Matthias Schoenaerts

PrintPrintemailemail
'Uiteindelijk draait het allemaal om aandacht'
Acteur Matthias Schoenaerts (32) heeft er, met zijn recentste rol in My Queen Karo, een rijk gevuld jaar op zitten. Succesvol was 2009 ongetwijfeld ook, al zal hij dat zelf nooit zo zeggen. 'Ik spreek niet in termen van succes, want wat betekenen die betrekkelijke begrippen eigenlijk? Ik probeer vooral elke keer opnieuw te beginnen. En elke keer denk ik: het beste zal nu komen.'

door Margot Vanderstraeten / Foto
Thomas Vanhaute

ls hij binnenkomt, draagt hij een wollen gebreide muts die tot diep
over zijn oren is getrokken. Tijdens het gesprek ligt die muts op tafel.
Maar als de fotograaf opdaagt, aarzelt de acteur. Hij wil en kan zich
niet echt helemaal blootgeven. Hij moet eerst nog zelf aan zijn nieuwe
verschijning wennen. "Of denkt u echt dat de mensen me met die muts niet
zullen herkennen? Denkt u werkelijk dat ze niet zullen zien dat ik het
ben op de foto? Oké, goed, dan doen we het zonder."

Matthias Schoenaerts hoofddeksel heeft minder met
het koude weer te maken dan met zijn beroep en zijn nieuwe kapsel. De
jonge Schoenaerts, die in maart vorig jaar door de VRT
nog tot beste acteur van het jaar werd uitgeroepen, bereidt zich volop
voor op zijn volgende (hoofd)rol. In het misdaadverhaal Rundskop, de
eerste langspeelfilm van regisseur en scenarist Michaël R. Roskam,
speelt hij een vleesboer, meer bepaald een van het malafide type. Een
man die, als het op het illegaal toedienen en verhandelen van hormonen
aankomt, geen enkele schroom kent en door geld en nog eens geld wordt
gedreven. "Ik speel dus echt iemand van deze tijd."

De hormonenmaffia behelst slechts één laag van de film. Vriendschap
en loyaliteit vormen onderliggende, cruciale thema's, net als de last
van een jeugdtrauma dat iemands hele wezen en leven kan beïnvloeden.
Rundskop komt begin 2011 uit.

Zijn getrimde schedel is trouwens niet de enige lichamelijke
metamorfose die hij voor deze rol ondergaat. De vleesboer uit Rundskop
is een struise vent, die ook zelf aardig in het vlees zit. Vijftien kilo
kwam Matthias Schoenaerts al bij: zijn regime dicteert
hem dat hij om de twee tot drie uur moet eten en hij tracht zich zo
goed mogelijk aan dat uitgebalanceerde eetprogramma te houden. "Neen, ik
streef niet naar een bepaald gewicht. Op een dag zal ik in de spiegel
kijken en zien dat daar voor mij het personage staat. Die dag is mijn
gewicht goed."

De opnames voor Rundskop beginnen halverwege maart. Toch streeft u nu
al naar een fysieke inleving in uw personage. Horen lichaam en geest in
dit vroege stadium altijd al samen?

"Ik ben elke dag met de film en mijn personage bezig. Mijn hele
systeem is er klaar voor, ik sta op springen. Binnenkort ga ik een
tijdje op een boerderij werken. Ik wil de stiel kennen. Niet alleen door
hem te bestuderen, maar ook door hem zelf van binnenuit te beleven. Ik
ben gek op dieren, groot en klein. Ik kijk ernaar uit om met die beesten
bezig te zijn. Ik ben ook zeer gevoelig voor hun lot. Ik ben geen
vegetariër, dat niet, maar ik kan niet ongevoelig blijven voor de manier
waarop mensen met dieren omgaan. Ik heb de neiging te denken dat goede
mensen op een goede manier met dieren omgaan. Het personage dat ik
speel, de boer, is op dat vlak een slechte mens. Hij denkt alleen aan
winst, niet aan zijn dieren of aan het leed dat hij hen en de rest van
de wereld bezorgt.

"Rundskop speelt zich af in Sint-Truiden. De Limburgse afkomst van
mijn personage heeft belangrijke consequenties (lacht): ik werk nu
intensief samen met een taalcoach, want in de film spreek ik het dialect
van Sint-Truiden. Dat is een sappige en smakelijke streektaal met heel
specifieke klanken en woorden, en met eigen grammaticale regels. We
hebben het Nederlandstalige script naar het Sint-Truins vertaald, en ik
beschik over een fonetische weergave van de tekst in het dialect.
Gelukkig heb ik Limburgse vertakkingen in mijn familie en is het
Limburgs mij niet vreemd. 'Messkin aas se oas en doeg, oech, mich, hèè,
na! Wa dan?'

"Het zorgvuldig uitgewerkte, complexe personage heb ik aan Michaël R.
Roskam te danken: hij heeft zes jaar aan het scenario gewerkt. Ik vind
het belangrijk dat de projecten waaraan ik me verbind de mogelijkheid
hebben gekregen om te groeien, dat er tijd is voor een zorgzame,
liefdevolle rijping. Meestal voel je dat. Maar soms vergis je je."

Zegt u nu impliciet dat sommige cinema- en televisieprojecten niet de
juiste en noodzakelijke aandacht krijgen?

"Ja, ook dat. Maar ik zie het in een breder perspectief. Ik denk dat
het in deze wereld op allerhande terreinen aan aandacht ontbreekt.
Aandacht is een absolute vorm van liefde. Is dat een boeddhistische
benadering? Dat hoeft niet per se zo geduid te worden. Als twintiger heb
ik, in die zoektocht naar een groter perspectief, in oosterse filosofie
heel zinnige dingen gevonden. Maar de vragen waarmee ik toen kampte,
zijn dezelfde als vandaag. Hoe kan ik dit leven zinvoller maken? Hoe
maak ik dit bestaan groter, warmer en vooral: hoe krijg ik er meer
verbeelding in? Verbeelding is een grote, creatieve kracht, dus hoe
rijker en mooier en genereuzer de verbeelding, hoe positiever je
werkelijkheid creëert.

"Ik heb grote bewondering voor talrijke individuele initiatieven.
Voor mensen die er vrijwillig voor kiezen hun leven en talenten in te
zetten om de wereld tot een warm nest voor iedereen te maken, die met
volgehouden toewijding hun aandacht voor de zwakkeren in daden omzetten.
De kilte van de overheid vind ik dan weer frappant. Een voorbeeld. De
banken hebben op grote, weerzinwekkende schaal bedrog gepleegd. Het gat
dat door hun fraude is ontstaan werd door de overheid in een mum van
tijd weer met vers geld geïnjecteerd. De overheid sprong bliksemsnel op
die kar van de redding. Maar o wee als het over asielzoekers gaat. Dan
verlamt diezelfde overheid en kan ze plots geen hulp meer bieden. Die
mentaliteit kan me woest maken. Dat soort berekeningen ligt aan de basis
van de ontmenselijking van onze maatschappij."

Wat doet u met die boosheid? En hoe brengt u uw theorie van de
aandacht zelf in de praktijk?

"Ik probeer in mijn eigen biotoop zo aandachtig mogelijk te zijn.
Meer kan ik daar niet over zeggen. Ik wil hieraan liever geen woorden
wijden. Over sommige zaken kun je beter niet praten. Je moet ze gewoon
doen.

"Met woede heb ik leren omgaan. Ik word niet langer brutaal als
bepaalde zaken of ontwikkelingen me boos maken. Uit brutaliteit komt
weinig zinnigs voor. Ik weiger ook echt neerslachtig te worden. Als ik
voel dat er negativiteit rond me heerst, probeer ik me daarvan te
verlossen. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar ik heb trucjes.
Voetballen en schilderen helpen me om mijn systeem weer te zuiveren, en
om een en ander te kanaliseren. Toch ging ik vroeger meer op in het
voetbal dan nu. Ik vermoed dat mijn nieuwe gewicht op het veld zijn tol
eist (lacht). Ik ben minder wendbaar. Als ik slecht voetbal - en ik
speel linksbuiten - weet ik dat ik dat als een alarmbel moet
interpreteren. Ergens is er dan blijkbaar iets wat aan mijn aandacht
knaagt, iets wat maakt dat ik me niet voor de volle honderd procent kan
geven. Het merkwaardige is dat je soms niet eens weet wat er nu precies
met je aan de hand is. Je weet niet waarom er een soort onbehagen in je
gemoed is gekropen en waar het vandaan komt. Je moet er dus naar op zoek
gaan. Zeer vervelend. Maar die functie vervult het voetbal voor mij
zeer zeker: het spel houdt mijn gemoed in balans."

Net als schilderen, zowel graffiti als op het doek, dat doet? Of
speelt de creativiteit, het uitdrukken van jezelf, daarbij een even
belangrijke rol?

"Voetballen, schilderen en spelen - acteur zijn - hebben allemaal met
plezier en vreugde te maken. Vreugde is een heel groot maar ook een
mooi woord. Plezier is prachtig, kinderlijk, vol verbeelding en omvat
gedrevenheid. Passie. Kinderen hebben zeker ook passie. Hun passie is
vaak nog kortstondig en snel inwisselbaar, maar daarom niet minder echt.
Ik herinner me nog zeer goed momenten waarop ik, als klein pagaddertje,
zo opging in het schilderen en tekenen dat ik niet wilde stoppen, dat
ik er ook niet mee kón ophouden. Zo uitbundig kon ik me laten gaan. De
ene keer schilderde ik parket en al mee, de andere keer zat ik te
kleuren aan tafel met al mijn potloodjes en stiften en papier. Die
fantastische rommel. En het was dan zo erg als ik, om welke reden dan
ook, dat grote plezier moest staken en de tafel moest afruimen, en dus
die chaos met al zijn potentieel moest opbergen.

"Ik mag in een atelier van een andere kunstenaar schilderen. Dat is
prettig. Maar liever dan op doek werk ik op muren in de stad. Dan leeft
mijn werk echt tussen de mensen en maakt het deel uit van het sociale
weefsel dat een stad is. Want een muur ziet er nooit hetzelfde uit. Het
licht verandert in de loop van de dag de hele tijd. Elke muur heeft een
andere structuur, is door andere gebouwen omgeven en wordt door de
omringende architectuur beïnvloed. Daar houd ik van. Van die beweging
erin, van de omgeving die een grote rol speelt.

"Ik signeer mijn doeken niet. Hooguit schrijf ik aan de achterkant,
op het geraamte waarop het doek is bevestigd, mijn voornaam, vergezeld
van het jaar waarop ik het werk heb gemaakt. Ik vind dat een naam, een
signatuur, het werk ontsiert. Zelfs mijn graffiti signeer ik niet. Ja,
dat is misschien atypisch, omdat veel graffitikunstenaars heel bewust
hun tag nalaten. Maar om mijn naam is het mij niet te doen, wel om het
plezier van de daad. Meestal zoek ik een plek die zich daartoe leent:
een blinde muur in een vervallen buurt, een troosteloze betonnen
afbakening, verwaarloosde terreinen. Als de muur privé-eigendom is, neem
ik contact op met de eigenaar. Dus illegaal? Ja en neen. Asociaal?
Neen."

Is gebrek aan aandacht een vorm van asociaal gedrag?

"Zeker. Dat asociale karakter nestelt zich in allerhande onzichtbare
facetten van de samenleving. Om terug te komen op de Vlaamse fictie: te
veel daarvan wordt gemaakt vanuit een foutieve startpositie. Ik geloof
dat ik dat mag zeggen, want ik heb intussen toch enig zicht op hoe deze
wereld in elkaar zit. Zo geven bepaalde zenders gewoon te kennen dat ze
gedurende een bepaalde periode, tussen zo laat en zo laat, nog een leeg
uitzendblok hebben en dat ze dat graag opgevuld zouden zien. De maker
van Vlaamse fictie mag dus beginnen.

"Op dergelijke premissen kun je nooit kwaliteit bouwen. Niemand kan
in een, twee, drie een fictieserie bij elkaar schrijven. Schrijven is
geen proces dat meteen tot de kern gaat. Je moet je verhaal de tijd
geven, zodat de essentie van wat je te vertellen hebt zich aan je
openbaart. Want zo is het. Eerst schrijf je impulsief. Daarna probeer je
je gedachten en invallen te ordenen. Heel vaak is het pas daarna, na
dat ordenen, dat je doorhebt wat je met al je tekst eigenlijk probeert
te vertellen. Vanaf dan kun je alle ballast gaan schrappen en bestaan
alleen nog die woorden die ertoe doen in het verhaal. Hoe ik dat zo goed
weet? Omdat ik het zelf al heb meegemaakt. Ik ben al vier jaar bezig
aan een verhaal voor een langspeelfilm. Pas het vierde jaar kreeg ik
inzicht in wat ik nu zo graag wilde overbrengen. De essentie wordt niet
van de ene dag op de andere geboren, ze is het resultaat van een lange
rijping. Ik zou die film dolgraag zelf regisseren, maar meer wil ik
daarover nog niet vertellen."

Wordt Vlaanderen te klein?

"Ik ben heel blij hier. Ik hunker niet naar een andere plek, en al
zeker niet naar de Verenigde Staten. Op 10 januari moet ik naar Los
Angeles. Als ik daar nu aan denk, verkramp ik al. Ik heb een hekel aan
vliegtuigen. Eigenlijk zou ik het liefst van al nooit in een vliegtuig
hoeven te zitten. Ik vertrouw het hoog daarboven allemaal niet en ben de
hele vlucht lang gespannen. Meestal neem ik twee slaappillen, dat wil
al eens helpen.

"Anderzijds klopt het wel: in het kleine (taal)gebied dat Vlaanderen
is, ligt de grens van de uitdaging almaar dichterbij. Voor die val moet
je alternatieven verzinnen, zoals het schrijven van een filmproject of
het regisseren van een film. Vlaanderen heeft geografische grenzen. Een
geest niet, die kan grenzen verleggen.

"De liefdeloosheid waar ik eerder over sprak, tref ik trouwens ook in
het Belgische filmlandschap aan, en dat is heel jammer. Ik ben blij met
het grote succes van De helaasheid der dingen, omdat het over een
auteursfilm gaat. Het is door dit soort hoogstpersoonlijke films dat we
ons van anderen kunnen onderscheiden. Maar als de andere jongste
Belgische films ook maar een tiende van de promotie - en dus aandacht -
hadden gekregen die De helaasheid der dingen te beurt is gevallen, dan
zouden Unspoken van Fien Troch, (n)Iemand van Patrice Toye en Lost
Persons Area van Caroline Strubbe ook een bestaan hebben gehad. Dat zijn
geweldige films, die meer dan één keer het bekijken waard zijn. Daar
kan ik me dus over opwinden, over de liefdeloosheid waarmee die films
worden behandeld en over de kilte van het systeem waarvan ze
noodgedwongen deel uitmaken. Oppervlakkigheid, gemakzucht en populisme
regeren. En vanuit de marketing wordt er voor deze drie films, die ik
gewoon als voorbeeld geef, totaal niets gedaan: distributeurs liggen
uitsluitend wakker van films die geld in hun laatje brengen. Diversiteit
kan hen niets schelen.

"Weet u wat de toekomst voor makers van minder vanzelfsprekende
cinema brengt? Zodra die kleine, eigenzinnige makers een
subsidieaanvraag indienen, rekent het systeem hen af op het aantal
toeschouwers dat hun vorige film heeft gehaald. Kortom, het wordt deze
makers, aan wie we de veelzijdigheid van onze hedendaagse filmcultuur te
danken hebben, nog eens extra moeilijk gemaakt. Dat is een laakbare en
gevaarlijke maatschappelijke ontwikkeling. Want doordat de
veelzijdigheid wordt verstikt, wordt de toeschouwer geconditioneerd. Op
den duur denkt die dat er alleen maar popcornfilms bestaan en zal hij
ook alleen die popcornfilms nog lusten. Daarin zit de onzichtbare maar
overal voelbare liefdeloosheid die ik bedoel. Je maakt het volk
ongevoelig voor de ander, en voor de andere film. Dat vind ik
onheilspellend."

Uw vader, Julien Schoenaerts, heeft zijn hele leven
gevochten om een zo vrij mogelijk man te zijn. Vrij van de krachten van
het systeem, vrij van zoveel mogelijk invloeden van buitenaf.

"Mijn vader streefde en hunkerde naar een spirituele vrijheid. Hij
heeft voor die strijd zijn tol betaald. Zijn mooie geest was eenzaam, en
dat is de ergste eenzaamheid die er bestaat. Niemand hebben met wie je
je gedachten kunt verstrengelen. Gelukkig had hij mijn moeder. Wat zij
voor hem gedaan heeft, kan ik niet onder woorden brengen. De liefde die
zij dag aan dag met hem heeft gedeeld, die toewijding gaat voorbij de
grenzen van de verbeelding. De liefde tussen mijn ouders heeft vele
vormen gekend. Ze was allesomvattend en allesverterend tegelijk. Ze was
zowel licht als donker, maar vooral licht.

"Ik denk dat de schrijver die mijn moeder kan beschrijven nog geboren
moet worden. Ik lijk op haar, ja. Ik heb, denk ik, haar temperament. Ze
is heel vurig, heftig zelfs, en ze kan niet tegen oppervlakkigheid.
Oppervlakkigheid is tijdverlies, prietpraat is geen woorden waard. Ze is
echt een intelligent gevoelsmens. Iemand die onberekend vanuit haar
hart leeft. Geen berekend geknoei maar integere redelijkheid. Toch
verschillen we sterk: zij brengt de meeste tijd door in stilte maar
spreekt onomwonden over dingen die ze belangrijk vindt, ik ben wat meer
onder de mensen maar geef er de voorkeur aan te zwijgen.

"Ik vind het soms zo jammer dat je je beleving van de wereld, de
werkelijkheid en de verbeelding, door ze te benoemen met die woorden
beperkt. Woorden kunnen de wereld banaler maken dan die is. Want door
woorden onomzichtig te gebruiken hol je ze uit. Liefde, respect,
vreugde, plezier, dat zijn grote en belangrijke begrippen. Je kunt ze
beter wikken en wegen voor je ze uitspreekt.

"Behalve mijn moeder had mijn vader natuurlijk het toneel. Alleen op
het toneel kon hij, in zijn totaliteit, zijn wie hij was. Alleen daar
kon hij gestalte geven aan al datgene wat in hem leefde."

Hugo Claus en uw vader hadden een en ander met elkaar gemeen. Hun
liefde voor het geschreven woord, bijvoorbeeld. Net als de aantasting
van hun geheugen, het knagen aan die woorden en beelden in de geest.
Claus koos voor zijn eigen dood. Uw vader koos ervoor om dat moment
vooral niet zelf te kiezen.

"Leven en dood zijn individuele zaken. Ik heb begrip uiteraard voor
de keuze van Claus. Ik snap ook dat je die keuze maakt. Mijn vader zat
totaal anders in elkaar. Het is de keuze van het individu die telt. Wat
ik zo mooi en moedig aan mijn vader vond, was dat voor hem de dood
onlosmakelijk met het leven was verbonden. Omdat hij het leven zo intens
mogelijk wilde beleven, wilde hij de dood ook zo proeven. Hij wou de
dood ervaren zoals hij het leven had ervaren, vanuit een onuitputtelijke
nieuwsgierigheid en met de verwondering die hem altijd eigen is
geweest. Ook die levenservaring, die de dood is, wilde hij niet missen.
Hij heeft de dood aanvaard, omarmd haast, hij zag de dood als een
natuurlijke golf en is meegegolfd, ook over die kam.

"Tot op de dag van vandaag ben ik er niet uit wat mijn vader voor me
heeft betekend. Ik kan voor al die dimensies geen woorden bedenken. Wat
ik voor hem voel, gaat voorbij respect, liefde, ontroering,
bewondering... Ik weet niet of hij een voorbeeld voor me is. Hij is
zoveel meer dan dat. Een bron van inspiratie. Iemand uit wiens leven ik
constant vonken puur. Ik stel tevens vast dat ik de laatste jaren
zachtmoediger ben geworden. Ik denk dat zijn overlijden daarmee te maken
heeft. Zijn dood plaatst de wereld en mezelf in een ander perspectief.
Ik heb de neiging om te geloven dat die mildheid, die blijkbaar
duidelijker in mij aanwezig is, een positieve evolutie is (lacht). Het
vreemde is dat ik zelfs mild ben voor mensen die me een hak hebben
gezet. Dat vind ik een eigenaardige gewaarwording, ik denk daarover na.
Meestal kom ik tot de conclusie dat die houding goed is, want je moet
aan die mensen je tijd en je energie niet verspillen."

Mist u uw vader?

"Ja. Maar ik praat daar liever niet over. Het is te intiem, het is
van mij. Maar mijn vader heeft me, door te zijn wie hij was,
bijvoorbeeld altijd duidelijk gemaakt dat het woord veel krachtiger is
dan men vaak denkt. Ik mis zijn unieke, toegewijde manier om met taal om
te gaan. Zijn hele wezen sprak dat het woord niets banaals is. Het
woord is God, en het heeft een scheppende kracht. Het creëert. Mijn
vader schiep schoonheid met de taal. In tegenstelling tot wat er vandaag
vooral gebeurt: men gebruikt de taal om lelijkheid te maken, sensatie,
vulgaire praat, vergankelijke, commerciële onzin. Woorden zijn
instrumenten van corruptie in plaats van instrumenten van de liefde. Ja,
het heeft opnieuw met die aandacht te maken, zoals uiteindelijk alles
met aandacht te maken heeft.

"Ik mis vooral mijn vaders gevoel voor humor. Hij was
onwaarschijnlijk grappig. Die geestigheid, die scherpe, intense en
liefdevolle blik, die mis ik. Ik kan niet zomaar een voorbeeld van zijn
humor geven. Ik kan zijn unieke geest niet reproduceren. Maar wacht. Ik
heb thuis een briefje dat mijn moeder aan mijn vader had geschreven,
vlak nadat ze kortstondig ruzie hadden gemaakt. Ze schreef hem vijf
regeltjes. Mijn vader heeft tussen haar zinnen zijn eigen zes speelse,
liefdevolle zinnen gevoegd. Ik stuur je dat briefje op na dit gesprek.
In die regels schuilt de humor van zijn hele wezen, net zoals ze de
veelomvattende liefde tussen hem en mijn moeder samenvatten."

Voor jou bestaat gisteren niet

Jij wil ook niet dat het voor mij bestaat

Want dan is vandaag een nieuwe dag

Een nieuwe dag om mij opnieuw te kwellen

En morgen te kunnen zeggen dat dat alweer gisteren was

(dit schreef de moeder van Matthias aan zijn vader)

Voor mij besta jij gisteren niet

Maar jij wil dat ik gisteren bestond

Vandaag is een nieuwe dag

Een nieuwe dag om mij te kwellen

Met mijn uitspraken van gisteren aan jou

De hele godganse dag in deze nieuwe dag

(deze regels schreef zijn vader tussen de tekst van zijn moeder)

"Soms ga ik naar mijn vaders graf. Mijn moeder en ik hebben
authentieke oude kasseien met bladgoud bedekt, een stukje weg aangelegd
en een druivelaar geplant. Het licht speelt met het goud. De gloed is
verschillend bij elke lichtinval en de druivelaar gedraagt zich naar de
seizoenen. Eind zomer, op zijn verjaardag, trakteert hij echte trossen
druiven. Dat maakt dat de rustplaats van mijn vader meer leven dan dood
uitstraalt.

"Toch heb ik nog steeds een onbehaaglijk gevoel als ik aan zijn graf
sta. Het is die onomkeerbaarheid waar ik het moeilijk mee heb. Het besef
dat 'nooit' dus echt 'nooit' is, tenminste niet hier, op de tastbare
manier zoals voordien. Dat is stomvervelend. Ik droom wel over hem. Het
is heel raar, maar in mijn dromen is hij erg tastbaar. Hij staat daar
echt, meestal in een context die helemaal niet klopt. In die dromen
lachen we veel af. Fijn is dat. Maar wakker worden is dan opnieuw een
afknapper."

U hebt bijna de gezegende leeftijd van drieëndertig. Wat denkt u,
bestaat belangeloze liefde? Kan liefde vrij en niet bezitterig zijn?

"Mijn ouders hadden een belangeloze liefde. Belangeloze liefde bereik
je alleen als je de dingen in een groter perspectief plaatst, als je ze
loskoppelt van de kleinburgerlijke moraal. Dat is zeer moeilijk, want
we zijn allemaal mensen, dus we hebben allemaal een klein burgertje in
ons. Jaloezie, bezitterigheid... Als dat soort gevoelens de kop
opsteken, kan het grote perspectief niet winnen. En wat is vrije liefde
in onze samenleving? Toch vooral een alibi om polygaam te zijn. Maar dat
vind ik een enggeestige interpretatie, want vrije liefde moet over een
andere vrijheid gaan. Namelijk het vrij zijn in het delen met anderen.
Het vrij zijn in beweging. In het denken. In het ontmoeten. In het
elkaar aansteken. In het doorgeven van je energie. Het laten opzuigen
ervan.

"Ik zie relaties en liefde als energiestromen. Je moet vrij zijn in
het zoeken van accumulaties, zodat je eigen energie een exponent van de
oorspronkelijke lading wordt. Maar die interpretatie van de liefde botst
met de samenleving waarin we zijn opgegroeid.

"Ook spelen heeft alles met energie te maken. Tijdens de opnames ben
ik nooit moe en geef ik me helemaal. Ik ben één grote brok concentratie,
inspanning, opwinding, inzet, noem maar op. Dan, op de laatste
draaidag, volgt de ontlading. Dan krijg ik een slag van de hamer. De
film Pulsar van Alex Stockman had voor mij een korte, slechts vijf weken
durende draaiperiode. Maar het was een heel intense opname, die vooral
's nachts plaatsvond. Ik herinner me de euforie die in die weken beslag
op me had gelegd. En ik herinner me mijn bed, meteen na de laatste
draaidag. Ik heb toen 36 uur onafgebroken geslapen. Zonder pillen
weliswaar. Die gebruik ik alleen voor die momenten waarop ik me
letterlijk in de wolken bevind."

In het kleine (taal)gebied dat Vlaanderen is, ligt de grens van de
uitdaging almaar dichterbij. Voor die val moet je alternatieven
verzinnen, zoals het schrijven van een filmproject. Vlaanderen heeft
geografische grenzen. Een geest niet, die kan grenzen verleggen

Ik weet niet of mijn vader een voorbeeld voor me is. Hij is zoveel
meer dan dat. Een bron van inspiratie, iemand uit wiens leven ik
constant vonken puur. Ik stel vast dat ik de laatste jaren zachtmoediger
ben geworden. Ik denk dat zijn overlijden daarmee te maken heeft

Inhoud syndiceren