Eén citaat uit elk interview van 'Schrijvers gaan niet dood'.
Henk Romijn Meijer: ‘Ik beschrijf niet. Ik laat mijn verhalen praten.’
Ivo Michiels: 'Ik was met zoveel verschillende, boeiende zaken bezig, met film, beeldende kunst, literatuur, enzovoort. Maar de breedte staat de diepte in de weg.’
Aster Berkhof: ‘Wat is een geweten anders dan een verkeersreglement; regels die meerdere mensen respecteren om het gezamenlijke leven zo vlot mogelijk te doen verlopen?’
Christine D’haen: ‘Ik zie in onze samenleving geen functie voor poëzie. Wel voor versjes.’
Harry Mulisch: ‘Schrijven is plezierig. En wat nog plezieriger is, is dat ik, die mijn hele leven alleen maar gedaan heb wat ik graag doe en deed, er nog voor gelauwerd word ook.’
Willy Spillebeen: ‘Ach. Een schrijver is ook maar een mens. ‘
Hella Haasse: ‘Lezen is veel meer dan letters absorberen en herkennen; lezen is een individuele, culturele bezigheid die een veelheid van vermogens vereist.’
Hugo Raes: ‘Drank is een vaste component van mijn romans en van mijn leven. Er gaat geen dag voorbij of ik droom van een trappist of een goed glas rode wijn. Drinken mag ik niet meer. Een druppel alcohol en ik val dood neer.’
Remco Campert: ‘Wat vind je van de Nederlandse schrijvers?’ ‘Ik weet niet waar je het over hebt. Zijn die er dan? Ze zijn te klein. Ik zie ze niet.’
Jef Geeraerts: ‘Taal is cultuur van de geest. Wie goed kan schrijven, kan ook goed denken en praten.’
Simon Vinkenoog: ‘De behoefte om met mijn inzichten iemand te overtuigen heb ik geen geval, alsjeblieft niet. Ik ben geen goeroe. ‘
Jos Vandeloo: ‘Ik begrijp niet dat mensen die trouwen werkelijk menen dat zij kunnen voldoen aan de verplichting om minstens vijftig jaar samen gelukkig te zijn.’
Leo Vroman: ‘Optimisme is een ziekte. Net zoals rijmen een ziekte is. Ik lijd aan beide.’
Ward Ruyslinck: ‘Ik heb de pest aan optimisten; het zijn vaak egocentrische, bekrompen mensen die hun eigen welbehagen en veiligheid als norm hanteren.
Willem van Maanen: ‘Nog steeds kan ik geen slecht woord tegen de joden verdragen.
Paul de Wispelaere: ‘Als ik schrijf, schaaf ik zoals mijn vader zijn hout schaafde. En geleidelijk aan ontstaat uit dat ambacht ook een uniek resultaat.’