“Veel joden verlangen naar contact”

 
Het Belang van Limburg*
Di. 25 Apr. 2017, Pagina 26
 

ANTWERPEN’Mijn leven als werkstudente bij een orthodox-joodse familie’. Dat is de ondertitel van ‘Mazzel Tov’ van Margot Vanderstraeten. . Het boek is een onverhoopt succes, want nog voor dit interview doorgaat meldt ze dat een tweede druk al in de maak is. “Plots ben ik een experte in de Joodse cultuur.”

Toen Margot Vanderstraeten – ze werd in 1967 in Zonhoven geboren – twintig was en in Antwerpen studeerde, reageerde ze op een vacature die luidde: ‘Student(e) gevraagd om vier kinderen (tussen 8 en 16 jaar) dagelijks naschoolse les te geven en hen te begeleiden met hun huiswerk’. Ze kwam terecht bij het joodse echtpaar Schneider en hun kinderen Simon, Jakov, Elzira en Sara. Zes jaar kwam ze er bijna dagelijks aan huis en leerde zo de joodse cultuur en levenswijze grondig kennen. Bijna drie decennia later zette ze die ervaring op papier. En dat terwijl ze in die tussentijd wel een aantal romans schreef en naam maakte als gedegen reportageschrijfster en interviewster voor diverse media.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vanderstraeten: “Waarom nu pas? Ik zag er geen boek in. Dat kan raar klinken voor een journaliste en romanauteur als ik. Bovendien was er ook lang enige schroom omdat ik toch zonder de toestemming van de ouders en de nu volwassen kinderen hun intieme leefwereld zou blootleggen. Ik weet haast zeker dat de ouders dit boek niet zullen lezen, hoewel ze wel weten dat het uit is. De kinderen zullen het misschien wel lezen. Een reactie heb ik nog niet ontvangen.”

“Twee jaar geleden ben ik begonnen met een studie Hebreeuws maar zelfs toen dacht ik nog niet aan dit boek. Uiteindelijk overtuigde de Nederlandse schrijver Adriaan van Dis mij om me eraan te zetten toen ik hem tijdens een vliegreis over dat verleden vertelde. Ik heb wat ik heb beleefd zo accuraat en eerlijk mogelijk opgeschreven.”

Gesloten wereld

“Misschien is nu de tijd ook wel rijp voor dit boek. Er is nog amper dialoog tussen de diverse gemeenschappen. Heel vaak krijg je bijvoorbeeld te horen dat de joodse gemeenschap in Antwerpen zo gesloten is en dat je daar als goj (niet-jood, nvdr.) amper toegang toe krijgt. Waarom de familie mij uit een aantal kandidaten toch koos weet ik niet. Ik ga het hen nu zeker vragen. Een oudere joodse man, die ik het boek heb laten nalezen op mogelijke fouten, vertelde me dat hij heel geïsoleerd is opgegroeid. Contact met niet-joden was er haast niet. Hij betreurde het dat hij nooit de kans had gehad om die dialoog aan te gaan. Mij wordt almaar duidelijker dat er bij vele ook orthodoxe joden een sterk verlangen tot contact is, ook al is de kloof groot.”

Confrontatie

“Weet u wat de grootste ontdekking is geweest bij het schrijven van dit boek? Dat ik voor hen evenveel heb betekend als zij voor mij. Ik heb gemerkt hoe belangrijk die episode voor mijn vorming en ideeën is geweest. Van Elzira, nu een moeder van vijf kinderen, weet ik dat haar confrontatie met mij tegelijk verrijkend en soms verwarrend is geweest. Ik weet zeker dat dit soort intense contacten je ook sterker maakt, juist omdat je uitgedaagd wordt om na te denken over hoe jij de wereld ziet. In ieder geval moeten we begrip tonen voor elkaar.”

 

 

.’

 

 

 

 

 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vanderstraeten haast zich om te zeggen dat ze nu niet beschouwd moet worden als een experte in de joodse geschiedenis of cultuur. “Dat ben ik hoegenaamd niet. Ik heb amper research gedaan, heb niet de Thora of de Talmoed bestudeerd en heb mij niet verdiept in de 613 joodse geboden. Ik vertrek van mijn ervaring en wat ik beleefd heb. Natuurlijk stelde ik mij vragen over die vreemde wetten die vertellen hoeveel passen je mag zetten of die verbieden dat je op de knop van een lift mag duwen en waarom op vrijdagnacht (tijdens de sabbat) de lichten in zoveel joodse huizen blijven branden. Zulke zaken wil ik begrijpen.

Alhoewel het boek pas op de markt is, merk ik wel dat ik blijkbaar een snaar geraakt heb want de aandacht ervoor is groot, tot in Nederland toe. Ik mag hopen dat het intensief zal worden, vooral omdat het toch wil pleiten om mekaar met open vizier en eerlijke interesse tegemoet te treden.”

John VERVOORT ■