Fragmenten uit 'Alle Mensen Bijten'

PrintPrintemailemail
Enkele fragmenten uit 'Alle mensen bijten', het boek van Margot Vanderstraeten dat in 2003 de Debuutprijs won.

Een passage ( van pagina 60)

Hoe lang is het nu geleden dat hij er genoeg van kreeg, twaalf jaar, ja twaalf jaar geleden heeft mijn broer me voorgoed verlaten en toen ik van zijn dood vernam heb ik zo’n groot verdriet gehad dat ik er geen raad mee wist en twee dagen en twee nachten naakt en in elkaar gedoken in de hoek van de douchecabine ben blijven zitten en terwijl het koude water over mijn poreuze lichaam stroomde en stroomde en stroomde, stroomden ook de tranen over mijn natte zoute gezicht en toen ik geen tranen meer had stroomden de woede en de machteloosheid door mijn bloed, door mijn schuld, door mijn grote schuld, en ik ben om Joost blijven roepen maar er keek niemand naar me om. En ik ben verschrompeld. En hoe meer mijn huid verschrompelde, hoe sneller elk waardigheidsgevoel van me afdroop; ik hoopte ik hoopte ik hoopte dat Joost straks weer door mijn leven zou wandelen, maar natuurlijk kwam Joost niet meer, er kwam niemand, ik was alleen, helemaal alleen, en het water bleef maar stromen en stromen, twee dagen lang, achtenveertig uur aan een stuk bleven koude en warme waterstralen mijn gehurkte lichaam besproeien; een klam hoopje beenderen met doordrenkt vlees eraan, meer bleef er van mezelf niet over, alles was weggespoeld, alles leek weggespoeld, en ik ben ingeslapen van verdriet, bewusteloos met het water meegegaan, en na twee dagen en twee nachten heb ik mijn ogen weer geopend en ben ik rillend van de kou overeind gekropen, en met mijn handen steunend op de wasbak ben ik voor de spiegel gaan staan en heb ik met diepe zelfminachting mijn wanhoop in de ogen gekeken. En luidop gezegd: ‘genug’.

En nog een korte maar veelzeggende passage (van pagina 115)

‘Voor de allermooiste Lydia die ik ken’ stond op het kaartje dat aan het dikke boeket witte lelies bevestigd was, en dat Didier de dag na het cruciale ontbijt aan mijn deur liet bezorgen. Even was ik gevleid. Totdat ik hem de volgende dag door de telefoon vroeg hoeveel Lydia’s hij dan wel niet kende.'

Inhoud syndiceren