Woensdag 6 januari 2010
Als ze ergens over praten, is dat over de toekomst. Ze doen dat niet
alleen aan het begin van dit nieuwe jaar. Ze doen dat al zolang ik ze
ken.
Het is vooral de man die praat; hij doet dat fel en onvermoeibaar.
Met de neusgaten wijd. Altijd een indicatie om in de gaten te houden.
De man zet de verbouwingen van het huis uiteen. Hij schetst hoe hij
de tuin zal laten heraanleggen. Hoe ze een nieuwe trap in de hal zullen
steken.
Ook weidt hij uit over zijn carrière. Hij praat over de stappen die
ze - meervoud - zullen ondernemen. Over de uitdagingen die hun zo
aanlokkelijk toeschijnen.
Tussen al zijn uitlatingen door kijkt hij liefdevol naar zijn vrouw:
'Nietwaar, schatje?'.
Zijn vrouw, die eerder bedachtzaam dan schuchter is, luistert en
knikt hem glimlachend toe. Haar rechterhand streelt haar buik.
De man interpreteert haar reactie als een teken om door te gaan. In
een adem door reveleert de jonge echtgenoot hoe de toekomst van zijn
geliefde vrouw eruit zal zien.
Hij zegt dat ze van hem alles mag.
Dat hij haar niet tegenhoudt; dat hij dat nog nooit heeft gedaan.
Ook vertelt hij dat ze, als ze dat zo graag wil, gerust elke dag naar
Brussel mag pendelen om daar haar werk als kunsthistorica vol te
houden. Zelfs als ze nog een jaar zou willen specialiseren, zou hij haar
geen strobreed in de weg leggen.
Alleen, zegt hij, is zo'n loopbaan met twee kleine kinderen en een
eigen huis allemaal wat moeilijk, en we hebben ervoor gekozen om er voor
onze kinderen te zijn. Nietwaar schatje?
