HBVL interviewt: Margot Vanderstraeten

Ze is van Zonhoven, uit de Waardstraat. ‘Straatwijs’ werd ze in Meulenberg waar ze school liep tussen de migrantenkinderen. Nadien vlinderde dat “jongensachtige meisje met die lange benen en die grote mond” van het Lyceum in Houthalen tot een internaat in Peer. Ze zou vertaler/tolk studeren in de grote stad, in Antwerpen. Waar ze uiteindelijk bleef. Het Vlindereffect, haar net verschenen vierde roman, is dan weer zo internationaal als wat. Met een hoofdpersonage uit Miami en schokkende gebeurtenissen in Mumbai. En nergens een zweem Limburg. Terwijl Limburg wel thuiskomen is. “Als een confrontatie met mijn fundamenten. Dat bedoel ik positief.

Ik kom altijd graag terug.” Haar radiogenieke stem begint als vanzelf te zingen.In Het Hoogste Woord laten we elk weekend Limburgers aan het woord die onze provincie op de kaart zetten. De ene misschien bekender bij het grote publiek dan de andere, maar stuk voor stuk baanbrekers in hun vakgebied. Locatievan dezedieptege-sprekken: hethoogste puntvan Hasselt,de Sky Loungein de TT-toren.

Vier jaar heeft Margot Vanderstraeten (47) aan haar vierde roman gewerkt. Een boek dat begint met de terreuraanslagen van 26 november 2008 in het Indiase Mumbai. Meer bepaald die in het sjieke Taj Mahal Hotel. En wat die aanslag zoal veroorzaakt bij een Amerikaanse vrouw van middelbare leeftijd. Een roman over verlies, over trauma’s, over rouw en wat een mens daar mee aanvangt. Maar ook een verhaal over hoe alles samenhangt. Van een klein mensenleven tot de grote actualiteit en weer terug. “

Je kan toch niet denken dat je het terrorisme kan oplossen zolang die gigantische kloof tussen rijk en arm blijft.

Dat schrijf ik wel niet letterlijk, maar wie wil, leest dat tussen de lijntjes. Al is Het Vlindereffect geen moraalles. Ik leg niets op. Als mensen het lezen als een boek over een groot verdriet, of over een vrouw die zich met haar lot verzoent, dan is dat ook goed.”

Uw vorige boek ‘Mise en place’ ging nog over de Roosburgramp van Zichen-Zussen-Bolder. Nu zoekt u het verder. Hoe komt u in Mumbai terecht?

“Voor de Canvasreeks India voor Beginners was ik in november 2008 in India. Ook in Mumbai. Op de dag van de aanslagen hebben we ‘s namiddags zelfs een toertje gemaakt doorheen de stad. Ik heb nog voor het hotel gestaan. De volgende ochtend, opnieuw thuis, zet ik de radio aan en hoor dat heel Mumbai in lichterlaaie staat. Een hele rare ervaring. Het had mij ook kunnen overkomen. En tegelijk denken: Verdorie, ik ben daar nu niet. Want ik ben ook een freelance journaliste. En journalistiek, dat is toch vooral nieuwsgierig zijn. Die aanslagen hebben me niet meer losgelaten.”

U bent zelfs teruggereisd.

”Ja. Eerst dacht ik voor een krant er iets mee te doen, maar het verhaal werd te groot. Voor mij toch. Ik heb met een heel aantal overlevenden gesproken. Sommige details komen echt van getuigen. Over de geur van verbrande lichamen, hoe ze over doden moesten stappen. Ik ben ook teruggegaan naar het hotel, heb er gelogeerd. Het personeel heeft de opdracht er niet over te spreken met de gasten. Tenzij men er uitdrukkelijk om vraagt. Het is een stigma. Men wil die slachtpartij vergeten. Er worden nu weer trouwfeesten gegeven. Dat is de schone schijn, de façade. Alles is weer oké. Mijn hoofdpersonage houdt de schijn op. Zo’n hotel doet dat natuurlijk ook. Maar we hebben allemaal wel die donkere kern.”

Terrorisme en fundamentalisme zijn thema’s van onze tijd. Was de actualiteit een motief voor dit boek?

“Mij gaat het vooral om de samenhang tussen het grote nieuws en onze persoonlijke levens. Die tien jonge mannen die Mumbai in die drie dagen geterroriseerd hebben, waren van een ander kaliber dan de daders van 9/11. De daders van Mumbai waren niet geschoold. Het waren straatarme analfabete gasten, geplukt uit Pakistaanse bergdorpen en gedropt in een militair kamp. Waar ze door psychopaten gekneed en gehersenspoeld werden om als martelaar te eindigen. Om hun leven te offeren.

Religie was geen motief.

Die ene dader die het overleefd heeft, wist zelfs niets van religie. Niets. Die zijn met geld omgekocht, met beloftes. Met een droom om als poster te eindigen in de kamer van vele jonge meisjes.”

 

 

 

 

”De aanslag was trouwens vroeger gepland. Met een boot zijn ze vanuit Karachi naar Mumbai gevaren. Twee keer hebben ze dat gedaan. De eerste keer zijn ze teruggekeerd. Zeeziek, maar vooral uit angst voor die grote lege oceaan. Waren ze niet teruggekeerd en hadden ze toch doorgezet, dan was de aanslag eerder gebeurd. En dan zou ik dit boek waarschijnlijk niet geschreven hebben. Zie je, alles hangt samen.” En alles is toeval.”Toeval speelt een belangrijke rol in onze levens. Maar toeval is tegelijk ook onverdraaglijk als concept.

Ik denk dat een mens een persoonlijk drama moeilijk kan verwerken als het enkel en alleen toeval is.

Mijn hoofdpersonage kan in elk geval niet aanvaarden dat het maar toeval was. Elke mens zoekt betekenis. Heeft ook betekenis nodig. Kijk naar de Wereldoorlog I-herdenkingen. Het is zo moeilijk om te accepteren dat daar doden voor niets zijn gevallen.””Dat ik net die dag terugvloog van Mumbai naar België, dat is toeval. Maar dat ik nadien weer teruggegaan ben, dat ben ik. Er zijn natuurlijk grote filosofische discussies of vrije wil wel bestaat, maar je best doen in je leven vind ik toch heel belangrijk. Wat is literatuur anders dan betekenis geven? Stel dat ik het eeuwige leven zou hebben, zou ik dan schrijven? Ik denk het niet.

Een boek schrijven is een manier van leven geven.

Goed bestaat alleen maar dankzij kwaad. Mooi is er alleen omdat ook lelijk bestaat. Alles hangt samen. Zoals leven en dood.”

Heeft u kinderen?”

Neen. Er is geen kinderwens geweest. Ze zouden mogen gekomen zijn, maar ik zag het niet als een noodzakelijke invulling van mijn bestaan. En nu ben ik een beetje oud om nog van gedacht te veranderen. Ik heb nooit spijt gehad van die beslissing. Al heb ik zeer graag kinderen.”

U schrijft zeer zintuiglijk. Het kleinste detail valt u op.

”Ik denk dat ik gewoon zo ben. Ik zoom altijd in op details. Als iemand gewoon zegt: Dat was lekker, dan vraag ik daar altijd op door. Als ik samen met iemand eet, kan ik niet stoppen met te vertellen hoe iets proeft. Soms hoor ik dan wel: Hou nu even op en eet je bord eens leeg. (lacht) “Als kind ging ik tijdens de vakantie doodgraag naar een tante in Alken. Een ongetrouwde tante, een boerin, zeer zelfstandig én zeer humoristisch. Ik wilde ook boerin worden. Als tante Paula de koeien melkte, weet ik nog precies hoe die melk smaakte, hoe lijflijk warm die nog was, hoe romig. En hoe fris dan weer het water uit de pomp proefde.”

Dat komt goed uit voor het verhaal. Want hoofdpersonage Angela moet beroepshalve op details letten.

“Klopt. In die zin is dat een beetje autobiografisch. Op het ogenblik van de aanslagen verblijft Angela als mystery guest in het Taj Mahal. Dat zijn gasten die betaald worden door de Thalyssen, de Hiltons, de Radissons van deze wereld om het personeel en de service te evalueren. Ik kén dat wereldje. Zelf heb ik dat ook al gedaan. Ernst, mijn echtgenoot, heeft een hele tijd een bemiddelingsbedrijf gehad dat zo’n mystery guests levert. Je logeert dan wel gratis, maar tegelijk is het keihard werken. Niets mag je immers ontgaan. En dat schrijf je allemaal op in een rapport dat naar het management van het hotel gaat.”

 

 

 

Welke plaats krijgt ‘Het Vlindereffect’ binnen uw werk?

”Daarover beslist de lezer, maar voor mij is het een sleutelroman.

Ik voel dat ik literair ben gegroeid.

Misschien omdat ik ouder word. Wijs worden is wellicht een te groot woord, maar ik sta toch verder dan vijf jaar geleden.” “Ook mijn pen was op niveau. Van het beste wat er in me zat, denk ik. Ik heb er ook keihard aan gewerkt. Het boek heeft vele versies gehad. Schrijven, herschrijven, schrappen. En nog eens omgooien. Soms was ik er heel maniakaal mee bezig. Soms haatte ik het weer. Legde ik het opzij. Schrappen is het moeilijkste. Dat weet jij ook als journalist. Eerst moet je het hele verhaal beheersen voor je kan schrappen. Een boek is zoals een boom. Eerst moet die groeien. Dan pas kan je snoeien. Dan pas kan je het de juiste vorm geven.”

Was het vroeg duidelijk dat u van uw pen zou leven, dat u zelfs schrijfster zou worden?”

Niet echt. Al was het me wel snel duidelijk dat ik een zekere taalvaardigheid had. Mijn moeder gaf les aan een eerste leerjaar op een zwarte school in Meulenberg. Ik liep daar ook school. Met klassen van minimaal 25 kinderen en misschien 6 Vlaamse kinderen. Op het Lyceum in Houthalen herinnert een schoolvriendin me als dat jongensachtige meisje met die lange benen en die grote mond.”

“Dat hangt samen met Meulenberg. Met de straatcultuur daar. Genre: Uw moeder is een hoer en Trek uw lip over uwe kop. Dan word je vanzelf brutaler. Op een of andere manier heeft me dat gunstig beïnvloed. Zo schreef ik bijvoorbeeld goede opstelletjes. Toch vergeleken met de meeste andere kinderen in de klas. En dan mocht ik al eens een opstel vooraan in de klas voorlezen. Waardoor je als vanzelf meer gestimuleerd werd om te schrijven. Terwijl voor de meeste andere klasgenoten Nederlands hun tweede taal was, niet die van thuis. Nu besef ik dat sommige dingen in het onderwijs beter hadden moeten zijn voor die generatie kinderen.Intelligentie heeft niets te maken met taalachterstand.”

Lazen ze thuis veel?

”Niet echt. Lezen werd wel gestimuleerd, maar dat wilde niet zeggen dat ze thuis veel boeken kochten. Dan ga je maar naar de bibliotheek, dan kan je het ook lezen. Vader was bediende bij Betonac, moeder gaf les. Ik ben een kind uit de middenklasse, uit een gezin met een zekere arbeidsethos die er ook door een aan stoflongen overleden grootvader, een ex-mijnwerker, werd ingehamerd. Een gezin dat hogerop wilde. Met hardwerkende ouders die hun kinderen wilden laten studeren. We hebben ook alle drie gestudeerd.”

U ging voor vertaler/tolk. Doet u nog iets met dat diploma?

”Neen. Gaandeweg stelde ik vast dat ik de oorspronkelijke tekst wilde herschrijven, dat ik dat beter kon. Fout natuurlijk. Ik heb het nu wel niet over literaire teksten, maar over brochures, bedrijfsbladen. Stilaan realiseerde ik me dat ik aan de verkeerde kant stond. Dat ik liever zelf wilde schrijven. Dat is heel organisch gegaan. Er was zeker geen groot plan. Van het een kwam het ander. En op een dag heb ik de tekst van mijn eerste roman Alle mensen bijten naar Nederland gestuurd. Het werd meteen gepubliceerd. Er was blijkbaar geen twijfel. En ik kreeg er de Debuutprijs voor.”

Is Limburg thuiskomen?

”Ja. Het is altijd weer fijn.”Ik hoor u zelfs zingen.(lacht) “Kijk, ik verander blijkbaar al van taalregister zonder dat ik het zelf besef. Limburg zit in mijn genen. Ik ga trouwens seffens hier in Hasselt een dierbare vriendin bezoeken. Ze heeft zelfs gekookt voor me, heeft ze al laten weten. Ik heb trouwens veel lezers in Limburg. Ik kreeg pas een mailtje van een jongen – allez, nu een man – die me feliciteerde met m’n nieuwe boek. Weet je nog dat we elkaar achter het zaaltje van de Waarde een eerste kus hebben gegeven?, schreef hij ook. Ik wist wel nog wie hij was, maar die kus herinner ik me helaas niet meer.” (lacht) “Ik krijg best wel veel mailtjes van Limburgers die trots op me zijn. Is dat onze Limburgse lijm? Die mensen aan elkaar doet plakken? Mensen die plaatsvervangend trots zijn als een andere Limburger iets presteert? Is dat onze vorm van chauvinisme? Ik weet het niet. Maar het doet in elk geval deugd.”

Waarom bent u dan weggegaan?

”Omdat ik weg moest. Omdat ik mijn vleugels moest spreiden. Dat proces is nog altijd bezig. En ik weet niet waar het zal eindigen.

 Jan Bex

 

HBVL6122014