Schoolkeuze niet evident in Antwerps Borgerhout
IK heb een zoontje van drie, Victor. Sinds september gaat hij naar school'', vertelt Ann Convents die in Borgerhout woont en werkt. Ze is, net als haar man, grafisch ontwerper van opleiding, maar werkt nu bij de VDAB als trajectbegeleidster. Onlangs hebben ze in Borgerhout een fraaie eengezinswoning gekocht en verbouwd. Het profiel van dit gezin is representatief voor de recente groep inwijkelingen die zich in de betere buurten (bij het Krugerpark of in de Dreihoek) van Borgerhout nestelen. De nieuwkomers zijn vaak tweeverdieners die hogere studies hebben gedaan, in de sociale, culturele of artistieke sector werken en in Borgerhout een gezin stichten.
,,Al een jaar vooraf ben ik een schooltje beginnen zoeken en in Borgerhout heb ik ze allemaal afgebeld. Want natuurlijk wilden we in de eerste plaats een school dichtbij huis. Maar tot mijn verwondering én woede werd aan de telefoon telkens meteen deze eerste vraag op me afgevuurd: 'Is het een blank kindje, een Belgisch?' Waarop mijn antwoord 'ja' was. En waarop ik dan vervolgens het antwoord kreeg dat blanke kindjes welkom waren, maar dat elk ander kleurtje op een lange wachtlijst kon rekenen.''
,,Van die houding ben ik erg geschrokken. Er is geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om mijn kind naar een school te sturen waar kleur en nationaliteit nog voor de inschrijving de ideologie uitmaken. Natuurlijk kan ik begrijpen dat die scholen proberen hun getto-statuut te doorbreken. Ik kan me goed inbeelden dat een school niet alleen allochtone kinderen wil, alleen is openlijk racisme daarvoor niet de juiste oplossing. Er is nood aan een structureel beleid. Aan infrastructuur ook.''
,,Want neem gerust een kijkje in de scholen van Borgerhout. Je zult zien dat het hen aan menselijke en materiële middelen ontbreekt. Ook daarom gaat Victor niet naar een Borgerhoutse school. Ze zijn niet veilig en niet aantrekkelijk. Er is amper groen. Je treft er kapotte stoelen en banken aan, speelgoed dat gebroken is en scherpe punten en kantjes vertoont, elektrische bedrading die blootligt. Plus: er is onvoldoende personeel. Sommige scholen hebben vrijwel alleen allochtone kinderen. Wel, die hebben meer aandacht en dus meer leerkrachten nodig. Maar het allicht hard werkend lerarenkorps is te klein, de brugklasjes kunnen niet deftig functioneren. Het niveau van zo'n concentratieschool ligt dus noodgedwongen lager dan dat van een school met minder allochtonen. En als ouders kunnen we voor onze zoon toch niet zo'n school kiezen?''
Het zoontje van Ann Convents gaat nu naar een ,,gezond gemengd'' speelschooltje in Deurne, net op de grens met Borgerhout. Een school met een goede verhouding van autochtonen en allochtonen, want een blanke school wilden de ouders al evenmin. ,,Hij moet de realiteit leren kennen, die van een multiculturele maatschappij. Goed verspreide diversiteit van culturen vinden wij een grote rijkdom. Alleen op die manier, alleen in zo'n school zal onze zoon integratie als vanzelfsprekend ervaren en dat vinden wij essentieel. En ja, ik vrees dat we, wanneer Victor naar het eerste leerjaar moet, opnieuw aangewezen zullen zijn op een school buiten Borgerhout. Omdat de scholen vlakbij huis jammer genoeg niet aan onze voorwaarden en principes voldoen.''
De reden -- racisme vanuit de school -- waarom Ann Convents haar kind niet naar een Borgerhoutse school stuurt, is voor Borgerhout minder representatief dan haar gezinsprofiel. Of toch ook weer niet. Want dat de schoolkwaliteit en de daarmee samenhangende vreemdelingen in Borgerhout een teer en complex onderwerp vormen, blijkt uit vele gesprekken. Uitspraken worden gewikt en gewogen, het woord vreemdelingenprobleem wordt angstig gemeden, met begrippen als concentratieschool en verspreidingsbeleid springt men omzichtig om en meer dan eens wordt er rond de multiculturele pot gedraaid. In dit debat, waarin niemand voor racist wil worden aangewezen, geeft voorzichtigheid de toon aan. Dat heeft uiteraard met de bescherming van de eigen visie en bevoegdheid te maken. Maar ook met het feit dat alle partijen voor samenwerking op elkaar aangewezen zijn. Ze willen dus zeker geen bruggen opblazen. Al is misschien precies daar behoefte aan.
,,Ik heb drie dochters'', zegt Kadhija die van Marokkaanse origine is, ,,en ze gaan alledrie naar de Esdoorn, een school in Borgerhout. Ik wilde een school dichtbij huis. Ik heb namelijk geen auto. Maar van racisme heb ik in die school nog niets gemerkt. Integendeel, de leerkrachten en directie doen heel erg hun best. Wie niet kan volgen, kan naar een brugklasje. Mijn dochters voelen zich heel goed in deze school. Ze gaan erg graag. En wij worden betrokken bij ouderavonden.''
,,Maar ja. Natuurlijk zou ik het prettig en beter vinden als er meer Belgische kinderen op de school zaten. Ik vind dat er te veel -- al dan niet genaturaliseerde -- allochtone kinderen zitten. Ik kom van Deurne: daar was ik op school een van de weinige vreemdelingen. Volgens mij is het beter als je in een echt en gezond gemengde school zit, als je als kind elke dag in contact komt met de kinderen van het land waarin je woont. En omgekeerd: het is ook goed dat Belgische kindjes op school met allochtone kinderen in contact komen. Daarom vind ik het jammer dat er zo weinig Belgische kinderen naar de Esdoorn komen.''
Niet langer alle allochtone Borgerhoutenaren kiezen voor een buurtschool. Hassan Boujedain is coördinator van een onthaalbureau. Hassan en zijn Marokkaanse vrouw hebben een zoontje van vijf, Amin. Hassan: ,,In Borgerhout heb ik voor Amin geen geschikte school gevonden. En met geschikt bedoel ik een gemengde school die creativiteit hoog in het vaandel draagt, en waar de directie ruimdenkend is. Ik ben met verschillende directies in Borgerhout gaan spreken. Nu gaat Amin naar een school aan de Dageraadplaats in Berchem. We passeren twee Borgerhoutse schooltjes voor we bij zijn school aanbelanden.''
,,Naar een puur witte school wilde ik hem niet sturen. Ik vind het bijzonder belangrijk dat hij een brede, multiculturele én multisociale kijk op het leven en de maatschappij krijgt. Maar een concentratieschool kwam al evenmin in aanmerking. Het is in dat geval niet de hoge concentratie aan kinderen van allochtone afkomst die me tegen de borst stuit, wél het feit dat de hoge concentratie aan allochtonen in Borgerhout geen bewuste keuze is maar een kwestie van pure noodzaak. Het onderwijs roeit er met de riemen die het heeft. Er zit geen bewuste strategie achter. En precies daar is het mij, en met mij veel andere autochtone en allochtone ouders, om te doen.''
,,Een school mag geen vergaarbak zijn. Zeker niet, zoals meer en meer het geval wordt, een vergaarbak van maatschappelijk zwakke leerlingen. Er is in deze scholen niet alleen een hoge concentratie aan allochtone leerlingen, maar ook aan dezelfde sociaal zwakkere klasse. Het is geen wonder dat de kinderen van de nieuwe Vlaamse gezinnen wegblijven, en het hoeft al evenmin te verbazen dat jonge ouders van vreemde origine zich ook informeren over wat de scholen buiten het Borgerhoutse stadsdeel te bieden hebben. Want natuurlijk is het niveau van de huidige Borgerhoutse concentratiescholen lager dan dat van 'gewone' scholen. Alleen ligt het onderwerp zo bijzonder gevoelig. Dat is jammer, want het is uitgerekend omdat iedereen zo fervent bezig is met 'tolerant' zijn dat er zo angstvallig gezwegen wordt. Terwijl er maar één oplossing is: over concentratiescholen en inburgering moet dringend openlijk gepraat worden. De politiek, de stad, de schooldirecties en de inwoners van Borgerhout hebben nood aan rechtgeaarde, charismatische personen die deze discussie durven aangaan.''
HET probleem schuilt niet in de concentratiescholen, maar wel in het feit dat allochtonen het slecht doen in het onderwijs.'' Dat zegt Boris Mets, opdrachthouder algemeen onderwijsbeleid van de stad Antwerpen en werknemer bij de Stedelijke Ontwikkelingsmaatschappij Antwerpen (Soma). ,,Mensen hebben het idee dat ze, door hun kind naar een concentratieschool te sturen, zijn leerkansen beperken. Die redenering zorgt voor een vicieuze cirkel: de concentratie wordt verhoogd en de kloof vergroot. Niet alleen in de school, maar ook in de maatschappij. Kinderen maken vrienden op school, vrienden met wie ze buiten de school weer afspreken. Als die school dus verderaf ligt, zal het sociale leven zich ook eerder verderaf afspelen.''
,,Gelukkig zijn er scholen en buurten die erin slagen die vicieuze cirkel te doorbreken. De lagere school aan de Antwerpse Brederodestraat is daar een voorbeeld van. En ook de school aan de Lange Altaarstraat in Berchem. Een groep gemotiveerde, sociaal geëngageerde Vlaamse ouders is er met de -- al even gemotiveerde -- directie en leerkrachten aan tafel gaan zitten. Ze zijn samen het debat aangegaan en hebben de stap naar een goede, kwalitatief hoogstaande school samen willen en durven zetten. Die houding heeft in die buurten voor een echte, positieve kentering gezorgd. Want dat is een grondige en algemene misvatting: dat men, als men over verspreiding van allochtonen spreekt, meteen gaat zoeken naar mogelijkheden om allochtonen weg te krijgen. Onzin natuurlijk. Vermenging houdt evenzeer in dat autochtonen hun verantwoordelijkheid opnemen, dat ze toenadering zoeken en meewerken aan de kwaliteit van het onderwijs.''
Emmy Proost van Soma en adjunct van Mets, bevestigt de uitspraken en durft een stuk verder te gaan: ,,Neem Steiner- en Freinetscholen. Die zijn erg in trek bij de middenklasse. Ook bij de middenklasse die zich recentelijk in Borgerhout heeft gevestigd. Toch zul je in Borgerhout nooit een van die pluralistische methodescholen aantreffen. Ze zitten altijd op mooie locaties, in fraaie en veelal groene buurten. Het publiek van Borgerhout is hun doelpubliek niet. Ze houden zich niet bezig met allochtone kinderen of met de problematiek van een grootstad. En jazeker, het spreekt voor zich dat ik de vrijheid van die schoolkeuze respecteer. Maar toch.''
,,Ik heb mijn twijfels over die middenklassebastions. Zo ken ik bijvoorbeeld het verhaal van een allochtoon kind dat zich in een Steinerschool wilde inschrijven, maar dat geweigerd werd. Uiteraard kunnen die ouders een klacht indienen voor discriminatie, maar die procedure is erg lang. Bovendien kun je ze maar inzetten als het doel is je kind alsnog naar die school te sturen. Wel: ik ken geen enkele ouder die zijn kind naar een school stuurt als hij al vooraf weet dat het geviseerd zal worden. Discriminatie valt soms heel moeilijk te bewijzen. Het is overigens een publiek geheim dat bepaalde scholen -- en dan bedoel ik zeker niet alleen Steiner en Freinet -- het percentage allochtone leerlingen op allerlei manieren laag proberen te houden. Scholen die op zich meer draagkracht hebben, worden bijzonder vindingrijk als het op het beschermen van hun witte imago aankomt.''
,,Ik denk dat ons onderwijs voor zwakkere groepen gefaald heeft, en nog altijd faalt'', zegt Mets. ,,Het is een statistisch feit dat de doorstroming naar hogere studies bij allochtonen erg laag is. En dat terwijl ons onderwijs officieel een hefboomfunctie heeft. Maatschappelijk achtergestelde groepen zouden door het onderwijs naar boven getild moeten worden. In werkelijkheid gebeurt dat niet, wel integendeel. Ons onderwijs puurt zijn legitimiteit uit die emanciperende doelstelling, maar in werkelijkheid bevestigt het de kansarmoede van de kansarmen. En wordt de sterkere klasse er alleen maar sterker door.''
,,Dat hangt zeker niet van de leerkrachten af, wel van het onderwijssysteem zelf. Dat vertrekt traditioneel en eenzijdig vanuit de achtergrond en de kennis van de gemiddelde blanke middenklasseleerling. Hij is de norm. Waarom hebben we zoveel zittenblijvers? Omdat onze onderwijsvorm kiest voor het systeem dat, wie de zogenaamde eindtermen (minimumdoelstellingen die de overheid voor alle leerlingen oplegt, red.) niet haalt, gewoonweg moet zittenblijven. Zittenblijven wordt als een noodzakelijk kwaad beschouwd om de kwaliteit van het onderwijs te vrijwaren. Terwijl elk kind recht zou moeten hebben op leersucces, want alleen succes kan tot een positief zelfbeeld leiden. En alleen een positief zelfbeeld kan tot evenwichtige en zelfverzekerde mensen leiden. Hoe kan je ook maar veronderstellen dat je kinderen zonder of toch met weinig frustraties aflevert, als het hele systeem frustraties genereert?''
,,Wat is kansarm? Wat is kansrijk? Dat zijn begrippen waarover we ons moeten buigen. Bijvoorbeeld: hoeft taalachterstand te betekenen dat je minder kansen hebt? Niet wanneer de schoolse aanpak van meetaf aan op letters lezen gefocust is. Er bestaan geen 'goede' en 'slechte' leerlingen: er bestaan leerlingen, punt uit. We moeten van dat traditionele patroon af. Natuurlijk beseffen we dat het verdedigen daarvan niet gemakkelijk zal zijn. Elke voorstander weet dat hij op veel tegenstand zal stuiten. Logisch: ouders willen hun kinderen graag in sociaal en etnisch homogene groepen onderbrengen, en de inrichtende macht beantwoordt daar maar al te graag aan.''
,,Brugklassen helpen een kind z'n leerachterstand in te halen. Dat is goed en lovenswaardig, maar het is niet genoeg. Opnieuw omdat we die leerachterstand aan onze eigen normen -- de eindtermen -- koppelen. Ik pleit voor onderwijsexperimenten in bepaalde scholen: voor het weglaten van die ultieme norm die eindtermen heet. Onderwijskwaliteit heeft niets te maken met het op je zesde jaar kunnen lezen van een nieuwjaarsbrief, maar alles met het stimuleren van de leergierigheid van een kind. Want ook dat is een feit: veel jongeren zijn schoolmoe, maar een groot deel daarvan is allesbehalve leermoe. We moeten naar een kwalificatie voor elke jongere streven. En daarom is het zo belangrijk dat we goed en nauw met alle partijen samenwerken, dat we op allerhande manieren ondersteuning bieden. Want elke leerling kan iets. Iedereen is ergens goed in. Systematisch diskwalificeren leidt kinderen niet naar een betere toekomst. En dus ook niet naar een betere stad.''
