De zaak van Frank Van den Bleeken, de recidiverende zedendelinquent die zondag zijn zelfgevraagde dood dan toch niet al krijgen, legt het zoveelste probleem van ons gedateerde gevangenissysteem bloot. ‘Het is tijd voor een geheel nieuwe aanpak. En we moeten elkaar dringend beter verzorgen’, zegt Hans Claus, gevangenisdirecteur en mensenrechtenactivist.

Tekst: Margot Vanderstraeten

Foto’s: Karel Dierickx

Hij stelde het als voorwaarde voor dit gesprek, dat plaatsvindt in zijn woonkamer, die net als de voortuin met eigenhandig gekapte beeldhouwwerken is bevolkt: ‘Ik doe over geen enkel individueel dossier uitspraken, dus ook niet over Van den Bleeken. Een gevangene heeft schade aangericht, hij heeft slachtoffers gemaakt, rechtstreeks en onrechtstreeks. Ik heb respect voor al die betrokkenen.’

Maar om Van den Bleeken zelf is het ons niet te doen. Wel om de maatschappelijke discussie die hij los maakt: hoe vul je anno 2015 een ethisch verantwoorde en maatschappelijk geslaagde strafuitvoering in en waarom slaagt ons land daar maar niet in?

Hans Claus, Vlaanderens eigenzinnigste gevangenisdirecteur, breekt zich, samen met de Liga voor Mensenrechten, al bijna dertig jaar het hoofd over het concept van de Belgische gevangenis van de eenentwintigste eeuw. Er is binnen justitie niemand die de dichtende, schilderende en beeldhouwende gevangenisdirecteur niet kent. In zijn vrije tijd gaat hij overal te lande spreken. Hij – geprezen en verguisd – pleit voor minder tralies en meer mens. Wil meer wisselwerking tussen ‘buiten’ en ‘binnen’. Maakte het beeld dat de Liga voor Mensenrechten jaarlijks als prijs uitreikt; de prijs ging dit jaar naar ‘ de gestorvenen in de cel’.

Tegenwoordig beheert hij de gevangenis van Dendermonde. Maar ‘Binneninzicht’ de unieke en intussen beruchte documentaire die Nic Balthazar met vzw Touché maakte, en waarin agressiebegeleiding bij gedetineerden centraal staat, werd vorig jaar nog onder zijn directeurschap in de gevangenis van Oudenaarde gedraaid. Daar zette hij de immer gesloten deuren van de ‘naakte’ cel – de isolatiecel – open voor psychologische hulpverlening. ‘Een mens doet pas moeilijk als hij het moeilijk heeft, dus heeft hij juist in die crisis baat bij professionele psychologische of geestelijke assistentie. De ‘naakte’ cel is normaliter alleen toegankelijk voor directeur, cipier en arts.

Hans Claus: ‘Onze gevangenissen, zoals we ze vandaag kennen, zijn niet meer van deze tijd. Ze zijn een typisch product van de industriële samenleving. Zo’n versterkte burcht, wat is het anders dan de massaproductie van cellen voor eenzame afzondering? Maar eenzame afzondering werkt niet, dat is dankzij betere inzichten in de psyche van de mens, afdoende bewezen. Daarnaast is onze samenleving veel complexer geworden. De gedetineerden zijn beter opgeleid en geïnformeerd, en ze maken op veelzijdige wijze deel uit van het gemeenschapsleven. Die remède unique – stop ze in een cel – gaat al enige tijd niet meer op. Binnen justitie weet iedereen dat. Men weet er ook dat de tijd rijp is om met voorzichtige, weloverwogen stappen met de tijd mee te gaan.

Wij hebben het gevangenisalternatief de Huizen bedacht. Wij, dat is een stuurgroep van gedreven mensen die de machteloosheid van het strafrecht niet langer kunnen aanzien en die vinden dat er voldoende afstemming moet zijn tussen wat de wetgever wil, wat de rechter beslist en wat de praktische strafuitvoering inhoudt. In werkgroepen, samengesteld door diverse deskundigen uit allerhande disciplines, hebben we jarenlang keihard – soms tot drie avonden per week – gewerkt aan eigentijdse oplossingen voor het huidige gevangenissysteem. In kabinetten en kamers worden onze plannen, maquettes, voorstellen en inzichten al enige tijd uitvoerig bestudeerd, aanvaard, afgewezen, en zo voort. Wij zijn er al een tijd klaar voor. Men helaas nog niet.’

Wie is die ‘men’?

De publieke wereld. En dat is niet goed, want politici zijn bang voor de publieke opinie, en dus verandert er niets. Ze denken ook dat de zogenaamde publieke opinie één en ondeelbaar geheel vormt. Alsof mensen geen leiders met een goed doordachte visie wensen of aankunnen. Alsof iedereen en bloc denkt en handelt. Maar ik ben allesbehalve pessimistisch. Het moment voor politieke moed is bijna gearriveerd. Het is vandaag niet meer zoals een paar jaar geleden. De grond is klaar gemaakt.

Hoe kan de grond klaar zijn? Hoe kun je, als zelfs binnen de humaniora productiviteit zegeviert op humaniteit, denken dat er binnen het gevangeniswezen wel humus voor meer diepgang ligt?

Alle betrokken en ook alle beslissende partijen weten dat er constructieve veranderingen nodig zijn. Blijven bijbouwen zoals we al decennia doen heeft geen zin. En nog meer gevangenissen optrekken volgens de architectuur van de negentiende eeuw, zoals tot nog toe is gebeurd, is tekenen voor een fiasco.

‘First we shape buildings, thereafter they shape us.’ Ken je die uitspraak van Winston Churchill? De Britse premier sprak toen niet specifiek over gevangenissen; hij had het algemener over de invloed van design op menselijk gedrag. En hij had gelijk. De vorm heeft invloed op wie we worden.

Wat willen we van veroordeelden? Dat ze beter worden, dat ze, met de gebreken en ook de gaven waarover ze beschikken, in staat zijn om een leven te leiden waarin ze niemand meer schade berokkenen, en bijdragen tot een betere maatschappij. In een fabriek vol gedetineerden zul je dat resultaat niet bereiken. Integendeel, je maakt de zaak er nog erger op. Dat is niets nieuws.

U heeft de tijdsgeest niet mee. Efficiëntie, besparingen, vergelding, verrechtsing, beveiligingscamera’s, … zijn daarvan de sleutelwoorden.

De tijdsgeest is complexer dan dat. Het huidige gevangenissysteem staat op een keerpunt, daar twijfelt niemand nog aan. En de optie van een veelheid van detentievormen, in plaats van slechts een enkel gigantisch complex, wordt van alle kanten bestudeerd.

Vergeet ook niet dat de grote gevangenissen ook duur zijn, en van de privé-industrie afhangen. In Beveren kan de overheid de komende decennia, contractueel, geen eenzijdige aanpassingen aan het gebouw laten uitvoeren. Aan die overeenkomst met de privé hangt ze vast. De onderhoudsploeg van dat grote complex? Die wordt niet rechtstreeks aangestuurd.

Die beheerskosten zorgen dus evengoed voor een serieus kostenplaatje, en ze leveren geen meerwaarde aan de strafuitvoering.

Je kunt best niet louter markteconomisch denken als het op straf en re-integratie aankomt. Waarmee ik niet wil zeggen dat men de kosten uit het oog moet verliezen. Hoegenaamd niet. Alleen valt het te voorspellen dat het uitgangspunt van de goedkoopste detentie de samenleving wel eens zuur zou kunnen opbreken

Gevangenen die niet klaar gestoomd worden voor een herintegratie in de maatschappij, zijn pas duur; die berekeningen hebben we ook gemaakt.

Screen Shot 2015-01-14 at 23.48.20

Bovendien valt de prijs die we voor dat falen betalen niet alleen in geld uit te drukken. De morele kost is hoog.

Hoe schaamteverwekkend is het om als rijk en zogenaamd geciviliseerd land wereldwijd het nieuws te halen met een ontoerekeningsvatbaar verklaarde wetsovertreder die tijdens zijn dertig jaar opsluiting, hoewel psychisch gestoord, niet de geringste psychologische behandeling kreeg?

De overbevolking van onze huidige gevangenissen is nog zo’n gegeven. Een van de vele gevolgen daarvan is dat elke gedetineerde zowel aanvaller als prooi is. Niemand vertrouwt niemand. Dat is geen biotoop die tot herstel of in-en uitzicht uitnodigt. In zo’n omgeving zal een gedetineerde, alleen al uit pure overlevingsdrang, een subculturele macht opbouwen. Hij wil macht onder de gedetineerden. En hoe verkrijgt hij die? Door te schoppen tegen het systeem dat hem opsluit. Waarna het systeem disciplinaire maatregelen treft ten opzichte van de gedetineerde. En de gedetineerde nog agressiever zal reageren.

Deze vicieuze cirkel op duurzame wijze willen doorbreken, is geen kwestie van rechts of links. Het is een kwestie van realiteitszin. Detentie is in bijna alle gevallen een tijdelijke zaak. We moeten werken aan wat er na de detentie komt.

U gaat ver. U wil grote gevangenissen doen verdwijnen en pleit voor kleine detentiehuizen die deel uit maken van het weefsel van een stad of gemeenschap.

 

Het idee van kleinere, overzichtelijkere en meer persoonlijke detentiecentra lijkt vooruitstrevend en verregaand, maar in feite is het oude koek. Alleen werd die oude koek, door gebrek aan durf en daadkracht, nooit werkelijkheid.

Hier. Een vergelijkende studie die de Verenigde Naties al in 1975, veertig jaar geleden dus, over gevangenisarchitectuur in de wereld liet maken. Ik zal er een paar zinnen uit voorlezen: ‘Grote strafinrichtingen kunnen niet zonder managementprocessen en uniformisering. Alles, van voeding tot ontspanning, moet er in schema’s. Individuele keuze moet er wijken voor planning. De anonieme sfeer in deze grote strafinrichtingen zet aan tot gevoelens van machteloos-en zinloosheid, tot verbittering en isolement. De instituten beklemtonen de afwijzing door de buitenwereld van hen die ze dienen te re-integreren. Ze doen dus het tegenovergestelde van wat ze beogen.’

Het is een variant op Churchills uitspraak. De stenen bepalen wie we zijn. Dus moeten we, nu we op het punt staan om weer nieuwe gevangenissen neer te zetten, heel goed nadenken over die stenen.

Laat me in deze context verwijzen naar de Nieuwe Wandeling, de gevangenis van Gent. Edgar Swinnen, seksuoloog en criminoloog, was directeur van deze stadsgevangenis in die periode dat men aarzelde om het pand af te breken of te restaureren. Begin jaren zeventig koos Swinnen, die als een sterke en progressieve persoonlijkheid gold, er resoluut voor om de tralies uit het centrale gedeelte van het stervormige gebouw weg te halen. Wel, doordat dit centrale gedeelte geen tralies meer heeft, en doordat de weg naar de vier vleugels open is, worden personeel en gedetineerden al veertig jaar gedwongen om elkaar te zien, te ontmoeten, met elkaar te praten. Het weghalen van de tralies had en heeft een gunstig effect op de sfeer en de veiligheid in het complex.

Die tralies kunnen trouwens evengoed figuurlijk zijn. Ik ben, verspreid over verschillende instellingen, al negentwintig jaar gevangenisdirecteur. Aan ervaringsdeskundigheid ontbreekt het me dus niet. Al die jaren sta ik ook bewust zoveel mogelijk tussen de gedetineerden, en zeker tussen hen die een lange straf uitzitten. Want juist met hen kun je in contact komen. Omdat ze lang blijven. En omdat ze zo ver over de schreef zijn gegaan dat ze het wel met jou moeten doen.

Als ik in de gevangenis een advocaat, politieagent en gedetineerde over de vloer krijg, schud ik hen alle drie de hand. Met die daad maak ik een verschil. Ja, bepaalde agenten zien mijn handreiking naar de gedetineerde in eerste instantie als een daad van agressie. Maar wees maar zeker dat ik, door die simpele geste, voor een ontlading zorg die alle partijen ten goede komt.

De overbevolking in de gevangenissen zou snel weggewerkt zijn als buitenlandse criminelen weer naar hun land werden gestuurd om daar hun straf uit te zitten. En we zouden nog geld besparen ook. U moet constant met dergelijke standpunten worden geconfronteerd?

Er zijn wetsovertreders voor wie ik dat zeker een goede oplossing zou vinden. Het probleem is alleen dat het niveau van de gevangenissen in hun land meestal beneden alle peil is. Maar neem veroordeelden voor diefstal die uit het Oostblok afkomstig zijn. Ze hebben hier hun slag geslagen. Ze hebben gespeeld en verloren en zitten hier hun straf uit. Met niemand hebben ze contact. Er is geen buitenwereld. Geen bezoek. Geen familie. Dat is allemaal nefast voor hun sociaal herstel. Die mannen zijn al tevreden dat ze niet geslagen of mishandeld worden. Maar heeft zo’n straf hier zin of nut? Integendeel.

 

Screen Shot 2015-01-14 at 23.48.06

 

 

 

Als we het over de gevangenisbevolking van Marokkaanse afkomst hebben – en die worden in zulke boutades meestal geviseerd – praten we over een heel andere situatie. Ze zijn, gezien de aard van hun wetsovertredingen, doorgaans makkelijk voorwerp van korte gevangenisstraffen. De Marokkaanse mannen, die meestal in ons land wonen, hebben sowieso al een zeer wankele positie op de arbeidsmarkt. Die sociaal-maatschappelijke achterstelling, waarvoor de politiek mede verantwoordelijk is, maakt hen vatbaarder voor misdrijven. Waarmee ik niet wil zeggen dat de verantwoordelijkheid van hun daden bij sociale uitsluiting ligt, pas op. Maar er zijn verbanden. En een goed en op maat gemaakt reclasseringsplan, met concreet zicht op werk, zou onze plicht moeten zijn.

U spreekt over gedetineerden en wetsovertreders. Niet over criminelen.

Een mens valt niet samen met zijn daden. Iemand, ondanks zijn criminele daden, louter en alleen als een crimineel benoemen is zo naar hem kijken en zo met hem spreken.  Dat is oneerlijk en stigmatiserend, met die taal duw je de ander weg en wij moeten hem juist meer naar ons toehalen.

Je zult mij ook niet meer over ‘cipiers’ horen spreken. Wel over bewaarders of penitentiair bewakingsassistenten. Die woordkeuze is niet eufemistisch, nee. Een bewaarder bewaart mensen, en dat is wat wij doen, mensen bewaren. Het stereotiepe beeld van de domme cipier doet afbreuk aan het beroep, dat vele facetten inhoudt: veiligheid, omgang met gevangenen, administratieve taken. Bewaarders zijn belangrijke eerstelijnsmedewerkers.

 Hoe ziet de gevangenis van de eenentwintigste eeuw er volgens u, architecturaal, best uit?

 Onze plannen zijn in geen geval koren op de molen van de architecten van de gevangenisindustrie. Geen grote complexen die de aandacht trekken. Geen moderne snufjes en ingrepen die van heinde en ver geïnteresseerden lokken. Wel vele kleine, onopvallende detentiehuizen, verwijderd van elkaar en verspreid over het hele land. In deze huizen is plaats voor maximaal drie leefgroepen van tien personen.

Het begrip ‘huizen’ geeft de radicale breuk met de stereotype detentie aan, maar kan ook voor verwarring zorgen, dat geef ik toe. Bepaalde detentiehuizen, voor bepaalde gevangenen, kunnen er inderdaad als een huis uitzien, en in een woonomgeving liggen. Andere zijn kleinere instellingen die meer beveiligd zijn, en die min of meer van de buitenwereld zijn afgesloten. Maar nooit bevinden ze zich op een industrieterrein of in de rafels van de samenleving. Hun plaats binnen een gemeenschap is cruciaal, we moeten samen mee evolueren.

De kleinschaligheid is de motor die alle andere veranderingen in gang zal zetten. In een centrum voor tien personen zal, om maar een voorbeeld te geven, een gedetineerde niet zo hard tegen het systeem moeten vechten om te bewijzen dat hij iemand is. Hij krijgt die kans niet eens. Juist omdat er overzichtelijkheid is, valt de pikorde weg. Het personeel – en niet alleen cipiers – heeft contact met hem. De menselijke verhoudingen zijn divers. Er heersen andere wetten. Hij zal meer met zichzelf vechten. Dat doet pijn.

Vooruitgang zit in dit soort gevangenisstraffen op maat. Als je een mens meer als mens benadert, kun je hem beter verzorgen.

Wie aan een straf denkt, denkt niet meteen aan verzorging.

Dat is zo. De publieke opinie denkt vooral aan vergelding en afschrikking. Ik begrip dat. Maar als oplossing voor re-integratie werkt deze eenzijdige aanpak niet, net zomin als tralies werken. De symboolwaarde van een afschrikwekkende infrastructuur mag in ons domein niet primeren. We moeten langzaam maar zeker inzien dat gedwongen hulpverlening ook een straf is. En we moeten de beschaving verfijnen, ten voordele van de hele maatschappij. Dé crimineel bestaat niet. Zorgen voor de gevangene is ook zorgen voor onszelf. Als elke gedetineerde een individuele planbegeleider krijgt die zijn hele traject mee aflegt, wordt de kans op slagen groter. Omdat de verantwoordelijkheid van de gedetineerde groter wordt. En omdat hij de hele tijd aan zijn reclasseringsplan werkt, voorbereid wordt op de rol die hij in de samenleving zal spelen.

 Heeft u bewijzen dat deze kleinschalige aanpak tot minder recidive leidt? Dat de ex-gedetineerden er beter in slagen om een waardige positie in de maatschappij in te nemen?

Er is ontegensprekelijk een indirect verband. Ex-gedetineerden die een plek in de maatschappij hebben en over een sociaal vangnet beschikken, recidiveren minder. Daar bestaan voldoende cijfers over.

U bent een volhouder. Hoe komt het dat uw strijdvaardigheid in drie decennia nog niet, zelfs al is het maar een tikkeltje, in cynisme is omgeslagen?

Mijn opdracht bestaat eruit om mensen die in de fout zijn gegaan, weer op het goede pad te helpen. Ik heb op die weg teveel gedetineerden zien afzien. Ik heb teveel kansen verloren zien gaan. En ik geloof in daadkracht en verandering. Ik zie die ook plaatsvinden. Bovendien heb ik voldoende medestanders. Mensen die voor dezelfde menswaardigheid strijden; we steken elkaar aan en houden het vuur brandend.

 

 



HANS CLAUSHANS CLAUS