LUISTERBOEK, VOORGELEZEN DOOR ANNEMIE GILS

MEER INFO OVER DIT AUDIOBOEK:

Uitgeverij: AtlasContact
Verschenen: 2021-11-08
Lengte: 9U 9M
ISBN: 9789045045849

Verkrijgbaar:

https://www.storytel.com/nl/nl/books/minjan-mijn-orthodox-joodse-ontmoetingen-na-mazzel-tov-1402003

https://www.nextory.nl/boek/minjan-mijn-orthodox-joodse-ontmoetingen-na-mazzel-tov-11495039/

https://www.bol.com/nl/nl/p/minjan/9300000062963950/?bltgh=qaOHt5j3FhOe-1aTMM5ALw.2_9.12.ProductTitle

https://www.luisterrijk.nl/luisterboek/9789045045849/minjan

In Minjan vertelt Margot Vanderstraeten over haar talloze nieuwe ontmoetingen die zij opdeed na het verschijnen van haar boek Mazzel tov binnen de orthodox-Joodse gemeenschap. Zo is er chef-kok Mosje van het beroemde Hoffy’s in Antwerpen, die iedereen die daarom vraagt graag uitleg geeft over Joods-culinaire tradities en het chassidi­sche leven; er is fotograaf Dan die met zijn scherpe, humorvolle blik als enige de chassidische gemeenschap van binnenuit mag fotograferen; er is Esther, de eigenzinnige, eveneens chassidische mame die de noodzaak van taboes verdedigt en met Margot redetwist over de ultraorthodoxe opvoeding en scholing. 

In Minjan is Margot Vanderstraeten op haar best: nu eens ernstig, dan weer lichtvoetig tot ironisch maar altijd met oprechte interesse zoekt zij, op haar eigen niet-godsdienstige manier, verbinding met buren die nabij een zo ander leven leiden.

 

 

De coverfoto is van Dan Zollmann. 
www.danzollmann.com

In de foyer kwam ze recht op me af. Ze droeg een auberginekleurige, enkellange rok die als een losse koker om haar benen zat en zachtjes ruiste als ze zich verplaatste. Zelfs op haar lichtbruine mocassins was ze klein. Haar beenkleurige panty’s vertoonden een verticale naad op de kuit.

            Dat ze Esther Apfelbaum heette. Dat meneer Markovitz een slimme man moest zijn. En of ze me even onder vier ogen kon spreken.

            Er was nog maar één tafeltje vrij, het stond verstopt in een hoekje en lag met tijdschriften bezaaid.

            ‘Wat wilt u drinken?’ vroeg ik haar.

            ‘Ik zal voor u een drankje halen. U hebt dat verdiend. Gaat u alstublieft zitten,’ stelde zij voor.

            ‘Nee hoor, ik kreeg bonnetjes van de organisatie. Die maak ik graag op,’ zei ik. En dat het me deugd deed om even te staan. ‘Ik heb te lang op een ongemakkelijke stoel gezeten.’

            Ze knikte weer. ‘Dank u. Graag een thee, alstublieft. Het maakt niet uit welke. Groene, gele, oranje, zwarte. Geen melk. Met citroen als het kan en als het niet kan het liefst ook.’

            Zonder naar hun covers of inhoud te kijken schikte ze de tijdschriften tot een berg. Het bovenste exemplaar draaide ze met de achterkant naar boven: een advertentie van een Frans automerk lonkte. Ze zette haar handtas boven op het nieuwe vijfdeurenmodel, haakte mijn handtas van mijn stoelleuning en plaatste ze naast die van haar, binnen haar blikveld.

            Na een lezing drink ik graag een Westmalle tripel. Dat bier sust op een milde, slome manier mijn adrenaline. In het bijzijn van deze chassidische vrouw flitste het door mijn hoofd dat ik dat ritueel dit keer maar beter kon overslaan en een frisdrank moest bestellen, of een thee, net zoals zij.

            Ik zette de thee voor haar neer, en schoof een viltje onder mijn Westmalle. Ze pakte haar kop en schoteltje weer op en repte zich naar de bar. Even later kwam ze terug. Met een theeglas. En met hetzelfde earlgreyzakje. Hetzelfde koekje in een zilveren verpakking. Misschien zelfs hetzelfde schijfje citroen. ‘Porselein is poreus. En poreuze recipiënten kunnen voor ons niet.’

            Mijn ogen en mond moeten haar als een vraagteken hebben aangestaard.

            ‘In de poriën van porselein kunnen resten van vleesbouillon kruipen. Of van melk. De Joodse wet gebiedt ons melk en vlees te scheiden. Dus wij kunnen geen thee uit porseleinen koppen drinken. Omdat we dan, zonder dat we ons daarvan bewust zijn, misschien restjes van vlees of melk drinken die opgelost zijn in het theewater.’

            Ik had tijdens deze zondagmiddaglezing net een passage over omslachtige spijswetten voorgelezen. Van deze theeregel hoorde ik voor het eerst.

            ‘Glas is niet of veel minder poreus dan porselein,’ ging ze verder. ‘Maar mijn vader, die van plan is om honderd te worden, weigert zelfs uit pyrexglas te eten of te drinken. Hij vertrouwt dat moderne materiaal niet. Hij wil alleen eten en drinken uit glas van voor de oorlog, om het met enige overdrijving te stellen. Maar eigenlijk is dat geen overdrijving. Mijn vader zal nooit een drankje of een hapje aanvaarden van mensen die hij niet kent. Ook niet van orthodoxe Joden die hem daartoe uitnodigen maar van wie hij niet weet hoe nauw ze de Joodse wetten nemen. Hij zal het aangeboden eten of drinken laten staan, niet eens aanraken. Van iemand die hij niet kent, vertrouwt hij de keukens en de aankopen niet, hij weet niet in welke mate ze de spijswetten au sérieux nemen. Zo streng als mijn vader ben ik niet, anders zou ik hier niet zitten. Dit pyrexglas’ – ze tikt ertegen – ‘dat minuscule poriën heeft, is voor mij absoluut goed genoeg.’

            We spraken over Joodse scholen.

            Ze kwam terug op een aantal uitspraken die ik in het gesprek met de moderatrice had gedaan en die haar, hoewel ze dat zo niet naar voren bracht, leken dwars te zitten.

Bij het religieus onderwijs van bepaalde chassidische privéscholen had ik mijn bedenkingen en bekommernissen geformuleerd. Ik had gezegd dat ik vond dat elk kind recht heeft op een regulier, profaan pedagogisch programma. Recht op wetenschap. Recht op alle waar- en onwaarheden die niet goddelijk zijn. Recht op een leven naast de Heer. Voor mij waren dat mensenrechten, zoiets had ik geopperd.

            ‘Ik ben het product van dat onderwijs dat u zo op de korrel neemt. Mijn kinderen zijn naar zo’n private, niet-gesubsidieerde school geweest. Mijn kleinkinderen zitten er op dit moment. Wij leven zoals we willen leven en we doen niemand kwaad. Sinds wanneer is dat fout?’

            ‘Zoals ik op het podium heb toegelicht: er is meer dan God in de wereld. Ik vind dat álle kinderen dat horen te weten. Zodat ze vervolgens zelf kunnen kiezen waarin ze geloven.’

            ‘Denkt u dat het onderwijs van modern-orthodoxe kinderen beter is, dat het betere kinderen aflevert? Of dat uw eigen scholen beter zijn?’

            Haar gebaren waren kalm. Ze moest inderdaad rond de zestig zijn en had, mede door haar leeftijd, een aplomb om u tegen te zeggen. Ik hoefde niet bang te zijn haar te kwetsen. Ze kon overduidelijk tegen een stootje en liet dat van meet af aan merken. Haar jasje was geen echte Missoni.

            ‘Modern-orthodoxe Joodse scholen,’ antwoordde ik, ‘hebben volgens mij een soort evenwicht gevonden tussen de moderne en de traditionele wereld. Al hellen ook zij voor mij al te zeer over naar de religieuze kant. Ook in hun scholen wordt er, uit respect voor de godsdienst, van alles en nog wat gecensureerd. Ook zij cultiveren bepaalde taboes. Leerlingen krijgen geen seksuele voorlichting, of toch geen degelijke of uitgebreide. Over het bestaan van voorbehoedsmiddelen, over homoseksualiteit, transgenders, zelfs over erotiek wordt niet gesproken.’

            ‘Moet dat dan?’

            Ik nam een flinke slok van mijn goudblonde Westmalle en likte het romige schuim van mijn lippen.

            ‘De modern-orthodoxe scholen serveren alle reguliere profane vakken,’ ging ik verder. ‘Het Joodse religieuze programma bestaat er náást het officiële programma. Het wordt er niet “in de plaats ván” aangeboden, zoals in de scholen waarnaar u verwijst. Je leert in gematigd orthodoxe scholen zowel over Adam en Eva als over de evolutietheorie.’

            ‘God heeft de wereld geschapen,’antwoordde zij.

            ‘Hoelang bestaat deze wereld volgens u?’

            ‘Een paar millennia.’

            ‘Niet langer?’

            ‘Waar wilt u naartoe?’

            ‘Waar u me naartoe stuurt. Naar de talrijke botten van dinosaurussen die zijn opgegraven. De wereld bestaat veel langer dan een paar duizend jaar. De botten bewijzen dat.’

            ‘Wie zegt dat de botten niet bewijzen dat God ze daar heeft begraven op de dag dat hij de wereld schiep?’

            We zwegen. Ik kon niet geloven dat ze geloofde wat ze suggereerde.

            ‘Kinderen mogen niet van meet af aan beperkt worden. Dát bedoel ik vooral,’ zei ik, als overbodige verduidelijking. Ik wilde niet dat dit gesprek zo snel afgelopen zou zijn.

            ‘U denkt: hoe meer visies je aan een kind geeft, hoe minder je het beperkt,’ zei zij, samenvattend, concluderend haast.

            ‘Ik denk wel dat je moet doseren, natuurlijk.’

            ‘Onze kinderen leiden een beschermd leven binnen onze groep en binnen onze scholen.’

            ‘Dat weet ik. En zo’n bescherming heeft zeker een mooie kant, dat zal ik niet ontkennen. Maar ze is ook verstikkend. En ze is moreel onjuist. Je sluit kinderen af van indrukken en inzichten waarop ze recht hebben.’

            ‘Wie weet zo goed waar onze kinderen recht op hebben? Wisten uw leraren dat? Zijn al die verhalen over misbruik in katholieke internaten zo mooi dat je je kinderen er graag naartoe zou sturen? Het welzijn van onze kinderen is ons hoogste goed. We willen hun een mooie, onschuldige opvoeding geven.’

            Ik begon me te ergeren aan haar hardleersheid en haar pasklare antwoorden.

            ‘Ik mag er niet aan denken dat onze kinderen in een wereld zonder taboes zouden moeten opgroeien of leven,’ vervolgde ze. ‘Ook later niet, als ze volwassen zijn. Stel je voor dat we allemaal blootgesteld zouden worden aan alle verleidingen van de moderne wereld. Hoe zouden we goede mensen kunnen zijn, als we constant door futiliteiten worden afgeleid. Wij eren taboes. Thuis en op school en waar dan ook, ons hele leven lang. Gelukkig. Gelukkig eren wij taboes.’

            Van haar woorden keek ik op. Haar open- en eerlijkheid verrasten me. Ze hoefde me dit alles niet te vertellen. Ze hoefde hier niet bij me te zitten. Ze wist heel goed dat mijn wereld en de hare op meerdere vlakken, en zeker op deze, frontaal botsten. Ik was nog nooit iemand tegengekomen die zo fervent, openlijk en zonder gêne pleitte voor een bestaan vol taboes.

            ‘Welk opvoedkundig taboe vindt u dan zo belangrijk?’ vroeg ik, misschien wel al te nieuwsgierig. ‘Welk taboe moet volgens u absoluut bewaakt worden?’

            ‘Er zijn er heel veel,’ antwoordde ze. ‘Maar ik zal er u een geven. Harry Potter.’

            ‘Harry Potter?’

            ‘Je kunt aan dat personage nog onmogelijk ontsnappen. Potter is overal. In gadgets op straat, geprint op t-shirts, uitgebeeld op boekentassen, potloden, pennen, gommen, schriftjes… Maar onze kinderen zullen de boeken van Harry en zijn vrienden nooit lezen.’

            ‘Waarom mogen ze J.K. Rowling niet lezen?’

            ‘Omdat haar boeken over bijgeloof en tovenarij gaan. Omdat in al deze boeken jongens en meisjes vrij en los met elkaar omgaan. Allerlei redenen.’

            Ze trok de twee punten van haar foulard op dezelfde hoogte en knoopte ze weer aan elkaar. Haar vingers waren bleek en fijn. Ze had korte, gevijlde nagels die in een zacht, haast onzichtbaar perzikkleurig tintje waren gelakt en ze droeg één smalle gouden ring. Om haar pols tikte een horloge van eenvoudige makelij, witte wijzerplaat, plastic bandje.

            ‘Het zijn jeugdboeken.’

            ‘Er staat van alles in dat niet voor kinderen en jongeren is bestemd.’

            ‘Meisjes en jongens worden verliefd, als u dat bedoelt,’ grijnsde ik. ‘Harry wordt verliefd op Ginny.’

            ‘ Verliefdheid voor het huwelijk bestaat niet. En er staan in die boeken, die ik voor alle duidelijkheid niét gelezen heb en nooit zal lezen, naar verluidt passages waarin de aantrekkingskracht tussen jongens en meisjes wordt beschreven. Hun lichamelijke groei. Dat is verschrikkelijk. Daar horen kinderen niets van te vernemen. Wij bewaren intieme zaken juist tot aan het huwelijk. Alleen voor die ene man of vrouw.’

            ‘Dat is wat ik bedoelde. Biologische en seksuele voorlichting krijgen bij jullie geen plaats.’

            ‘Vanaf de verloving. Als onze kinderen gaan huwen. Eerder is overbodig.’

            ‘Ik zal mijn eerste liefje nooit vergeten. Ik was acht.’

            ‘Kan bij ons niet. Onze meisjes komen niet met jongens in contact.’

            ‘Op straat wel.’

            ‘Er is controle. Ik heb een vriendin. Ze zat samen met mij in de klas, een eeuwigheid geleden. Na school stond er een paar keer een niet-Joodse man buiten het gebouw te wachten. Ik heb geen idee wat hij daar deed of wie hij was. Hij staarde naar haar. Hij volgde haar. Hij zocht contact. Op een dag heeft mijn vriendin, we waren een jaar of vijftien, een gesprek met hem aangeknoopt. Niet dat ze echt met hem begon te praten. Maar ze hebben een paar zinnen uitgewisseld. Daarna begon ze te blozen.’

            ‘Spannend.’

            ‘Een week later zat ze op het vliegtuig naar Brooklyn. Iemand had haar ouders ingelicht over deze “aanbidder”, iemand had hun over het blozen verteld. Ze heeft een jaar lang bij familie in Brooklyn gewoond. Zulke escapades moeten onmiddellijk worden gecorrigeerd.’

            ‘Ongelooflijk,’ zei ik. Ik haal diep adem. ‘En ongelooflijk meedogenloos.’

            Ze schudde het hoofd. ‘Mijn vriendin heeft in New York een uitstekende tijd beleefd. En ze heeft haar ouders deze stap nooit kwalijk genomen, integendeel, ze wist heel goed dat dit het beste voor haar was en ze zegt dat vandaag nog altijd. Ze is gelukkig getrouwd, kreeg zeven kinderen, ik weet niet hoeveel kleinkinderen.’

            Ik dacht aan van alles. Aan de seksuele reputatie van een vrouw, in elke gelovige wereld kennelijk nog altijd belangrijker dan de rest van haar hele wezen. Ik dacht aan de sociale controle in het dorp waar ik opgroeide en waar meisjes die met jongens optrokken soms ‘hoer’ werden genoemd. Ik dacht aan wijlen mijn vriend Wim Heynen, oprichter en eigenaar van de boekhandel van mijn jeugd: de Markies van Carabas in Hasselt. Al vanaf de opening van zijn winkel maakte Wim er een punt van om geen afdeling kinderboeken in huis te halen. Hij, radicaal in doen en laten, weigerde literatuur onder te verdelen in boeken voor kinderen, jeugd en volwassenen. Hij vond het bestaan van kinder- en jeugdliteratuur een aanfluiting voor de kleine mens die je van jongs af aan met geniale geesten diende te confronteren. We hebben talrijke discussies over dit onderwerp gevoerd en het hielp niet als ik zei dat mijn kinderlijke verbeelding er zonder de jeugdbibliotheek een stuk armer had uitgezien. Je moest, zo vond hij, kinderen zo serieus nemen dat je hen onmiddellijk in het ongecensureerde grote goed onderdompelde. Hij overschatte ouders.

            ‘Harry Potter hoef je niet te lezen. Hij is ook op tv,’ zeg ik.

            ‘Onze gezinnen hebben geen tv.’

            ‘Ze hebben internet.’

            ‘De meeste chassieden hebben thuis helemaal geen internet. Hebben ze wel een aansluiting, dan wordt de toegang door een koosjere provider verzekerd, die alles screent en niets toelaat wat in onze leefwereld niet thuishoort. Internet is bij ons filternet.’ Ze lachte.

            ‘Ik vind het juist goed als meisjes en jongens al van jongs af aan samen spelen en leren. Hoe sneller, hoe beter.’

            ‘Zusjes en broertjes, ja.’

            ‘Op school. In de jeugdbeweging. Op straat.’

            ‘Waarom het leven zo moeilijk maken als het simpel kan zijn?’

            ‘Ik zie het net omgekeerd. Ik vind dat jullie het moeilijker maken dan het is. Meisjes en jongens van elkaar scheiden is niet van deze tijd.’

            ‘Wat is dan wel van deze tijd?’ Ze roerde in haar thee. ‘Kinderen die naar porno kijken, is dat eigentijds? Groepsverkrachtingen onder tieners? Al dat bloot overal?’

            Ik schudde het hoofd. ‘Dat zijn uitwassen. Ik heb het over de tijdsgeest. Je kunt de moderne wereld niet buitenhouden, tijd en de tijdsgeest niet tegenhouden.’

            ‘Je vergist je.’

            ‘Maar je ziet het nu toch al? Je hoeft geen tv meer te hebben om naar tv te kijken. In een smartphone zit de hele wereld, ook alles wat verboden is. De wereld ligt in onze handpalm. Er is overal wifi. En er zijn overal vrome mensen die de uiterlijke schijn hoog houden, maar die vanbinnen helemaal niet vroom zijn. Net zoals dat voor katholiek Vlaanderen gold. De ontkerkelijking is geen geval apart. Er zal een ontsjoeling komen. Ze is al bezig.’ Ik lachte – ontsjoeling.

            Ze ging er niet op in. Ze zei: ‘We gaan nu geen jodendom met katholicisme vergelijken, nietwaar. Wie in Hasjeem, de Allergrootste, gelooft, volgt Zijn geboden. Daar hoort het afwijzen van de profane wereld nu eenmaal bij. Al eeuwenlang.’ Haar ogen keken warm en levendig, op het aanstekelijke af.

            ‘Vindt u dat geen zware taak?’

            ‘Maar nee! Wij volgen de halacha uit vrije wil en met groot plezier! Halacha betekent niet voor niets “de weg die men bewandelt”. Wij geloven in de weg, in al die regels en gebruiken die ieder facet van ons leven kleuren. Onze wetten zorgen ervoor dat wij goede mensen zijn.’

            ‘Je kunt ook zonder geloof een goed mens zijn.’

            ‘Wij niet.’

            ‘Of iets minder geloven? Je zou modern-orthodox kunnen zijn?’’

            ‘Die tak is een grap. Modern en orthodox tezamen. Wat vindt u daar zelf van, van zo’n paradoxale combinatie? U denkt toch niet dat dit kan, dat zo’n invulling van onze religie geen grote komedie is?’

            ‘U bent toch een beetje modern?’

            ‘Koffie zonder cafeïne, is dat koffie? Champagne zonder bubbels, is dat champagne? If you know what I mean.’

            ‘Een verbod, van welke aard ook, kan de menselijke natuur, waarvan nieuwsgierigheid een onderdeel is, niet onderdrukken. Dat denk ik echt.’

            ‘Het is onze taak om onze kinderen te beschermen tegen onwelkome invloeden, zo simpel is dat.’

            ‘Dat snap ik, maar wie bepaalt wat welkom en wat niet welkom is?’

            ‘De ouders. Tot de kinderen gehuwd zijn. En Hasjeem. Het gebed. De studie. De geloofsleer.’

            ‘Jezus.’

            ‘Nee, die liever niet.’ Ze schoot in de lach. ‘Ik heb nog nooit bier gedronken,’ zei ze toen.

            Ik was blij dat we van onderwerp veranderden. Ik wilde haar niet sarren, maar dan had ze niet over het onderwijs mogen beginnen.

            ‘Wilt u van mijn Westmalle proeven?’ vroeg ik.

            ‘Nee, bedankt.’

            ‘Het bier wordt door trappisten gebrouwen, in een abdij in Westmalle. Als ik me niet vergis, drinken orthodoxe Joden geen bier dat door katholieke ordes wordt gebrouwen?’

            ‘Dat zal van het bier en van de vroomheid van de Jood afhangen,’ lachte ze. Ze streek met haar vinger om de rand van haar theeglas.

            ‘Waarom bent u naar deze lezing gekomen?’ vroeg ik.

            ‘Omdat ik nieuwsgierig was naar u. Ik heb uw boek gelezen.’

            ‘Mijn boek’ is in Joodse kringen altijd Mazzel tov. Iemand als Mosje denkt dat ik maar één enkel boek heb geschreven. Deze vrouw leek me avontuurlijker en onderzoekender dan Mosje. Haar uitdagende opmerkingen gaven aan dat ze van spanning hield. Ze wist dat onze levens onverenigbaar waren. Toch was ze, op actieve wijze, uit op verkenning. Deze eigenschappen, die soms vermoeiend kunnen zijn, herkende ik van mezelf. Maar haar zeldzame neiging om de deuren tussen onze werelden op een kier te zetten, deelde ze met Mosje. Ik zei haar dat.

            ‘Elke niet-Jood kent de Hoffmannen en denkt dat Mosje en co representatief zijn voor alle charediem en chassidiem. Ze hebben hun verdiensten, laat daar geen twijfel over bestaan. En ze weten heel goed wat vers en lekker is. Maar u had mij net zo goed kunnen meenemen naar de koningin. Want jawel, ik heb jullie expo in Kazerne Dossin gezien, uw teksten samen met foto’s van Dan Zollmann. Ik bezoek deze pijnlijke plek minstens twee keer per jaar.’

            Ze was goed op de hoogte voor iemand die de reguliere media links laat liggen. Waarom mijn vergelijking met de Hoffy’s voor haar ongelukkig gekozen was, begreep ik niet. Misschien behoorden zij en de Hoffmannen tot een andere groepering. Er zijn ultraorthodoxe bewegingen die pal tegenover elkaar staan. De rebbes van de ene willen niets weten van die van de andere – hun discipelen vermoedelijk evenmin. Dat ze het Holocaustmuseum niet de rug toekeerde, gaf in elk geval aan dat ze haar ogen niet helemaal voor de aardse wereld sloot.

            ‘Heeft iemand u over onze expo verteld?’ vroeg ik nieuwsgierig.

            ‘Bij de slager hoorde ik erover. Ik heb enkele opmerkingen over de expo.’

            Ik verschoof op mijn stoel.

            ‘De foto’s… sommige chassidische mensen hebben geen toestemming gegeven om gefotografeerd te worden. Ze zouden niet blij zijn als ze wisten dat hun beeld daar open en bloot hangt.’

            ‘Er hangt niemand open en bloot.’ Mijn snelle antwoord klonk pinniger dan ik had verwacht én had bedoeld. Ik had het gevoel dat ze Dan aanviel, en dat verdroeg ik niet.

            ‘Het spijt me,’ zei zij toen. Ze pakte haar theeglas vast en stond op. ‘Het spijt me, echt waar. Ik heb te veel kritiek. Het is altijd hetzelfde. Ik kan het niet helpen. Het heeft met ons dna te maken.’ Ze boog zich naar me toe en zei: ‘Vier Joodse vrouwen zitten in een restaurant, komt er een ober aan hun tafel, vraagt die: “Is er ook maar iets naar wens?”’ Ze plofte weer neer. ‘Zo ben ik. Zo zijn wij. Altijd commentaar. Altijd opmerkingen. Niet kunnen zwijgen. U heeft dat goed gedaan vanmiddag. Kol hakavod, alle respect! Ik feliciteer u. En ik zal minder praten.’

            Ze bracht haar lege glas terug naar de toog.

            Toen ze terugkwam, zei ik: ‘Ik zou het nog graag even over uw opmerking over het antisemitisme hebben. Kan dat?’ Al vanaf mijn eerste slok Westmalle wilde ik haar daarover interpelleren.

            ‘Niet vandaag,’ antwoordde zij beslist en op haar horloge kijkend. ‘Volgende keer.’

            Haar voorstel en haar assertiviteit verbaasden me.

            Ze duwde mijn handtas naar me toe. ‘Je laat een tas of een jas nooit aan je stoel hangen, je weet nooit of er mensen met slechte bedoelingen rondlopen. Mag ik even uw pen lenen?’

 

            Met mijn pen in haar hand vorderde ze het viltje onder mijn bierglas. Op de achterkant noteerde ze haar mailadres en haar mobiele nummer. ‘Het liefst gebruik ik WhatsApp. Kost niets en is veilig en versleuteld.’

 

DE STANDAARD – DUBBELINTERVIEW MARGOT VANDERSTRAETEN en SILVAIN SALAMON – 23/10/2021

‘Leed staat levenslust niet in de weg’

Bij hem zit God soms achter het stuur, soms op de achterbank, bij haar rijdt Hij niet mee. Hij is orthodox Joods en bezorgd, zij vrijzinnig en hoopvol. Toch klikt het tussen Silvain Salamon en Margot Vanderstraeten, schrijvers en brugfiguren. ‘Er is iets dat de mens overstijgt.’

Door Filip Rogiers foto’s Jimmy Kets

https://www.standaard.be/cnt/DMF20211022_94825710?utm_source=standaard&utm_medium=newsletter&utm_campaign=avondupdate&utm_content=uitgelicht&utm_term=0-0&adh_i=500cb5bed48b49c8bc7a3aa576483411&imai=&M_BT=191490449005&articlehash=vTKTIQLNI7cjGcfhQLY%2Ff9v3CnVth%2FOuPtt1pdI5PZ%2FgglYsq7RIpsAn4%2FvBZ8I7R%2BFoesuhb5rWo3oEzhBwQxMcINzcrByu3Um2r74hyvvTi3z5uiX8wSyeAonBUUPFdq%2Ffrs5cJEv1NGyqrvfDW6dl691OwLaQc%2FtVKd%2Bcg6TtJMw8MsDtRQdwKaj%2FkfDwlsg6ozhi4pMf%2BE3Of95vKU22FbnbKhXIxrX0QC06HuW2hjcyK05cEg7obvLdYydONzvwJq28VikCn4HTM39%2BskVggET1HyAHFb2xzyClNqa9nDrt72w9KRlMjU9FT1LNAEGRvFLCZXVFa6HGtRSFoA%3D%3D

 ______________________________________________________________________________________________________________________________________________________

DE MORGEN – 18/09/2021

Margot Vanderstraeten schrijft opnieuw over de chassieden: ‘Dat zijn onder het leven gebukt zouden gaan, is een hardnekkig misverstand’

Antwerpen, de Joodse wijk, vrijdagnamiddag. Margot Vanderstraeten komt op een knalgele fiets de Pelikaanstraat ingereden. Haar luchtige jurk contrasteert vrolijk met de zware zwarte rokken waarin …

https://www.demorgen.be/tv-cultuur/margot-vanderstraeten-schrijft-opnieuw-over-de-chassieden-dat-zij-onder-het-leven-gebukt-zouden-gaan-is-een-hardnekkig-misverstand~b41917a2/

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

GAZET VAN ANTWERPEN – 20/09/2021

Margot Vanderstraeten over ‘Minjan’: “Veel joden zijn er fier op dat ze Antwerpenaar zijn”

Het leven van de joods-orthodoxe gemeenschap in Antwerpen blijft intrigeren. Als uitvloeier van het boek Mazzel tov, waarvan er in ons taalgebied 60.000 exemplaren werden verkocht, stelt journaliste Margot Vanderstraeten nu Minjan voor. “Er is nood aan een brug tussen de gemeenschappen.”

https://www.gva.be/cnt/dmf20210919_95595601

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

BLOG Bert ALTENA – 23/09/2021

… 

Het is verbazingwekkend hoe Vanderstraeten er in slaagt als buitenstaander in deze unieke wereld door te dringen. Haar oprechte belangstelling voor de orthodoxe leefwijze en het respect dat ze daarvoor toont, juist door kritiek te leveren op aspecten die haar tegenstaan, zijn misschien wel de sleutels tot dit succes. Ze durft dóór te vragen, ook als het al te persoonlijk wordt. Ze laat zich leiden door een grote nieuwsgierigheid en dat levert een boeiend journalistiek resultaat op. Haar vlotte en meeslepende schrijfstijl zorgt dat je als lezer m/v snel door het verhaal meegenomen wordt.

https://www.bertaltena.com/margot-vanderstraeten-minjan/

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

DE DOORBRAAK – Frank Hellemans – 27/09/2021

Van gefilte fisj tot fatalisme: Margot Vanderstraeten fileert de (Antwerpse) Joden

Vanderstraeten gooit het deze keer over de journalistieke boeg en interviewt eigenlijk in eerste instantie markante figuren uit het Joodse, Antwerpse wereldje. Maar op het einde van Minjan komt er dan toch een persoonlijke insteek wanneer haar vriend Martinus in volle coronaperiode door een diep dal gaat, en de kippensoep van haar Joodse vriendin enigszins soelaas biedt. Dat haar genezen vriend op zijn beurt hand- en spandiensten verleent aan een Joodse koppelaarster leidt zelfs tot een ontroerend happy end.

 https://doorbraak.be/recensies/van-gefilte-fisj-tot-fatalisme-margot-vanderstraeten-fileert-de-antwerpse-joden/

______________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Margot VANDERSTRAETEN was te gast in DE AFSPRAAK op CANVAS op woensdag 29/09/2021

https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/de-afspraak/2021/de-afspraak-d20210929/#autoplay=2030&asset=/content/dam/vrt/2021/09/16/de-afspraak-r2021-a0091-depot_WP00188054

______________________________________________________________________________________________________________________________________________________

MINJAN op tweede plaats in TOP 10 bij Standaard Boekhandel op 1/10/2021

https://www.standaardboekhandel.be/c/fictie-3d267d2c/bestsellers-fictie

______________________________________________________________________________________________________________________________________________________

MINJAN opgenomen in de lijst MUSTREADS 2021

https://www.standaardboekhandel.be/feest-van-het-boek

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________

HET PAROOL _ 29/09/2021 _ Margot Vanderstraeten: ‘Het schrijven aan Minjan was mijn Joodse penicilline’

https://www.parool.nl/kunst-media/margot-vanderstraeten-het-schrijven-aan-minjan-was-mijn-joodse-penicilline~b2f105809/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

____________________________________________________________________________________________________________________________________________________

 HET NIEUWSBLAD _ 07/10/2021 _‘Minjan’ van Margot Vanderstraeten: Harry Potter en de benen van Mathilde****

 RECENSIE. ‘Minjan’ van Margot Vanderstraeten: Harry Potter e… – Het Nieuwsblad

____________________________________________________________________________________________________________________________________________________

JONET.NL _  10/10/2021 _ ‘Oi vei. Alleen in Antwerpen – boekrecensie Minjan’

https://jonet.nl/oi-vei-alleen-in-antwerpen-boekrecensie-minjan/

 ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________

KERKNET – 16/10/2021 – Over orthodoxe joden en onze eenzaamheid

https://www.kerknet.be/kerknet-redactie/artikel/over-orthodoxe-joden-en-onze-eenzaamheid

Kan je als buitenstaander ooit echt bevriend zijn in joods-orthodoxe kring? Na ‘Mazzel tov’ bewijst Margot Vanderstraeten in ‘Minjan’ opnieuw van wel.

___________________________________________________________________________________________________________________________________________________

GOODREADS  – MINJAN – Margot VANDERSTRAETEN – 15/10/2021

Oct 08, 2021Isabel rated it *****

Oh, heel mooi, verrijkend en bijzonder interessant.
Zalige inkijk in die -voor mij- boeiende gemeenschap.
Een must read na “Mazzel tov”!
Ik hoop zo hard dat er nog boeken volgen in deze “reeks”.

 

Oct 12, 2021Benedikte added it

“We hebben niet alleen goed voedsel nodig als we samen gezond verder willen leven, we hebben ook behoefte aan een goed glas vertrouwen en dialoog. Het is beter als we de buitenwereld – en we kunnen beginnen met de mensen die bewust bij ons komen eten – een beetje van ons binnenste laten zien.”

Na ‘Mazzel tov’ heeft Margot Vanderstraeten zich opnieuw in de orthodox-Joodse cultuur verdiept. De opvolger heet ‘Minjan’ en spit verder waar de voorloper even halt hield. In dit boek vertelt de auteur over de ontmoetingen met (orthodoxe) Joden en hoe die hun tradities, waarden en kijk op het leven binnen de eigen gemeenschap vorm geven en delen. Inspiratie hoefde Vanderstraeten niet ver te zoeken, ze woont immers vlak bij de Joodse wijk in Antwerpen. Met kritische nieuwsgierigheid ging ze het gesprek aan met de mensen die haar eerste boek over het thema lazen, er een stuk van zichzelf in herkenden of misschien vonden dat het ‘uitsmeren’ van de Joodse identiteit, eigenlijk niet had gehoeven.

Tal van markante personen passeren de revue: van Mosje uit traiteurzaak Hoffy’s, over de standvastig-conservatieve Deborah tot Dan Zollmann, de fotograaf die het coverbeeld voor ‘Mazzel tov’ maakte. Het is een tentoonstelling in de Dossinkazerne – alweer gelinkt aan Vanderstraetens vorige boek – die maakt dat hun wegen elkaar kruisen, dat er pertinente vragen gesteld worden en tegelijk pertinente antwoorden gegeven. De schrijfster geeft toe dat ze er niet altijd op uit is om de pittige discussies aan te gaan, laat staan tot het bittere eind mee te voeren. Maar ze doet het wel en dwingt er in zekere zin ook respect mee af, bij die orthodoxe Joden die niet te beroerd zijn om toe te geven dat de harde lijn van hun leefgemeenschap, hen eigenlijk niet (meer) zo bekoort.

Sterk aan het boek is vooral dat de auteur nooit oordeelt en altijd open kaart speelt: over zichzelf, over haar respect voor de Joodse identiteit, over wat ze wel én niet weet over de cultuur en over hoe de ontmoetingen in het boek, haar leven de laatste jaren bepaald hebben. De coronacrisis dwarste het schrijfproces. De partner van Vanderstraeten werd exact in die periode zwaar ziek. Alle onzekerheden ten spijt heeft ze zich in getuigenissen, herinneringen en emoties vastgebeten om ‘Minjan’ toch tot een goed einde te brengen.

Wie dit boek leest, krijgt een scherpe en tegelijk genuanceerde inkijk in de wereld van een volk dat de wonden van de shoah en de holocaust nog steeds likt, dat de sabbat heiligt, principes voor de eeuwigheid handhaaft, taboes in stand houdt maar in heel wat gevallen ook het hart op de juiste plaats heeft. Als er al een ideale leidraad naar ‘vreedzaam samenleven’ in een diverse maatschappij bestond, dan kon deze publicatie er integraal in opgenomen worden als hoofdstuk één. Je hoeft het niet met alle standpunten uit het boek eens te zijn, maar het wordt wel duidelijk waarop die standpunten gestoeld zijn. Samengevat: ‘Minjan’ is een bijzonder eloquent en relevant naslagwerk, geschreven door de ogen van een uitgekiende observator. 

 

Sep 19, 2021Alwin van Gils rated it ****

Weer een bijzonder mooi verhaal na mazzel tov. Het geeft je een kijk op deze bijzondere groep van mensen en leert je toch met andere ogen te kijken
De film left lugage van heel wat jaren geleden en unorthodox op netflix hebben natuurlijk ook hier al aan bijgedragen maar dit boek maakt alles heel menselijk en warm
Gisteren gekocht en vandaag uitgelezen
Ik kon niet stoppen
Een aanrader

 

Oct 10, 2021Lydia rated it ****

Graag gelezen. De schrijfster vertelt, over ontmoetingen, contacten, binnen de Joods orthodoxe gemeenschap van Antwerpen. Zeer goed geschreven, soms grappig, soms ernstig. 

 

Oct 14, 2021Lut Van Hoof rated it *****

Ik wil begrijpen en begrip tonen voor iedereen die ‘anders’ is en anders denkt. Niet makkelijk. Een oordeel is zo snel gevormd. Er zijn heel wat tinten grijs en Margot Vanderstraeten geeft voldoende stof tot nadenken.
Knap werk.

_______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

WOORDKUNST – 13/10/2021 – Minjan in boekenprogramma

Te luisteren op https://rtvlansingerland.nl/gemist/woordkunst/10-13%2818%29 – Woordkunst.MP3   22.40 – 31.22

_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________

DE LEESTREIN – 31/10/2021 – Minjan, Margot Vanderstraeten

http://deleestrein.blogspot.com/2021/10/minjan-margot-vanderstraeten.html

Minjan – Margot Vanderstraeten

” Vier Joodse vrouwen zitten in een restaurant, komt er een ober aan hun tafel, die vraagt: ‘Is er ook maar IETS naar wens?’ Zo zijn wij…we kunnen het niet helpen…altijd kritiek, commentaar of opmerkingen…het zit in ons DNA.”

Margot Vanderstraeten heeft met haar boek Mazzel tov een gevoelige snaar weten te raken en leidde tot bijzondere ontmoetingen binnen de orthodox-Joodse gemeenschap. Ook werd het boek een internationale bestseller. In het eerste boek van Vanderstreaten leerde we kennis maken met chef-kok Mosje, van Hoffy’s in Antwerpen, die iedereen maar al te graag uitgeweide uitleg geeft over Joods-culinaire tradities en het chassidische leven. Fotograaf Dan heeft een scherpe en humorvolle blik op het leven en is de enige fotograaf die het leven van binnenuit de gemeenschap mag vastleggen. En dan is er nog Esther die graag met de auteur praat, maar liever nog discussieert, over de ultraorthodoxe manier van opvoeding en scholing.

In het boek Minjan gaat de schrijfster nog een stapje verder en gaat ze op een afwisselende manier, van dan weer ernstig naar dan weer luchtig en humorvol, gesprekken aan met de al bekende personen maar leert ze ook weer allemaal nieuwe mensen kennen. Wat vooral opvalt aan haar manier van schrijven is dat ze zo oprecht en respectvol is naar de Antwerpse Joodse gemeenschap, dan wel naar de verbinding van haar eigen niet-gelovigheid ten opzichte van diegene die wel geloven. Schiet ze af en toe dan toch de bocht uit dan is daar altijd Eshter die haar dat op een haarfijne manier weet duidelijk te maken. 
Dit verhaal is geschreven tijdens de lockdown en zo krijg je een goed inzicht in de moeite die het de Joodse gemeenschap hier en daar heeft gekost om toch aan haar geloofsbelijdenis te blijven voldoen. Wederom zijn ze heel inventief, al blijkt dat bij sommige ondernemingen ook wel weer sterk hun egoïstische kant naar boven te komen. Iets wat ze zelf niet onder stoelen of banken schuiven. Net zoals hun harde humor en eeuwige gezeur, zijn ze zich daar wel van terdege bewust.
Toch ontkomt ook de auteur er niet aan dat ze in gesprekken met de mensen verhalen hoort over de afschuw van de holocaust, maar dat wordt allemaal terloops genoemd, ik zou bijna zeggen op zijn Joods. Zoals bijvoorbeeld de volgende korte zin die een mega impact op de lezer heeft: ”In onze middens maken we nu pas onze eerste generatie bejaarden mee…Onze vorige generatie, welja, ik hoef je niet uit te leggen hoe en waar die aan hun einde zijn gekomen…”

Maar weinig keren kom je zo een parel van een boek tegen wat naar mijn inziens veel te weinig publiciteit krijgt. Wat zoveel heeft te vertellen op zo een luchtige en prettige manier. Wat je weer even met beide benen op de grond zet, ongeacht je geloofsovertuiging. En voor vele Amsterdammers zal duidelijk worden waar hun spottende humor vandaan komt, of ze dat nu wel of niet leuk vinden. 

_______________________________________________________________________________________________________________________________________________________

LEESKOST _ 16/11/2021 _ Suzanna Esther 

 Minjan | LeesKost

 Minjan

Een kijkje achter de schermen van het Chassidisme

Door haar contacten binnen de orthodox-Joodse gemeenschap krijgt de auteur mondjesmaat toegang tot en inzicht in het Chassidisme. Met oprechte interesse schetst ze van de aan haar toevertrouwde informatie een beeld van de chassidische belevingswereld.

Chef-kok Mosje, de autistische fotograaf Dan en de chassidische Esther delen hun ervaringen, geven inzicht in de taboes en gaan met de schrijfster Margot Vanderstraeten de discussie aan over de ultraorthodoxe gewoonten en tradities. Niet alleen haar privéleven doorkruist de zoektocht naar antwoorden en inzichten, ook de wereldwijde pandemie heeft invloed.

De auteur weet haar ervaringen en de daarop volgende filosofische overpeinzingen dusdanig te verwoorden dat ik het gevoel kreeg het geschrevene door haar zintuigen te ervaren. Zonder een duidelijke verhaallijn schetst ze haar ontmoetingen, noteert ze zowel diepgaande als vermakelijke dialogen met personen die een schat aan informatie prijsgeven.

Het boek is met vlagen bevreemdend en zorgwekkend door de voor een buitenstaander surrealistische wereld van de chassidiem. Toch ontroerde deze mij ook. Met een haast kinderlijk verlangen schermen zij zich van de boze buitenwereld af en volharden deze vrome mensen in het behouden van hun veilige wereld die is gebaseerd op eeuwenoude tradities en gebruiken.

Misschien, bedenk ik, is het uit de weg gaan van stennis een neiging die over alle generaties heen wordt doorgegeven: val niet op, zoek geen problemen, maak ons leven niet moeilijker dan het al is. Vele minderheidsgroepen beheersen deze overlevingstactiek, zeker minderheidsgroepen die zich vaak geviseerd weten. Maar kan wie constant op zijn hoede is wel voluit leven?

Hoewel ik afstam van Joodse voorouders en ik bepaalde gebruiken en gerechten herkende, bemerkte ik mijn drang om te oordelen en te veroordelen, hetgeen deels werd veroorzaakt door een zekere hypocrisie. Waar de chassieden zich bekritiseerd voelen, oordelen zij zelf de goddelozen op een wijze waar geen ingang voor dialoog mogelijk is.

Margots talent om de juiste vragen te stellen, haar overpeinzingen en haar sublieme verwoording daarvan zette me aan het denken over vraagstukken die in de huidige tijd noden tot zelfonderzoek.

Is het mogelijk dat elke betrokkene gelijk heeft? De Jood, de katholiek, de moslim, de geseculeerde? Is het mogelijk dat ieders gelijk aanvechtbaar is en inherent een ongelijk inhoudt?

Naast Margot heeft Esther (schuilnaam) als bron een grote rol waardoor andere personen in mijn beleving te summier aan bod komen.

De niet chronologisch opgetekende verboden vriendschap tussen de vrouwen wordt onverwachts doorsneden door de ziekte van Margots man en de om zich heen grijpende pandemie. Ondanks dat het begrijpelijk is dat de pandemie is opgenomen in het boek door de ingrijpende gevolgen voor iedereen én qua impact op de chassidische gemeenschap, zet het dit leerzame en intelligente boek in een bepaald tijdsbestek dat mijns inziens de boven alles uitstijgende boodschap van liefde, zorg en vriendschap verstoort.

Een boek dat tot nadenken stemt!

_______________________________________________________________________________________________________________________________________________________