’We manipuleren allemaal ons verleden’

De Tijd – 13 Dec. 2014 Pagina 54

Met de ijzersterke roman ‘Het vlindereffect’ levert Margot Vanderstraeten het bewijs van haar schrijverstalent. ‘Ik had de behoefte de boel eens flink op te schudden.

 

Mumbai, november 2008. Angela Gutmann logeert in het hyperluxueuze Taj Mahal Hotel, waar ze heeft afgesproken met haar zoon Theo en diens vriend Jacky. De twee twintigers werken in de Indiase miljoenenstad voor een organisatie die zich het lot van kindslaven aantrekt. Het drietal viert het weerzien met een cocktail aan het zwembad. Tot de idylle wordt verstoord door twee terroristen die het hotel binnenstormen. Voor haar vierde roman ‘Het vlindereffect’ nam Margot Vanderstraeten (47) de aanval op het Taj Mahal als uitgangspunt. De aanval was trouwens maar een deel van een terreuroffensief dat in die nacht van 26 november 2008 begon. Drie dagen lang hielden tien terroristen van de radicale moslimbeweging Lasjkar-e-Taiba Mumbai in hun greep. In het vijfsterrenhotel vielen uiteindelijk 36 doden, in Mumbai zeker 170. De aanslag in het Taj Mahal vormt het spectaculaire begin van een ijzersterke roman die zich voor het grootste deel in 2018 afspeelt. Angela is dan voor het eerst teruggekeerd naar Mumbai en probeert op de terugvlucht naar Miami in het reine te komen met haar verleden en haar herinneringen. Ze wordt daarbij uitgedaagd door de excentrieke medepassagier Jane.

Het toeval speelt een grote rol.

‘Klopt’, zegt Vanderstraeten. ‘En Angela is duidelijk niet in staat het toeval te aanvaarden. Zij zoekt, net als iedereen, betekenis. Dus zegt ze voortdurend: ‘Het heeft zo moeten zijn.’ Met andere woorden, dit was het lot. Angela gaat op zoek naar het hogere, ziet overal verbanden in, maakt hele constructies van herinneringen om het ondraaglijke te kunnen verdragen.’ Dat toeval speelt ook nog op andere niveaus. ‘Als Theo en Jacky niet hadden gebaald van het blitse hotelleven in Miami, waren ze nooit uit stil protest naar Mumbai vertrokken om er zich in te zetten voor kindslaven. En die tien terroristen waren eerst van plan om in september naar Mumbai te gaan. Maar omdat ze nog nooit in een bootje op zee hadden gevaren, werden ze zeeziek en werd de terreuroperatie uitgesteld. Als dat niet zou zijn gebeurd, hadden Angela en haar zoon nooit iets gemerkt van de aanslagen.’

U overkwam hetzelfde. U vloog uit- gerekend in de nacht dat de aanslagen begonnen terug van Mumbai naar Brussel.

Margot Vanderstraeten: ‘Ik had er net de opnames van het Canvas-programma ‘India voor beginners’ op zitten. We moeten zijn opgestegen op hetzelfde moment dat de eerste schoten vielen. Toen ik bij mijn thuiskomst het nieuws hoorde, wist ik meteen dat ik terug moest gaan. Ik vond het belangrijk om getuigen te spreken, de sfeer in de stad te peilen, de impact in te schatten. Uiteindelijk bleken de politieke gevolgen beperkt: haast iedereen had zich ingedekt en zijn onschuld afgekocht.’

[dropshadowbox]

Vlinder-Homepage

[/dropshadowbox]

Zij werden niet gedreven door religieuze ijver.

Vanderstraeten: ‘Helemaal niet, ze wilden gewoon wat geld verdienen voor hun families en indruk maken op de meisjes in hun boerendorp. De enige overlevende dader wist niets van de islam. Hij kreeg trouwens de doodstraf, terwijl het brein achter de aanslagen strafvermindering kreeg. Hij moest maar 35 jaar achter de tralies omdat hij de Amerikanen op het spoor van Osama bin Laden kon zetten.’

 

 

 

de tijd

 

U richt de blik ook op de enorme kloof tussen rijk en arm in India.

Vanderstraeten: ‘Ik weet niet of ik een boodschap heb. Ik wil gewoon een ver-haal vertellen zonder met het vingertje te zwaaien. De lezers moeten zelf maar hun conclusies trekken. Alles is zo complex, alles hangt aan elkaar vast en wordt in elkaar gespiegeld. En dus valt er geen eenduidig antwoord te verzinnen. Maar je mag ook niet te naïef zijn. Zolang de kloof tussen arm en rijk zo gigantisch is, zullen er fundamentalistische psychopaten bestaan die misbruik maken van de armsten. De tien terroristen waren straatarme boerenjongens uit Pakistan die niet konden lezen of schrijven. Zij zijn gewoon van straat geplukt, zoals een jager ook weet waar de zwakste fazanten zich schuilhouden.’

’Wat is de mens als hij geen herinneringen heeft?’, luidt een van Janes vragen aan Angela.

Vanderstraeten: ‘Angela zou het liefst een deel van haar herinneringen opgeven. Ze is er bang voor. Het gemis manifesteert zich meestal in de details. Een geur of een geluid. Een weduwe die plots merkt dat de wc-bril niet meer omhoog staat. Daar knaagt de pijn, in die keten van kleine herinneringen. Wetenschappers zijn in alle ernst bezig met onderzoek naar het onderdrukken van emoties en herinneringen. Niet dat dat een oplossing is. De volwaardigheid van de mens zit net in de tegenslagen, in wat net niet lukt.

Zoals Angela zegt: ‘Is een mens niet het meest zichzelf als hij samenvalt met zijn zwakheden?’

Vanderstraeten: ‘Precies, dat is toch de kern van het zijn: weten waar je faalt, wat je niet laat zien. Iedereen verstopt een deel van zichzelf, voor de anderen én voor zichzelf. Iedereen laat dingen weg, vertekent herinneringen, manipuleert en construeert zijn verleden.’ ’Het vlindereffect’ is grootser dan uw vorige romans, die Vlaamser waren. Vanderstraeten: ‘Ik had absoluut de behoefte de boel eens flink op te schudden. Het was een bijzonder moeilijk boek om te schrijven. Ik heb het soms gehaat. Omdat de constructie niet goed zat of omdat het te overdadig was. Tot januari was de scène over de aanslagen, waarmee het boek nu begint, het slot van de roman. Dat klopte naar mijn gevoel niet. Ik heb dan alles omgegooid, waardoor ik opnieuw begon te twijfelen.’ U werkt ook als journaliste.

U komt niet aan de bak als romanschrijfster?

Vanderstraeten: ‘Ik leef van mijn pen, maar niet van mijn romans. Zelfs tijdens het schrijven van een roman blijf ik interviews afnemen. Omdat ik geld moet verdienen. Alleen toen ik die hele roman dan weer door elkaar gegooid had en moest herschrijven, heb ik niets anders gedaan. Drie maanden heb ik niets gefactureerd. En nu ben ik hard aan het werken om dat in te halen. (lacht) Ik ben financieel uitgemolken.’ Krijgt literatuur nog genoeg aandacht? Vanderstraeten: ‘Mij valt op dat er haast geen radioprogramma’s zijn waarin tijd is voor een lang gesprek over een boek. Dan mag ik nog niet klagen. Er zijn auteurs die compleet over het hoofd worden gezien. Het is onrustwekkend dat de media altijd in hetzelfde vijvertje vissen. Kijk eens in de boekenwinkel naar al die stapels romans met een sticker van ‘De wereld draait door’. Dat is toch misdadig. Pas op, ik gun die bekende auteurs hun aandacht en succes. In zekere zin zijn ze woordvoerders van het schrijversgild. Maar het mag toch wat gevarieerder zijn.’

 

 

 

Is het verdwijnen van De Bezige Bij Antwerpen een teken van verschraling?

Vanderstraeten: ‘Toen het nieuws bekend raakte, had ik een etentje met mijn collega-schrijvers van AtlasContact. We kregen prompt de vraag of het een idee was om in Vlaanderen een literaire poot op te zetten. Niemand vond het een goed idee, omdat het net zo belangrijk is de grens met Nederland over te steken. Ik heb nooit het gevoel gehad dat mijn Nederlandse uitgever me iets oplegt. Belangrijker is de vraag of we alle economische macht aan de Nederlanders geven. Met mijn boek ben ik zowat de enige in Vlaanderen die er iets aan verdient. Het hele apparaat zit in Nederland: het uitgeven, het redigeren, het drukken.’

U hebt nog de oude generatie schrijvers geïnterviewd: Harry Mulisch, Jef Geeraerts, Hugo Raes, Jos Vandeloo. Merkt u grote verschillen met uw generatie?

Vanderstraeten: ‘Een groot verschil is dat vrouwelijke auteurs de grote uitzondering waren. Van de 19 schrijvers in mijn bundel waren er slechts twee: Hella Haasse en Christine D’haen. Een halve eeuw later is dat evenwicht niet meer zo scheef, maar rechtgetrokken is het nog niet. Schrijvers hebben ook minder aanzien, hun maatschappelijke rol is uitgehold. Al geldt dat ook voor dokters of leraars. Maar één ding is hetzelfde gebleven: de passie voor het schrijven.’

 


BIO

Margot Vanderstraeten (47) groeide op in Limburg en studeerde vertaler Frans-Spaans in Antwerpen. Ze begon freelance te schrijven voor reclamebureaus en tijdschriften. In 2009 had ze een column op de voorpagina van De Morgen, afwisselend met Hugo Camps. Later schreef ze vooral diepte-interviews voor dezelfde krant. Sinds 2009 is ze lid van de Raad van de Nederlandse Taalunie. Haar debuut als romanschrijver maakte ze in 2002. ‘Alle mensen bijten’ leverde haar meteen de Debuutprijs op. Later volgden ‘De vertraging’ (2004) en het veelgeprezen ‘Mise en place’, dat aan de zesde druk toe is. Naast fictie bundelde ze ook haar interviews met oude schrijvers (’Schrijvers gaan niet dood’) en schreef ze ‘Het geweten van de strafpleiters’.


 

ERIK ZIARCZYK Copyright © 2015 Mediafin.

Alle rechten voorbehouden

Screen Shot 2014-12-13 at 10.10.38