De Zonhovense Margot Vanderstraeten schreef met ‘Mazzel tov’ en ‘Minjan’ twee boeken over de Joodse gemeenschap in ons land.  — Photos ©  Sven Dillen

Het onverwachte succes van Zonhovense auteur: “Jan Peumans is mijn grootste fan”

 

Hasselt –

Ze woont al vele jaren in Antwerpen, waar ze de succesvolle boeken ‘Mazzel tov’ en ‘Minjan’ schreef, over de Joodse gemeenschap in de stad. Maar dit najaar is de Zonhovense schrijfster Margot Vanderstraeten opvallend vaak in Limburg te vinden.

Joos Meesters 16/10/2022

Wanneer we Margot Vanderstraeten (54) spreken op de bovenverdieping van Boekhandel Grim in Hasselt, heeft ze net de eerste les creatief schrijven gegeven in het Spectrum College in Beringen. Twintig auteurs werden aan twintig scholen gekoppeld om er workshops te geven en de tieners liefde voor lezen en schrijven bij te brengen. De auteursresidenties passen in het Leesoffensief van de Vlaamse regering om de leesvaardigheid van jongeren te verhogen.

En dan is er nog een reden waarom Vanderstraeten dezer dagen geregeld op de trein naar Limburg zit. Tot eind november houdt ze een tournee langs Limburgse bibliotheken, een initiatief dat ze samen met Lut Geypens op poten zette. “Lut is een voormalig bibliothecaresse van de bieb van Beringen. Ze is een generatie ouder dan ik, maar we hebben veel gemeen, zoals de liefde voor taal en literatuur. Toen we elkaar op een dag ontmoetten, hebben we het idee opgevat om de Limburgse bibliotheken aan te schrijven over onze duolezing: Lut interviewt mij over mijn werk. De inschrijvingen liepen meteen binnen. Ik vind dat Lut er een reeks van zou moeten maken. (lacht) Er ligt veel talent te wachten op een podium.”


Het succes van uw twee jongste boeken, ‘Mazzel tov’ en ‘Minjan’, over de Antwerpse Joden, is overweldigend. Had u dat verwacht toen ‘Mazzel tov’ vijf jaar geleden verscheen? 

Margot Vanderstraeten: “Nee, dat had niemand kunnen inschatten. Het succes was er ook niet meteen. Het boek is verschenen in april en pas na de zomervakantie, toen de mond-tot-mondreclame begon te werken, was het vertrokken. En het loopt nog altijd. Intussen zijn er van Mazzel tov 65.000 boeken verkocht in het Nederlands en 15.000 van Minjan. Met de zeven vertalingen erbij zit Mazzel tov intussen aan pakweg 150.000 verkochte exemplaren. En productiehuis Caviar werkt aan een tv-serie op basis van het boek.”

LEES OOK. Recensie ‘Minjan’ van Margot Vanderstraeten: Harry Potter en de benen van Mathilde

Hoe verklaart u dat succes?

“Voyeurisme speelt mee, denk ik. Het is een gesloten gemeenschap. Iedereen ziet de orthodoxe Antwerpse joden met hun opvallende klederdracht lopen maar er is wat drempelvrees om met hen te communiceren. Ik heb Mazzel tov ook als een niet-gelovige buitenstaander geschreven, als iemand die geleidelijk aan meer te weten komt over een religieuze wereld die haar onbekend is. Mijn blik is misschien dezelfde als die van de gemiddelde lezer, die ik aan de hand neem. Ik denk ook dat de wereld, al dan niet bewust, opkijkt naar de veerkracht van het Joodse volk. Al van oudsher worden ze vervolgd om wie ze zijn. Hitler heeft hen proberen uit te moorden. Ze staan er vandaag nog altijd.”

“Ik weet nog niet hoe ik het precies moet aanpakken, maar over de andere kant van Meulenberg wil ik graag een volgend boek schrijven”

Uw eerste contact met de Joodse gemeenschap was als werkstudente bij een orthodox-joodse familie. Wist u meteen dat er een boek in zat?

“Nee, ik was een jaar of twintig en heel erg met mezelf bezig. Maar juist daardoor is die relatie iets geworden. Als ik daar met journalistieke nieuwsgierigheid was binnengestapt, was er veel meer achterdocht geweest. Pas dertig jaar later, nadat schrijver Adriaan van Dis me er attent op had gemaakt, ben ik gaan beseffen dat er een boek in zat.”

Waar komt die geslotenheid en achterdocht vandaan?

“Het heeft zeker te maken met het trauma van de Tweede Wereldoorlog. Maar daarnaast hebben de Vlaamse Joden ook de gesloten karaktertrekken van de Vlamingen voor een stuk overgenomen. En ook het religieuze aspect speelt mee. Als je conservatief religieus bent, wil je daar in een moderne westerse maatschappij liever niet te veel over vertellen.”


In ‘Mazzel tov’ beschrijft u hoe hun leven de klok rond aan allerlei wetten en regels moet beantwoorden. 

“Jood zijn is voor orthodoxe joden een way of life. Wat interessant blijft, is de spagaat tussen hun millennia oude wetten en de moderne wereld die verandert. Religieuze joden mogen op de sabbat (de joodse rustdag, nvdr.) bijvoorbeeld geen enkel elektrisch circuit tot stand brengen. Als ze logeren in een hotel waar elektrische sleutelkaarten zijn, mogen ze eigenlijk de deur van hun kamer niet openen. En dus zullen ze met de receptie gaan praten om een alternatief te vinden. Dat kan voor rare toestanden zorgen.”

“Ik was zeker geen modelleerling. Ik was snel verveeld en heb in het middelbaar veel gebrost”

Hoe is uw boek ontvangen door de Joodse gemeenschap?

“Aan de ene kant is er kritiek en ergernis. Omdat ik dat wat doorgaans onder de radar blijft, in mijn boeken in de schijnwerpers zet. Maar anderen zijn dankbaar omdat ik dingen uitleg die ze misschien zelf ook zouden willen verklaren. Als ik nu gesprekken met Joodse mensen voer, voel ik wel wat achterdocht: oppassen, want ze maakt er een boek van. Ik begrijp die achterdocht, maar ik heb voor mezelf beslist dat er geen derde boek komt.”

In ‘Minjan’, dat vorig jaar verschenen is, schrijft u ook over de keelkanker van uw man Ernst. Hoe gaat het nu met hem? 

“Op dit moment gaat het goed, dank om ernaar te vragen. Ik heb me een tijd afgevraagd of ik over zijn ziekte moest schrijven of niet. Maar als je zelf het intieme leven van Joodse families opvoert dan kun je het niet maken om iets dat zo belangrijk is in je eigen leven niet te vermelden. Dat zou niet koosjer zijn, om het zo te zeggen.”

 

Zijn ziekte betekende meteen ook het afscheid van BOHM & Berkel, de bistro die jullie nog maar drie jaar voordien geopend hadden op het Conscienceplein in Antwerpen.

“Nee hoor, BOHM & Berkel is er nog, en wij zijn er ook nog altijd aan verbonden, al wordt de bistro nu gerund door drie jonge mannen. Ja, eten is belangrijk in mijn leven, het zit ook in al mijn boeken. Niet eten om te eten, maar de rituelen, de traditie, het sociale aspect. Dat manlief zijn zaak, waarin zijn ziel zit, na drie jaar al in andere handen moest overlaten, was zeker niet het scenario dat we voor ogen hadden. Gelukkig doen die drie jonge gasten het heel goed.”

U bent een van de twintig auteurs die aan een school gekoppeld werden om er workshops creatief schrijven te geven. In uw geval het Spectrum College in Beringen. Hoe valt dat mee? 

“Ik vind het fijn. Ik heb aan de unief in Gent jarenlang interviewtechnieken gegeven aan masterstudenten journalistiek, maar dit is iets helemaal anders. Wat me tegenwoordig vooral opvalt, is dat die leerlingen allemaal met een laptop in de klas zitten. Gelukkig had ik voor alle zekerheid pennen en papier voor hen gekocht, want er zit ook een fysieke kant aan het schrijven. Een handschrift is deel van wie je bent. Ik merk bijvoorbeeld dat leerlingen het niet langer gewoon zijn om andermans handschrift te lezen.”

U bent van Zonhoven maar heeft uw lagere school doorlopen in Meulenberg, waar uw moeder lesgaf.

“Ik wilde voor deze workshops absoluut aan een Limburgse school gekoppeld worden en dan nog liefst in een mijngemeente. Ik heb alleen maar mooie herinneringen aan mijn schooltijd in Meulenberg. Uiteraard is er heel veel veranderd in die jaren dat ik er weg ben. Er was een tijd dat Meulenberg enkel in de media kwam als de bussen van De Lijn niet meer door Meulenberg durfden te rijden omdat de chauffeurs zich niet veilig voelden. De wijk is complexer dan dat. Met alle plus- en minkanten die daarbij horen. Er gebeuren tegenwoordig erg fraaie dingen.”

Zoals?

“De directeur van mijn oude school is vandaag Christos Pistolas. Hij heeft van de Mariaschool een methodeschool, Sprankel, gemaakt. Hij probeert de school en de wijk weer open te trekken. Een diverse groep leerlingen naar de school te lokken. Divers, van afkomst en van religie. En het lukt. Een Italiaanse man die nabij de school woont, heeft er een volkstuintje aangelegd, waar alle leerlingen mogen komen tuinieren. Dat is belangrijk: de rijkdom van jezelf ligt vaak dichtbij. Ik weet nog niet hoe ik het precies moet aanpakken, maar over die andere kant van Meulenberg wil ik graag een volgend boek schrijven.”

Wat voor een leerling was u zelf?

“Ik was zeker geen modelleerling. Ik was snel verveeld en heb in het middelbaar veel gebrost. Ik heb mijn ouders bijvoorbeeld maandenlang in de waan gelaten dat ik muziekschool afwerkte. In werkelijkheid ging ik overal rondfietsen en -wandelen. Op zo’n brosdag heb ik mijn boekentas ergens laten rondslingeren, in een bos. De politie is die thuis komen afgeven. Ik moest toen wel bekennen dat ik helemaal niet naar de lessen ging. Omdat mijn ouders dachten dat ik het anders te bont zou maken heb ik mijn laatste twee jaar doorgebracht op internaat, Agnetendal in Peer.”

En daar liep het beter?

“In het begin heb ik heel erg laten blijken dat ik daar tegen mijn zin was. Vooral met godsdienst had ik het moeilijk. Ik kon zo arrogant kijken en zwijgen, niet mooi hoor. Omdat ik het de godsdienstjuffrouw zo moeilijk maakte, moest ik bij de directrice komen, zuster Lea. In de studie na school had ze al gemerkt dat ik geconcentreerd was en niet vervelend deed als ik kon lezen of schrijven. Ze nam de sleutel van de bibliotheek en bracht me moeilijke boeken: Tolkien, Dostojevski… Ze zei: ‘Ik geef je boeken en jij gaat je beter gedragen in de les’. En dat heeft gewerkt. Pedagogie van het hoogste niveau.”

Heeft u haar nog teruggezien?

“Nee, maar voor Mazzel tov heb ik de prijs gekregen voor het beste religieuze boek van het jaar. Kort daarna kreeg ik een mail met felicitaties van een zekere Yvonne Aerts. Ze mailde dat ze met veel belangstelling mijn boek had gelezen. ‘Maar als je me dertig jaar geleden had gezegd dat Margot Vanderstraeten nog eens een prijs zou winnen met het beste religieuze boek, zou ik eens heel hard gelachen hebben.’ Getekend: Yvonne Aerts, alias zuster Lea.” (lacht)

Tot slot: weet u dat u een fanatieke pr-man heeft in Limburg?

(Denkt na) “Ja, Jan Peumans! Hij is mijn grootste fan in Limburg.”

Hij heeft ons meermaals gemaild dat we u dringend nog eens moesten interviewen.

“Dat is buiten mij om, hoor. (lacht) En het heeft alles te maken met mijn roman Mise en Place die in Riemst speelt (de woonplaats van voormalig N-VA-politicus Peumans, nvdr.). Sindsdien zien we elkaar een keer of twee per jaar. Die wisselwerking is heel fijn. Eigenlijk zou elke politicus geregeld moeten afspreken met een kunstenaar of schrijver om een andere kijk op de dingen te krijgen. Schrijf dat maar op.”

Lut Geypens interviewt Margot Vanderstraeten in Houthalen (16/10), Maaseik (18/10), Gingelom (24/10), Lanaken (25/10), Hamont-Achel (9/11) en Oudsbergen (10/11).