Margot Vanderstraeten interviewt: Els DottermansAls ze haar fiets vastmaakt, stralen vreugde en vrieskou van haar
wangen. Aan het stuur bungelt een plastic tasje van de supermarkt.
Daarin zit een thermoskan die ze vanochtend vroeg met hete koffie heeft
gevuld en die nu, net voorbij het middaguur, tot op de bodem leeg is. In
diezelfde boodschappentas bevindt zich ook een plastic farde. “Ik kom
juist terug van mijn oude school. Van Studio Herman Teirlinck, ja. Ik
heb aan de coördinator-conciërge van de school gevraagd of ik tijdens
deze kerstvakantie, waarin het gebouw gesloten is, de theaterzaal mocht
gebruiken. Dat mocht. Daar heb ik dus gedurende de hele voormiddag
geoefend. En daarom zeul ik ook mijn koffie mee. Omdat ik er helemaal
alleen ben, en omdat koffie elk verblijf gezelliger en warmer maakt. In
deze farde gaat de hele tekst van de voorstelling schuil.”

Pas in de eerste week van januari, enkele dagen voor de première dus,
(vandaag, 9 januari, mvds) vinden in NTGent de generale repetities
plaats. “Op het allerlaatste moment? Maar nee, ik zit al maanden
ondergedompeld in dit bad. Ik ben de hele tijd met de voorstelling
bezig. De teksten heb ik zeer goed gememoriseerd. Alles zit in me. En
feliciteer me maar: drie maanden geleden ben ik, met het oog op een
optimale stem, gestopt met roken, en het gaat me goed af ook. Nu spaar
ik mijn stem nog vooral. Overal waar ik ben, zing ik in mijn hoofd. Aan
de kassa van de supermarkt. Op de fiets. Als ik afwas. Thuis zing ik wel
hardop. Mijn zonen lachen met me. Ze kennen die liedjes vanbuiten en
hebben er hun eigen parodiërende versie van. Niet simpel hoor, om dan
serieus te blijven.

“Natuurlijk heb ik ook vertrouwen in het gezelschap van het NTGent,
dat mijn vaste biotoop is. Met regisseur Johan Simons en drummer en
bandbegeleider Ron Reuman werk ik al jaren nauw samen. We hebben
ondermeer Ik val… Val in mijn armen in elkaar gebokst. Het is een luxe
dat ik binnen mijn vaste gezelschap het platform krijg om Was will das
Weib te maken. Want het is dan wel mijn voorstelling, in die zin dat ik
voor de kiem heb gezorgd, en dat ik centraal op het podium sta, maar de
vrucht die uit dat zaadje is gegroeid, is het resultaat van
samenwerking. Ik kan rekenen op de voltallige ploeg, en die telt, de
vijf muzikanten incluis, gauw een twintigtal koppen. Of ik nerveus ben?
Nervositeit kan verlammend werken. Terwijl ik nu soms net het spannende
gevoel heb dat ik vleugels krijg.”

Behoefte aan vernieuwing

“Ik heb altijd graag gezongen. Al in Wilde Lea van de Blauwe
Maandagcompagnie moest, mocht ik zingen; en houd je vast, die productie
dateert al van bijna twintig jaar geleden! Ik kan het niet rationeel
verklaren, maar ik heb altijd ervaren dat muziek en zang de mens op een
andere manier bereiken dan het geschreven en gesproken woord. Muziek
dringt niet via het brein bij de mens binnen, maar neemt een andere,
meer rechtstreekse weg.

“Maar sinds Ik val… Val in mijn armen, het liedjesprogramma dat ik
drie jaar geleden met Wim Opbrouck heb gebracht, is het pas echt tot me
doorgedrongen dat ik via zang gemakkelijker mensen kan ontroeren, en
veel meer mensen kan bereiken. Die ontdekking gaf me een enorm
bevrijdend gevoel. Wat een mogelijkheden zag ik plots. En ik niet
alleen. Ook mijn omgeving, mijn collega’s en mijn goede vrienden, zagen
dit in, en begonnen me aan te moedigen om verder en dieper in die
richting te gaan.

“Dit besef, of noem het inzicht, kun je niet loskoppelen van mijn
eigen professionele en private levenscyclus. Het is geen toeval dat ik
uitgerekend nu met een eigen voorstelling aankom. Twintig jaar geleden
koesterde ik deze ambitie niet. Toen had ik talloze andere uitdagingen.
Maar het is eigen aan het bioritme van een acteur: op een gegeven moment
– en meestal bevindt hij zich dan in de buurt van de veertig – krijgt
hij de nijpende behoefte aan zelfstandigheid. Dat loopt bij mij niet
anders. Ik had een verzadigingspunt bereikt. Ik had behoefte aan een
radicalere vernieuwing. Want intussen weet ik hoe het is om met
regisseurs samen te werken, om met anderen te spelen, om auteursteksten
te spelen, enzovoort. Niet dat je, voor je aan een theaterproductie
begint, al weet hoe ze zal eindigen. Niet dat je niet meer verwonderd en
verbaasd kunt zijn van de resultaten van die samenwerking. Dat bedoel
ik niet. Ik kan de (meer)waarde van zo’n samenwerking zeer goed
inschatten. Ik ben een groepsmens, geen solist. Met andere woorden: ik
heb een ploeg nodig om te kunnen presteren. Maar toch verlangde ik naar
meer onafhankelijkheid. Naar eens helemaal mijn eigen ding te doen.

“Ik ben vijfenveertig. Dat is een leeftijd waarop je normaliter,
zowel in je beroeps- als in je privéleven, enige maturiteit hebt
vergaard. Alleen al omdat je zoveel ervaring hebt opgedaan, sta je
anders tegenover het leven dan toen je jeugdig en roekeloos was.
Bovendien ben ik een moeder. Het moederschap verandert een vrouw.
Vandaag zijn onze twee zonen geen kleine kinderen meer, maar jongens die
meer en meer zelfstandig voor de dag komen. Dat maakt het er thuis, met
een freelancende acteur als echtgenoot, ook zo veel rustiger op (Els Dottermans
is gehuwd met de Nederlandse Han Kerckhoffs, nu te zien als Johan
Schmidt in de zevendelige reeks Annie M.G. op Nederland 2, mvds). De
stress die bij een drukke tot hectische gezinsorganisatie te kijken
komt, is veel minder. Mijn geest is ook niet langer in suiker gedrenkt,
zoals de eerste jaren na hun geboorte. Ik wilde na hun geboorte meteen
weer aan de slag. Vlak na de bevalling van mijn oudste heb ik Ten
Oorlog! gespeeld, en vlak na de geboorte van de tweede vertolkte ik de
hoofdrol in Mamma Medea, ook in een bewerking van Tom Lanoye. In Mamma
Medea, van Euripides, speelde ik samen met mijn man. We waren juist
ouders geworden, en op het podium moest ik mijn kinderen vermoorden, als
wraak op mijn overspelige echtgenoot. Als tegenstelling kon dat tellen.

“Ik kom uit een gezin met een moeder als kostwinner, en een vader die
als beeldhouwer nooit een vast inkomen kon garanderen. Mijn grootmoeder
was een verpleegster, net als mijn moeder. Alle vrouwen in mijn familie
– en ik heb vier zussen, mijn broer is overleden – hebben altijd op hun
eigen benen gestaan. Ik heb die gang van zaken dus nooit in vraag
gesteld. Alleen: achteraf bekeken zijn de jaren na de geboorte van mijn
kinderen duidelijk niet de meest creatieve. Of ik dat nu wilde of niet:
door hun geboorte werd ik letterlijk en figuurlijk dik. Ik denk dat ik
een zestal jaar ingekapseld heb gezeten in een soort zoetigheid die me
week maakte, en die voorkwam dat ik beroepshalve helemaal op scherp
stond. Je weet dat op dat moment niet. Je ervaart alleen dat je lastig
bent. Dat je begint te zeuren. Ik herinner me ook dat ik bang was dat
die plakkerige periode niet meer voorbij zou gaan. Maar na een zestal
jaar was die fase gelukkig voorbij. Nu ben ik er dus dubbel en dik
overheen. Ik ben er volledig klaar voor. Voor dit eigen ding.”

Ik en mijn kleine obsessie

“Ik wist al enige tijd, al minstens vier tot vijf jaar, dat ik iets
met het leven en werk van de Vlaamse zangeres Ann Christy wilde doen.
Haar zangtalent én persoonlijkheid hebben me altijd geïntrigeerd, net
als haar aandacht voor teksten. Maar om de een of andere reden wilde die
idee maar niet helemaal van de grond komen. Terwijl Ann Christy wel
constant in mijn achterhoofd zat. En terwijl ik, gedurende jaren,
iedereen die ook maar wilde luisteren over mijn vage plannen aansprak.

“Dag vreemde man, De roos, Dat heet dan gelukkig zijn: het zijn maar
enkele van Ann Christy’s bekende nummers die overigens allemaal
geschreven werden door de Nederlandse Mary Boduin. Haar heb ik tijdens
mijn zoektocht naar een voorstelling ook nog bezocht. Werkelijk, niemand
kon aan mij en mijn kleine obsessie ontsnappen. Zelfs met Wim Helsen
heb ik het er nog uitgebreid over gehad. Hij gaf me schrijfoefeningen.
Hij zei: ‘Schrijf eens een brief aan Ann Christy’. En dat heb ik
allemaal gedaan. Ik gaf niet op. Ik bleef zoeken. Maar verder dan een
rijpingsproces in mijn geest kwam het niet. Alsof de ware noodzaak om de
voorstelling te maken, bleef ontbreken. Ik voelde intuïtief een gemis
aan. En ik weet – nog zo’n voordeel dat de jaren met zich meebrengen –
dat ik aan mijn intuïtie best gehoorzaam. Je mag nooit zomaar iets
maken. Je moet een sterke drijfveer hebben om juist dat ene ding te
doen, en niet iets anders.

“Ik heb dus gewacht. Dat ging niet altijd vanzelf. Ongeduld is me
eigen, dus nu en dan werd ik behoorlijk prikkelbaar. Onuitstaanbaar,
volgens mijn man, en ik geloof hem. Tot ik dan op een dag Lucifer van
Connie Palmen las. De scherpe en onverbiddelijke wijze waarop Connie
Palmen het lijden van de vrouw neerzette, bezorgde me het kippenvel
waarop ik blijkbaar onbewust had zitten wachten. Het drong tot me door
dat ik Ann Christy moest los laten. En dat ik het persoonlijke
levensverhaal van deze magnifieke Vlaamse zangeres moest opentrekken.
Dat die ene vrouw voor vele archetypes van haar sekse kon staan. De rode
draad van mijn verhaal openbaarde zich: wat wil de vrouw, hoe zit ze in
elkaar, weet ze zelf hoe ze in elkaar zit, en waarom vergissen zoveel
vrouwen zich in de invulling van echte liefde, waarom denken zo vele
vrouwen dat echte liefde opoffering inhoudt, en lijden, altijd maar
lijden?

Van het ene kwam het andere.

“Enige tijd na de lectuur van Lucifer zat ik bij Connie Palmen aan
tafel, en liet ik haar Ann Christy horen, en Ne me quitte pas van
Jacques Brel, Jolene van Dolly Parton en een flamenconummer van Amparo
Cortés horen; zij is de Sevillaanse gitana die ook samen met Wannes Van
de Velde heeft gezongen.

“Nog een tijdje later lagen we allebei krom van het lachen. Connie
kan geweldig goed en heel diep lachen. Toen we het samen uitgierden, zag
ik dat als een goed teken. Die mening bleek ook Connie toegedaan:
volgens haar is lachen zelfs de grootste vorm van liefhebben, in die zin
dat als een man samen met jou lacht, hij aangeeft dat hij jou helemaal
begrijpt.

“Het liedjesprogramma Ik Val…Val in mijn armen was puur plezier.
Zo’n feest van vreugde, waarbij het publiek uitgenodigd werd om mee te
zingen, is Was will das Weib niet. Dit keer gaat het om een voorstelling
waarin ik me op het snijvlak van vanalles en nog wat bevind. Er is
ontroering. En relativering. Er is nuchterheid. En droom. Drama.
Hilariteit en zelfspot. Ernst. En ironie. Cabaret. Literatuur. Zang.
Tekst.

“De intelligente bindteksten van Connie zijn cruciaal, precies omdat
ze zo rationeel, zo cerebraal zijn. Connie is een filosofe, en dan niet
alleen in titel, maar vooral in daad. Ze heeft haar leven in functie van
het denken gesteld, ze heeft geen kinderen, bewust geen kinderen. Ze
zoekt verdieping en reflectie. En dus plaatst ze de sentimentaliteit die
in sommige liedjes zindert, meteen onder een koude douche. Met haar
teksten schudt ze vrouwen en mannen wakker. Ze dwingt hen, ons, om na te
denken. Ze ondergraaft ook de vrouwelijke drang naar slachtofferschap.
Alleen al in die ene zin die mij toen heeft doen opveren, zit een
waarheid die tot nadenken stemt, en die zeer confronterend kan zijn:
‘Neem een vrouw haar lijden niet af, want het is het enige waarin ze
groots kan zijn’.

“Ann Christy komt uiteindelijk in de hele voorstelling, op een enkele
passage van Connie Palmen na, zelfs niet meer voor. Dat heeft mede te
maken met het feit dat het vijfentwintig jaar overlijden van de zangeres
vorig jaar werd herdacht, en dat er al allerhande producties aan haar
werden gewijd. Ook daarom heb ik afstand van haar genomen.

“Als ik zing, benadruk ik de tekst van de nummers. Ik imiteer de
oorspronkelijke zangers en versies zeker niet. Ik probeer er iets van
mezelf van te maken. Dat is geen simpele evenwichtsoefening. Vooral de
juiste toon vinden én vasthouden, is belangrijk.

“Alle teksten zijn speciaal voor mij naar het Nederlands vertaald,
meestal door schrijvers, dichters of andere literatoren. Zo heeft Peter
Verhelst Ne Me Quitte Pas van Brel opnieuw vertaald; heb ik Crying van
Roy Orbison door Bernard Dewulf laten aanpakken en Jolene van Dolly
Parton door Eva De Roovere. Oscar van den Boogaard heeft Woman in Love
van Barbra Streisand onder handen genomen, en Thé Lau boog zich over de
Nederlandstalige versie van k.d. Langs Ain’t it Funny. Ook mijn droom om
meerdere auteurs aan mijn project te laten meewerken, is dus
werkelijkheid geworden. Ik weet het. De druk kan nu, juist omdat ik
zoveel literaire namen heb ingeschakeld, hoog liggen. Maar daar probeer
ik afstand van te nemen. Ik probeer vooral de schoonheid van deze
samenwerking in te zien.

Oneindigheid van antwoorden

“Ik heb niet voor niets een vraagstelling als titel gekozen. Ik weet
niet wat de vrouw wil. En ik wil zeker niet oordelen. Ik kan dat zelfs
niet meer, een oordeel vellen. Met lafheid heeft dat niets te maken. Ik
bevind me statistisch gezien al voorbij het midden van mijn leven; en in
al die tijd heb ik begrepen dat de wereld en het leven al te complex
zijn om ze in zwart en wit op te delen. Niets is zomaar wat het is.
Alles hangt ergens aan vast; aan verleden, heden en toekomst.

“De zowel ernstige als licht spottende vraag uit de titel komt zoals
bekend van Sigmund Freud. Was will das Weib, maar zelfs de vader van de
psychoanalyse heeft na decennialang intens onderzoek geen inzicht
gekregen in de vrouwelijke psyche. De vraag ‘Wat wil de vrouw nu
eigenlijk’ kent een oneindigheid van antwoorden. En die veelheid ligt in
mijn uiteenlopende selectie van liedjes en teksten besloten.

“Ik geloof niet dat het lijden van mannen en vrouwen zo zeer
verschilt. Mannen kunnen ongelooflijk diep gaan in hun pijn. Ik denk dat
pijn, liefdesverdriet, meer door de eigenheid van de persoon wordt
bepaald dan door zijn sekse. Toch staat het vast dat een vrouw, meer dan
een man, verliefd kan worden op haar eigen ellende en dat ze de
opoffering die haar leven is, als teken van echte liefde interpreteert.
In die perceptie, die de rode draad van Was will das Weib is, vergissen
vrouwen zich.

“Ook ik heb, zoals alle vrouwen van mijn leeftijd, minstens een
enkele liefde gekend die vooral pijn deed. Juist omdat deze liefde me zo
kapot maakte, dacht ik dat ze echt was. Echte hartstocht en ware passie
moesten mij, madame Bovary indachtig, helemaal verteren. Alleen als ik
van de liefde bijna zou sterven, alleen als ik bijna dood zou gaan van
liefdesverdriet, konden mijn gevoelens authentiek zijn. Intussen hebben
het leven en de echte liefde me het tegendeel geleerd. Maar ik zie
vrouwen bij wie dit niet doordringt. Of die de knop niet omgeschakeld
krijgen, om welke redenen dan ook. Zij blijven almaar op de onmogelijke
mannen vallen. En zij blijven de pijn die deze mannen veroorzaken, als
een bewijs van ware liefde interpreteren. Diep vanbinnen voelt dit
archetype vrouwen zich heilig. Ze offeren zich op voor het hogere doel
dat hun man, hun liefde is. Hun lijden is hun manier van leven geworden.
De rechtvaardiging van hun bestaan. Neem hun pijn weg, en er blijft
niet veel meer van hen over.

“Connie Palmen weet deze patronen in een haarscherpe taal te gieten.
Ik houd van de beweging die haar woorden teweeg brengt. Ik ben een groot
voorstander van heftige scheldpartijen. Omdat die de zaken aan het
rollen brengen. Diplomatie is niet mijn grootste talent. Ik wik en weeg
mijn woorden lang niet altijd. ‘Els, je bent net een tank’, zeggen mijn
zussen soms; bijvoorbeeld als ik weer eens heftig fulmineer en stellige
beweringen in de mond neem, beweringen waarvan mensen kunnen schrikken
omdat ze zoveel onomwondenheid niet gewoon zijn. Ik vind voorzichtigheid
lang niet altijd geboden. Ik kan nogal goed overtuigd zijn van mijn
zaak. En van het feit dat je nu en dan moet doordrammen om verandering
en inzicht te bereiken.

“Met verbazing kan ik kijken naar mensen die zichzelf vanalles en nog
wat blijven wijs maken. Ik neem het hen niet kwalijk. Het is moeilijk
om je eigen ellende te onderkennen, om niet blind te zijn voor je eigen
tekortkomingen. Dat is bijvoorbeeld een van de redenen waarom wij onze
zonen proberen te leren om goed te kijken. We leren ze kijken naar
zichzelf, en kijken naar de ander. Want dat is heus zo: een van de
grootste talenten op weg naar het geluk, is het talent om in te zien wat
je kan en wat je niet kan. Want vanaf het moment dat je je eigen
troeven en gebreken kent, kan je in functie daarvan je doelstellingen
uitzetten, en je erop toeleggen om die te bereiken.

“Streven naar een resultaat dat inspanningen vergt en dat
tegelijkertijd haalbaar is, behoort tot de mooiste en meest bevredigende
facetten van het leven. Ik weet dat. Was will das Weib, net als andere
producties waaraan ik heb meegewerkt, leveren daar een bewijs van. Maar
ik ga niet naar Hollywood, want daar zal ik niet kunnen wat ik hier kan.
En dat is een understatement: ik zou er zelfs geheel niet bestaan.
Waarmee ik niet wil zeggen dat elke uitdaging die ik in dit Vlaanderen
wil aangaan, altijd succesvol eindigt. Maar het gevecht hoort er nu
eenmaal bij, en vallen en opstaan natuurlijk ook. Ik zou bijvoorbeeld
heel graag nog interessante filmrollen krijgen. Alleen zijn die er voor
een vrouw van mijn leeftijd te weinig. In theater is er nog plaats voor
verbeelding; daar kán en mag ik zelfs een meisje van vijftien of een
vrouw van negentig spelen. In de cinema gelden andere wetten, en regeert
typecasting. Je bent je personage.

“Kortom, vrouwen voorbij de veertig kunnen alleen maar een moeder
spelen, of ze worden met enige lagen make-up ouder gemaakt en mogen als
een grootmoeder opdraven. Filmmakers eisen sexy vrouwen als personages.
En filmregisseurs hebben het geld van deze makers nodig, en dus
gehoorzamen ze aan dat geld, veel meer dan aan bepaalde waarden en/of
principes. Zowel de film- als de theaterwereld zijn trouwens overwegend
mannenbastions. Er spelen vrouwen mee, uiteraard, maar ze zijn in de
minderheid. In getal en in macht. Het zijn toch vooral de mannen die de
smaak bepalen. Is het niet als regisseur, dan als producent,
distributeur, enzovoort.

“Maar soit, dat wilde ik niet vertellen. Wat ik wil duidelijk maken
is dat je over een abonnement op het ongeluk beschikt, zolang je je meet
aan voorbeelden en prestaties die boven je petje gaan, en zolang je
doelstellingen beoogt die je nooit zal kunnen waarmaken. Je moet de lat
hoog leggen, zeer zeker. Je mag jezelf niet onderschatten. Maar je moet
jezelf zeker ook niet overschatten. De ontplooiing van je persoonlijke
troeven én de onderkenning van je gebreken zijn sleutels tot een
gelukkig leven. En dat gelukkig leven, of dat leven dat dicht tegen het
geluk aanleunt, is dat niet wat zowel mannen als vrouwen willen?’

‘Was will das Weib’ gaat vanavond in première in het NTGent. De
eerste voorstellingen vinden in Gent plaats, daarna gaan Els Dottermans
en co op tournée door Vlaanderen. Voor tickets en info 09/225.01.01 en
www.ntgent.be

Ik heb altijd ervaren dat muziek en zang de mens op een andere manier
bereiken dan het geschreven en gesproken woord. Muziek dringt niet via
het brein bij de mens binnen, maar neemt een meer rechtstreekse weg

Ook ik heb, zoals alle vrouwen van mijn leeftijd, minstens een enkele
liefde gekend die vooral pijn deed. Juist omdat deze liefde me zo kapot
maakte, dacht ik dat ze echt was. Echte hartstocht en ware passie
moesten mij, madame Bovary indachtig,

helemaal verteren