Margot Vanderstraeten interviewt: Stine Jensen Schrijfster-filosofe Stine Jensen op zoek naar de ziel van Scandinavië

De Deens-Nederlandse Stine Jensen reist door Scandinavië met in het achterhoofd één grote vraag: is dit Noorden echt het paradijs waaraan West-Europa zich wil spiegelen? In haar zoektocht stuit de schrijfster-filosofe op diverse antwoorden en nieuwe vragen.

Volgende week begint op de Nederlandse tv-zender VPRO de vierdelige documentairereeks ‘Licht op het Noorden’.  Daarin trekt de Deens-Nederlandse Stine Jensen door Scandinavië met in het achterhoofd een grote vraag: is dit Noorden echt het paradijs waaraan West-Europa zich wil spiegelen? In haar zoektocht stuit de schrijfster-filosofe op diverse antwoorden en nieuwe vragen. Die kun je vanaf vandaag gelukkig ook lezen. Samen met de tv-reeks komt immers het gelijknamige boek uit.

Ze ziet er zowel Scandinavisch als Nederlands uit. Groot en blond.  Op melk én smo/rrebro/d met ei en tomaat grootgebracht. In haar kast hangen zowel oranje T-shirts als Noorse truien – gebreid van schaapjeswol uit de Faeröer. Ze houdt van Pippi Langkous én van Jip en Janneke. Van Soren Kierkegaard en Spinoza. Van Knausgard en A.F.Th. van der Heijden.

Officieel is Stine Jensen een Deense. Toen ze één jaar was verhuisde haar familie – vader, moeder en eeneiïge tweelingzus – vanuit Denemarken naar Nederland. Daar is ze sindsdien (1973) gebleven. Dat ze nog altijd de Deense nationaliteit bezit, is vooral aan kafkaiaanse Nederlandse overheidsadministratie te danken  ‘Mijn zus vroeg op haar vijfentwintigste een Nederlands paspoort aan. Bleek dat ze een taaltest moest afleggen om dat te bekomen. Ze vroeg beleefd of een doctoraaldiploma Nederlandse taal-en letterkunde aan de universiteit van Groningen volstond als bewijs dat ze de taal machtig was? Nee, zeiden ze bij de overheidsdienst, zo’n diploma stond niet op de lijst van-bewijzen-dat-je-de-taal-machtig-bent. Ik heb me zo’n grappige maar ergerniswekkende confrontatie dus maar bespaard.’

Raakt u met dit voorbeeld meteen een opvallend verschil tussen Nederland en Denemarken aan? Zijn de Denen, en bij uitbreiding, de Scandinaven pragmatischer?’

‘Dat geloof ik zeker. Je ziet die praktische aanpak, die heel Scandinavië typeert, op vele vlakken zegevieren. In Oslo heb ik – samen met de televisieploeg – een afkickcentrum bezocht, en met  Knud Arildsen, een ex-verslaafde, heb ik door de straten met junks geslenterd.  Wat ik daar zag, heeft me verbijsterd. Oslo is de stad met het hoogste aantal heroïnverslaafden van Europa. Verslaafden kiezen meestal voor injecteren omdat de roes sneller zou verlopen. Maar injecties leiden tot meer doden door overdoses, en via de naalden worden allerlei ziektes overgedragen.  Om die risico’s te verminderen, probeert de Noorse regering nu, onder impuls van de ervaringsdeskundige Knud, het ‘roken’ van heroïne te promoten.  Men pakt de koe bij de hoorns, om het met een Nederlandse uitdrukking te zeggen.

Ook emancipatie wordt op een gelijkwaardige, praktische wijze benaderd. In Nederland, en ik vermoed ook in België, domineert het idee dat ‘de beste haven voor een kind de thuishaven is’, en dat vooral ouders het beste aan hun kinderen kunnen geven. In Scandinavië gaat deze redenering niet op.  Opvoeding is er een zaak van professionals. Pedagogie laat je niet zozeer aan ouders over, maar aan mensen die daar beroepshalve voor opgeleid zijn. In Zweden krijgen twee werkende  ouders 16 maanden ouderschapsverlof, zelf te verdelen. Daarna gaan ze echter, van de ene dag op de andere, weer voltijds aan de slag.  Geen geleuter. Geen halftijdse opties, niet voor man en niet voor vrouw. De arbeidsparticapatie wordt zo bevorderd, net als de emancipatie van vrouwen op de werkvloer, natuurlijk. Intussen wordt de baby opgevangen in fraaie en goed ingerichte  kinderverblijven.  Men kan er rekenen op goed opgeleid personeel. De meeste van die crèches hebben ook veel ruimte; vaak zijn ze gelegen in de natuur, er wordt tijd vrij gemaakt voor een gezonde maaltijd, en zo voort. Ouders zijn trouwens zeer welkom in de crèches. Als ze willen, mogen ze zelfs de hele dag blijven. (lacht)

 Dat klinkt mooi. Maar de beeldvorming in de populaire tv-series uit het Noorden is toch anders. Daarin ontmoeten we vooral vrouwen die  worstelen met de combinatie werk en privéleven. ‘De Deense vrouw is een autistische man’, zegt iemand o beschrijft iemand haar in uw boek.

Je kunt over die gelijkwaardigheid natuurlijk veel opmerkingen maken. En inderdaad.  De vrouwen uit enkele toonaangevende tv-sereis, zoals Sarah Lund (the Killing), Birgitte Nyborg (Borgen) en Sagà Norén (The Bridge) zijn alle drie workaholics die er niet in slagen om er een levendig privé-en gezinsleven op na te houden. Ik denk dat een deel van het succes van deze reeksen juist aan die grote herkenbaarheidsfactor ophangt. Elke Westerse vrouw die werkt, wordt op een dag geconfronteerd met een schuldgevoel. Altijd besluipt haar die vraag: doe ik mijn kind te kort? En zo beoordeelt de wereld haar; als die vrouw die haar persoonlijke ontplooiing blijkbaar belangrijker vindt dan het welzijn van haar kroost.  Een dergelijke misprijzing valt de man niet te beurt.

Neem Birgitte Nyborg uit de politieke tv-reeks Borgen.  Hun dochter krijgt met psychologische problemen te kampen, en zij, premier van Denemarken, krijgt de schuld van die geestelijke verwarring. Nyborg wordt op het matje geroepen.  Haar man blijft buiten schot. Terwijl hij nochtans geen premier is, minder professionele verantwoordelijkheid draagt, en een veel minder drukke agenda heeft.

Je zou zo’n reactie een typisch voorbeeld van mother blaming kunnen noemen. Vrouwen krijgen vaak de schuld als er binnen het gezin iets faalt. Vrouwen geven zichzelf vaak de schuld. Plus vrouwen zijn goed in het elkaar beschuldigen, dat evenzeer.

In zijn zesdelige romanreeks maakt ook de Noorse schrijver Karl Ove Knausgard gewag van deze tendens. Over Zweden schrijft hij ergens dat er een opgelegd staatsfeminisme regeert.  De krankzinnige openheid waarmee Knausgard over zichzelf en zijn omgeving schrijft is overigens geheel on-Scandinavisch. Ingetogeheid, je problemen voor jezelf houden en er vooral niet over praten: dat is het volkskarakter Noorden. Mede daarom dat ook Scandinavië hem graag leest natuurlijk. Maar los daarvan: ik heb met name in Zweden hartverwarmende taferelen gezien. Bijvoorbeeld in crèches die vol vaders zaten. Tientallen vaders die – in plaats van de gangbare moeders – speelden met hun dreumesen en aan die intieme momenten ontzettend veel plezier beleefden. Dat zijn tedere beelden. Ik denk dat het Zweedse systeem het best in geslaagd is om die tederheid structureel te ondersteunen. En dat in dit land de gelijkwaardigheid tussen de seksen het grootst is. Zelf vind ik dat een pluspunt. Niet alleen voor de man-kindrelatie. Ook voor het huwelijk, en het gezin in het algemeen.

Ingmar Bergman is een Zweed. Zijn film  Scènes uit een Huwelijk (1973)  is nog steeds een van de schrijnendste confrontaties met de teleurstelling die huwelijk heet. Of neem Stieg Larsson, de inmiddels overleden schrijver van de Milleniumtrilogie. Ook hij had een duistere kijk op de relatie tussen man en vrouw.

Natuurlijk.  Er zit een duistere kant aan elk licht. Stieg Larssons schroomt in zijn werk niet om een land te laten zien waarin extreemrechts gedachtegoed kan gedijen, en waarin veel vrouwenhaat is. Ook al is zijn hoofdpersonage, Lisbeth Salander, ijzersterk en denk ik dat alleen Larsson, juist omdat hij Zweed was, zo’n sterke vrouw kon neerzetten.

Of denk aan de Deense filmmakers van het Dogma 95-collectief, Lars von Trier en Thomas Vinterberg, en hoe zij in hun films juist die gewelddadige onderstromen in de samenleving blootleggen (Festen, Jagten, Idioterne, …).  Ik heb de buitenwijken van Stockholm bezocht, waar afgelopen lente zware rellen zijn uitgebroken. Husby, zo heet die buurt, ziet er heel fraai en goed onderhouden uit. In werkelijkheid is het een aangeharkt getto, een klein buitenland aan de rand van Stockholm. Een achterstandswijk waar het complexe Europees probleem van werkloosheid, economische crisis, integratie, onderwijs, …  aan de deur klopt. En ik denk ook aan Oslo, waar talrijke  ‘nieuwe’ Europeanen bij de voedselbanken stonden aan te schuiven. Spanjaarden, Portugezen, Grieken hebben hun land verlaten en denken dat Scandinavië –Noorwegen, Denemarken en Zweden, en bij uitbreiding ook Finland- hun kansen biedt die ze in eigen land niet krijgen. Juist daarom, omdat in Scandinavië de uitersten zo aanwezig zijn, vind ik dat wij ons licht meer op het Noorden zouden moeten laten schijnen. Er zouden correspondenten moeten zitten. De ontwikkelingen die daar plaats vinden, zijn een graadmeter voor onze beschaving.

 Voelt u zich nauwer verwant met  Denemarken dan met Nederland? Uw ouders zijn beiden Deen. Maar u bent opgegroeid in Nederland, en u woont, werkt, schrijft , filmt en leeft er.

Mijn opvoeding is Deens. Maar ik heb vrijwel mijn hele leven in Nederland gewoond. De ambivalentie hoort bij elke migrant, denk ik, ze vormt een deel van onze identiteit. Het meest Nederlands aan mij is de taal. Ik schrijf in het Nederlands, dus ik denk na in het Nederlands. Deens kan ik spreken en lezen, maar schriftelijk breng ik het er maar bekaaid van af. Ik heb de nuances niet; beschik niet over het rijke vocabulaire van gevoelens in die taal.

Mijn Deense opvoeding houdt in dat mijn zus en ik vrijer zijn groot gebracht dan onze Nederlandse leeftijdsgenoten. Scandinaven voeden hun kinderen op met als doel hen zo snel mogelijk op hun eigen benen te laten staan. Dat kan abstract klinken, maar concreet hield het bijvoorbeeld in dat wij als kind al op zaterdag een kookdag hadden. Wat er op zaterdag op het bord belandde, werd door ons bereid.  En we maakten warm eten. Dus geen wit brood met hagelslag of pindakaas. Die zelfstandigheid, en ook dat vertrouwen in die zelfstandigheid, zijn voor mij zeer Deens, en Scandinavisch bij uitbreiding.

Kinderen worden er ook minder geïdealiseerd. Toen mijn ouders gingen scheiden, werd dat nieuws terloops medegedeeld. Mijn moeder hing de was op en zei: ‘Papa en ik gaan uit elkaar.’ Daar hoorden geen grote gesprekken bij. En dat was goed zo. Ik heb bij Knausgard inmiddels gelezen dat hij eenzelfde ervaring heeft. Het is die pragmatische kant opnieuw, de praktische regeling krijgt voorrang. Het is niet dat er geen ruimte is voor emoties. Maar daadkracht en nuchterheid gaan in deze culturen duidelijk voor. En het is toch wel de bedoeling dat een kind, ook emotioneel, zelfredzaam wordt.

Was het moeilijk om met een nieuwsgierige bril te kijken naar een land en een cultuur die u zo vertrouwd zijn?

Ja. Dat is zeer moeilijk. Je moet afstand nemen.  Je moet proberen om objectief naar je eigen referentiekader te kijken. In Zweden en Noorwegen ging dat makkelijker, omdat ik die landen niet zo goed ken. Daarnaast hebben we, zowel voor het boek als voor het tv-programma, ook Finland aangedaan.

Ik kan niet zeggen dat het ene land me meer verbluft heeft dan het andere. Maar Finland heeft me op spiritueel vlak zeer verrast. Als filosofe heb ik toch de neiging om te zoeken naar de ziel van een volk. In Finland kun je die ziel samenvatten met het begrip ‘sisu’. Het is een woord waar geen adequate vertaling voor bestaat. Een mogelijke definitie is: ‘de kunst om zaken af te maken, solitair, en met innerlijke kracht, het doorzettingsvermogen om met tegenslagen om te gaan.’ Die hardnekkigheid om het in je eentje te redden, zit diep ingebakken.

U gaf de Noorse heroïneproblematiek al aan. En Breivik heeft het beeld van het paradijs ook aan flarden geschoten. Wat denkt u? Is Scandinavië nog altijd het goede voorbeeld van hoe de welzijnsstaat kan evolueren?

Economisch is de regio er in elk geval beter aan toe dan de rest van Europa. De emancipatie is er verder gevorderd dan bij ons, ondanks de problemen die nu geleidelijk aan aan de oppervlakte komen.  In geluksenquêtes scoort het noorden hoog. De verzorgingsstaat functioneert goed. Het gelijkheidsideaal – iedereen dezelfde rechten en plichten– heeft zijn hoogtepunt weliswaarbereikt; maar de gelijkheid is er nog altijd beter georganiseerd. Het vertrouwen in de politiek en het staatsapparaat is sterk, omdat er weinig corruptie is. Culinair zwaaien de Scandinaven de plak. De natuur is in deze contreien nog altijd een gigantische en tamelijk ongeschonden troef. En zo kan ik nog een eind doorgaan. Dus ja, het is er ontzettend prettig toeven. Maar tegelijkertijd is Scandinavië een paradijs dat in de gaten gehouden moet worden. Er zijn flinke scheuren in het paradijs: denk aan Breivik, de rellen in Husby, maar ook de onliggende xenofobie die er heerst en waarvoor we onze ogen zeker niet mogen sluiten.  Als wij ons aan dit noorden willen spiegelen, is het zinvol  om die samenleving scherp in de gaten te houden. Als het stormt in Scandinavië, zal het nog feller stormen bij ons.

 

Licht op het Noorden

ISBN 9,789026326196

Prijs 18,95 euro

17 oktober in de boekhandel

Uitgeverij Ambo

Vanaf 20 oktober om 20.20 u op Nederland 2, vier weken na elkaar. Regie Hans Pool.

BIO:

  • In 1972 geboren in Hillerød, Denemarken als de helft van een eeneiige tweeling.
  • Emigreerde een jaar later met het gezin Jensen naar Nederland.
  • Schrijft regelmatig voor NRC Handelsblad. Is columniste, essayiste en opiniemaakster.
  • Schreef Turkse vlinders. Liefde tussen twee culturen (2005) – over liefdesrelaties tussen Turken en Europeanen.
  • In 2009 verscheen haar eerste roman, Dokter Jazz.
  • In 2011 maakt ze het filosofische televisieprogramma Dus ik ben (HUMAN)
  • In 2013 komt Licht op het Noorden uit, in boekvorm en op televisie. Denemarken, Zweden, Noorwegen en Finland worden door haar getoetst op hun paradijselijkeid.