Dirk Verhofstadt

PrintPrintemailemail
Lid schaduwjury Gouden Uil: "Dit boek is drie literaire Michelin-sterren waard. Het is een meesterwerk."
Ruim vijftig jaar geleden, op 23 december 1958 stortte in Zichen, een deelgemeente van het Limburgse Riemst, een mergelgroeve in over een oppervlakte van vier hectaren. Die groeve, met een constante temperatuur van rond 11° Celcius, was dé geschikte plek om champignons te kweken. Die ochtend waren meer dan honderd plukkers afgedaald in de Roosburg om de paddestoelen, het witte goud, te oogsten voor Kerstmis. Bij de instorting vonden achttien arbeiders de dood, elf onder hen rusten nog onder de mergelmassa, meteen de grootste naoorlogse ramp in Limburg.

Vorig jaar publiceerde de toen 84-jarige gewezen medewerker van Het Belang van Limburg, Vital Medaerts, nog het aangrijpende boek Roosburgramp 50 jaar later met verhalen, getuigenissen en foto's over die rampzalige winterdag. Het beschrijft de harde realiteit van de ramp en de redding via getuigenissen van overlevenden, familieleden, vrienden en reddingswerkers. Deze dramatische gebeurtenis vormt ook de basis van de nieuwste roman van journaliste, columniste en schrijfster Margot Vanderstraeten onder de titel Mise en place. Haar vorige boeken Alle mensen bijten, De vertraging en Schijvers gaan niet dood werden al lovend onthaald. En ook dit werk is van een hoog niveau.

Mise en place is een roman met meerdere lagen waarin de succesvolle driesterrenchef Victor Werner de hoofdrol speelt. Hij is de jongste zoon van de champignonbaas in Zichen die de dood vond bij de instorting van de Roosburg. Die ramp en het verdriet van zijn moeder heeft hij gedurende al die jaren weggestopt in een donker hoekje van zijn geheugen. In de plaats is er zijn passie voor de keuken waarvoor hij werkt en leeft ten koste van alles en iedereen. Zo grijpt het boek de lezer vanaf de eerste bladzijde bij de keel en laat het je niet meer los tot het einde. Een echt spannend verhaal trouwens dat begint met een gewoon telefoontje als de chef aan het werk is in de hitte van de keuken. Dan krijgt hij te horen dat zijn jongste, doofstomme lievelingszus Louise, die in een klooster was getreden, overleden is en dat ze een testament heeft nagelaten waarin ze haar broer verzoekt om een feest te geven en nadrukkelijk ook om vergiffenis vraagt voor iets vreselijks. Waarop het verleden als een meteoor op de kop van Victor valt en hij tegen zijn wil meegesleurd wordt naar dat donkere hoekje in zijn geheugen. ‘Herinneringen schieten niet altijd vanzelf wortel; soms hebben ze een dode nodig om tot leven gewekt te worden’, schrijft Margot Vanderstraeten, en die herinneringen beschrijft ze met verve. Op een intrigerende, indringende en intimistische manier fileert ze Victors leven of juister nog, ze schilt het als een smakelijke ui, rok na rok, tot de tranen in de ogen komen.

Zo verhaalt ze het groeiproces van de jonge Victor die na de ramp alleen achterblijft met zijn moeder en het moeilijk heeft op school. Hij volgt uiteindelijk de kokschool waar hij niets leert maar krijgt later de smaak te pakken en werkt zich op tot één van de beste koks die uiteindelijk op zijn veertigste drie sterren krijgt van de Guide Michelin en waarvoor hij alles, werkelijk alles opzij zet. ‘Perfecte dienstverlening houdt het ontkennen van jezelf in. Je bestaat voor de ander’. Het is een sleutelzin in het boek, één met een hoog waarheidsgehalte. In 2003 pleegde de Franse chef-kok Bernard Loiseau zelfmoord omdat hij bang was dat Michelin hem zijn derde ster zou afnemen en in november 2008 leverde de Bretonse kok Olivier Roellinger vrijwillig zijn drie sterren in omdat hij het fysiek en mentaal niet meer aankon. Ook in eigen land pleegde chef-kok Tony Robbijns die een ster van Michelin ambieerde zelfmoord nadat hij een tijdlang in psychiatrische behandeling was geweest. ‘Ik was veertig en ik had de absolute top (drie sterren) bereikt’, zegt Victor, waarna hij niets hoger meer kon bereiken en hij in zijn leven maar twee drijfveren meer had: ‘de verdediging van het bestaande niveau. En de vrees voor degradatie’. Het maakt hem koud en gevoelloos, met een huwelijk zonder liefde waarbij hij de mosterd haalt bij enkele maîtresses.

Twee dagboeken liet Louise na waardoor we inzicht krijgen in de complexe persoonlijkheid van Victor, de relaties met zijn ouders en zus Louise, en de ramp in Zichen waarbij Margot Vanderstraeten fictie en non-fictie door elkaar weeft, een werkwijze die Frank Westerman ook in zijn romans hanteert. Zo beschrijft ze het besef bij baas en arbeiders over het instortingsgevaar van de groeve waar de champignons geplukt worden, maar waar men vooral uit eigenbelang geen rekening wil mee houden. En de manier waarop champignonkwekers te werk gaan, namelijk door het aankopen van verse paardenmest waarbij vader Werner als een sommelier te werk gaat en de stront naar zijn gezicht haalt om eraan te ruiken of ze geschikt is. ‘Hij haalde diep adem. Hij liet de geur in zijn neus walsen’. Het hele boek door hanteert Margot Vanderstraeten begrippen uit de gastronomie die ze blijkbaar zelf goed kent, alsof ze zelf jarenlang in de hitte van de keuken van een toprestaurant heeft gestaan. Intussen dompelt ze de lezer moeiteloos onder in de sfeer van de jaren vijftig. De lancering van de Spoetnik, het uitgebreid vieren van de plechtige communie waarbij de kinderen in een lang wit kleed en een groot kruis om de hals de dag doorkomen, de impact van het overlijden van Pius XII die toen nog een goede reputatie genoot, en natuurlijk de Expo ’58 die door Koning Boudewijn plechtig werd geopend en waar de protagonisten regelmatig op bezoek gingen.

Naarmate het boek vordert drijft Margot Vanderstraeten de spanning verder op. Waarvoor wil Louise postuum zo nadrukkelijk vergiffenis vragen aan haar broer? Het plot ga ik natuurlijk niet vertellen, wel dat het verrassend is, maar tevens droefgeestig en diepmenselijk. De lezer voelt immers het verpletterende gewicht van een leugen die zo groot is en zo moeilijk te bekennen dat er alleen na de dood over kan gesproken worden. ‘Mijn verhaal, dat van de fundamentele waarheid, heb ik uit liefde verzwegen’, schrijft Louise in haar dagboek. Het slot, werkelijk de laatste bladzijden van Mise en place zijn van een betoverende schoonheid. Het geeft inzicht in de fataliteit van het leven en over de onherroepelijkheid van elke daad, elke uitspraak en elke zin. Eens gedaan, uitgesproken of neergeschreven is er geen weg meer terug. Op die manier verlegt elke mens dag na dag een steentje in de rivier van het leven waardoor die een heel klein beetje anders gaat stromen. ‘Panta rhei’ of ‘alles is in beweging’ zei de Griekse presocratische filosoof Herakleitos. Zo is het wel mogelijk om tweemaal in een rivier te stappen, maar toch zal dat nooit hetzelfde zijn. Zowel de persoon zelf als het water in de rivier zijn intussen veranderd en daar valt niets meer aan te doen. We moeten vooruit met de last van het verleden op onze schouders. Men kan het natuurlijk proberen weg te stoppen. Tot er een snaar in die ondoorgrondelijke hersenkronkels geraakt wordt, waardoor we plots voor de spiegel staan, naakt, weerloos, onmachtig.

Dit boek is drie literaire Michelin-sterren waard. Het is een meesterwerk.

Margot Vanderstraeten, Mise en place, Atlas, 2009, 240 p.

Recensie door Dirk Verhofstadt

Inhoud syndiceren