Margot Vanderstraeten interviewt: Marc Van Montagu

Woensdag neemt Marc Van Montagu in Iowa, USA, de World Food Prize in ontvangst. De Gentse plantenwetenschapper is de eerste Belg die deze ‘Nobelprijs voor voedsel en landbouw’ wint.

Toch is Van Montagu’s vakgebied, de genetische manipulatie van gewassen,  erg omstreden.  ‘Ten onrechte’, vindt de professor emeritus. ‘In de nabije toekomst zullen alle gewassen genetisch gemodificeerd zijn. Het is dus hoog tijd dat dit onderwerp bespreekbaar wordt gemaakt.’

Het begon allemaal einde van de jaren zeventig, in een laboratorium aan de universiteit in Gent. En het is allemaal de schuld de Agrobacterium tumefaciens, de bodembacterie die, zo ontdekten de professoren Schell (overleden in 2003) en Van Montagu, in staat bleek om nieuwe genen in bestaande plantencellen binnen te sluizen.

Bij dit Eureka bleef het niet. De twee Gentse microbiologen zetten de techniek ook naar hun hand. Het bacteriële DNA, dat door de bacterie op de plant wordt overgedragen, beek namelijk vervangen te kunnen worden door een ander stukje DNA, dus door extern erfelijk materiaal.

In 1983, ruim vijf jaar na hun ontdekking, stelden Schell en Van Montagu aan de hele wereld hun eerste genetisch gemanipuleerde plant voor. Het betrof een tabaksplant die met behulp van de bacterie een nieuw gen, en dus een nieuwe eigenschap kreeg: ze bleek antibioticumresistent. De eerste stap naar een nieuw tijdperk was gezet. En niet alleen in Gent werd fundamenteel moleculair onderzoek bij planten verricht. Zowel aan de universiteit van Washington als bij de landbouwreus Monsanto gingen microbiologen met de kennis van Schell en Van Montagu aan de slag. ‘Daarom deel ik op 17 oktober de prijs met Mary-Dell Chilton en Robert T. Fraley, twee Amerikaanse collegae. We hebben alle drie een individuele en onafhankelijke bijdrage aan de genetische manipulatie van voedingsgewassen geleverd. We hebben er alle drie voor gezorgd dat de kwaliteit, de kwantiteit en de beschikbaarheid van voedsel in de wereld toeneemt.’

Genetisch gemanipuleerde gewassen belangen de hele bevolking aan. Mensen zijn bang voor gewijzigde genen, en voor wetenschappers die, gestimuleerd door de industrie, God spelen. Begrijpt u dat?

De angst van de mensen plaatst wetenschappers in de reële wereld. Dat is niet altijd prettig. Maar een laboratorium kan best geen ivoren toren zijn, dus ik heb begrip voor die wantrouwige werkelijkheid die bij de mens zelfs een neurobiologische verklaring heeft.

Nieuw is dat dus niet.

In de zeventiende eeuw werd Galileo Gallileï veroordeeld door de katholieke kerk omdat hij, die als eerste een telescoop naar de hemel richtte, zich openlijk verzette tegen de theorie dat de aarde zich onbeweeglijk in het middelpunt van het heelal bevond.

De eerste auto? Werd met grote achterdocht benaderd, omdat men ervan uitging dat schadelijk was voor de fysiologie van de mens als hij met meer dan dertig kilometer per uur door de ruimte zou bewegen.

Vandaag gaan de ontwikkelingen ook nog eens razendsnel.  De volgende decennia zullen onmiskenbaar in het teken van de groene biotechnologie, de genetisch gemodificeerde organismen  staan. Al spreekt de groene beweging – en andere tegenstanders van onze visie –  liever over ‘gemanipuleerde’ gewassen. Dat klinkt negatiever. Door het bewuste gebruik van de term ‘manipuleren’ manipuleren ze zelf de publieke opinie.

Dat zou natuurlijk ook van de term ‘gemodificeerd’ gezegd kunnen worden. Dat hij door wetenschappers en industrie bewust is gekozen, om vooral het werkwoord ‘manipuleren’  te vermijden.

De termen worden door elkaar gebruikt. Met dit verschil dat modificeren neutraler is. Ik ben een wetenschapper. Ik verkies de neutraliteit en de ratio. Met alle respect voor emoties. De mooiste momenten uit ons leven hangen aan emoties vast. Maar in dit debat moet allereerst de ratio worden geïntroduceerd.

We krijgen het tijdperk van de GGO’s, zegt u. In de Verenigde Staten zijn maïs en soja doorgaans al genetisch gemodificeerd. Europa is terughoudender. Zal Europa haar strenge regelgeving voor GGO’s versoepelen?

In het Verenigd Koninkrijk heeft de eerste minister, David Cameron, belangrijke stappen gezet die het debat rond GGO’s aanzwengelen. De tijd is er rijp voor. Er is de enorme druk om de subsidies aan de landbouw te verminderen. De aarde heeft, onder meer op vlak van chemicaliën, haar hoogtepunt al een poos bereikt. De klimaatveranderingen dwingen ons om de voedselproductie te herzien. En geboortebeperking biedt geen adequaat antwoord op de honger in de wereld. En honger en armoede leiden tot migratie.

Neem India, waar bijna de helft van de bevolking is ondervoed. We sluiten onze ogen voor deze meer dan een half miljard Indiërs.

‘Er is in de wereld genoeg voedsel, het moet alleen beter verdeeld worden’, wordt er dan geroepen. Ja, dat is zo, en ontwikkelingshulporganisaties mogen zeggen dat het hongerprobleem niet gerelateerd is aan een tekort aan voedsel, maar aan de toegankelijkheid ervan. Volgens diezelfde redenering is er ook genoeg geld op de wereld, maar moet dat alleen gelijkmatiger worden verdeeld.

Zulke uitspraken veranderen de wereld niet. De techniek van het modificeren van gewassen verandert de wereld fundamenteel: hij kan de honger doen verminderen. De beschikbaarheid van voedsel wordt vergroot; de opbrengst en de kwaliteit ervan wordt gemaximaliseerd, en de gewassen zijn vriendelijker voor het milieu. Want om oogsten te doen lukken, worden er vandaag noodzakelijkerwijs veel chemicaliën gebruikt. Bij GGO’s is die resistentie ingebouwd. De moderne groene biotechnologie kan de biologische landbouw helpen.

U bent besmet met het virus van jongens en wetenschap.

Oh, er zijn ook meisjes en wetenschap, hoor. De helft van de studenten microbiologie aan het Laboratorium voor Genetica  aan de faculteit Wetenschappen bestaat uit vrouwen. Mary-Dell Chilton, met wie ik de World Food Prize deel, is een topwetenschapster.

Er is met genetisch gemodificeerde organismen, GGO’s, op termijn nog zoveel mogelijk. Ik ben nu tachtig. Ik ben er trots op dat wij in Gent de grondleggers van de moderne, groene biotechnologie zijn. Volgens mij wordt wat ik zeg, binnen een twintigtal jaar de werkelijkheid. Techniek en technologie zullen ons redden. Wetenschap is de enige uitweg.

 

We hebben het nu alleen nog maar over graangewassen. Maar je kunt bamboe genetisch veranderen, zodat de vezels nog sterker worden en voor duurzamere doeleinden kunnen ingezet worden. Op die manier zou het gebruik van fossiele grondstoffen, zoals petroleum waar men plastic van maakt, kunnen dalen. Populieren zouden gemodificeerd kunnen worden, in die zin dat ze drie keer zo snel zouden groeien als vandaag, en hout van een hogere kwaliteit afleveren ook. Nu krijgt het gros van het kweekvee in vele werelddelen – en bij ons gebeurt het clandestien – antibiotica toegediend. Antibiotica belanden in het mest, mest dat dan weer door boeren wordt gebruikt, dus dat het ecosysteem blijft beïnvloeden. Of denk aan Golden Rice is een rijstsoort waaraan, via genetische wijziging, pro-Vitamine A werd toegevoegd. Deze oranjeachtige rijstkorrel pakt ondervoeding extra aan. Golden Rice werd vijftien jaar geleden al in laboratoria ontwikkeld. Door alle regelgeving duurt het ontzettend lang voor hij effectief gebruikt zal worden. We hopen in 2014. 

Kruiden of groenten uit de hydrocultuur (gekweekt in water waaraan noodzakelijke groeivoedingsstoffen zijn toegevoegd, mvds) hebben  de intense smaak noch de stevige structuur van hun soortgenoten die traag in de grond hebben kunnen groeien. GGO’s komen de smaak, de diversiteit en de culinaire cultuur niet ten goede.

Onze huidige drijfveer is een andere dan smaak: we willen de beschikbaarheid van voedsel vergroten, en voedingskwaliteit doen toenemen – dat is honger doen afnemen.

GGO’s zullen zich voorlopig niet met smaak bezig houden, om de eenvoudige reden dat niemand in smaak zal investeren. Daar moet je je van bewust zijn. Maar smaak zal volgen.

Anderzijds wordt onze smaak op andere niveaus  de hele tijd ‘gemanipuleerd’, en dat wordt algemeen aanvaard. Welke tomaten worden vandaag de dag gekweekt? Niet die met de beste smaak. De tomaten die wij kopen, zijn de soorten die gemakkelijk getransporteerd kunnen worden, die amper rotten, snel groeien, …

Op termijn zullen juist de genetische modificaties deze eventuele eenzijdige teelt kenteren. Mensen zeggen, vanuit onwetendheid,  ‘de  GGO’s zullen de gewassen tot een tiental elitaire soorten reduceren.’ Nee, dankzij de modificatietechniek kunnen we juist alle oude plantensoorten hergebruiken, en er een twintigtal nieuwe eigenschappen aan toevoegen. Zo’n diversiteit is de toekomst. Traditie, op moderne leest.

GGO’ s beïnvloeden het ecosysteem toch ook ingrijpend. Als de tarwe van die aard is, dat hij alle insecten en ziektes van zich afstoot, wat gebeurt er dan met die insecten? En met de vogels die deze insecten eten?

Insecten en micro-organismen passen zich snel aan. Voorlopig is alles nog geen beton en landbouwgrond. Als we de bevolkingsaangroei onder controle krijgen, komen we tot een evenwicht.

De GGO technologie zal het juist toelaten dat de gewassen voldoende beschermd worden. Als we maar voldoende aan de natuur overlaten, zorgt de spontane en zogenaamde natuurlijke genreorganisatie voor het behoud van de volgels en de vlinders.

Als binnen de wereld van de GGO’s alles rozengeur en maneschijn is, waarom is het verzet dan zo sterk? En waarom maakt met name de groene beweging zich dan zoveel zorgen?

Bijna alle partijen onderkennen het maatschappelijk belang van GGO’s. Maar politici durven geen positief standpunt in te nemen, omdat ze vrezen kiezers te verliezen.

Ook daarom moet het publieke debat dringend aangezwengeld worden. Hoe beter de mensen ingelicht zijn, hoe beter de toekomst van deze wereld. De weg naar de democratie van de kennis is een lange weg. Wetenschap en rationaliteit zijn, in de lange weg van de mensheid, in feite recente verschijnselen.

Als het op voedsel aankomt, komt er altijd een vorm van geloof om de hoek kijken. Men kiest vanuit een irrationele overtuiging tussen wat goed of slecht is. Biovoedsel  is goed. Wetenschap is slecht.

Denk aan de actievoerders die vorig jaar ons aardappelproefveld in Wetteren gedeeltelijk hebben vernietigd. Waarin verschillen hun sterke, emotionele reacties van die van, bijvoorbeeld, de meer dan een miljoen Fransen die een poos geleden op straat kwamen om tegen het homohuwelijk te protesteren. Bestaan er rationele  argumenten tegen het homohuwelijk? Zou een huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht schade berokkenen aan de wereld? Waar zijn de bewijzen dat GGO’s nefast zouden zijn voor de gezondheid?

Desinformatie regeert. En een heilig geloof in wat goed of slecht zou zijn.

Zijn er bewijzen dat GGO’s goed zijn voor de gezondheid?

Dat hangt van de genetische wijziging af. Golden Rice, de rijstkorrel met pro-Vitamine A, kan goed zijn voor de gezondheid van mensen die anders een groot tekort aan Vitamine A hebben. Andere toepassingen, zoals de resistenties tegen insecten, zijn niet rechtstreeks beter voor onze gezondheid, maar zorgen voor grotere voedselopbrengsten. De oogstverliezen zijn kleiner; dat is voordelig voor de boer én voor de voedselvoorziening.

Naarmate de genetische modifcaties maatschappelijk meer aanvaard zullen worden, zullen er ook meer gewassen worden ontwikkeld die voordelig zijn voor onze gezondheid.

U betreurde die inval op het proefterrein ten zeerste. En u bent er niet rouwig om dat Barbara Van Dijck, de Leuvense onderzoekster die uitsluitend woordvoerster van de actie was, veroordeeld werd tot zes maanden effectieve gevangenisstraf?

We leven in een beschaving, en niet onder een militaire dictatuur waar je gewelddadig uit de hoek moet komen  om gehoord te worden. Het is betreurenswaardig dat uit die vernieling zelfs geen ernstig maatschappelijk debat  is voortgevloeid. Iedereen zou er baat bij hebben gehad als die actievoerders zich met goede argumenten in plaats van met geweld hadden gewapend.

Al wil ik gerust toegeven dat ik sympathie kan opbrengen voor dat greintje anarchisme dat de mens nog heeft.  Mensen moeten zich op die kracht van ultiem verzet kunnen beroepen op die momenten waarop er werkelijk iets verkeerd gaat. Burgerlijke ongehoorzaamheid is een essentieel goed. Maar, hoe hard de tegenstemmen ook mogen klinken, het onderzoeksveld in Wetteren moest niet worden bestormd om een punt te maken. En de actievoerders hebben, uit hoofde van de Leuvense onderzoekster Barbara Van Dyck, zelfs na hun actie geen enkel rationeel en wetenschappelijk argument tegen genetisch gemodificeerde gewassen naar voren gebracht. Terwijl dat juist het punt zou moeten zijn. Argumenten die steek houden.

Groene biotechnologie is geen contradictio in terminis. Groene biotechnologie gaat over industriële landbouw die zo milieuvriendelijk mogelijk is. Maar de actievoerders weten volgens mij vandaag nog altijd niet dat elke reguliere aardappelboer zijn gewassen minstens anderhalve maand (juli, augustus) per jaar elke dag met herbiciden en pesticiden besproeit.

En nee, de hele wereld kan niet biologisch werken. Dus die redenering brengt geen zoden aan de dijk. Als ik moet kiezen tussen de agrochemische, industriële landbouw, of landbouw met genetisch gemodificeerde gewassen – en dat is de reële keuze van vandaag – hoef ik niet na te denken.

 

Dertig jaar geleden modificeerde u de eerste plant. Elk onderzoek naar de langetermijnconsequenties van GGO’s zal dus nooit meer dan dertig jaar dekken. Hoe weet u zeker dat de aardappelen van dat veelbesproken proefveld in Wetteren binnen honderd jaar onze gezondheid niet zullen beïnvloeden en/of beschadigen?

Alles is genetisch gemanipuleerd. Door de natuur zelf, of door mensen. Niets blijft wat het is. Dat heet nu eenmaal evolutie. Mensen eten al eeuwenlang vreemd DNA. Planten ondergaan continu wijzigingen. Alle chemicaliën en zelfs de zon kunnen DNA-wijzigingen aanbrengen. Die worden ook niet allemaal onderzocht op de gevolgen voor onze gezondheid.

Geen enkel dier van nu is hetzelfde als dat van honderd of meer jaar geleden. Kijk naar het Belgisch Witblauw runderras dat speciaal voor zijn vlees wordt gefokt. ‘Veredelen’ heten de klassieke kruisingen in deze sector, waar het gaat om dieren die zo’n imposante spiermassa hebben aangekweekt dat de kalveren met keizersnede geboren moeten worden. Maar het Witblauw ras wordt gretig gepromoot.  Bestaan er onderzoeken naar het effect van dit vlees op onze gezondheid binnen dertig, veertig, vijftig jaar? Natuurlijk niet.

Waarmee ik het Belgisch Witblauw niet wil gebruiken als excuus om aan gezondheidsvragen te ontsnappen.

Er is vooralsnog geen enkel bewijs dat genetisch gewijzigde organismen schadelijk zouden zijn voor de gezondheid.  En de tegenstand ten opzichte van de GGO’s zorgt er juist voor dat alle processen langer duren, en duurder worden. Met als gevolg dat alleen nog multinationals deze GGO’s nog kunnen financieren.

Onderschat in deze context het gezonde verstand van boeren, klein en groot, ook niet. Toen in Engeland de dolle koeienziekte uitbrak, wisten de boeren: ‘die beesten zijn ziek’, en meldden ze die ziekte aan de overheid. Ik moet de eerste boer die met GGO’s werkt en denkt dat zijn gewassen ziek zijn nog tegenkomen.

De controversiële rattenvoedingsstudie van Gilles-Eric Séraline gaf vorig jaar aan dat de genetisch gewijzigde NK603 maïs schadelijk zou zijn. De ratten die met deze maïs werden gevoed, kregen allemaal rare tumoren.

Welja, en zo’n studie, die vol tekortkomingen zit, wordt door alle tegenstanders van GGO’s naar hartenlust benut. Séraline gebruikt een rattensoort – Sprague-Dwaley – waarvan we al sinds de jaren zestig weten dat ze veel tumoren ontwikkelen. Inspelen op angst van mensen is veel gemakkelijker dan inspelen op hun verstand. Het is bewuste desinformatie. Het is de strategie van de radicale tegenstanders. Elke serieuze wetenschapper heeft Séralines onderzoek allang onderuit gehaald.

Hoeveel GGO’s worden er op dit moment geteeld?

Die gegevens zijn beschikbaar via www.isaaa.org. Wereldwijd  gaat he om zo’n 170 miljoen hectare genetisch gemodificeerde gewassen, in dertig landen. Dat is ongeveer 9 procent van alle landbouwgronden in de wereld. (1 hectare is ongeveer anderhalf voetbalveld, mvds)  Katoen, maïs en soja zijn het meest verspreid. En het gros van de GGO’s groeit, en dat is recent, op dit moment in de ontwikkelingslanden. In Europa gaat het over niet meer dan  0,13 miljoen hectare, verdeeld over vijf naties, waaronder België. De aardappelen van Wetteren maken deel uit van een veldproef. Die liggen niet in de handel. En ook de Amyflora aardappel en de Mon810 worden in Europa gteeld, maar zijn nog niet op de markt gebracht.

U weet ook dat het hongerprobleem uit de wereld  helpen, geen hoofdbekommernis is van een bedrijf zoals Monsanto, dat gespecialiseerd is in biotechnologische landbouwproductie en dus in de GGO’s?  Is die evolutie niet het gevaar? Dat de techniek van genetisch gemodificeerde organismen door op winst toegespitste voedingsindustriëlen wordt toegepast, en dat we zo onze voedselveiligheid in hun handen leggen?

Ik sprak een tijd geleden met Robert Gates, die tijdens de koude oorlog, onder Bush, de baas van de CIA was. Hij vertelde me dat, bij de komst van de eerste satellieten, Amerika uiteraard meteen gefocust was op de graanvelden van de toenmalige USSR, en van China. Als je het voedsel van een land in je macht hebt, heb je alles in je macht. Voedsel is een wapen. Die realiteit moet je zeker niet over het hoofd zien. Herinnert u zich de hongersnood in Ethiopië. Die honger in de jaren tachtig werd politiek uitgebuit. Ethiopië is voor meer dan tachtig procent afhankelijk van landbouw. Amerika vond dat de invloed van de Russen in de Hoorn van Afrika te groot werd.  De regio is, door zijn ligging, van strategisch belang voor de wereldeconomie. Via voedsel en voedselhulppaketten kun je gebieden onder controle krijgen. Vraag dat maar aan iemand als Herman Portocarrero, die als diplomaat en schrijver deze materie zeer goed kent, en beschreven heeft.

Dat misbruik ik van alle tijden, en van alle landen.

Maar, met betrekking tot de GGO’s. Ze zijn geen product en geen techniek. De grote multinationals, zoals Monsanto, Bayer en BASF, hebben nu misschien een vijftal genetisch gemanipuleerde zaden. Het patent erop is peperduur, de aanvraag voor zo’n dossier is complex.

De politiek, en moet zijn voedselveiligheid goed in de gaten houden, dat spreekt voor zich. Monsanto zal nooit een mecenas van de maatschappij worden. Grote bedrijven willen geld verdienen. En dus moet je reageren op evoluties die schadelijk zijn. Maar evengoed moet je reageren op positieve ontwikkelingen. De GGO’s worden aangevallen. De burgerlijke alertheid zorgt er mede voor dat Monsanto en andere groten zich niet kunnen permitteren dat er iets fout gaat. Ze hebben de boeren nodig. En de boeren hebben hen nodig.

En of de kleine boeren in de ontwikkelingslanden de verbeterde zaden kunnen betalen? Er doen zich over die kleine boeren talrijke verhalen de ronde.  In vele landen kunnen de kleine boeren vandaag overleven dankzij de GGO’s. Het is waar dat in India het aantal zelfdodingen onder kleine boeren is toegenomen. Men koppelt die slachtoffers aan Monsanto, die de boeren zou verplichten om, dankzij kleine leningen, met hun zaden te werken. Dat is totaal onjuist. Er is geen toename van zelfmoorden en geen verplichting, ook niet moreel, om GGO’s aan te komen. Perverser is echter het verzekeringssysteem dat achter deze structuur van microkredieten zit. Als een boer zelfmoord pleegt, krijgen zijn nabestaanden een vergoeding.

GGO’s maken, dat is een techniek, zegt u. Maar resistente zaden zijn toch een product?

Inderdaad, maar resistentie tegen ziekte  is niet een alleen een eigenschap van een GGO plant. Natuurlijke veredeling heeft dat decennia lang gedaan.  Via de GGO-technologie verloopt de weg sneller en efficiënter.

De World Food Prize wordt mede gesponsord door Monsanto. Was u de afgelopen week niet liever genomineerd voor de Nobelprijs van de Natuurkunde? Zou die erkenning niet ‘zuiverder’ zijn geweest? Monsanto is een multinational die brood verdient aan uw uitvinding.

Deze prijs is een enorme erkenning.  Hij zet de GGO’s op de agenda en opent de weg naar dit noodzakelijk debat.  En jazeker, Monsanto is een van de sponsors; goed voor precies zes procent van het bedrag. En ook dit. De World Food Prize bestaat al vijfentwintig jaar en werd in het leven geroepen door Norman Borlaug, Nobelprijswinnaar van de Vrede in 1970.  Het is de eerste keer in al die tijd dat hij naar genetisch gemodificeerde organismen gaat, alle voorgaande gingen naar mensen die de agro-ecologie een hand hadden geholpen. Twee jaar geleden wonnen de president van Ghana en Lulo van Brazilië hem, voor hun beleidsbijdragen aan het reduceren van honger.  Maar over zijn baanbrekend werk lees je, spijtig genoeg, nergens iets.