Fragment uit 'De vertraging'
Niets is zo vleselijk als al die knobbels die er met de jaren aan- en ingroeien. En denkt u nu echt, dokter, dat het een verschijnsel is, dat moetje niet meer weet dat ze die spier niet nu maar pas straks, op de pot, moet ontsluiten? Verschijnselen spuiten geen pus. Ze braken geen gal, pissen geen stenen, maken geen luiers nat en krijsen het huis niet bijeen omdat ze menen dat er iemand met hun spaarcenten gaan lopen is; of omdat ze denken dat er gif in de soep zit. En het eerste verschijnsel dat aan tafel luide winden laat, moet ik nog tegenkomen. Een verschijnsel zegt u? Dat koor van langgerekte boeren waarvan er sommige in enkele seconden tijd alle toonaarden halen?
Ik ken ze allemaal. Ik kan ze uittekenen. De zichtbare en onzichtbare kwalen vaneen lang en stoffelijk bestaan. Dat is het voordeel van in een bejaardentehuis geboren te worden, en er pakweg vijftig jaar te blijven hangen. Ik ken de gemene streken die de tijd kan uithalen. En dan heb ik het niet alleen over rimpels, of over uitgedroogd, tot vlies verworden vel. En ook niet uitsluitend over kale hoofden, tot strepen verworden lippen, trillende ledematen of een concentratie die er nog erger aan toe is dan al die verkalkte aderen. Ik heb het vooral over alle onderliggende lagen van het bejaarde menselijk lichaam.
