Saskia Sassen

 

We zijn de ongelijkheid voorbij

Zal ik eens iets zeggen? Thomas Piketty is een godsgeschenk voor de linkse economen van de States. En ook voor mij, ja. Ik vind zijn werk schitterend. En ik heb zijn Capital in the Twenty-First Century gelezen, in tegenstelling tot al diegenen die met deze 700 pagina’s dwepen, maar geen idee hebben van hun inhoud.’  De Amerikaanse Saskia Sassen, een van ’s werelds invloedrijkste sociologen, over het einde van het moderne kapitalisme, de onderschatting van kinderen en het begin van Piketty.

 

Vandaag is ze te gast aan de Univerisité Catholique van Louvain-la-Neuve, waar ze een vijftigtal doctoraalstudenten toespreekt over haar stokpaardjes – mondiale steden, wereldeconomie, het komen en gaan van kapitaal-en mensenstromen. Gisteren sprak ze, in Berlijn, op een congres over ‘Global Economy’. Morgen wordt ze opnieuw in Berlijn verwacht. Overmorgen vliegt ze naar Londen. Daarna gaat ze even huiswaarts, New York. ‘Waar mijn geduldige echtgenoot Richard op me wacht .’ Richard is Richard Sennett,  ook een toonaangevend socioloog van wereldniveau; eveneens een criticaster van het kapitalisme.

Sassen is de belichaming van ‘de mondiale wereld’ die al decennialang haar studie-onderwerp vormt. Tussen haar drukke agenda’s door als professor aan de Columbia University in New York  en aan London School of Economics , reist  ze – als adviseur, lector,  raads-of commissielid, … – constant de wereld rond. Met dit gevolg: alle afspraken die we de afgelopen twee jaar probeerden te maken, sprongen op het laatste moment af.  ‘Vlucht vertraagd.’  ‘Toch nog een bijkomende lezing.’

Maar dan ineens:  ‘Ik ben morgen in België en kan je tussen negen en elf uur in de lobby van mijn hotel in Louvain-la-Neuve zien. Ik was trouwens al eerder in België, in 2009 ontving ik een eredoctoraat in Gent. Wat een fijne maar formele aangelegenheid was me dat. Ik dacht dat ze me koningin zouden kronen.’

Sassen werd ruim zestig jaar geleden geboren in Den Haag. Haar vader, een invloedrijke Nederlandse SS’er die tot de intieme kring van Eichmann behoorde, vluchtte na de oorlog met zijn gezin naar Argentinië. Het extreeem-rechtse verleden van haar vader stopt Sassen niet weg.  Al wil ze er –ook niet nu haar jongste boek over het thema uitwijzing gaat– evenmin over uitweiden. Enkele laconieke uitspraken zetten echter de toon: ‘Wie op mijn naam heeft gegoogled, weet dat mijn opvoeding beter had gekund.’ En ook:

‘Ik ben socioloog en econoom. Ik heb ook filosofie gestudeerd. Maar aan psychologie doe ik niet.’

Via Argentië verhuisde Sassen, die vlot meertalig is, naar Italië en Frankrijk. Ten slotte trok ze, voor nog meer studies, naar de Verenigde Staten; ze heeft het Amerikaanse staatsburgerschap. ‘Ik heb me nooit in vakjes laten stoppen. Ook niet toen ik studeerde. De studenten van vandaag denken te veel in hokjes. En binnen het hokje ‘sociologie’ of  ‘economie’ spitsen ze zich ook nog eens toe op een heel specifiek onderwerp. Ach, het systeem, ook het onderwijssysteem, zit fout. Nieuwsgierigheid en niet werkzekerheid  moet de drijfveer van een onderzoeker zijn. En wie geen lef heeft, zou niet moeten onderzoeken.’

‘U brengt deze maand, via Harvard University, een nieuw boek uit. Expulsions, Brutality and Complexity in the Global Economy. In dat boek stelt u een reeks brutaliteiten van het moderne, doorgedreven  kapitalisme aan de kaak. In de Verenigde Staten is daar waarschijnlijk meer lef voor nodig dan in Europa.  

Ten eerste. Ik heb een hekel aan academici die om de haverklap met een ‘boek’ uitkomen omdat ze nu eenmaal promotie willen maken. Ik heb ongeveer tien jaar nodig om aan een boek te werken. Al die kleinere uitgaven tussendoor zijn ‘boekjes’; ze maken deel uit van de aanloop naar een groter werk.

Ten tweede. In mijn nieuwe boekje, dat hoe dan ook erg belangrijk is, pleit ik  voor een nieuwe taal. Het huidig sociaal-economisch discours beroept zich altijd op de term ‘meer’ om een situatie of een probleem uit te leggen: er is ‘meer’ ongelijkheid, ‘meer’ milieuverontreiniging, ‘meer’ armoede, enzovoort. Maar ‘meer’ is niet langer voldoende. We zijn de ongelijkheid dermate voorbij dat het begrip  ‘meer’ de situatie nog onmogelijk kunnen weergeven.

Kijk, dit is de rand van de tafel. Ons milieu is, door de verregaande verstedelijking, de doorgedreven industrialisatie en de focus op winstbejag, van deze rand gevallen. Onze werkloosheid ook.

Laat me, opdat ik niet al te academisch zou worden, op de brutaliteiten van de klimaatverandering focussen.

 

 

 

 

De arme bevolking – die overigens almaar groter wordt – zal het zwaarst getroffen worden door de klimaatverandering: droogte, overstromingen, ziektes worden hun deel. Rapporten van gerenommeerde collega’s voorspellen dat het verlies van mensenlevens, ten gevolge van de klimaatverandering, in de armste Afrikaanse landen vijfhonderd maal groter zal zijn dan in Europa.

En je hoeft het niet eens zo ver te gaan zoeken: er bestaan betrouwbare gegevens over Los Angeles. Afro-Amerikanen en huishoudens met lage inkomens maken in deze Californische stad twee keer zoveel kans om te sterven tijdens hittegolven als hun andere stadsgenoten. Redenen: toegang tot airconditioning, veilig voedsel, en veel meer.

En dit is mijn derde punt: het gaat niet over Europa of over de Verenigde Staten. Wereldwijd worden almaar meer mensen verdreven van hun huis, hun werk, van sociale netwerken,  in hoogontwikkelde landen en in ontwikkelingslanden. Ik heb het niet alleen over de allerarmsten die verdreven worden. Ook over arbeiders die zich kapot werken,  kleine middenstanders die plaats moeten ruimen voor winkelcentra, …

Kan het tij keren?

Oh, ik ben romanticus noch pessimist. Ik ben een criticaster

Het is de vraag wanneer de brutaliteiten door beleidsmakers, bedrijven én burgers ernstig genoeg genomen zal worden om ernstige maatregelen te nemen.

Maar in het aanreiken van oplossingen ligt mijn kerntaak niet.  Die bestaat uit het tonen van wat er gebeurt. En in mijn onderzoek stel ik deze centrale vraag: kan de democratie, in deze sterk veranderende wereld die door internationaal kapitaal wordt geregeerd, de mensen nog voldoende beschermen?

En? Kan de democratie stand houden in zo’n globaliserend verhaal?

Dat weet ik niet.

Maar niemand, zelfs de activistenvereniging niet, had gedacht dat er de tijd zou komen dat men weer van kernenergie zou willen afstappen. Voor die ommekeer was een ramp als Fukushima nodig. Wie had, voor 1990, durven denken dat in Zuid-Afrika het apartheidssysteem zou eindigen? Veranderingen vinden plaats. En meestal worden ze door grote crisissen voorafgegaan.

U toont aan wat er gebeurt. Maar u wijst, met al uw lezingen, toch ook op de uitdagingen die ons te wachten staan. Daarnaast geeft u advies,  zoals destijds aan president Clinton. Is dat alles dan geen poging om het tij te helpen keren?

Ik doe, als academicus, alles wat ik kan om mijn inzicht zichtbaar te maken, ja, natuurlijk, ik ben door mijn werk geobsedeerd, hoe zou ik anders kunnen?

De tijd van voorzichtigheid is voorbij: dat is dat lef waar ik het daarnet over had. Je moet als onderzoeker het lef hebben om vergaarde informatie te interpreteren. En om, in dit geval, aan te geven dat we echt aan een nieuwe taal toe zijn.

Want waarin schuilt het probleem van alles wat over de rand stuikt? In zijn onzichtbaarheid.

In Soedan kocht Zuid-Korea de afgelopen jaren 690.000 hectaren landbouwgrond. Onzichtbaar, behalve voor de kapitaalstromen en voor de mensen en boeren die verjaagd worden.  Saoudie-Arabië least voor miljoenen dollars land van de Ethiopische regering: om er graan en rijst te telen dat dan, vrij van taxen, weer naar Saoudie-Arabië wordt geëxporteerd. Onzichtbaar. China wil, met oog op biobrandstof, in Congo de grootse palmolieplantage ter wereld aanleggen. Regeringstransacties die onzichtbaar zijn. In wereldsteden neemt het aantal armen in sloppenwijken scherper toe dan het aantal mensen dat zich tot de middenklasse kan opwerken. Men ziet ze niet. En zo voort.

Wanneer spreekt u van  ‘doorgedreven’ kapitalisme? Wat is dat eigenlijk?

Een kapitalisme waar, zoals de bankencrisis heeft bevestigd, de financiële logica regeert en mensen van geen enkele waarde zijn. Het kapitalisme van Keynes was gericht op de toename van materiële welstand van de burgers, en op de uitbreiding van de middenklasse. Die fase zijn we voorbij.

De Westerse middenklasse zal verdwijnen. Alle cijfers bevestigen het: kinderen van middenklassegeneraties hebben het vandaag minder goed dan hun ouders en grootouders. Minder inkomen. Minder onderwijs. Alleen arm en rijk zullen overblijven.

 Wat natuurlijk een bedreiging voor de democratie inhoudt, want de democratie is juist dankzij de middenklasse kunnen ontstaan, het was hun project, en dat is dus afgelopen.

 

 

 

 Is het niet omdat de mechanismen van de wereldeconomie zo onzettend complex zijn dat vele mensen het gevoel hebben dat ze er toch niets aan kunnen verhelpen?

Ja. Maar toch zijn er, om bij de klimaatverandering te blijven,  voldoende voorbeelden die aanwijzen dat het  – voor samenleving en omgeving –  zinvol is om zoveel mogelijk mensen bij de milieuporblematiek te betrekken.

Waarom krijgen kinderen in de lagere school nog altijd wereldkaarten die louter geografisch zijn? Zet daar alle opgedroogde wateren eens op, men zal snel merken dat heus niet alleen het Aral-meer grotendeels is opgedroogd. Waarom krijgen opgroeiende volwassenen niet te zien hoeveel land op deze aardbol aan monocultuur opgaat, hoeveel grond door mijnontginning onvruchtbaar en giftig is gemaakt ? Kinderen zijn de toekomst. Maar als de werkelijkheid voor hen verstopt blijft, houd je de toekomst voor hen achter. En het gaat om het tonen van feiten hé.

Bovendien beschikken wij over de kennis van deze feiten. Onder andere de NASA bezit al deze gegevens van onze aarde. En op Google Maps kun je tegenwoordig ook al veel informatie vinden. Alleen: al deze kaarten worden in het grote sociale verkeer niet gebruikt.

Maar nu lijk ik negatief. Er zijn vele positieve ontwikkelingen.

In grote Amerikaanse steden worden stadstuinen bijvoobeeld gepromoot. Dat kan een klein initiatief lijken. Maar o.a. New York  is groener én gezonder geworden, en stadsmensen  ontwikkelen een band met de natuur, met de groenten die ze kweken, de bloemen die ze planten, …  Er zijn nu hele restaurants die hun groenten op een stadsdak kweken.  Dat lijkt klein, maar de gevolgen hebben op meerdere niveaus een positieve invloed.

Weet je, mensen, met name de middenklassers, zijn al te zeer consument geworden. Consument van de democratie, van het onderwijs, … Ze moeten op vele vlakken weer leren ‘maken’. Want je ‘maakt’ een milieu, je maakt een democratie, …  Dat, die actieve rol, is zeer belangrijk. En iedereen kan eraan bijdragen.

 U pleit voor activisme.

Activisten zijn een essentieel tegengewicht.

U moet blij zijn met het succes van Thomas Piketty, de Franse econoom die met een pil van 700 bladzijden wereldwijd bijna alle bestsellerlijsten haalt. Uw visie en de zijne sluiten op elkaar aan.

Ah! Piketty is een godsgeschenk!  In de bestsellerlijst van de New York Times staat hij op één, een podium dat ik met mijn Global Cities niet  heb mogen beleven. (1991, The Global City, New York, Londen, Tokio is haar belangrijkste werk, Sassen is de geestelijke moeder van de term ‘wereldstad’ oftwel ‘global city’, mvds)

Maar ook ik werd met mijn eerste boek ‘ontdekt’  en het heeft het mijn leven volledig veranderd, want pots geloofde men in wat ik te vertellen had.

Vandaag wordt Piketty dus plots ontdekt. Maar hij heeft voor het schrijven van Capital in the Twenty-First Century wél  vijftien jaar in de archieven doorgebracht. Ik ken dat heel goed, hoor. Dat jarenlang in de schaduw werken. Al die mensen die je ondertussen zeggen: ‘Maar waar ben je toch mee bezig, kun je niet wat zinnigs doen.’

Piketty heeft onder meer de evolutie van het Amerikaanse kapitalistisch systeem grondig bestudeerd.  Zo ook de vraag: welke ontwikkeling maakt, op lange termijn,  de inkomensongelijkheid door. Staan we er vandaag beter voor dan honderd jaar geleden? Neen dus.

Piketty’s werk heeft nu al voor een revolutie gezorgd. Linkse economen zoals Paul Krugman mogen hem, en dat doen ze ook, op hun knieën bedanken. Piketty heeft het werk afgeleverd dat Krugman en de zijnen, als ze hun huiswerk goed hadden gedaan, al veel eerder hadden moeten afleveren.

Er was een Fransman nodig om de evolutie van de Amerikaanse economie te onderzoeken en om die evolutie met grote wetenschappelijk preciesie en lef te interpreteren. Het verheugt mij zeer!

Denkt u dat de vermogensbelasting, onder invloed van Piketty, een feit zal worden? En dat het doorgedreven kapitalisme daardoor iets kan rechttrekken wat al te krom is?

Obama heeft hem bij zich geroepen. Dat is een begin.