ONGEREPT. Dat is het adjectief dat het landschap van de Lofoten spontaan en volkomen terecht oproept. Je hebt niet eens je verbeelding nodig om, tussen de duizenden bergen die als een witte keten uit het water oprijzen, de dikke, krachtige staart van een walvis te zien opduiken. De zee rond deze eilandenarchipel, die van noord naar zuid zo’n 170 kilometer lang is, is de natuurlijke biotoop van honderden walvissen. Tussen mei en september kun je hier dan ook op walvissafari gaan. Niet om op de zoogdieren te jagen, wel om ze van dichtbij te zien en bestuderen.

De kuststad Andenes is de thuisbasis van de Whale and Dolphin Conservation Society, een wereldwijd bekend studiecentrum dat zich om de zoogdieren in de Noorse Zee bekommert. Wat dan weer niet betekent dat hier nooit op walvissen gejaagd wordt. Of dat zeehonden hier een beschermde diersoort zijn. Zeehond en walvis van de soort Acutorostrata staan op vrijwel elke menukaart van de Lofoten. Het vlees kan vooral gerookt op veel liefhebbers rekenen. Schoenen van zeehondenleer worden geprezen om hun degelijkheid en staan in alle schoenwinkeletalages.

BIJ mooi en kalm weer en bij de onder- of opgaande noorderzon zijn de Lofoten romantisch mooi. Geen wonder dat cruises hier populair zijn en dat rederij Express Côtaux met hypermoderne ferryboten zowel bij de Noren als bij de toeristen succes boekt. De voornaamste eilanden van de archipel, Flagstadoy, Austvagoy, Vaeroy en Rost, zijn door ferry’s met elkaar verbonden en als je geluk hebt kun je vanop het voor- of achtersteven van de boot naar buitelende dolfijnen kijken.

Vroeger, en dat is hooguit vijftig jaar geleden, was de boot het enige vervoermiddel dat de inwoners van de eilanden bij elkaar kon brengen. Vandaag zijn er vrijwel overal tunnels door de bergwanden gegraven of bruggen over het water geslagen. Via de binnenlandse luchthavens van Svolvaer, Leknes en Rost kun je ook naar het vasteland vliegen. Die toename van verkeer heeft, zoals overal, ook een minder prettige kant. Vandaag komen er meer eilandbewoners om in hun auto dan in een boot. Toch komt dat niet alleen door afwijkend rij- of drinkgedrag of door de toename van auto’s en wegen. De vissersboten zijn beter en betrouwbaarder geworden. De kans dat, zoals dat begin vorige eeuw gebeurde, meer dan vijftig mannen ‘s ochtends uitvaren en nooit terugkeren, is dankzij de technologie erg klein geworden. Al mag je de zee, aldus de vissers, nooit helemaal vertrouwen.

NET als duizend jaar geleden leven de bijna 25.000 inwoners van de Lofoten vandaag van de visvangst. Tijdens de winterse piek wordt de plaatselijke visserijvloot zelfs bijgestaan door duizenden vissers die uit nog noordelijker oorden komen. Januari, februari en maart zijn namelijk de enige maanden van het jaar waarin de skrei door de wateren van de Lofoten zwemt. Die skrei is niets anders dan kabeljauw, de Gadus morhua L., maar dan tijdens zijn paaitijd. Hij zwemt elk jaar in gigantische scholen van de Barentszzee bij Moermansk naar de zuidelijker gelegen Lofoten, om er kuit te schieten. Wetenschappers hebben nog altijd geen verklaring voor deze volksverhuizing, maar dat zal vissers en gastronomen een zorg wezen. Het vlees van de vis is tijdens deze periode steviger en witter, en wordt, vers, beschouwd als een ware delicatesse. Al is die mening niet algemeen en hoor je bij sommige gerenommeerde chefs gemompel dat het om pure marketing gaat. Het Noorse visserijwezen stelt alles in het werk om de skrei wereldwijd culinair te promoten en heeft daar een bijzonder groot marketingbudget voor over.

De vangst van de skrei is strikt gereglementeerd. Grote vissersboten mogen met netten vangen. De kleine — en dat is toch nog altijd het gros — werpen midden op zee enkele lijnen uit. Die gaan tot tachtig meter diep. De kunst bestaat erin om met de voorarm de lijn constant in beweging te houden, door er korte trekjes aan te geven zodat het aas heen en weer gaat en de vis vol kuit er argeloos in hapt.

Niet alle vis krijgt de eer om met de lijn gevangen te worden. Wie goed kijkt, ziet dat de ongereptheid van de Lofoten ook beschadigde kantjes vertoont. In het water van de Lofoten liggen vele zalm- en ook kabeljauwkwekerijen. Dat zijn grote afgebakende waterputten in de fjorden, vijvers in de zee waar vissen even dicht op elkaar zitten als kippen in een legbatterij. De gekweekte zalm (meer dan 95 procent van wat de markt biedt) is overal van dezelfde soort, de Salmo salar. Hij wordt met korrels gevoed; met kleurstof wordt de roze tint van het vlees bepaald.

HENNINGSVAER is de voornaamste vissershaven van de Lofoten. Het stadje is volledig met water omringd. De kanalen hebben copywriters ertoe aangezet om Henningsvaer in elke toeristische brochure het ‘Venetië van het Noorden’ te noemen. Die benaming is een slag in het water: het piepkleine Henningsvaer is, net als de Lofoten, uniek en heeft geen afgezaagde vergelijkingen nodig om waardering te krijgen.

De zeeadelaar strekt er voortdurend zijn metersbrede vleugels, op zoek naar een schaap of een geit. Vorig jaar zou de roofvogel een baby hebben meegenomen. In tegenstelling tot Venetië moet Henningsvaer het dus hebben van de ruige natuur. Baaien, bergen, rotsen en fjorden maken het plaatje.
Honderden vissersboten stappen om vijf uur ‘s ochtends in oranje plastic uniformen naar hun boot, de lieslaarzen aan en het aas klaar om uit te gooien. Hier is het leven hard, de wind koud.

De eilandbewoners zijn stugge en achterdochtige mensen, met vikingbloed in de aderen. Het duurt lang voor je hun vertrouwen wint. En zelfs dan blijven ze, zeker ten opzichte van toeristen of vreemdelingen, op hun hoede.

Toch kent de geschiedenis van de eilandengroep zo zijn uitzonderingen. Einde 1431 belandde een Venetiaanse zeevaarder — dus toch wel degelijk een link met Venetië — na een schipbreuk in Rost. Hij had weken in een reddingssloep rondgezwalpt en was, samen met een handvol overlevenden, totaal ondervoed op het zuidelijke eiland van de Lofoten gestrand. Querini en zijn makkers zijn door de inwoners van Rost hartelijk ontvangen. Ze kregen gedroogde skrei voorgeschoteld. Want meer dan vijfhonderd jaar geleden ging, net als nu, maar een heel klein deel van de skrei naar de versmarkt. De zuiderse bacalao is vaak skrei van de Lofoten. Want de kabeljauw vol kuit is ook de vis die in alle hoeken van het eiland op staken hangt te drogen. Om stokvis te worden. Deze milieuvriendelijke manier van drogen en bewaren is nog altijd dezelfde als duizend jaar geleden.

Net als destijds hangt niet alleen de economie, maar ook het sociale leven van de Lofoten nog steeds samen met de skreivangst. Hele gezinnen staan drie maanden lang in het teken van skrei en stokvis. Kinderen inbegrepen, want de school is in die tijd van het jaar om één uur ‘s middags afgelopen. In alle visfabrieken op het eiland werken kinderen. Ze drukken de afgehakte en bloederige viskop op een spies om er de tong uit te halen. Skreitongen worden een delicatesse genoemd. Hoe meer tongen, hoe meer zakgeld.

STOKVIS is gezond. Dat weten ze op de Lofoten al lang. En dat hebben Querini en zijn compagnons ook mogen ervaren. Gedroogde skrei en zijn levertraan vormen een bron van vitamines voor het kustvolk dat niet alleen in weer en wind hard moet werken, maar het ook maanden zonder zon moet stellen. Querini en zijn gezellen zijn tot het voorjaar in Rost gebleven. Toen ze weer in Venetië aankwamen, klopten ze aan bij de burgemeester en bij de paus. Die nodigde enkele voorname inwoners van Rost uit, om hen te bedanken voor de gastvrijheid. Het verhaal van de stokvis bracht de paus op een lumineus idee. Hij raadde de Italianen aan om op de vleesloze vrijdag voor deze gedroogde vis te kiezen.

Vandaag gaat de beste kwaliteit van stokvis, de primo, nog altijd in grote hoeveelheden naar Italië. Sekunda is voor de Kroatische markt. De derde en absoluut minderwaardige klasse heet niet tertio, maar Afrika. Afrika neemt dan ook een deel van de gedroogde koppen van de skrei af. Het andere deel wordt op de Lofoten tot visvoer verwerkt. Een recyclage die ernstige bezwaren oproept. Al hebben de inwoners van de Lofoten hebben het me verzekerd: op een dolle skrei is het nog lang wachten. Op dolle zalm of kabeljauw, daarentegen?

De stokvis bepaalt op de Lofoten geur en uitzicht.

De rode kleur van de vissershuisjes wordt aangemaakt met het bloed van de vissen. Rood is de goedkoopste kleur. Een witte gevel betekent dat de bewoners geld hebben.

Praktisch

— Hoe bereiken?

De Lofoten kun je per vliegtuig bereiken. Svolvaer (overstappen in Oslo) is de drukst bezochte luchthaven.
Reizen aan boord van een cruiseschip kan ook. De kustexpress vaart, als het weer het toelaat, elke dag uit en gaat van noord naar zuid en omgekeerd. (www.hurtigruten.com)

— Wanneer?

Mei is de mooiste reismaand. Wie iets van de skreitraditie wil meemaken, kiest best voor maart.

— Waar slapen?

Het toerisme op de Lofoten blijft zeer kleinschalig. Uit de herinrichting en vaak ook heropbouw van rorbu’s (typisch houten vissershuisjes aan het water) kun je afleiden dat er toch op een vraag van toeristen ingespeeld wordt. De huisjes zijn prachtig gelegen, met de voeten in het water. Bij stormweer voel je zelfs het bed trillen.

In Henningsvaer is het Bryggehotell (0047-76-07.47.50, www.dvgl.com) warm aanbevolen.

— Informatie:

www.lofoten-tourist.no.
Noorse dienst voor toerisme, Postbus 101, 2460 AC Ter Aar, Nederland, telefoon: 0900-899.11.70 (0,35 euro/min.), www.visitnorway.com.

© 2003 Corelio