Margot Vanderstraeten Interviewt: Cecilia Bartoli

‘Soms denk ik: waarom gaan mensen keer op keer naar de opera. Ze kennen het hele liefdesverhaal van la Traviata allang vanbuiten. Ze weten wat er zal gebeuren. En toch huilen ze, net als ik, telkens opnieuw met het lot van Violetta. Muziek is een mirakel. En mensen hebben dat mirakel nodig.’ In gesprek met Cecilia Bartoli: een wonder op zichzelf.

Nu zit ze in haar hotelsuite in hotel Amigo in Brussel, met zicht op de Grote Markt – ‘als u het niet erg vindt, neem ik de stoel die op het raam uitgeeft, dan kan ik de wolken zien, en kijk, daar breekt de zon door, die streep geel licht naast die toren die daar al eeuwen staat.’ Waarna ze kort begint te zingen. ‘Zingen is ook landschappen schilderen.’

Gisteren heeft La Bartoli, in de spiegelzaal van het barokke paleis van Versailles, haar nieuwe project’ Sint-Petersburg voorgesteld. Want de Italiaanse mezzosopraan, die met haar unieke geluid en haar fijnzinnige voelhorens de hele wereld kippenvel geeft, spreekt niet in termen van cd’s of optredens.  ‘Ik dompel me telkens volledig onder in een thema, dat me jaren in beslag neemt. Dat is echt een project. Denk aan hoe ik me de muziek van de castraten heb eigen gemaakt, Sacrificium heet het album waarop dit werk is verzameld. Geen enkele vrouw had dit ooit eerder gedaan, dus op die manier was het ook een wereldpremière.

Ik wil vooral muziek delen, en bij voorkeur deel ik muziek die vergeten is, of weggestopt werd, om welke reden dan ook.

Dat maakt mijn projecten inderdaad origineel.

Castraten

Natuurlijk wil ik ook telkens een verhaal vertellen, en de context meegeven. Het leven van de castraten, waarvan de meesten aan een topschool in Napels werden gevormd, heeft lang niet alleen een esthetische kant. Er hangt een schrijnend sociaal verhaal aan vast.

In de achttiende eeuw bleeefden deze gecastreerde jongens, met hun hoge stemmen, het toppunt van hun roem. Maar de waarheid achter die roem is pijnlijk. In de allerarmste gezinnen werd een zoon opgeofferd aan het koor, in de hoop dat hij een carrière als castraat zou kunnen uitbouwen en zo geld op tafel zou kunnen leggen. Elk jaar werden er zeker vierduizend jongens gecastreerd. Hun stem bleef hoog. Hun jongenslichaam groeide uit tot dat van een man. Die combinatie was krachtig en esthetisch uniek. Maar natuurlijk bleek slechts een fractie van een goede stem te hebben. En slechts een fractie van die fractie, zoals Farinelli, bereikte de top. Die jongens die niet voldeden, bleven achteraf met hun hoge stem zitten. Ze werden verschoppelingen.

Het zingen van hun zeldzame aria’s was een moeilijke opdracht. De grootste hindernis was mijn eigen biologie. Ik zong, als vrouw, liederen die geschreven waren voor jongemannen. Het lichaam van een man is krachtiger dan dat van een vrouw; de longen van een man kunnen al meer zuurstof bevatten dan die van een vrouw, etc. Dat is allemaal ongelooflijk interessant. En daarom doe ik het ook. Omdat ik nieuwsgierig ben, en wil ontdekken. En omdat ik die ontdekkingen dan wil delen. ‘

En met Sint-Petersburg was dat niet anders? Hoe meer u te weten kwam, hoe meer u wilde weten en delen?

Ja! Ik wist dat een aantal Italiaanse componisten tijdens de achttiende eeuw naar Rusland waren gereisd. Dat ze er door de drie tsarina’s – Anna, Elizabeth en Catharina de Grote – waren uitgenodigd. De keizerinnen, en met name Catharina, hebben artiesten uit heel Europa naar Sint-Petersburg gelokt.

Kun je je dat vandaag voorstellen? Dat het Rusland van drie eeuwen geleden zich als een open venster naar het Westen richtte? We zouden meer van het verleden moeten leren, vind ik. In het verleden kun je de toekomst lezen. Ik vind dat hoopvol, zelfs al weet ik dat de politieke situatie nu geheel het omgekeerde voorstelt. In Sint-Petersburg heerste toen een open geest, de wisselwerking tussen kunstenaars van Italië, Frankrijk, … zorgde voor een bijzonder rijk cultureel klimaat. En dat in een tijdperk waarin nog met de elelementen gevochten moest worden. Vanuit Italië reisde men met paard en koets naar Rusland. Door de onverbiddelijke koude. Door landen zonder wegen.

Ik heb boot van Lübeck naar Sint-Petersburg genomen. Ik moest weten hoe het voelde om met een schip door bevroren wateren te varen. Hoe dat ijs breekt. Het geluid. De koude. De lucht als het ijskoud is. Dat is de Indiana Jones in mij, de avonturier die overal het fijne van wil weten, van wil voelen.

 

Maar wat heeft u dan in Sint-Petersburg ontdekt wat nog niet ontdekt was?

Het werk van deze Italiaanse componisten. Ik wist dat die partituren bestonden, maar ik kon ze nergens vinden, in geen enkele bibliotheek en geen enkel archief. Die Russische periode van enkele vooraanstaande achttiende eeuwse Italiaanse componisten, zoals Manfredini en Cimaroso, bleek verdwenen. Die verdwijning vond ik zo mysterieus dat ik naar Rusland, Sint-Petersburg, moest om repertoireresearch te doen. Vergezeld van een Russische tolk, dat spreekt. Ik kan geen Russisch. Toen, enkele jaren geleden, niet en vandaag nog niet.

Aanvankelijk bleven in Rusland alle deuren voor ons gesloten. We hadden talrijke toestemmingen nodig om bepaalde werken en boeken te mogen raadplegen. Overal werden we afgeremd. Valery Gergiev, dirigent en operadirecteur van het prestigieuze Mariinsky Theatre, dat ook een fenomenale bibliotheek bezit, is toen in actie geschoten. Hij heeft me geholpen en dankzij hem gingen de deuren geleidelijk aan open.

Vandaag zijn de Russen erg trots op wat we hebben gedaan. We hebben een prachtig deel van hun geschiedenis namelijk weer tot leven gebracht. Voor het eerst sinds tweehonderd jaar wordt deze barokmuziek weer gedeeld. Voor het eerst in die twee eeuwen kan het publiek weer meegenieten van die schoonheid die bedoeld was om te leven, maar die door het lot onaangeroerd in bibliotheken was beland. Muziek heeft vertolkers nodig, anders sterft ze.

 

Op het nieuwe album zingt u twee keer in het Russisch. De rest in het Italiaans. Is het voor u, die met zoveel gevoel zingt, anders om te zingen in een taal die u enkel fonetisch kent, maar verder niet begrijpt?

Ik ken de taal inderdaad enkel fonetisch. Samen met een Russische taalleraar heb ik de uitspraak geoefend. En natuurlijk heb ik me de vertalingen van de liederen eigen gemaakt. Je kunt pas een personage zingen als je dat personage bent.

 

 

 

 

Weet u wat ik, behalve het ongewone geluid dat de Russische taal voor mij heeft, nog het spannendste van alles vond? Dat muziek geschreven door Italiaanse componisten in het Russisch gezongen werd. Dat is toch buitengewoon. Componisten met een mediteraanse temperament schreven muziek voor Russische vertolkers en voor een Russisch publiek. Hoe groot kan de tegenstelling zijn? De ene cultuur wordt door ingetogenheid en diepe melancholie gekenmerkt. De andere houdt van drama en opsmuk, en kan emoties niet voldoende aandikken. Dat huwelijk vond ik ongelooflijk exotisch en het heeft werkelijk buitengewone vruchten opgeleverd. Italiaanse componisten, zoals Araia, gingen compleet andere aria’s schrijven, zonder de aangezette emoties die we van hem gewend waren. Als je de muziek die ze tijdens hun Russische periode schreven vergelijkt met die ze in Italië componeerden, zou je denken dat het over verschillende componisten gaat.

Het begeleidend orkest speelt, en dat is uw vaste werkwijze, met instrumenten uit de achttiende eeuw. Is dat niet vreemd. Dat het enige instrument dat in wezen altijd modern blijft, de stem is?

Ja, De stem van nu is dezelfde als die van in zeventienhonderd-en-zoveel. Al de rest, ook de akoestiek binnen concertzalen die almaar groter werden, is in de loop der jaren en eeuwen sterk geëvolueerd, en evolueert nog steeds.

Sinds de barok hebben instrumenten bovendien een gigantische verandering ondergaan. Neem de houtblazers. Die bestaan vandaag nog amper en zijn alom vervangen door metaalblazers. Maar metaal geeft een harder geluid. De klanken die uit een houtblazer komen zijn fluwelig. Om van violen nog te zwijgen. Violen zijn, zowel qua snaar als qua klankkast, ingrijpend met de tijd meegegaan.

Voor mij is het essentieel om met instrumenten uit de tijd van de componisten te spelen. Maestro Diego Fasolis en zijn ‘historisch’ orkest, I Barocchisti, zijn ook voor dit project weer mijn allerbelangrijkste steun en toeverlaat. Ik zou niet zonder hen kunnen.

Het is misschien een rare vraag: maar is het voor u als mezzosopraan en soliste belangrijk om, tijdens uw vertolkingen, ook het juiste kostuum te dragen? Het kostuum dat aan uw personage en haar tijd vasthangt?

Dat is een terechte vraag. Ik vind de jurk zeer belangrijk. Hij moet goed zitten. Hij moet bij de rol passen. Hij is, net als het licht en de hele scenografie, een deel van de rol. Vivienne Westwood maakte meerdere van mijn jurken. Ja, ze is extreem en ze is nog altijd punk, maar ze is een van de weinige ontwerpers die een corset kan maken dat zowel strak als comfortabel zit. Ik vind Vivienne Westwood een geweldige vakvrouw, met een erg open geest. Daar houd ik van. Van perfectionisme en passie, en tegelijkertijd die zin voor humor en relativering.

U bent zelf ook zo.

Ik kan niet zonder humor. En tegelijkertijd neem ik mijn vak, dat mijn hele leven is, ongelooflijk serieus.

Kijk naar de foto op het album: een Romeinse vrouw – ik ben van Rome – die zich als een tsarin laat portretteren. Dat is humor. Daarvoor moet je hoe dan ook met jezelf de spot kunnen drijven.

U ontroert wereldwijd miljoenen mensen met uw stem, en alleen maar uw stem. Er zijn wereldsterren als u die zich als een diva, in de negatieve zin van het woord, zouden gedragen.

Mijn stem is een geschenk dat ik heb gekregen van mijn ouders die beiden in de opera van Rome werkten en er zongen. Ik heb dat geschenk, dankzij hun kennis en passie, uitermate getraind. Mijn moeder gaf me zanglessen. Ze was bijzonder streng. Veel strenger dan de strengste muziekleraar. Mijn genen spelen dus een rol in mijn succes. En daarnaast heb ik veel te danken aan de componisten die deze muziek schreven. Ik geef hun creaties door. Ik geef hun schoonheid door. En ik werk heel hard, zeker. Wat ik doe, kun je met grote atletische prestaties vergelijken. Ik moet alles trainen en onderhouden. Discipline is mijn sleutelwoord.

 

 

 

Hoe komt het dat opera over de generaties heen blijft ontroeren?

Het is een mirakel! Opera bestaat al vierhonderd jaar. Mensen blijven komen, al kennen ze de libretti vanbuiten. De muziek beroeren.

Opera brengt mij keer op keer in een andere dimensie. Het heeft met spiritualiteit te maken, met uitstijgen boven de alledaagse werkelijkheid, je verwant voelen met iets wat groter is dan het individu, het heeft met onze ziel te maken.

Deze ervaring is geen exclusiviteit van de opera. Ze is geldig voor alle goede kunst en cultuur. Theater. Literatuur. Schilderkunst. Jazz. Enzovoort. Ik ben er zeker van dat de mens, die elke dag opgezogen wordt door zijn zorgen en beslommeringen, een diepe behoefte heeft aan deze culturele vorm van schoonheid. Volgens mij zouden dokters, in plaats van bij bepaalde aandoeningen altijd maar die reguliere pillen voor te schrijven, ook voorschriften voor culturele voorstellingen moeten uitreiken. In plaats van dit pilletje voor uw gemoed, gaat u één keer in de week naar de opera, naar het theater, museum, … Ik weet dat het helpt. En het helpt op meerdere fronten. In deze wereld die almaar minder sociaal wordt – omdat mensen bijvoorbeeld veel met hun smartphones in de weer zijn – levert een theater-of operaopvoering stof om over na te praten. Mensen ontmoeten elkaar weer in die dialoog. En ze zullen ook weer meer willen ontdekken. Ze zullen misschien over de opvoering gaan lezen. Ze zullen naar tentoonstellingen gaan die met het stuk te maken hebben. Etc.

Is een concert ook een vorm van dialoog?

Altijd. Je geeft energie, maar je krijgt van het publiek ook energie terug. Die energie is voelbaar. Ik voel het, als ik op het podium sta, of de zaal met ons mee is. Ik hoor het als het publiek zijn adem inhoudt. Als ik en het orkest een soort gewichtloosheid creeëren en we samen opstijgen.

Dat is een delicate oefening. We bouwen spanning op. En de ene keer gaat iedereen mee, en de andere keer gaat er op zo’n cruciaal moment een mobieltje in de zaal af. Dan is het zaak om de spanning niet in duigen te laten vallen. Niet altijd makkelijk. Maar wat kunnen we eraan doen? Iedereen wordt er voor aanvang van het concert duidelijk op gewezen om zijn telefoon uit te zetten. Maar af en toe gaat er toch zo’n ding af. Mijn concentratie staat niet toe om daar aandacht aan te besteden. Maar bij het publiek, dat zijn adem inhield, is de spanning gebroken.

U komt graag naar Brussel. En u treedt altijd op in de Bozar.

Ik kom hier inderdaad al jaren. De Bozar, van wie ik de uitnodigingen om bij hen op te treden telkens met groe dank aanvaard, heeft een erg fijne concertzaal. Je ruikt de geschiedenis en de traditie die er hangt. Je ruikt dat er grote muzikanten hebben gestaan. En de akoestiek is er zeer goed. Ik heb zowel met Brussel als met Bozar heb ik een sterke relatie opgebouwd. Met heel België eigenlijk, want het Belgisch publiek is me erg trouw. Het steunt me in al mijn projecten, wat natuurlijk heel erg prettig en belangrijk is. Wat ik zo graag wil delen, wordt hier heel genereus aanvaard.

Bartoli

 

Cecilia Bartoli, Sint-Petersburg, via iTunes of op hard cover CD, beperkte uitgave, 16,99 euro.

Op donderdag 13 november treedt la Bartoli op in Bozar, Paleis voor Schone Kunsten, in Brussel. Dat is één concert van een lange Europese tournee die nu al begonnen is en waarin ze alle grote steden aandoet. Op www.ceciliabartolionline.com vind je het volledige programma. Tickets voor Bozar, indien niet uitverkocht, zijn verkrijgbaar via www.bozar.be of telefonisch op het nummer +32 (0)2 507 82 00