gedrag dat van ons introverte buren maakt? Of
ligt het aan de dictatuur van onze pen. Die pen die in ons hoofd krast,
en die overal waar we komen, schrijft en schrijft en schrijft. Daarom
lopen we gebogen. Omdat we zoveel woorden voor straks bewaren. Omdat we
onze verbeelding niet willen breken. Toch niet met een sociaal maar
overbodig gesprek over het weer, de gaten in de weg, of de prijs van de
benzine.
Hoogstwaarschijnlijk is het de gruwel van buurmans daden die we niet
kunnen begrijpen. En hoogstwaarschijnlijk is het dit onbegrip dat ons
ertoe noopt om hem in het hokje van de terughoudendheid te stoppen.
Er is slechts één probleempje.
De veelzijdigheid van de mensheid laat zich niet kooien.
